Onze 50 favoriete albums van 2017

Hieronder presenteren we Indiestyle’s 50 favoriete albums van het afgelopen jaar. Deze lijst werd samengesteld door de voltallige Indiestyle-redactie en omvat de platen waar wij het meest door geraakt werden.

50. Liars – TFCF
Nadat het huwelijk dat Liars ooit was eerder dit jaar volledig strandde, trok enig overblijvend lid Angus Andrew zich terug in een Australisch natuurreservaat om daar zijn eerste solo plaat ‘TFCF’ (‘Theme for the crying fountain’) te schrijven. Terug in de bewoonde wereld stelde hij de meest introverte Liars tot op heden aan het publiek voor. Opmerkelijk is de prominente rol voor folky ritmes en akoestische gitaren, die uitgespeeld worden tegenover een elektronisch klankenpalet dat naar goede gewoonte naar alle kanten tegelijk stuitert. ‘TFCF’ is een inconsistente verzameling van krankzinnige popliedjes die de vintage Liars-sound van een nieuwe glanzende, doch gebarsten opperlaag voorzien. – Jonas Van Laere

49. Jacques Greene – Feel infinite

Jacques Greene wist met een hele rits ep’s en remixes al langer onze aandacht te trekken, maar de Canadees perfectioneerde pas echt zijn stijl op debuutalbum ‘Feel infinite’. De producer slaagt erin om een eigen niche te creëren, waarin vooral emotionele en aandoenlijk melancholische toetsen de bovenhand halen. Toch wil dat niet zeggen dat ‘Feel infinite’ droevig aanvoelt. Fijne house wordt afgewisseld met UK bass, en die combinatie werkt ook op de dansvloer. ‘I wont judge’ en ‘You can’t deny’ weten door middel van vage vocals een heerlijke sfeer op te wekken, waarin euforie en tristesse heel dicht bij elkaar liggen. – Daan Leber

48. Jlin – Black origami

Met debuut ‘Black energy’ gaf Jlin het footwork-genre in 2015 wereldwijd een duwtje in de rug. Haar eigen bekendheid groeide uiteraard ook dankzij de vele positieve reviews en de jonge Amerikaanse producer kreeg de kans om de wereld rond te reizen en ervaringen op te doen. Uit die periode is opvolger ‘Black origami’ ontstaan. Daarop omarmt Jerrilynn Patton een breder muzikaal spectrum en daagt ze je uit om naast extatisch te dansen ook echt te luisteren naar haar muziek. Hoewel haar muziek nog steeds gedragen wordt door percussie geeft Patton meer ademruimte aan de rest van haar instrumentatie en durft ze meer te experimenteren met samples. Dat leidt tot een donkere, bedwelmende luistertrip die haar vorige werk ver overstijgt. – Pieter D’Hooghe

47. SZA – Ctrl

Wie fan is van sterke, vocal driven r&b weet al lang dat ‘Ctrl’ een topplaat is. Desondanks lijkt SZA België in 2017 nog niet helemaal overwonnen te hebben. Met Solange als een van de grote namen op de voorbije editie van Pukkelpop twijfelen we er echter niet aan dat ons land gauw warm zal lopen voor deze dame. Luister naar ‘Drew Barrymore’ en zwicht. Geef de rest van het album vervolgens een kans en wees eerlijk: dit is de flow waar je naar op zoek was. En geef toe, een plaat waarop de lyrics “you could never trivialize pussy” staan heeft sowieso al een streepje voor op de rest. – Romina Cucchiara

46. Four Tet – New energy

Londenaar Kieran Hebden ofte Four Tet is zowaar de Pomerol van de electronica: jong was hij al meer dan genietbaar, doch hij verbetert ook nog eens aanzienlijk met de jaren. ‘s Mans negende en jongste worp (veelzeggend ‘New energy’ genoemd) is eentje om in te kaderen. Het album barst letterlijk van creativiteit en inventiviteit én is dan ook een bijzonder aangenaam muzikaal stoofpotje waarin verstilde electronica, IDM maar ook wereldmuziek en een rits clubby tracks wonderbaarlijk genietbaar blenden met streepjes dub en een occasionele flard jazz. – Joris Blondeel

45. STUFF. – Old dreams new planets

Zelden werd een MIA zo terecht uitgereikt als die aan Lander Gyselinck voor Beste Muzikant in 2015: zijn band STUFF. had er een jaar opzitten waarin het zowat alle Belgische festivals had platgespeeld. Tussen het frutselen met wat andere verbluffende projectjes door, brachten Lander en zijn STUFF.-genoten dit jaar een tweede langspeler uit. Daarop combineert de band zijn wacko jazz met meer eclectische virtuositeit zonder dat de spanningsboog ergens verslapt. Het ideale album voor wie omver geblazen wil worden door technisch hoogstaande originaliteit, of voor wie gewoon eens lekker wil dansen. – Sigi Willems

44. Warhaus – Warhaus

De attitude van een halve enfant terrible, maar eigenlijk zo aaibaar als een pasgeboren katje: zo zou je Maarten Devoldere kunnen karakteriseren op z’n tweede Warhaus-plaat. Die grijnzende albumcover alleen al geeft iets prijs van meer lieftalligheid, en dat is ook waar heel Warhaus rond draait. In haast universele bewoordingen zegt Devoldere waar iedereen ooit wel een keer mee zit: het genot, de spanning en lust, maar ook de angsten, twijfels en verwarring die aan De Liefde vasthangen. Maartens sterk songschrijverschap, de vocale chemie tussen hem en muzeliefje Sylvie Kreusch, de prominente etnische percussie (marimba’s! drums! cowbells!) en af en toe die furieuze blazeruithalen – weinigen deden het Warhaus voor. Laat ik het even kordaat duidelijk maken: nummers als ‘Love’s a stranger’, ‘Well well’ of ‘Dangerous’ zijn zwoele liefdesliederen voor de eeuwigheid, en jij moet dat album snel checken. – Gilles Dierickx

