Indiestyle’s 75 favoriete nummers van 2017

Hieronder presenteren we Indiestyle’s 75 favoriete nummers van het afgelopen jaar. Deze lijst werd samengesteld door de voltallige Indiestyle-redactie en presenteert de beste bangers, tearjerkers en tegelplakkers van 2017. Scroll helemaal naar beneden voor een Spotify-lijst.

75. Dua Lipa – New rules

Dat Dua Lipa geen eendagsvlieg zou zijn, was al langer duidelijk. Dat ze de popwereld zo zou gaan beheersen, mogen we toch een grotere verrassing noemen. ‘New rules’ werd de terechte internationale doorbraak. Met een tropical house-productie die net genoeg uit de band sprong om haar lowkey alternatieve cred te bewaren en een empowering boodschap, combineerde de song mét flair alle juiste elementen voor een echt 2017-anthem. (Thomas)

74. Calvin Harris – Slide

Toen ‘Slide’ net verschenen was, schreef ik nog dat het nummer weinig memorabel was. Boy, was I wrong. Nadat de oorworm zich in mijn hoofd genesteld had, was het telkens blij opveren als ie passeerde op de radio. De makkelijke catchiness deed meer dan zijn werk, de Migos-flow past wonderwel en uiteraard weet Frank Ocean een emotionele touch aan het geheel te geven. ‘Slide’ is zo’n nummer gebleken dat je zelf zelden oplegt, maar je toch vreugde geeft als je het hoort, kortom een terechte zomerhit. (Daan)

73. Arcade Fire – Everything now 

Geen enkel album dat ik zo genadeloos de grond in boorde, geen enkel nummer dat zo schaamteloos mijn zomer overheerste. Niet goed genoeg om een intro en reprise te verantwoorden, wel onmisbaar in een nummeroverzicht van 2017, al is het maar omdat nu ook de tieners van vandaag een terechte liefde voor ABBA en een gegronde aversie van panfluiten kunnen hebben. (Mattias)

72. The National – The system only dreams in total darkness

Op ‘Sleep well beast’ is The National weer gewoon The National, en maar goed ook want niemand die dat zo goed kan als Berninger en co. Met single ‘The system only dreams in total darkness’ zond de band een voorbode met veel te lange titel de wereld in om ons te waarschuwen dat ze in topvorm was. De misschien wel beste single ooit van de New Yorkers kruipt met veel goesting in je oor om daar op een rechtstreekse verbinding naar het hart te stuiten. En oh ja, je kan er goed op meezingen. (Frederik)

71. Great Grandpa – Fade

De drang om verveling te mijden klonk dit jaar nergens zo fors en gemeend als uit de mond van Alex Menne op ‘Fade’. Met Great Grandpa in hun stal bewees Double Double Whammy in 2017 nog maar eens hét referentiepunt voor de betere indierock met een vleugje emo te zijn. (Pascal)

70. The War On Drugs – Strangest thing

Het gebeurt tegenwoordig steeds minder dat een nummer mij vanaf de eerste luisterbeurt helemaal kan omverblazen. The War on Drugs is daar dit jaar als zowat de enige in geslaagd met ‘Strangest thing’. Hoe deze man zijn songs laat openbloeien is niet minder dan meesterlijk, van de productie over de euforische melodieën tot de manier waarop hij zijn gitaar net genoeg laat feedbacken. Sommigen vinden dat Adam Granduciel z’n nummers moet inkorten; voor mij mochten ze nog een tijdje doorgaan. (Filip)

69. Kevin Morby – Come to me now

Je hebt niet veel verbeelding nodig om iemand op de trage tonen van dit nummer te zien voortschrijden, wind in de haren en een zon die langzaam ondergaat achter een pittoresk landschap. Om met cliché-beeldspraak maar te zeggen dat Kevin Morby wel degelijk weet hoe hij een stemming kan oproepen, en dat met deze albumopener zonder verpinken ook doet. (Mattias)

68. Future Islands – Cave

De laatste Future Islands-plaat ‘The far field’ bevestigde wat we al langer vermoedden: de band is duidelijk een one-trick-pony-geval. ‘Cave’ verschilt ook niet echt van de rest van hun oeuvre, maar het trio uit Baltimore pakt het hier net wat duisterder aan – en dat werkt gewoon. (Martijn)

67. Lil Uzi Vert – XO tour llif3

Van alle nummers die dit jaar de hitlijsten aanvoerden, moet ‘XO tour llif3’ het meest breekbare zijn geweest. Lil Uzi Vert rapt er op z’n dooie gemak boven een stompende, verslavende beat over suïcidaliteit en depressie – wat het nummer even emotioneel en morbide als aanstekelijk maakt. En juist daarom is het zo’n onvergetelijke en beklijvende hit. (Mats)

66. Warhaus – Love’s a stranger

Ik schreef al hoe Warhaus zich met dat tweede, zelfgetitelde album volop op het (etnische) percussiegebied begeeft en z’n sound heel wat verder uitdiept, en van die evolutie mag ‘Love’s a stranger’ gerust het uithangbord zijn. Prominente marimbaklanken over een zwoel en hijgend sfeertje, en uiteraard: de steeds zo krachtige samenzang van Maarten Devoldere en Sylvie Kreusch – het lag hier niet zelden op repeat. (Gilles)

