Het beste van 2017 volgens Jonas

We geven ook dit jaar weer onze redacteurs carte blanche om terug te blikken op het voorbije (muzikale) jaar. Hieronder vind je het jaaroverzicht van Jonas.

This just happened #badseedsontour #sportpaleis #staggerlee #onstage #nickcave @nickcaveofficial

Een bericht gedeeld door Jonas VL (@jonas_v_laere) op

Platen van het jaar

20. Zwangere Guy – Zwangerschapverlof vol. 3

Er hadden platen de lijst kunnen openen die over de hele lijn beter zijn dan ‘Zwangerschapsverlof vol. 3’, maar dan had ik deze niet kunnen vermelden. Zwangere Guy en zijn kornuiten koppelen swag aan finesse en een intrigerend muzikaal klankenpalet. Normally no spek for my bek, maar de Guy is een specialleke. In de gaten te houden dus!

19. Brutus – Burst

De meest rechtstreekse kopstoot in deze lijst. Stefanie Mannaerts zingt en brult haar stembanden aan gort terwijl ze met dezelfde stormkracht haar drumvellen probeert te vierendelen. Noise met een eigen emotievolle twist en live spannender dan de reinste schoonheid in Boratstring.

18. Briqueville – II

Meng Amenra, Tool, The Black Heart Rebellion en Swans door elkaar en je krijgt een idee van wat Briqueville te bieden heeft. Uitgesponnen en dreigende muzikale aktes die zich een weg banen tussen post- en sludgemetal. ‘Briqueville II’ begeesterd door de schoonheid van verminking in een weerzinwekkend schemerlicht te plaatsen. Het schouwspel mag dan gruwelijk zijn, de esthetiek is dat geenszins.

17. Jlin – Black origami

Jlin ontpopt zich in een razendsnel tempo als vernieuwende kracht binnen het footwork-subgenre. Door de toevoeging van verrassende sensaties uit alle windrichtingen komt ze volledig los van homebase Chicago. Met Oosterse, Afrikaanse, grootstedelijke, Zuid-Amerikaanse invloeden weeft ze een onconventioneel muzikaal tapijt dat onberedeneerd en toch consistent aanvoelt. De futuristische transcendentie is dan ook nooit veraf tijdens “soundsystem Jlin”.

16. Algiers – The underside of power

In barre tijden heeft een mens nood aan zalving. Franklin Fisher en zijn band Algiers bezweren doorheen ‘The underside of power’ naast de esthetiek van het leven ook de weerzin ervan. Zonder hoogdravend te zijn maken ze de politieke tijdsgeest bevattelijk en omringen ze deze met een tijdloze sound.

15. Soulwax – From deewee

De Dewaele broers keren terug met een organisch album dat simultaan rockt en groovet. Geen nieuw recept, wel een stevige en sublieme adaptatie naar een versie waarbij drie drummers het geheime ingrediënt zijn om dance nu ook echt uppercuts te laten uitdelen. Een zoet broodje is er niets tegen.

14. Foxygen – Hang

Voor de grootste portie pathos moest je dit jaar bij Foxygen zijn. ‘Hang’ is het moderne equivalent van wat er begin vorige eeuw in vaudeville en variété theaters gebeurde, een soortement Moulin Rouge maar dan onder handen genomen door Tim Burton.’Hang’ laat met een glimlach, een portie je ne sais quoi en veel gevoel voor dramatiek beide kanten van de levensmedaille zien. Geen voer voor ieders bek, maar intrigeren doet het zeker.

13. Baxter Dury – Prince of tears

Baxter Dury kenden we als toffe peer die zich op zijn vorige platen kostelijk amuseerde met naïve 80’s synthpop waarbij doffe alledaagsheid tot een kunststatus wordt verheven door zijn apathisch gevoel voor humor. Alleen heeft Dury net een relatiebreuk achter de rug en koppelt hij op ‘Prince of tears’ tristesse aan ironische geestigheid. Ik ben onvoorwaardelijk fan!