43. Ho99o9 – United States Of Ho99o9

Hiphop en punk hebben hun anarchistische, anti-autoritaire kantjes gemeen, en het duo van Ho99o9 weet die ingesteldheid op zijn debuutalbum perfect weer te geven vanuit beide genres. De titel van de plaat geeft perfect aan hoe de heren denken over de huidige staat van de Verenigde Staten. Muzikaal kanaliseren ze hun woede via hardcore en punk, al behoort ook industriële hiphop tot hun klankenpalet. Op ‘United states of Ho99o9’ schoppen ze in het rond met agressieve teksten opzwepende beats en opgestoken middelvingers, maar ontbreken rustmomenten niet. Het donkere ‘Moneymachine’ bijvoorbeeld: de song hakt er niet meteen het stevigst in, maar kruipt onheilspellend onder de huid. – Daan Leber

42. Thurston Moore – Rock n roll consciousness

Thurston Moore doet anno 2017 nog steeds waar hij een veertigtal jaren geleden mee begon, namelijk het uitdragen van zijn begrip van rock-‘n’-roll. Deze keer kiest hij voor een meer gevoelsmatige benadering van het concept en laat hij daarmee veel ruimte voor psychedelica. Geen maatschappijkritische songs op deze worp, wel een ruimtelijke uitdieping van de liefde. ‘Rock n roll consciousness’ wordt gekenmerkt door repetitieve ritmes en de typische metaalkleurige klank uit Moore’s gitaar. My Bloody Valentine-bassiste Debbie Googe en Sonic Youth-drummer Steve Shelley werpen zich op als bewakers van het grote geheel, terwijl gitarist James Sedwards met zijn virtuositeit mee de kleur mag bepalen. Weliswaar nog steeds ondergeschikt aan dirigent Moore, die meer dan ooit de sound bepaalt. – Jonas Van Laere

41. Phoebe Bridgers – Stranger in the Alps

Ontwapenende eerlijkheid kan hard zijn. Een zekere directheid kan inzichten bieden die je misschien liever even negeert. Phoebe Bridgers was dit jaar de vriendin die zorgde dat je die zaken toch onder ogen zag. En als het dan toch moet, dan is de zachtheid waarmee Bridgers handelt waarschijnlijk je beste keuze. De handen die lieflijk aan gitaarsnaren plukken, zijn dezelfde handen die je hart – afhankelijk van welk nummer je luistert- vermorzeld of genezen achterlaten. Voor wie het aandurft om er zich helemaal aan over te geven, is ‘Stranger in the alps’ een van de meest intieme parels die dit jaar te bieden had.  – Michelle Geerardyn

40. Zola Jesus – Okovi

2017 was niet het jaar waarin Zola Jesus doorbrak bij het grote publiek. Eerlijk gezegd ben ik daar ook niet rouwig om. Unieke artiesten zoals Zola Jesus gedijen dan ook beter in de luwte, weg van de spotlights, major labels én businessplannen. En zo resulteerde het gecombineerde effect van een verhuis naar de ‘heimat’ (het landelijke Wisconsin waar ze opgroeide), een inhoudelijke herbronning richting gothic, neoklassiek en avant-garde, én een rits persoonlijke perikelen (waaronder een traumatiserende zelfmoordpoging van een familielid) in een beklijvend en indrukwekkend album. – Joris Blondeel

39. Fever Ray – Plunge

Hoewel we er eigenlijk al op zaten te wachten sinds 2009, hebben weinig platen ons dit jaar zo verrast als die van Fever Ray. Karin Dreijers solodebuut klonk destijds mysterieus, donker, intrigerend en ongeveer zo bedreigend als een lokale halloweentocht. ‘Plunge’ vliegt je echter ogenblikkelijk en agressief naar de keel. De industrial-invloeden en soms confronterende teksten maken het album minder toegankelijk dan de minimale synthpop van weleer, maar er zijn weinig nummers waarop het de moeite niet loont om achter de pokkeherrie de parels te vinden. “I wanna love you but you’re not making it easy“? Geen probleem, moeilijk gaat ook. – Liam Giraerts

38. Destroyer – ken

Hoe voelt het om op een mooie herfstdag al wandelend te mijmeren over het leven, de tijdsgeest, de liefde, het onbehagen en de schoonheid van dat alles? Dan Bejar geeft het als Destroyer vorm op ‘ken’,  zijn tot op heden meest toegankelijke plaat. Met dromerige sentimentaliteit weet hij verrukking op te wekken terwijl hij zijn kritische overpeinzingen de vrije loop laat. ‘Ken’ is een romantische benadering van zijn suggestieve kijk op de huidige maatschappelijke wonde. Een stil verzet waarbij Destroyer zijn edele muzikale vormgeving injecteert met een portie 80’s electronica. “I can’t pay for this, all I’ve got is money” zingt Bejar in ‘Sometimes in the world’, waarmee hij pijnlijk de worsteling van onze generatie blootlegt. – Jonas Van Laere

37. Brutus – Burst

Je moet helemaal niet into donkere gitaarmuziek zijn om Brutus’ ‘Burst’ te kunnen waarderen. Dat is net het mooie eraan: de urgentie en emoties die door de aderen van deze plaat stromen zijn zo eerlijk, toegankelijk en openbaar dat er geen ontkomen aan is. Op hun eerste langspeler bezetten de Leuvenaars gejaagd elke vierkante meter sonische ruimte die hen gegeven wordt en vinden ze ondanks de vaak overdonderende tempo’s met sludge- en shoegaze-invloeden én Stefanie Mannaerts uitgerekte zanglijnen net een weidse sound met een haast verlammend gevoel. Op die manier is ‘Burst’ de ultieme overrompeling, een tour de force zo krachtig dat er enkel emotioneel braakland achterblijft. – Thomas Konings

36. Björk – Utopia

Hoera, Björk kan weer vrolijk zijn! Als vervolg op het donkere – maar o zo goede – ‘Vulnicura’ uit 2015 serveert de IJslandse popprinses ons met opgeheven hoofd ‘Utopia’, een feeërieke plaat die even melancholisch als hoopvol klinkt. Achter de knoppen voorziet Arca bovendien dat extra snuifje elektronische genialiteit. Ga niet op zoek naar songstructuren, maar laat je met de ogen toe overweldigen door de pure schoonheid, de hogere magie die Björk alweer op zo’n oprechte manier tevoorschijn tovert. – Frederik Jacobs