65. Lana Del Rey – Love

Hoewel Lana het afgelopen jaar pas echt de indruk gaf helemaal zichzelf te kunnen zijn, bracht ze nog steeds het soort nummers waar ze sinds ‘Video games’ een patent op heeft verworven. ‘Love’ gaat verder waar ‘Young & beautiful’ eindigde, met filmische bombast en naïeve nostalgie. De productie is echter killer, Lana geeft het beste van zichzelf en de bitterzoete shtick voelt gewoon zo geweldig. (Thomas)

64. Kirin J. Callinan – S.A.D.

De eerste keer dat je ‘S.A.D.’ beluistert, weet je waarschijnlijk nog niet of je erbij moet beginnen lachen of overgeven. Kirin J. Callinan lijkt een frankenstein van een nummer te hebben gecreëerd met uitsluitend de meest wansmakelijke clichés van de popmuziek. Maar kom, decadentie kan ook leuk zijn. Lang leve de lelijkheid! (Liam)

63. Charli XCX – 3AM (Pull Up) (feat. Mø)

Met twee killer mixtapes boordevol spannende en pretentieloze pop was 2017 zonder twijfel het jaar van Charli XCX. ‘3AM (Pull up)’ zoekt minder het experiment op dan andere nummers uit die tapes, maar de combinatie van Charli en Mø, het oorwurm-refreintje en de ongedwongen dartele productie maken er een perfect popliedje van. (Pascal)

62. Fever Ray – IDK about you

Ten tijde van haar zelfgetitelde plaat had waarschijnlijk niemand verwacht dat de mysterieuze Fever Ray ooit op batida te horen zou zijn. In de geest van ‘Plunge’ wordt dat haast een evidentie. Die combinatie vertaalt zich naar een energiebom van jewelste. Dreijers speelse, repetitieve vocals zorgen samen met de frenetieke beats van Nídia voor een intens hyperactief geheel. (Pascal)

61. Cardi B – Bodak yellow

Cardi B heeft niks te verliezen. Als gewezen stripster met een publiek bekend verleden kan ze zich gewoonweg alles permitteren zonder zich daarvoor te moeten schamen tegenover de publieke opinie. Dat zorgt ervoor dat ze nasty en vol vertrouwen een nummer als ‘Bodak yellow’ kan uitbrengen – hiphop naar de formule van Nicki Minaj, smerig maar snedig as fuck. (Thomas)

60. Cloud Nothings – Enter entirely

Met voorsprong het beste nummer op ‘Life without sound’, de intussen vijfde plaat van Cloud Nothings. De band klonk hier en daar wat braaf op die laatste worp, maar ‘Enter entirely’ scheurt, piept en kraakt langs alle kanten, net zoals de band dat live nog steeds doet. Wij blijven suckers voor Amerikaanse bandjes die de geest van de jaren negentig levend houden, en Cloud Nothings staat met stip op de eerste plaats. (Filip)

59. The xx – On hold (Jamie xx remix)

Van een nummer van zijn eigen band maakt Jamie xx een floorfiller die een uiterst dansbare kijk geeft op een topsong die het sowieso al niet gemakkelijk maakte om de benen stil te houden. Giorgio Moroder leeft, riepen we bijna uit, tot we beseften dat dit inderdaad nog zo is. Als hij morgen iets zou maken met Daft Punk, komen we in de buurt van dit knappe werkje, durven we vermoeden. (Bart)

58. Future – Mask off

De ondertitels bij de clip van ‘Mask off’ zijn meteen duidelijk: [intense music playing]. Blijkbaar had Future ingezet op ‘Draco’ als lead single, maar dat was buiten die zo verdomd bezwerende dwarsfluit gerekend. Het is aangenaam om een duidelijk afgewerkt Future-nummer te horen dat toch zijn mixtapewerk in zich weet mee te dragen. Hoe viral de song ook ging, hoe aanwezig hij overal was, zelden raakte je het beu. (Daan)

57. Real Estate – Darling

Als het aankomt op melancholisch gitaargetokkel, ligt Real Estate steevast in de bovenste schuif. Met ‘Darling’ bevestigen de heren hun reputatie. Een warme tristesse golft als vanouds doorheen het nummer. Toch zijn er lichte accentverschuivingen tegenover ouder werk. Het gitaarriedeltje, de ruggengraat van de song, is geraffineerder dan vanouds. Aan het samenspel tussen gitaar en synth werd opvallend veel aandacht besteed. Kortom, dit is een grand cru. (Matthias)

56. Mac Demarco – On the level

On the level‘ is ongetwijfeld de parel van ‘this old dog’. We horen erop geen malle Mac meer die schunnige odes brengt aan Oost-Europese sigaretten. Hij klinkt ernstiger, oprechter, volwassener. De Canadees schuwt de heftige onderwerpen niet langer. Daarnaast bevat dit nummer toch nog die heerlijke glijdende en simpele synths, met de typisch aanstekelijke DeMarco-touch. Als een zoete droom met een melancholisch kantje, als een snoepje met een zure nasmaak. (Geerhard)