12. King Krule – The OOZ

‘The OOZ’ is de sound van de gedesillusioneerde jeugd. Doorheen de plaat krijgt gitzwart kleur via punk, blues, jazz, postrock en r&b, al blijft King Krule vooral ongrijpbaar. Mijn Indiestyle collega Michelle Geerardyn verwoordde het beter dan ik het zelf kan: “Het kan best zijn dat iemand de Londenaar gevraagd heeft om een soundtrack te schrijven voor de fundamentele eenzaamheid van de mens. ‘The OOZ’ laat je gedesoriënteerd achter met een sound die door drie zwarte gaten lijkt te passeren voor ze je trommelvlies bereikt. Die laat je verweesd achter in een desolate dimensie waar tijd en ruimte onbestaand zijn.”

11. Thurston Moore – Rock ‘n roll conciousness

Thurston Moore doet anno 2017 nog steeds waar hij een veertigtal jaren geleden mee begon, namelijk het uitdragen van zijn begrip van rock-‘n’roll. Deze keer kiest hij voor een meer gevoelsmatige benadering van het concept en laat daarmee veel ruimte voor psychedelica. Geen maatschappijkritische songs hier, wel een ruimtelijke uitdieping van de liefde. ‘Rock ‘n roll consciousness’ wordt gekenmerkt door repetitieve ritmes en de typische metaalkleurige klank uit Moore’s gitaar. My Bloody Valentine-bassiste Debbie Googe en Sonic Youth-drummer Steve Shelley werpen zich op als bewakers van het grote geheel terwijl gitarist James Sedwards met zijn virtuositeit mee de kleur mag bepalen. Weliswaar nog steeds ondergeschikt aan dirigent Moore, die meer dan ooit de sound bepaalt.

10. The Flaming Lips – Oczy mlody

Na het zeer somber getinte ‘The terror’, tappen The Flaming Lips opnieuw uit een eerder gekend vaatje. ‘Oczy mlody’ is een opeenvolging van hypnotiserend soms complexe psychedelica, die minder catchy maar daarom niet minder beklijvend is. The Lips presenteren op dit album zeemzoete hallucinogene pop met een afwijking. Het zijn een bende halfgare vijftigers, maar ze zijn zo lief en grappig meneer. Het bewijs leveren ze zelf in ‘There should be unicorns’: “At first there should be unicorns. The ones with the purple eyes, not the ones with the green eyes. Whatever they give them, they shit everywhere”.

9. Xiu Xiu – Forget

Nooit klonk het verstoorde geluid van Xiu Xiu toegankelijker dan op ‘Forget’. Het is hun opvatting van een popplaat, weliswaar een van en voor getormenteerde zielen. Het moet dan ook gezegd dat de zacht emotievolle stem van Jamie Stewart zich perfect leent voor deze psychopatische pop.

8. Benjamin Clementine – I tell a fly

Een genie is onnavolgbaar, aaibaar en afstotelijk terzelfdertijd, het leidt ons de weg die het zelf niet kent naar ongekende schoonheid en af en toe een lelijk gedrocht. Op ‘I tell a fly’ presenteert Benjamin Clementine zich als een briljante geest met ongekend vernuft, die zichzelf af en toe voorbij loopt. In een conceptplaat die zich focust op de mens als vreemde, vluchteling, zwerver en alien, baant hij zich een weg door avant-garde en grandeur om zijn verhalen theatraal vorm te geven. Het is balanceren op een slappe koord tussen verbluffend confronterend in zijn banale schoonheid en bespottelijk luchtig. Je moet dan ook die haat-liefde-verhouding kunnen omarmen om zijn tegendraadsheid als sterkte te zien.

7. Liars – TFCF

Nadat het huwelijk dat Liars ooit was eerder dit jaar volledig strandde, trok enig overblijvend lid Angus Andrew zich terug in een Australisch natuurreservaat om daar zijn eerste solo plaat ‘TFCF’ (‘Theme for the crying fountain’) te schrijven. Terug in de bewoonde wereld stelde hij de meest introverte Liars tot op heden aan het publiek voor. Opmerkelijk is de prominente rol voor folky ritmes en akoestische gitaren die uitgespeeld worden tegenover een elektronisch klankenpalet dat, zoals bij eerder werk van Liars, naar alle kanten tegelijk stuitert. ‘TFCF’ is een inconsistente verzameling van krankzinnige popliederen die de vintage Liars-sound van een nieuwe glanzende, doch gebarsten, opperlaag voorzien.