35. The War On Drugs – A deeper understanding

Je krijgt de keuze als band om je eerste nummer van het nieuwe album te lossen en opteert vervolgens een nummer dat de volledige elf minuten in beslag neemt de wereld in te sturen? Jawel, anno 2017 kan The War On Drugs zich dat veroorloven en krijgt de song bovendien veel airplay bij een van ‘s lands meest beluisterde radiozenders. Het tijdloze karakter van voorganger ‘Lost in the dream’ krijgt een vervolg op ‘A deeper understanding’, waarop Springsteen, Bob Dylan en Tom Petty verder reïncarneren in zalig zweverige rock die je verplicht weg te mijmeren. Wanneer de maatschappij soms iets te snel gaat, is er gelukkig nog The War On Drugs om de tijd even on hold te zetten. – Naomi Hubert

34. Japanese Breakfast – Soft sounds from another planet

Michelle Zauner is groot geworden. ‘Everybody wants to love you’ was vorig jaar een schattige introductie van de artieste. De focus en gedrevenheid die ze bundelt op ‘Soft sounds from another planet’ zorgen echter voor een resultaat dat niet te negeren valt. Wanneer iemand die barst van talent zichzelf niet al te serieus neemt, kan daar een verzameling nummers uit voortkomen die nooit gaat vervelen. De jagende perfectie van ‘Diving woman’ past precies tussen het elektronische van ‘Machinist’ en de zoetheid van ‘Boyish’. Een plaat met meer plot twists dan je favoriete serie. – Michelle Geerardyn

33. Fleet Foxes – Crack-up

Doorgaans hoor je een band album na album geleidelijk evolueren. Dat wordt iets moeilijker wanneer je een pauze van zeven jaar inlast. En dus breekt Robin Pecknold op ‘Crack-up’, zoals de titel doet vermoeden, haast volledig met het oudere werk van zijn groep. Had Pecknolds karakteristieke stemgeluid niet zo’n prominente rol vervuld, kon deze derde plaat van Fleet Foxes evengoed onder een ander alias uitgebracht zijn. Alhoewel: net als de harmoniefolk uit de beginjaren weet ‘Crack-up’ je beroeren en betoveren, al neemt het daarvoor iets langer de tijd. Een album dat z’n geheimen ook de komende jaren zal blijven prijsgeven, en daardoor meer dan terecht in deze lijst staat. – Mattias Goossens

32. Protomartyr – Relatives in descent

Dreigend. Eigenzinnig. Nonchalant. Protomartyr bezit zowat alles wat een postpunkband nodig heeft. Die eigenzinnigheid is op nieuwste worp ‘Relatives in descent’ bovendien nog meer aanwezig dan op zijn uitstekende voorganger ‘The agent intellect’. De songs zijn losser, er wordt wat meer buiten de lijntjes gekleurd en tempo- en volumewisselingen duiken vanuit het niets op. Zanger Joe Casey spuwt zijn frustraties uit, maar laat de deur op een kier staan voor een melancholische bries – die zich vaak vertaalt in het buiten de parlando treden. En verdomme, wat een wereldnummer is afsluiter ‘Half sister’. – Frederik Jacobs

31. Forest Swords – Compassion

Als het magistrale ‘Engravings’ zo’n vier jaar terug niet voldoende was om je van je electronica-sokken te blazen, dan zal tweede langspeler ‘Compassion’ het gewenste effect evenmin bereiken. Want ergens voelt het alsof Forest Swords ons simpelweg op een tweede collectie van aan mysterie doordrongen, hoogbegaafde en uitermate indrukwekkende tracks trakteerde – maar dan met nog meer ambitie en consistentie. Kletterende percussie doet haasje-over met sublieme bassen (‘Exalter’), ondoorzichtige synths en krachtige samples klonken nog nooit zo intelligent én dansbaar op hetzelfde moment (‘Raw language’). Hoe gepolariseerd de maatschappij vandaag ook is, en hoezeer Barnes beschouwd kan worden als een politiek producer (“I fear something’s wrong/ Panic is on“), Barnes speelt het spel dan ook zelfbewust, en doet dat met succes. De producer laat een veelheid aan invloeden en stemmen doorschemeren in zijn door en door unieke klankenpalet, resulterend in een elektronisch tijdsdocument dat buitengewoon hoopvol klinkt. – Johan Baeten

30. Corbin – Mourn

Nieuwe Wedidit-artiest Corbin (f.k.a. Spooky Black) liet met ‘Mourn’ dit jaar definitief zijn status als Soundcloud-rapper achter zich en ontpopte zich tot een duistere crooner. Op de vaak analoge, lome en weemoedige producties van labelgenoten Shlohmo en D33J schreeuwt de Amerikaan zijn stem schor, mompelt hij met een ingetogen parlando of laat hij zijn stem zachtjes glijden over synthpartijen en baslijnen allerhande. Zijn smart en inwendige twisten leiden zowel tot rauwe en krachtige teksten als koude, breekbare refreinen. Corbin toont zich op zijn kwetsbaarst en daar kan niemand onbewogen bij blijven. – Anton Creemers

29. Moses Sumney – Aromanticism

De titel van dit debuut spreekt boekdelen. Moses Sumney gelooft niet in de romantische liefde en daar besloot hij een plaat over te maken. Een ijskoude, zielloze bedoening die je geloof in de mensheid gegarandeerd doet kelderen? Allesbehalve. Moses leverde misschien wel de warmste, meest lyrische langspeler van het jaar af. Zijn karakteristieke stemgeluid zweeft over de spaarzame arrangementen: een snuifje elektronica hier, een sliertje strijkers daar, en dat alles op een bedje van kabbelende gitaar. Kortom, als je hart weer eens in duizenden gruzelementen is gebroken, is dit het troostende kersenpitkussentje om je in te nestelen. Ik zou zelfs bijna durven zeggen: “romantisch”. – Matthias Desmet