55. King Gizzard & The Lizard Wizard – Sleep drifter

Van de drieënvijftig nummers die King Gizzard voorlopig dit jaar uitbracht (album vijf is onderweg), is dit de meest toegankelijke en tegelijk meest representatieve belichaming van de Australiërs. De microtonen, zurna en ophitsende dubbele drums doen je voortdurend balanceren op de rand tussen bewustzijn en trance. (Mattias)

54. Sufjan Stevens, Bryce Dessner, Nico Muhly, James McAlister – Mercury

Wat krijg je als fluistergod Sufjan Stevens, gitaargrootheid Bryce Dessner, klassecomponist Nico Muhly en percussionist James McAlister samen een kosmisch conceptalbum maken? Precies, een 76 minuten durend buitenaards eargasm waarvan ‘Mercury’ het pijnlijk mooie hoogtepunt is. (Michelle)

53. Kassett – Pegasus (ft. Zwangere Guy)

Zwangere Guy bewees opnieuw dat hij een van de meest avontuurlijke rappers binnen onze landsgrenzen is. Voor ‘Pegasus’ deed hij beroep op Kassett, nog steeds de meest onderschatte producer van België. Het is de eerste keer dat we de beatbakker horen spelen met hiphop, maar dat mag hij zéker meer doen. De harde beat die hij uit zijn mouw schudt is bovendien perfect op maat van Zet Gee. Lekker snoeverig en heerlijk stoer weet de rapper zijn bars weer te kiezen. (Daan)

52. Gorillaz – Andromeda

Het nieuwe album van Gorillaz werd door Albarn zelf omschreven als “een feestplaat”. Het nummer ‘Andromeda’ kan beschouwd worden als de ultieme verlichamelijking van deze uitspraak: vanaf het begin nemen de up-tempo dansbeats en lage bassynths ons op sleeptouw, om in de refreinen helemaal te ontploffen. De vintage Gorillaz-sound in een wel erg dansbaar jasje. (Sigi)

51. Alex Cameron – Stranger’s kiss (ft. Angel Olsen)

Bij Alex Cameron is de lijn tussen ironie en oprechtheid altijd flinterdun. Dat wordt andermaal bewezen op ‘Stranger’s kiss’, een nummer met Angel Olsen dat het midden houdt tussen een ode aan en een parodie op duetjes. Hoe het ook zij: tekstueel overtreffen deze twee goofy songwriters zich, in de onderbuik van het nummer ontplooien zich grandioze, euforische synths en de waanzinnige delivery van Angel toont haar nog te weinig ontgonnen talent voor popmuziek. (Thomas)

50. Beach Fossils – This year

In de categorie feel good-albums is Somersault dit jaar een niet te missen exemplaar. De heren die zichzelf niet te serieus nemen, brouwen in ‘This year’ met jengelende gitaarlijnen, lieflijke strijkers en een van hun typerende baslijnen een zoet goedje. Licht verteerbaar en wonderlijk voor de gemoedstoestand, baant het innemende gezelschap zich een weg naar je overgave. (Michelle)

49. Fleet Foxes – Third of May / Odaigahara

Na ‘The Shrine/ An argument’ vroegen velen zich af of de prog zich op de volgende worp van Fleet Foxes zou doorzetten. Driewerf ja, was het antwoord. Dat maakte het vooruitgeschoven ‘Third of May / Odaigahara’ ons meteen duidelijk. Het nummer kronkelt langs allerlei psychedelische bochten, zonder de warme haardvuurmelancholie van Fleet Floxes te verloochenen. (Matthias)

48. Phoebe Bridgers – Motion sickness

Op ‘Motion sickness’ laat Phoebe Bridgers haar sadcore min of meer achterwege voor een verrassende popversie van haar country-folk. Er zit een zeker krammikelig schommeld ritme in de eerste single van ‘Stranger in the Alps’ dat zijn titel alle eer aandoet, terwijl Conor Oberst’s muze slaat en (nog meer) zalft om de bumpy road tot een goed einde te brengen. Dat einde komt er in de vorm van een prachtig ontpoppend refrein – een moment dat muziekfans aller genres moet kunnen verenigen. (Thomas)

47. The Black Madonna – He is the voice I hear

The Black Madonna, het alias van Marea Stamper uit Chicago, liet begin 2017 voor het eerst in vier jaar weer nieuwe muziek horen. Die comeback kan je bezwaarlijk bescheiden noemen: het tien minuten durende, eclectische ‘He is the voice I hear’ komt subtiel op gang met klassieke pianoklanken, maar ontspint zich snel tot een pompend, pulserend geheel aan strijkers, upbeat hi-hats en een losgehende jazzvibe. Floorfiller, quoi. (Gilles)

46. FAKA – Uyang’khumbula

Weinig muziek week het voorbije jaar zo radicaal af van de conventies als die van FAKA, het Zuid-Afrikaanse, visionaire duo bestaande uit de multidisciplinaire artiesten Fela Gucci en Desire Marea. ‘Uyang’khumbula’ gaat op zoek naar transcendentie in een mix van gqom en hypnagotic pop, en biedt een bevrijdend ritueel aan gevoelige ketters en ander zelfbevrijd uitschot. (Thomas)

45. blackwave. – BIG Dreams

Eind 2016 zag ik de naar verluidt allereerste show van blackwave. op het helaas recentelijk ter ziele gegane TrixTrax en ik was onmiddellijk verkocht. ‘BIG dreams’ illustreert perfect wat dit combo zo onweerstaanbaar maakt: het opent met een hoogst meezingbaar refrein dat al snel gevolgd wordt door uit het juiste hout gesneden raps en een ritmesectie die groovet met grote G. (Bart)

