Verslag Kasabian in l’Aeronef op 13 februari – De gedoodverfde opvolgers van Oasis
Groot was onze teleurstelling toen bleek dat Kasabian geen avondje België ingepland had in zijn Europese tour. Voor de iets enthousiastere fan was er gelukkig een alternatief voorhanden, want de Britten maakten wel een tussenstop net over de Franse grens, in het charmante Lille. Wij lieten ons zonder veel aandringen meelokken naar de zuiderburen.
Het aangekondigde voorprogramma daagde niet op, maar daar kraaide geen kat meer naar van zodra Tom Meighan, Serge Pizzorno en de rest van Kasabian het podium beklommen. De gedoodverfde opvolgers van Oasis trapten af met ‘Julie & The Mothman’, ‘slechts’ een b-kantje, maar wel voldoende aanleiding voor de Fransen (en de ook in grote getale aanwezige Engelsen) om de temperatuur in l’Aeronef meteen ten top te drijven.
Het spreekt voor Kasabian dat de band uit zijn drie verschenen albums kan putten en er gerust op kan zijn dat de nummers uit eender welk van die platen met evenveel gejuich onthaald worden. Uiteraard lag de nadruk wel iets uitgesprokener op de songs van ‘West Ryder Pauper Lunatic Asylum’, de meest recentste telg van Kasabians discografie. Ondergetekende voorzag een hoge notering voor dit album in haar eindejaarslijstje, en de reden daarvoor werd nog eens vetjes onderstreept in Lille. ‘Underdog’ blies iedereen van zijn sokken, waardoor de arme toeschouwers niet eens de kans kregen zich weer bijeen te rapen voor het daaropvolgende, nog overweldigendere ‘Where Did All The Love Go’.
Na het wat overbodige intermezzo ‘Swarfiga’ werden ook de oude hits in de strijd gegooid. Volksmenner Tom Meighan smeet zich helemaal in ‘Shoot The Runner’ en ‘Processed Beats’, vooraleer hij zijn maatje Serge meer op het voorplan liet komen tijdens ‘Black Whistler’. De ietwat mysterieuze en van een heerlijk lijzige stem voorziene Pizzorno lijkt zich meer en meer te profileren als de George Harrison van de band, een leuk contrast met de uitbundige Meighan.
Hoe kritisch we ook proberen te zijn, veel valt er echt niet aan te merken op het optreden van Kasabian. Woorden als ‘perfectie’ zijn niet aan de orde, maar de band voldoet wel aan alle vooropgestelde criteria voor een stadiongroep van hun kaliber: ze zijn goed, ze weten dat ze goed zijn en ze hebben geen enkele moeite om ook het publiek daarvan te overtuigen. Een voorbeeld van hun krachttoeren? De heerlijke sequentie van ‘Empire’, ‘Fast Fuse’, ‘The Doberman’ en ‘Club Foot’. En dat als voorbode van de nog heftigere bisronde: ‘Fire’, ‘Vlad The Impaler’ en het luid meegezongen ‘L.S.F.’.
We want more!
door Laura Van Eeckhout
Links:
Kasabian MySpace
Kasabian homepage