28. Amenra – Mass VI

Jaar na jaar breidt de toegewijde aanhang van het duistere Amenra zich verder uit. Nochtans lijken de postmetal en doomsludge waar de band garant voor staat niet meteen genres waar de massa’s voor in zwijm vallen. De Kortrijkzanen bewijzen het tegendeel: op ‘Mass VI’ gaan ze geheid verder met hun transcendente, muzikale concept rond spiritualiteit, pijn, dood en verdriet. De inktzwarte gitaarprogressies en loodzware, maar slome drumpartijen slepen je mee naar een dorre woestenij, waar alle hoop al lang vervlogen lijkt. De muziek van Amenra is en blijft pure emotie, en dat valt simpelweg niet te faken. – Sigi Willems

27. Blanck Mass – World eater

Blanck Mass’ derde album ‘World eater’ is niet voor gevoelige zielen. Het klinkt als een lange paniekaanval vol paranoia en adrenaline, bol van de grootheidswaanzin en toch op het randje van de afgrond. Benjamin John Power (bekend van Fuck Buttons) bewijst op zijn meest experimentele plaat tot nu toe dat bombast ook intelligent en meeslepend kan zijn. En hoe. – Frederik Jacobs

26. Tyler, The Creator – Flower boy

Tyler, The Creator grijpt net naast de eerste helft van onze eindejaarslijst met zijn veelbesproken ‘Flower boy’. Hij hield zowel zijn fans als de rest van de muziekwereld aan het lijntje met heel wat mysterie. De meester in het gebruik van het woord “faggot” zou al dan niet uit de kast komen met deze plaat. We hoorden Tyler nooit eerder zo eerlijke redeneren over een identiteitscrisis waar quasi elke twintiger mee te kampen heeft. Iets minder gespuw en wat meer ingebouwde rust zorgen op ‘Flower boy’ voor een heerlijke dynamiek. De prijs van meest geloofwaardige album van dit jaar gaat alvast uit naar Tyler, die zich in 2017 iets minder grofgebekt toonde. – Naomi Hubert

25. Spinvis – Trein vuur dageraad

Zes jaar na ‘Tot ziens, Justine Keller’ bracht Erik De Jong eindelijk nog eens een nieuwe plaat uit. Op ‘Trein vuur dageraad’ is Spinvis weer zijn poëtische zelve en observeert hij de schoonheid van de kleine dingen. Het album staat met twee voeten geworteld in het stadsleven en vanuit deze positie bekijkt De Jong de mensen en hun drukke gedoe. Op muzikaal vlak wordt er nog wat verder afgestapt van de lofi-esthetiek die vaak in ‘s mans eerdere werk te vinden was, maar de grootsere arrangementen op ‘Trein vuur dageraad’ bevatten nog steeds het authentieke Spinvisgevoel zoals alleen Erik De Jong dat kan produceren. – Tobias Cobbaert

24. Aldous Harding – Party

Als je over één feestje uit 2017 FOMO moet hebben, is het wel de ‘Party’ van Aldous Harding. De Nieuw-Zeelandse met serious eye game bracht op haar tweede plaat spaarzaam geïnstrumenteerde maar hypnotische folk voorzien van spitsvondige details zoals bijvoorbeeld de ritmebox in ‘Blend’ of het kinderkoortje in ‘Imagining my man’. Wat ‘Party’ echter helemaal fascinerend maakt, zijn de vocale kwaliteiten van Harding. Waar ze op het titelnummer nog opent met een onzeker trillende stem, is haar wijd opengesperde keelgat in ‘Horizon’ de klok waarop de song tikt. – Tiffany Devos

23. Big Thief – Capacity 

Vanaf de eerste noten op ‘Capacity’ grijpt Big Thief je bij je vel. Het zijn de momenten die schipperen tusen pure, onschuldige schoonheid en oversturing die het album verheffen tot een klassieker. Op ‘Great white shark’ gaat de crescendo bijvoorbeeld feilloos over naar een van de mooiste momenten: “Look, daughter and owl/ Listen to her howl/ That howled when you were born to me”. Geweldige songwriting en bloedmooie poëtische teksten zorgen voor kippenvelmomenten bij quasi elk nummer. Weinig albums slagen erin om onzekerheid, weemoed, maar ook frustratie op zo’n manier samen te brengen tot iets wat groter is dan de som der delen. – Simon Kremar

22. Roméo Elvis x Le Motel – Morale 2

Wie had ooit kunnen denken dat er in een tijd waarin separatistische partijen hoogtij vieren, men in Vlaanderen massaal Franstalige hiphop zou luisteren? De hoogst genoteerde Belg is niet geheel toevallig een rapper. Roméo Elvis is het uithangbord van een nieuwe generatie Belgische talenten voor wie 2017 het jaar van de erkenning was. De man uit Linkebeek is veruit de meest getalenteerde, ‘Morale 2’ het meest complete album. Hij bezit de zuiverste vocals, spit spitsvondige teksten en op het album staan zowel nummers met hitpotentieel als aanstekelijke bangers. Toch is ook de bijdrage van zijn kompaan Le Motel onmiskenbaar. Hij bezorgt met zijn zweverige beats het podium waarop Roméo als een ongeleid projectiel kan uitblinken. – Geerhard Verbeelen

21. Kelela – Take me apart

Met haar debuutalbum ‘Take me apart’ eist Kelela definitief haar plaats op binnen de wereld van de alternatieve r&b. Waar de zangeres zich in het verleden niet altijd even duidelijk kon onderscheiden van haar genregenoten, vindt ze op ‘Take me apart’ haar eigen stem. Met behulp van boeiende, gelaagde producties door onder meer Arca bestrijkt Kelela een rijk emotioneel palet waarin ze met veel openheid alle aspecten van het liefdesleven bezingt. Vorm en inhoud gaan hand in hand samen om zo een muzikale totaalervaring te presenteren. – Tobias Cobbaert

20. The National – Sleep well beast

In tegenstelling tot die andere stadion-indieband Arcade Fire, wist The National dit jaar gelukkig wel zijn verwachtingen waar te maken. ‘Sleep well beast’ is een (naar The National-standaarden) vrij avontuurlijke plaat geworden die tegelijkertijd zeer vertrouwd aanvoelt. De nieuwe elektronische geluidjes die in songs als ‘Empire line’ en de titeltrack binnensijpelen, klinken nergens geforceerd en de songwriting op zich is van een uitzonderlijk niveau. Droefsnoet Matt Berninger zijn teksten lijken op het eerste gehoor rechttoe rechtaan met relatieproblemen te handelen, maar tegelijkertijd zijn ze meer cryptisch dan ooit tevoren. Dit album mag zonder schaamte naast The National-klassiekers als ‘The boxer’ en ‘High violet’ staan. – Martijn Bas