44. Sleaford Mods – B.H.S.

Vroeg in het jaar verblijde ons favoriete Britse schorriemorrie-duo van het moment de wereld met ‘B.H.S.‘: een nummer waarin de rake teksten van James Williamson en de hypnotiserende punkbeats van Andrew Fearn schuilgaan onder een verrassend catchy basprogressie, met als resultaat een dijk van een song waarop gemosht én uitgebreid getongzoend kan worden. Misschien zelfs tegelijkertijd. (Sigi)

43. Courtney Barnett & Kurt Vile – Over everything

Hij is een troubadour die meer op een trollz-popje lijkt dan op een Amerikaan. Zij is het beste Australische exportproduct sinds koala’s (en schattiger ook). Met ‘Over everything’ bewijzen ze samen dat duetjes niet gedateerd hoeven zijn. Dit haast kinderlijk fascinerend nummer is een perfecte fusie van twee van de grootste indiehelden van het moment. En de bijhorende clip maakt dat allemaal nog leuker. (Romina)

42. The xx – Lips

Ik beken: de eerste keer dat ik het derde The xx-album hoorde, bekroop mij een gevoel van teleurstelling. Het enige nummer dat het schip van zinken weerhield was het ongecompliceerde ‘Lips’. De zomerse samples waarmee Jamie goochelt en het bijzonder aanstekelijke refrein met dubbele vocals maakten van ‘Lips’ een boegbeeld van Wat Had Kunnen Zijn. (Hanne)

41. Lomepal – Yeux disent

Net zoals Amerikaanse en Britse hiphop alle uithoekjes van het genre tegelijk verkennen, heerst er ook in de Franse variant een ontembare experimenteerdrift. Lomepal schurkte op ‘FLIP’ verrassend hard tegen popmuziek aan en ‘Yeux disent’ is daarvan het verslavendste voorbeeld. Eerlijk en melancholisch toont de song hoe kwetsbaarheid zijn plek heeft verworven binnen de hiphop. (Thomas)

40. (Sandy) Alex G – Bobby

Bij de combinatie van singer-songwriter, banjo’s en violen gaat er doorgaans een rood zwaailicht af in mijn gehoorgang. Niet wanneer Alex Giannascoli met die elementen aan de slag gaat. Hij schiet op ‘Rocket’ allerlei richtingen uit, maar mikt nergens even raak als met ‘Bobby‘. (Mattias)

39. Lorde – Supercut

In een plaat gevuld met hits en vreemdsoortigere post-’Blonde’ aanstekelijkheid, was ‘Supercut’ een van de onverwachtere groeiers. Lekker dynamisch, heerlijk meekweelbaar en uiterst herkenbaar is ‘Melodrama’’s nummer 9 een energetisch anthem met een introspectieve outro dat de essentie van het album in 4 minuten en 38 seconden vat. (Thomas)

38. Slowdive – Star roving

Het was amper 12 januari toen ik wist wat dé ‘scheurplaat voor lege autostrades van het jaar’ werd. ‘Star roving‘ zwelt 27 seconden aan tot majestueuze proporties en boet daarna vijf minuten lang niet aan intensiteit in. Dat Slowdive de comeback van 2017 zou maken, was toen eigenlijk al duidelijk. (Mattias)

37. Pharmakon – Transmission

Ook dit wordt niet het eerste stukje tekst over Pharmakon waarin het woord “visceraal” niet gebruikt wordt. Margaret Chardiet valt op ‘Transmission’ met botte instrumental lijf en leden aan. Het genot hier is dan ook sado-masochistisch van aard, tenzij je in deze herrie onder hoogspanning net een zekere trance vindt. (Thomas)

36. St. Vincent – Los Ageless

St. Vincent is haar lief kwijt, ziet de stad rond haar langzaam in een dystopie veranderen en vertaalt dat in een klinische sound waarbij haar gitaar haast onherkenbaar vervormd wordt. Ik hoor die openingszin nog steeds als “In Los Ageless, the women never come“, al zal dat hoogstwaarschijnlijk wel aan mij liggen. “How can anybody have you and lose you and not lose their minds, too?” is minder ‘mama appelsap’-baar en toont aan dat wanhoop ook in esthetisch verantwoorde zinnen gegoten kan worden. (Mattias)

35. Lorenzo Senni – The shape of trance to come

De Italiaanse trancetovenaar Lorenzo Senni imponeerde vorig jaar nog met zijn geflipte ‘Persona’-ep op Warp. Volgepakt met soortgelijke onverwachte wendingen staat ‘The shape of trance to come’ symbool voor het beste wat Senni uit zijn synthesizers haalt. (Anton)

34. The Horrors – Something to remember me by

Geen donkere shoegaze of krautrock die The Horrors’ meest recente plaat ‘V’ afsluit, wel lichtvoetige synthpop met een melancholische insteek à la Pet Shop Boys. De koele strofes zorgen voor een kleurrijk contrast met het catchy refrein en geven ons zo een instant euforisch gevoel. Met ‘Something to remember me by’ bevestigen The Horrors nogmaals hun veelzijdigheid. (Martijn)