6. Priests – Nothing feels natural

Zowaar een van de weinige postpunkplaten in deze eindejaarslijst. Alice Greer krijst en zingt op ‘Nothings feels natural’ haar frustraties op begeerlijke wijze van zich af. Tussen de vleugen surfpunk, noise, funk en shoegaze door ontwaar je vooral een heel aanstekelijk album. De authentieke stem van Greer houdt je in haar greep terwijl haar kwaadheid en haar lust je langzaamaan liefelijk versmachten.

5. Mount Eerie – A crow looked at me

De meest hartverscheurende plaat van het jaar kent geen concurrentie. Phil Elverum trok zich terug om via therapeutische schrijfsessies de dood van zijn vrouw aan pancreaskanker te verwerken. Je hoort het verwerkingsproces aan de hand van levensechte verhalen over hoe hij en zijn dochter de weken en maanden voor en na het overlijden beleefd hebben. “Death is real/ And it’s not for singing about/ it’s not for making art/ When real death enters the house, all poetry is dumb”. Geen beeldspraak voor Elverum, maar de rauwe, zeer aangrijpende realiteit vormgegeven via een uitzonderlijk integere schoonheid.

4. Amenra – Mass VI

Als je wil weten hoe droefenis en troost gebeeldhouwd worden in een post-metaluniversum, kan je geen mooiere uitwerking bedenkendan ‘MASS VI’ van Amenra. Wanneer je geen fan bent van moeilijk verstaanbare screams, maar deze wel onder je huid kruipen weet je dat er iets interessants aan het gebeuren is. Colin Van Eeckhout vindt op dit album het mooie evenwicht tussen het zacht breekbare in zijn vertelsels en van emotie doordrongen screams. De onmacht en verslagenheid zijn tastbaar en zeer dichtbij maar worden omsloten door een zalvende sluier. ‘MASS VI’ is intens en dwingend zwart, desalniettemin heb ik nooit geweten dat er in zwart zoveel schakering zat.

3. LCD Soundsystem – American dream

LCD Soundsystem is herrezen uit de as die Murphy in 2011 eigenhandig had uitgestrooid. ‘American dream’ bevat verwijzingen naar enkele muzikale grootheden (Bowie, Talking Heads, The Cure) maar blijft bovenal de gevoelsmatige dance-punk die LCD Soundsystem zo typeert. Het zijn feel good-nummers met een scherp randje, verleidelijke voetschuifelaars met een wrange nasmaak en ingetogen ballads met grootheidswaanzin. Het is LCD Soundsystem zoals enkel LCD Soundsystem kan klinken.

2. Destroyer – ken

Hoe voelt het om op een mooie herfstdag al wandelend te mijmeren over het leven, de tijdsgeest, de liefde, het onbehagen en de schoonheid van dat alles? Dan Bejar geeft het als Destroyer vorm op ‘Ken’, zijn tot op heden meest toegankelijke plaat. Met dromerige sentimentaliteit weet hij verrukking op te wekken terwijl hij zijn kritische overpeinzingen de vrije loop laat. ‘Ken’ is een romantische benadering van zijn suggestieve kijk op de huidige maatschappelijke wonde. Een stil verzet waarbij Destroyer zijn edele muzikale vormgeving injecteert met een portie 80’s electronica. “I can’t pay for this, all I’ve got is money” zingt Bejar in ‘Sometimes in the world’, waarmee hij pijnlijk de worsteling van onze generatie blootlegt.

1. Colin Stetson – All this I do for glory

Geen enkele plaat kreeg meer onophoudelijke luisterbeurten dit jaar dan ‘All this I do for glory’. Saxofonist Colin Stetson maakte een album dat overdonderd door zijn veelzijdige en imposante narratieve karakter. Elk bouwsteen is uitgepuurd, zo gebruikt Stetson geen loops, om tot een maximale impact te kunnen komen. Telkenmale werd ik meegesleept in een wereld die groter leek dan mijn fantasie zich had kunnen inbeelden. Colin Stetson bevestigt dat niet de bestemming maar de tocht ernaartoe het doel moet zijn. Want net daarin ligt het avontuur, de esthetiek, het onverwachte, het verlangen en de voldoening. ‘All this I do for glory’: de eer en glorie is onderweg en niet aan de eindmeet te vinden.

Optredens 2017

Buiten categorie

Memorabel in some way or another (in willekeurige volgorde, gekozen uit een 140-tal optredens)

Band om in de gaten te houden in 2018

Frankie

Laatste artikels

In de kijker

Meer Indiestyle

Tips

33-45 Magzine