19. Lorde – Melodrama

Er zijn weinig thema’s die in de populaire cultuur zo vaak aan absurd fetisjisme ten prooi vallen als coming of age – zeker wanneer het tienermeisjes betreft. De entertainmentindustrie is geobsedeerd door jongerencultuur en bijbehorende perikelen, wat al te vaak resulteert in geromantiseerde (kapitalistische) eindproducten die nog weinig raakvlakken vertonen met de realiteit. En alleen daarom al is Lorde zo’n welgekomen figuur. Met ‘Melodrama’ vertaalt de 21-jarige Nieuw-Zeelandse haar eerste heartbreak in een buitengewoon goed album. De zangeres excelleert op het album in poplyriek betreffende al de ontembare emoties en de grote kleine (melo)drama’s die leven en liefde van al wie jong is echt definiëren. Dit alles wordt ondersteund door een bijpassende verzameling zinderende producties die de nodige poptouch leveren. ‘Melodrama’ kan zonder twijfel een van de beste albums van het jaar worden genoemd. Al onderschat je dan waarschijnlijk z’n impact. – Mats Antonissen

18. Charli XCX – Number 1 angel

Charli XCX is een indrukwekkend muzikaal imperium aan het uitbouwen dat bij elke release nieuwe popgevoelige zieltjes verovert. Haar transcendentale ‘Vroom vroom EP’ was een uitzinnig popexperiment waarmee ze nagenoeg alle critici voor zich won. Opvolger ‘Number 1 Angel’ is iets terughoudender, al is dat relatief, want Charli verliest op geen enkel moment haar scherpe kantjes. Haar PC Music-bff’s tekenen weer present en dat zorgt, in combinatie met nog enkele andere gasten en haar eigen ongecensureerde enthousiasme, wederom voor heel wat euforische momenten. “I went to go get it, I get it, I got it”, zingt XCX op ‘Dreamer’, waarmee ze ons eraan herinnert dat alle verzet zinloos is. Wij zijn echter al lang gezwicht. – Mats Antonissen

17. V.A. – Mono no aware

Mono no aware (Japans: letterlijk “weemoed der dingen”) beschrijft een zeker begrip voor vergankelijkheid. Met dit gevoel als insteek compileerde Bill Kouligas van het Berlijnse PAN-label dit voorjaar het werk van 16 diverse artiesten waaronder landgenote Sky H1 tot een genre-definiërend ambientalbum. Het geheel is er een van ongeëvenaarde, eenvoudige schoonheid steeds gewenteld in doordringende maar zachte droefheid. Met tracks als onder meer het bloedmooie ‘Limerence’ van mysticus Yves Tumor en ‘Second coming’ van Ayya biedt het album een mooie en vooral frisse bodem voor de groei van een nieuwe generatie ambientproducers in de komende jaren. – Anton Creemers

16. St. Vincent – MASSEDUCTION

Na jaren van intens toeren had Annie Clark nood aan rust, maar daar kwam bitter weinig van in huis. Terug thuis bleek ze net zo intens te leven. Ze ontwikkelde een bescheiden pillenverslaving en knoopte een turbulente relatie aan met supermodel Cara Delevigne. Genoeg materiaal om een arsenaal aan platen mee te voorzien, maar als St. Vincent balt ze haar hartzeer samen in 13 puntige popnummers. Minder frenetieke artrock en meer synths dus. Dat is te danken (of te wijten) aan producer Jack Antonoff, die dit jaar ook al belangrijke credits opeist bij Taylor Swift en Lorde. Eén ding staat wel vast: St. Vincent zindert altijd na. – Max De Moor

15. Perfume Genius – No shape

Hoe ver kan een artiest openbloeien vooraleer je beseft dat die metafoor geen steek meer houdt? Op ‘No shape’ is Perfume Genius geen voorzichtig ontluikende bloem, maar een verblindende zon die opkomt. In de climax van single ‘Slip away’ is er werkelijk geen houden aan, het lijkt alsof de hemel openscheurt. Niet gemakkelijk verteerbaar voor de gemiddelde luisteraar, maar het zal Mike Hadreas worst wezen. Hij heeft verslavingen, verlammende onzekerheden en abjectie overwonnen om met een verschroeiende kracht zijn licht te kunnen laten schijnen. Bovendien is ‘No shape’ een perfect georkestreerde plaat die precies weet waar ze een versnelling terug moet schakelen, al vereist het een kleine investering om dat te ontdekken. Geloof ons, het is de moeite waard. Hoe luidt dat beroemde popadvies weer? Everybody’s free (to wear sunscreen). – Max De Moor

14. The xx – I see you

Ondanks een corny, zwakke promocampagne is The xx een van de succesverhalen van het voorbije jaar geworden. Met ‘I see you’ toonde het drietal zich bereid om meer van zichzelf aan het publiek te geven – en of dat publiek gretig toehapte. De derde plaat van de Britten zal de geschiedenis ingaan omwille van Jamie’s toegenomen invloed, maar het is niet echt een avontuurlijke productie die deze langspeler zo uitzonderlijk maakt. Eerder weet The xx op een eigen, niet bijzonder extravagante manier een spectrum aan emoties weer te geven dat gelaagd en veelkleurig is. Met een zekere intelligente en commerciële beredenering weet de groep steeds de juiste stemming te scheppen en er liedjes rond te bouwen die uitgroeien tot vernuftige anthems. – Thomas Konings

13. Kedr Livanskiy – Ariadna

Als je me vorig jaar zei dat ik in 2017 Russische techno zou ophemelen, had ik je een blik toegeworpen met een temperatuur diep onder die van Moskou. Maar goed, eenzelfde reactie zou je ook krijgen als je me vertelde dat een bepaalde wortelkleurige man president kon worden of dat Catalaanse activisten onze hoofdstad zouden overspoelen. Op haar langspeeldebuut bouwt Kedr Livansky een grillige parallelwereld met een eigenzinnige combo van bezwerende en prikkelende electronica en etherisch gezang in de moedertaal. We zouden spontaan Russisch leren om te horen wat Yana Kedrina over die wereld vertelt op ‘Ariadna’. Gezien de referenties naar dichters William Blake (‘ACDC’) en Mikhail Lermontov (‘Mermaid’) en de vertalingen die je in onze review kan lezen, mogen we spreken van een zekere graad van poëzie. Het geheel klinkt even vervreemdend en tegelijk vertrouwd als onze eigen wereld, maar vooral zo veel mooier. – Milena Maenhaut