33. Big Thief – Mythological beauty

Zangeres Adrianne Lenker draagt heel wat bagage met zich mee waar we hier verder niet op zullen ingaan. Resultaat hiervan is wel dat haar band Big Thief voor het tweede jaar op rij garant stond voor een van de mooiste americana-platen van het jaar. De breekbare single ‘Mythological beauty’ is maar een van onze favorieten uit hun laatste album, dus ga deze band dringend ontdekken. (Filip)

32. Japanese Breakfast – Machinist

Waar het discours rond seksrobots dit jaar ongekende hoogtes bereikte, verkende Michelle Zauner in ‘Machinist’ een emotionele relatie met een robot. De zeemzoete en tegelijk aangrijpende weemoed die ‘Soft sounds from another planet’ typeert, maakt in ‘Machinist’ plaats voor meer gesuikerde pop, waar vooral de autotune, de robotstem en de saxofoonsolo je een goed aantal lichtjaren boven onze planeet laten zweven. (Milena)

31. SKY H1 & ssaliva – Dooms

Het beste nummer van de indrukwekkende Co-Op-verzamelaar (uitgebracht eind vorig jaar, net te laat voor de lijstjes van 2016) werd gemaakt door twee Belgen: Sky H1 en ssaliva. ‘Dooms’ is moderne ambient op zijn best, dankzij het stuwende optimisme dat Sky’s uitgepuurde trance zo kenmerkt en een verfijnd wolkje spirituele elektronica. Uitermate geschikte om uren aan een stuk op repeat te zetten. (Thomas)

30. Palm – Walkie Talkie

Geen avontuur meer in de indierock, zeg je? Een stelletje hipsters dat eindeloos oude ideeën herkauwt, zeg je? Palm bewijst het tegendeel. ‘Walkie talkie‘ springt alle kanten uit met hortende en stotende stukken en brokken. Der rock ist kaputt! Lang lebe der rock! (Matthias)

29. Laurel Halo – Jelly

Met ‘Jelly’ heeft Laurel Halo iets gemaakt dat zeer moeilijk in woorden te vatten is. Het nummer klinkt als een vage geluidswaas dankzij de abstracte productie en de bewerkte vocals, maar op een vreemde manier is het ook erg catchy door de melodische toetsen en de aanstekelijke percussie. Bizar maar fascinerend. (Tobias)

28. SOPHIE – It’s okay to cry

Nadat ze popmuziek al vernieuwde door die een gigantische dosis abstracte queerbeats en PC Music-extravaganza toe te dienen, slaat SOPHIE nu op een geheel nieuwe wijze toe. ‘It’s okay to cry’ is een intergalactische ballad die zo simpel en puur gebracht wordt in zijn eerlijkheid dat ze de luisteraar van zijn stuk brengt en overrompelt. (Thomas)

27. Frank Ocean – Chanel

Chanel’ was de eerste uit een reeks singles die Frank voorstelde in zijn radioshow ‘Blonded’. Ocean blijft hier aan de hand van een laidback productie ronddwalen op dezelfde paden die hij met ‘Blonde’ bewandelde. Even intiem als trots brengt Frank zijn meditaties over roem, drugs, seksuele identiteit en auto’s samen in een song die dezelfde luxe uitdraagt als het merk waarnaar hij refereert. (Pascal)

26. Arca – Desafío

Tot voor kort kenden we Arca’s popgevoeligheden dankzij zijn werk voor FKA twigs en Kelela. In 2017 kwam daar verandering in door de relese van ‘Desafío’, een nummer dat op wonderbaarlijke, emotionele en confronterende wijze het geluid van verlangen weet te vertolken. Het meesterwerkje staat bol van spanning en wanhoop, en klinkt dankzij zijn catchy zanglijn en productie ook gewoon verdomd aantrekkelijk. (Thomas)

25. Protomartyr – Half sister

Het orgelpunt van de wervelende nieuwe Protomartyr-plaat is de afsluiter ‘Half sister’, een song die dreigend en meeslepend begint maar omstreeks het midden een totale omslag kent. Een springerige baslijn begeleidt zanger Joe Casey naar een onverwacht emotioneel hoogtepunt, waarbij hij onvermijdelijk uit zijn stoere parlando treedt en zich van zijn meest breekbare kant laat zien. Gelukkig word je er niet van, maar verdomme: wat een nummer. (Frederik)

24. Shht – Life

Dé Gentse revelatie van het jaar heet Shht. Het jolige vijftal sleurt kilo’s ironie en humor door z’n retevette stonermathnoiserock – getuige een geflipte cover van Queen, on stage kappersbeurten met de tondeuze en de heerlijkste Poppunts Repetitiekot in de geschiedenis van Poppunts Repetitiekot. ‘Life’, een van Shhts singles dit jaar, vat dat alles nog eens in muzieknoten. Synthgepruts, zoveel autotune, gekke riffjes, tempowisselingen, maar ook gigantisch veel catchiness, originele melodieën en, uiteraard, een lyrische en doordachte beschouwing over het leven. (Gilles)

23. Perfume Genius – Slip Away

21 maart was in 2017 niet alleen de eerste dag van de lente. Het betekende ook de release van ‘Slip away’, de voorloper van het nieuwe Perfume Genius-album ‘No shape’. Mike Hadreas, de echte naam van deze geweldige artiest, vindt in dit nummer de perfecte balans tussen subtiliteit en bombast, en toont meer dan ooit dat hij een blijver is. Onder meer op Pukkelpop konden we zien dat deze formule ook live niet te versmaden is. (Bart)

22. Kelly Lee Owens – Anxi. (feat. Jenny Hval)

Voor zij die zo nu en dan in dromerige staten op de dansvloer vertoeven is er dankzij Kelly Lee Owens en Jenny Hval een officiële soundtrack. ‘Anxi.’ verweeft namelijk met glans popelementen, ambientsferen, minimale techno en existentieel aandoende spoken word. Net nadat Hval je tijdens het heerlijk slaapdronken eerste luik in een troebele trance dompelt, lost Owens een reeks lucide melodieën en zachtjes bonzende beats die feilloos uitmonden in een climax die er geen is maar de onheilspellende sfeer van het nummer wel op sublieme wijze vervolledigt. (Johan)

21. Big Thief – Shark smile

Waarom de albumversie van dit nummer met veertig seconden herrie begint? Om het contrast met de schoonheid die volgt te vergroten, tiens. Adrianne Lenker vertelt met een subtiele snik een grauw liefdesverhaaltje en lapt er terloops een heerlijk meefluisterbaar refrein aan. Op de rest van het album gaat er bij momenten grauw en aangrijpend aan toe, wat ‘Shark smile‘ haast een kinderlijke onschuld geeft. Lenker laat horen dat ze best luchtigere popliedjes kan schrijven – als ze dat zou willen. (Mattias)

20. Vince Staples – Yeah right (ft. Kendrick Lamar & Kučka)

Op ‘Yeah right’ is Vince Staples erin geslaagd om een ware sterrencast rond zich te verzamelen. Niet alleen komt Kendrick Lamar een gastbijdrage rappen, het nummer werd ook nog eens geproduceerd door niemand minder dan Flume en SOPHIE. Vooral de invloed van die laatste horen we terug in de knotsgekke beat die we tot de beste van het jaar mogen rekenen. Tekstueel stellen de twee rappers de authenticiteit in vraag van de overdadige levensstijl die hun collega’s vaak tentoonspreiden in hun muziek. (Tobias)

19. Spinvis – Artis

Artis is een dierentuin in Amsterdam. Dingen zijn daar nooit voorbij. Taalkunstenaar Erik De Jongh zinspeelt in dit nummer op de vergankelijkheid van het leven, met het idee dat elke cel in een menselijk lichaam vervangen is na 7 jaar. Het tempo van de toetsen klinkt geagiteerd en de blazers schallen vrolijk de hoogte in terwijl de Nederlander een eindeloze lijst ergernissen en clichés opsomt. Opnieuw een metafoor voor het leven? In ieder geval is het muziek die tot nadenken stemt en tegelijk licht aanvoelt. Spinvis is een meester in zijn vak. (Geerhard)

18. Lanark Artefax – Touch absence

De nummers van Calum MacRae aka Lanark Artefax passeerden al de revue in dj-sets van Aphex Twin en Björk. Op zijn recentste ep, uitgebracht bij het Britse label Whities, hoor je meteen waarom. Over vier nummers verweeft de 23-jarige producer op inventieve wijze de dynamiek van clubtracks met stotterende ambient. Dat komt het best tot uiting in ‘Touch absence’, het muzikale equivalent van vastzitten in een verlaten bunker ergens aan de Noordelijke IJszee. Het is een expressieve oefening waar melancholie hand in hand gaat met een aanhoudende onderkoelde spanning. (Pascal)

17. Tyler, The Creator – Boredom

Met ‘Boredom’ levert Tyler een nummer af dat even smooth klinkt als een likje honing, zijn eigen brommende beren-stemmetje niet meegerekend. Deze ode aan de verveling is een perfect wiegeliedje, dat kenmerkend is voor de mierzoete funk die ‘Flower boy’ biedt. Iemand met een minder interessante stem en flow zou hier mogelijk een saai nummer van hebben gemaakt. Waar Tyler aan ‘saai’ doet wordt de verveling echter verheven tot een kunstvorm. Wij wensen The Creator in 2018 alvast nog veel saaie namiddagjes toe, in de hoop snel meer van dit soort pareltjes te kunnen ontdekken. (Romina)

16. Young Fathers – Only God knows

Voor het langverwachte vervolg op zijn cultklassieker ‘Trainspotting’ zette regisseur Danny Boyle maar liefst zes nummers van het Schotse Young Fathers op de soundtrack. Eén daarvan was het vooraf onuitgebrachte ‘Only God knows’. Het is niet moeilijk om in te zien waarom de regisseur het graag in zijn film wou steken: door de onorthodoxe combinatie van een vreedzaam orgel, een pompende beat en gepassioneerde zanglijnen van het Leith Congregational Choir en Young Fathers zelf krijgt de song een zeer dynamisch karakter. (Tobias)

15. WWWater – WWWater

Op de langverwachte ep ‘La falaise’ van Charlotte Adigéry staat ook de single ‘WWWater’, waarop ze haar twee karakteriserende eigenschappen extreem handig uitspeelt. Dat zijn haar unieke stemgeluid en haar voeling met minimalistische electronica. Door de verschillende lagen en loops word je helemaal omsingeld door haar stem en kun je geen kant meer op. Als de droge, strakke beats daar nog bijkomen, laten we dat maar wat graag gebeuren. (Hanne)