12. Thundercat – Drunk

Het cv van Stephen Burner, alias Thundercat, is indrukwekkend – de man werkte al samen met onder meer Erykah Badu, Kendrick Lamar, Flying Lotus en Kamasi Washington. Het was echter pas met derde langspeler ‘Drunk’ dat ook zijn solomateriaal de aandacht kreeg die het verdiende. Kunst en kitsch gingen zelden zo zelfverzekerd hand in hand als op dit album. Burner haalde zijn inspiratie uit spul met geen al te beste reputatie: muzakbehang uit de seventies en eighties, gladde fusion, plastieken soul en fake funk. Dankzij een grote scheut prog, punk en humor maakt hij zijn inspiratiebronnen echter weer urgent en actueel. Gameboygeluiden en miauwende katten, hier verveelt een mens zich niet. – Matthias Desmet

11. Sampha – Process

Na tal van (succesvolle) samenwerkingen besloot Sampha in 2017 solo te gaan. Met zijn debuutalbum raakte hij de gevoeligste snaar van het jaar. ‘Process’ is een eerlijke en pure ode aan verdriet en rouw. Met breekbare nummers likt Sampha Sissay wonden die hij vervolgens zelf zalft met zijn engelenstem, hét instrument van deze plaat. Toch doet ook de begeleiding zijn werk: de beats zijn minimaal maar cruciaal, en zorgen voor dat tikkeltje meer dan de nummers van dertien-in-een-dozijn-songwriters. Te midden van alle emotionaliteit vindt de Brit gelukkig hoop en bevrijding. Ongeveer de helft van de nummers straalt enig optimisme uit. Zet ‘Process’ op en geef je moeder een knuffel. Jullie zullen er allebei gelukkiger van worden. – Geerhard Verbeelen

10. Xiu Xiu – Forget

Op ‘Forget’ omarmt de band rond Jamie Stewart voorzichtig toegankelijkheid zonder wat Xiu Xiu daadwerlijk Xiu Xiu maakt te verloochenen. De focus is iets meer op pop gericht dan voorheen – met ‘Wondering’ maakte de groep dit jaar note bene een beter Arcade Fire-nummer dan Arcade Fire zelf – maar hun gure blik op de mens blijft prominent aanwezig. ‘Forget’ is dus in geen geval een gemakkelijke zit. Net voor ‘Wondering’ drukt Stewart je in ‘Queen of the losers’ immers op het hart dat zijn zelfhaat er niet op verminderd is. Jamie blijft doorheen de plaat met snedige uithalen even onvoorspelbare als krachtige klappen in het gezicht serveren, telkens raak en met een garantie op een gebroken neus. Door middel van hun luide, semi-industriële ondersteuning voorzien Angela Seo en Shayna Dunkelman de rest van je lijf van blauwe plekken. Soms is dat briesend en agressief (‘Jenny GoGo’, ‘Forget’), elders opgejaagd en zelfs verrassend catchy (‘The call’), maar boven alles steeds spannend en energetisch. In de vorm van ‘Get up’ komt daar nog een overvallend intense blijk van erkenning en troost bij kijken. Uiteindelijk blijft de gitzwarte ziel van Xiu Xiu overheersen, en die bezit een eigenzinnig persistente levensdrang. Het album kan dan ook niet anders dan eindigen met de woorden van Vaginal Davis: “I was born dead and I was born to die.” – Pascal Vandenberghe

9. LCD Soundsystem – American dream

Toen James Murphy in 2011 zijn band stopzette na het derde studio-album ‘This is happening’ en een bijhorende afscheidstournee, was menig muziekliefhebber er het hart van in. Begrijpelijk, want waarom zou zo’n sympathieke en populaire groep met een onberispelijke livereputatie er mee ophouden? Wel, mister LCD Soundsystem vond van zichzelf dat hij te oud geworden was om nog met de band door te gaan. Achteraf gezien is dat natuurlijk een belachelijke reden, zeker als je hoort wat de man in kwestie nog in zijn mars had – ‘American dream’ is namelijk de beste plaat die de band ooit maakte.

Voorafgaande singles ‘Call the police’ en ‘Tonite’ konden ons met hun feestelijke vibe niet voorbereiden op de donkere bedoening die ‘American dream’ uiteindelijk zou worden. Neem nu bijvoorbeeld ‘Black screen’, wat een gedroomde afsluiter en een pakkend eerbetoon is aan James Murphy’s overleden held (en vriend) Bowie. Of ‘How do you sleep’, dat start als een vage nachtmerrie en uitmondt in een ultradansbare climax met heerlijke synthbassen. De band slaat geen nieuwe weg in met ‘American dream’, maar doet gewoon weer waar het goed in is: 40 jaar popmuziek vermengen met hun eigen, opzwepende geluid. – Martijn Bas

8. Vince Staples – Big fish theory

Vince Staples staat bekend om zijn absurde humor in interviews, maar vooral als muzikant is de rapper de moeite waard om in de gaten te houden. Zijn vorige album ‘Summertime ‘06’ bleef binnen de wijde grenzen van hiphop, maar op de ‘Prima donna’-ep toonde Staples al aan dat experimentelere beats ook zijn ding zijn. Op ‘Big fish theory’ trekt hij voluit de kaart van alternatieve hiphop. De beats zijn voornamelijk geïnspireerd door house en andere electronica. De eerder onbekende producer Zack Sekoff is mede verantwoordelijk voor die sound, maar ook a-list gasten ontbreken niet. Het beste voorbeeld hiervan (en een combinatie die we in onze stoutste dromen niet durfden vormen) is ‘Yeah right’; op een hoekigere beat van SOPHIE en Flume, spitten Staples en Kendrick Lamar hun verses. ‘745’ is een ander hoogtepunt: de drukkende bassen doen meteen denken aan een aanbrekend onweer. Op vlak van teksten laat de rapper uit Long Beach diep in zijn ziel kijken. De tol van roem komt aan bod, maar ook maatschappijkritiek blijft niet uit (‘BagBak’). Dit alles doet hij op een eerder onderkoelde, maar daardoor des te effectievere wijze. ‘Big fish theory’ slaagt erin om op heel verrassende wijze de verwachtingen in te lossen. – Daan Leber

7. Kelly Lee Owens – Kelly Lee Owens

Kelly Lee Owens begon ooit als bassiste bij de indierockband The History of Apple Pie, maar belandde dankzij Daniel Avery in de elektronische regionen van het muziekspectrum. De gitaren werden ingeruild voor een lading synths en zo begon de Engelse zich te verdiepen in een geheel ander genre, met het wonderlijke debuut ‘Kelly Lee Owens’ als resultaat. De pulserende ambient en subtiele, verfijnde techno vormen op zich al een interessante combinatie, maar het is toch de flinke portie droompop die de plaat een torenhoog paar stiletto’s omgespt. Haar hoge, engelachtige stemgeluid is overgoten met galmende effecten en telt meer lagen dan de gemiddelde huwelijkstaart. De technoclimaxen van ‘Lucid’ en ‘Bird’ veroorzaken dan weer een zinderende, mentale synesthesie – we zien de beats flitsen als verblindende stroboscopen. Die grensvervaging tussen onze zintuigen wordt perfect samengevat in het hypnotiserende mantra van ‘CBM’: “the colors, the beauty, the motion”, we zien het onszelf al meedreunen op een rave. Haar muziek blijft echter ook stevig overeind als er minder beats mee gemoeid zijn – dat bewijst het zweverige, Massive Attack-achtige ‘Keep walking’. Dat ze na die radicale genrewissel een werk van dergelijke kwaliteit kan leveren, doet reikhalzend verlangen naar een volgend genre dat door de Kelly Lee Owens-molen gedraaid wordt. Al zouden we stiekem ook heel blij zijn met meer van die heerlijke droompop-ambienttechno. – Hanne Craye

6. Mount Eerie – A crow looked at me

Dit is een plaat waarvan werd gehoopt dat ze nooit hoefde te worden gemaakt. Phil Elverum stript hier het concept Mount Eerie van zijn ambigue teksten en de kenmerkende allusies op natuurfenomenen. ‘A crow looked at me’ behelpt zich evenmin van instrumentale uitspattingen of experimentatie. Centraal staat Geneviève Castrée, zijn echtgenote die in 2016 aan pancreaskanker overleed. De rest is futiel. Phil wendt enkel de instrumenten van Geneviève aan, gewenteld in een omgeving die eveneens enkel de herinnering aan haar ademt – het album werd namelijk volledig opgenomen in haar atelier. Elverum biedt op ‘A crow looked at me’ een inkijk in zijn hoofd tijdens de eerste maanden na Castrée’s overlijden. Het is een rouwdagboek waarop de Amerikaan in een stream of consciousness zijn vrouw aanspreekt met kristalheldere anekdotes en ijzingwekkende emotionele mokerslagen die je verweesd en ongemakkelijk achterlaten. Al luisterend beticht je jezelf van een oncomfortabel voyeurisme. Geen enkele plaat weet zó oprecht het innerlijke rouwproces te capteren als de kersverse vader hier doet. “It’s not for making into art”, stelt Phil nog in de opener. Met ‘A crow looked at me’ doet hij echter exact dat, maar dan gegoten in een album dat niets verbloemt en alle ongemak hartverscheurend confronteert, geheel compromisloos. Zonder twijfel het beste album dat je geen tweede keer wil luisteren. – Pascal Vandenberghe

5. Mount Kimbie – Love what survives

Even terugspoelen naar 2013, toen Mount Kimbie met ‘Cold spring faulth less youth’ misschien wel een van dé electronicaplaten van het jaar afleverde. Hoe Dominic Maker en Kai Campos stukjes indie en jazz, maar evengoed lagen techno binnensmokkelden in hun rafelige, zachte ambient en daarover subtiel doch doeltreffend vocals drapeerden – de twee bezetten duidelijk niet voor niets een uniek plekje in het dichtbevolkte elektronische landschap. Met ‘Love what survives’ leek Mount Kimbie die plek eerder achter zich te willen laten, en beweegt het duo zich volop schuifelend richting de hoek van postpunk, krautrock en flarden new wave. De synths en samples tekenen uiteraard nog steeds present, al is het even vaak de baslijn die het fundament van een track beslaat. In combinatie met opvallend akoestische drums – en dus niet zozeer beats – is de knipoog naar The Cure compleet (check zo ‘Marylin’ en ‘Audition’). Uiteraard ligt de kracht van de groep ook in z’n keuze van gastvocalisten: King Krule legt wederom een grillig sfeertje in ‘Blue train lines’, en een soulvolle James Blake trekt ‘We go home together’ en het jazzy ‘How we got by’ zo naar de top van dit album. – Gilles Dierickx

4. Kendrick Lamar – DAMN.

Wie al van het begin loyal is aan deze Kung Fu Kenny heeft het vast ook al gemerkt: ‘DAMN.’ is meer dan zomaar een album. Het is een epische vertelling die alle vormen van hiphop gebruikt om het fenomeen Kendrick Lamar te proberen analyseren. Het is een stijloefening én een dagboek. Het is een plaat die van voor naar achter én van achter naar voor goed klinkt. Het is een plaat waarop samenwerkingen met Rihanna én Bono meer dan goed uitdraaien. Net zo snel als ‘HUMBLE’ viraal ging, zo snel waren wij ervan overtuigd dat ‘DAMN.’ hoge toppen zou scheren in onze eindejaarslijst. En ziehier, gelijk hadden we. Met ‘DAMN.’ bevestigt meneer Lamar zijn grootsheid als rapper anno 2018, met verses waar menig mumble rapper kop noch staart aan krijgt. “’t Is moeilijk bescheiden te blijven, wanneer je zo goed bent als ik,” zong Peter Blanker in 1981. “I’m the realest nigga after all, bitch, be humble” klinkt het op DAMN. Bij Blanker was er twijfel mogelijk. Bij Kendrick Lamar niet. – Romina Cucchiara