14. Kelela – LMK

Kelela blaakt van zelfvertrouwen. Met ‘LMK’ stelt de vrijgevochten r&b-artieste zich open voor een nachtje casual fun zonder serieus gevolg. Ze wil niet te veel rond te pot draaien en verlangt enkel respect en transparantie: “It ain’t that deep either way, all you gotta do is let me know.” Naast het buitenaards zwoele karakter zijn Kelela’s zanglijnen op dit nummer gewoon enorm catchy en bloeien ze prachtig open op de intense productie van Jam City en kwes. (Pascal)

13. Ariel Pink – Another weekend

Ariel Pink staat met zijn tegendraadse chillwave niet meteen bekend om zijn openhartigheid of diepe emotionele uitingen. Het stuurse enfant terrible van de Amerikaanse East Coast laat zich op single ‘Another weekend’ echter van een andere kant zien. De akoestische gitaar, ronddwalende synths en deprimerende tekst maken van dit nummer een moedeloze reflectie van het artiestenleven. Pas wel op, grote kans dat je die “To log me in and out of my life” nooit meer uit je hoofd krijgt. (Hanne)

12. Mount Eerie – Real death

Het openingsnummer van Phil Elverums recentste werk ‘A crow looked at me’ zet meteen de neerslachtige toon voor de rest van het album. Op pijnlijk openhartige wijze brengt hij een klaagzang aan zijn overleden vrouw Geneviève waarin hij zelf aangeeft dat de dood van een geliefde eigenlijk geen onderwerp is om tot kunst te verwerken. Elverum presenteert zijn verdriet dan ook niet op verbloemde, kunstige wijze, maar met minimalistische gitaarnummers en droevige anekdotes, zoals het postuum toekomen van een pakketje dat zijn vrouw besteld had voor hun dochter op ‘Real death’. (Tobias)

11. Slowdive – Sugar for the pill 

Slowdive’s gelijknamige wederopstanding verlichtte dit jaar de harten van vele shoegazeminnaars en bekeerde minstens evenveel leken tot het genre. Dat laatste kan iets te maken hebben met ‘Sugar for the pill’, waarin Slowdive hun iconisch schoenengestaar richting meer conventionele droompop stuwt. Het nummer verteert het stuklopen van een relatie. Waar Rachel Goswells subtiele kopstem je haren in verticale positie brengt, legt Neil Halsteads timbre die met een geruststellende aai over je hoofd terug op zijn plek. De assertieve bassen duwen je met je voeten op de grond, waar de 80s synths en het gestructureerd gitaargetokkel je opvangen. En hoe. (Milena)

10. Grouper – Headache

Ambient lijkt opnieuw te floreren en de oorzaken daarvoor moet je niet te ver gaan zoeken. Het genre dat zich definieert als zijnde achtergrondmuziek, is de perfecte antidote voor hysterie – en daar hoeven we je de aanwezigheid waarschijnlijk niet van uitleggen. Gevoelige zieltjes kunnen zich laven aan een genre opgebouwd rond leegte, ruis en rust. Liz Harris’ Grouper past met wat goede wil ook thuis erin. ‘Headache’ werd het nummer waar het dit jaar naar blijven terugkeren was: zonder uitzonderingen leverde het telkens vijf minuten aan verademend escapisme af. Vijf verstilde minuten waarnaar het sommige dagen puur snakken was. (Mats)

9. Arca – Anoche

Het ongezien breekbare ‘Anoche’ beschrijft een droom waarin Alejandro Ghersi verlangt naar een onbereikbare geliefde – denk negentiende-eeuwse elegische romantiek, maar dan gehuld in een etherisch en geleidelijk innemender wordend scala aan zachte, zweverige, haast spirituele geluiden. Arca’s fascinerende stembreedte balanceert op een krakende beat, die op elk moment lijkt uit te glijden: het is net alsof ze de drager is van de onvatbare melancholie die het nummer kenmerkt. Eeuwige ongrijpbaarheid mag dan wel een universeel gevoel zijn, Arca drukt het op zo’n buitenaards niveau uit dat ‘Anoche’ je niet kan loslaten. Grandeur klonk nog nooit zo teder. (Johan)

8. Slowdive – Slomo

Hier was het dan. Het nummer van Slowdive’s langverwachte plaat, die op 5 mei om twaalf uur ‘s nachts bovenaan stond te wachten om beluisterd te worden. Als een vage fata morgana trekt ‘Slomo’ zichzelf op gang, om dan scherpgesteld te worden wanneer de drum invalt. Het is echter pas als de kraakheldere zanglijnen ingezet worden dat de zwalpende gitaren een vaste vorm aannemen. De breekbare schoonheid van ‘Slomo’ is het gevolg van een geduldig proces waarbij ieder laagje met een haast compulsieve perfectie wordt aangebracht en net wanneer je denkt dat het fysisch onmogelijk is om nog hoger te zingen, gooit Rachel in de laatste seconden die illusie omver en barst alle ingetoomde energie door de fijne voegen. (Michelle)