3. Arca – Arca

Sinds 2012 gaat er geen jaar voorbij waarin Arca niet met briljante klasseflitsen de gekende noties van muziek overstijgt. De voorbije twaalf maanden konden op dat vlak weer tellen: voor Kelela’s debuutalbum leverde hij baanbrekende producties, met Björk maakte hij het razend inventieve ‘Utopia’ en op zijn eigen album ‘Arca’ oversteeg hij alles en iedereen met een sound die we zelfs van de Venezolaanse goochelaar niet verwacht hadden. Eigen vocals maakten hun fameuze intrede op het merendeel van de songs op zijn derde langspeler. Sirenezang doorspekte het gehavende ‘Piel’ met meer tastbare emotie dan we ooit van deze geniale artiest gehoord hadden, ‘Desafio’ bracht Arca met zijn vocals bijna in de buurt van een hitje – al bleef de sound buitenwerelds, een beetje vuil en uiterst aandoenlijk – en ‘Fugaces’ ontdekte dan weer een paradijselijk kantje voor de obscure en soms obscene geëxternaliseerde driften en gedachten van dit werk. Op songs als ‘Anoche’ en ‘Reverie’ legde Alejandro Ghersi zo met de combinatie van zang en tuimelende, uiterst verfijnde producties de meest vernieuwende popmuziek van de voorbije jaren bloot: lichtjaren verwijderd van alle conventies en freakier dan wat je dacht te willen horen, maar toch zo beklijvend dat je er met plezier een pak zweepslagen voor wilde ondergaan. – Thomas Konings

2. King Krule – The OOZ

2017 was het jaar van genre-overschrijdend gedrag. Want meer dan wat dan ook was 2017 eigenlijk het jaar van King Krule. Met ‘The OOZ’ voegt Archy zich bij het rijtje artiesten waarvoor een nieuw genre moet uitgevonden worden als je hem wil vatten in een woord. Gebrekkig getunede gitaren doen songstructuren duizelen en dikke saxofonen zetten dat gevoel kracht bij. Marshall houdt het geheel schreeuwend in het gareel of laat het allemaal mompelend zijn gang gaan.

Het kan best zijn dat iemand de Londenaar gevraagd heeft om een soundtrack te schrijven voor de fundamentele eenzaamheid van de mens. ‘The OOZ’ laat je gedesoriënteerd achter met een sound die door drie zwarte gaten lijkt te passeren voordat ze je trommelvlies bereikt. Die laat je verweesd achter in een desolate dimensie waar tijd en ruimte onbestaand zijn. Tegelijk kan ‘The locomotive’ klinken als een beklemmend kleine kamer vol wildvreemden die je isolement verder onderstrepen. Hoe ongemakkelijk dat allemaal ook mag klinken, we zouden het voor geen geld willen inruilen voor een zonnig onbewoond eiland. – Michelle Geerardyn

  1. 1. Slowdive – Slowdive

Honger mag dan wel de beste saus zijn, op muzikaal vlak zijn langverwachte comebacks helaas al te vaak een bittere pil om te slikken. Niet zo bij Slowdive. Na twintig jaar schudden de Engelse shoegazepioniers enkele van hun beste nummers uit de effectenbakken. De combinatie van Neil Halsteads gevoel voor melodie en Rachel Goswells ijle sirenenzang zorgt meerdere malen voor koude rillingen en hartverwarmende passages – op de beste momenten zelfs tegelijkertijd. Dat Slowdive nu voor meer publiek speelt dan tijdens de hoogdagen van het genre – een ongelukkige programmatie op het hoofdpodium van Rock Werchter incluis – zien we dan ook alleen maar als een meer dan terechte erkenning. ‘Slowdive’ is een waardevolle aanvulling voor wie opgroeide met ‘Souvlaki’ en tevens een verwelkomende toegangspoort naar het genre voor wie nu pas schuifelend z’n weg zoekt richting dromerige gitaarpop. Acht tijdloze nummers waarop het heel makkelijk verliefd worden is, en wij gaven ons gewillig over. – Mattias Goossens


1. Slowdive – Slowdive
2. King Krule – The OOZ
3. Arca – Arca
4. Kendrick Lamar – DAMN.
5. Mount Kimbie – Love what survives
6. Mount Eerie – A crow looked at me
7. Kelly Lee Owens – Kelly Lee Owens
8. Vince Staples – Big fish theory
9. LCD Soundsystem – American dream
10. Xiu Xiu – Forget
11. Sampha – Process
12. Thundercat – Drunk
13. Kedr Livanskiy – Ariadna
14. The xx – I see you
15. Perfume Genius – No shape
16. St. Vincent – MASSEDUCTION
17. V.A. – Mono no aware
18. Charli XCX – Number 1 angel
19. Lorde – Melodrama
20. The National – Sleep well beast
21. Kelela – Take me apart
22. Roméo Elvis x Le Motel – Morale 2
23. Big Thief – Capacity
24. Aldous Harding – Party
25. Spinvis – Trein vuur dageraad
26. Tyler, The Creator – Flower boy
27. Blanck Mass – World eater
28. Amenra – Mass VI
29. Moses Sumney – Aromanticism
30. Corbin – Mourn
31. Forest Swords – Compassion
32. Protomartyr – Relatives in descent
33. Fleet Foxes – Crack-up
34. Japanese Breakfast – Soft sounds from another planet
35. The War On Drugs – A deeper understanding
36. Björk – Utopia
37. Brutus – Burst
38. Destroyer – ken.
39. Fever Ray – Plunge
40. Zola Jesus – Okovi
41. Phoebe Bridgers – Stranger in the Alps
42. Thurston Moore – Rock n roll consciousness
43. Ho99o9 – United States of Horror
44. Warhaus – Warhaus
45. STUFF. – old dreams new planets
46. Four Tet – New energy
47. SZA – Ctrl
48. Jlin – Black origami
49. Jacques Greene – Feel infinite
50. Liars – TFCF

Laatste artikels

In de kijker

Meer Indiestyle

Tips

Les Nuits Botanique