7. Chromatics – Shadow

Dat Chromatics een rol zou spelen in de Twin Peaks-reboot was al een tijdje geen geheim meer. Niemand had echter verwacht dat die passage in de Bang Bang Bar de band zoveel exposure zou geven. Hun melancholische synthpop werkt dan ook uitzonderlijk goed in combinatie met de dromerige cinematografie van David Lynch. ‘Shadow’ dateert eigenlijk al van 2015, maar werd dit jaar in een nieuw jasje gestoken – niet alleen voor Twin Peaks, ook omdat producer/bandleider Johnny Jewel naar eigen zeggen elke kopie van de langverwachte ‘Dear Tommy’-lp (waar ‘Shadow’ deel van uitmaakt) vernietigde en alles opnieuw opnam. Misschien wordt 2018 wel het jaar waarin ‘Dear Tommy’ eindelijk het daglicht ziet, misschien ook niet. (Martijn)

6. Björk – The gate

Op Björk’s ‘Utopia’ mag de sfeer dan wel opgetogen zijn, het blijft soort van moeite doen om de toegang tot haar paradijs te vinden. Vandaar dat eerste single ‘The gate’ ook zo goed werkt: je moet net op het puntje van je stoel zitten om de schoonheid van de bloeiende synths en te zien en de de aantrekking van de paringsdans in de synths te voelen. Het nummer blijft een utopie en put daar ook zijn kracht uit. Hoe authentiek die vogelgeluiden en de rollende r’en ook mogen klinken: de wereld die IJslands meest geniale artieste hier schept aan de zijde van Arca is er één die surreëel en fantastisch is – te mooi en bijzonder om representatief voor een sombere en saaie werkelijkheid te zijn. (Thomas)

5. LCD Soundsystem – oh baby

Oh baby, wat een heerlijke comebackplaat is LCD Soundsystems ‘American dream’. Alsof de New Yorkers nooit weggeweest zijn, snijden Murphy en co. hun nieuwe tijdperk aan met een wollige song die ongegeneerd afgekeken is van eightiesfenomenen als Yazoo en A Flock of Seagulls. Ons niet gelaten, want zelden hebben we zo’n gladde synthesizers zo nauw aan ons hart laten komen. Het geduldige liefdeslied staat bol van melancholie in z’n meest genietbare vorm: hartverwarmende kitsch voor teergevoelige kids. (Frederik)

4. Mount Kimbie – blue train lines (ft. King Krule)

Dat de som van Archy Marshall en Mount Kimbie een gouden recept is, werd drie jaar geleden al meer dan duidelijk. Met ‘Blue train lines’ bevestigen de Britten dat nog maar eens én tillen ze zichzelf tegelijkertijd naar een hoger niveau. De getormenteerde schreeuwzang en karakteristieke kreten van King Krule maken meer dan ooit duidelijk dat hij “born to be exposed in the storm” is, zoals hij op Kimbie’s vorige plaat al stelde. Dom en Kai leveren die storm hier aan met een gejaagd postpunk-ritme en synthwerk van de bovenste plank. ‘Blue train lines’ is hét toonbeeld van de evolutie die de producers doorgemaakt hebben, van pioniers van wat met de spijtige term “post-dubstep” omschreven wordt tot kanjers in het samenbrengen van electronica en rockgeschiedenis. (Pascal)

3. Vince Staples – Big fish

Vince Staples bracht waarschijnlijk een van de meest gewaagde album van 2017 uit. De rapper koos ervoor om zijn sound helemaal aan te passen, en opteerde voor meer dansvloergerichte beats en invloeden. ‘Big fish’ viel meteen op door zijn moddervette bassen en een opvallend contrast tussen het refrein en de strofes. Puur qua klank pakt het verschil tussen Juicy J’s bouncy raps en Vinces meer nasale en meeslepende strofes perfect uit, en ook in hun teksten vullen de twee mekaar uitstekend aan. Waar Juicy J het stereotiepe “ballers”-mantra bovenhaalt, heeft Vince het over zijn verstikkende omgeving ontgroeien, maar tegelijk zijn hoofd erbij houden. (Daan)

2. King Krule – Dum surfer

King Krule, mijn – en sowieso ook jouw – favoriete Venetiaans blonde Londenaar, heeft ons verwend dit jaar. ‘The ooz’, z’n tweede plaat, is zó’n intelligente crossover van soulvolle indie, jazz, triphop en wat niet meer, dat de (eerder lange) duur van het album je niet eens tegen de borst stoot. ‘Dum surfer’ is ongetwijfeld een van de paradepaardjes. De kracht van de track komt dan vooral voort uit de twee gedachten waarop die hinkt: enerzijds lijkt Archy Marshall voor een keertje niet half slaapdronken te zingen, maar spúwt hij woorden en klanken haast uit. Tegelijk sluimert er tóch een laidback sfeertje door het nummers – die jazzy gitaarlicks en sax waren altijd al Archy’s handelsmerk, en vooral in de outro lijkt het alsof we getuige mogen zijn van een laatavondlijke jamsessie. King Krule bokste doorheen de jaren een eigen stijl ineen, en ‘Dum surfer’ is daarin een nieuw luik. (Gilles)

1. Kendrick Lamar – DNA.

Kendrick Lamar brengt op zijn nieuwe album ‘DAMN.’ voornamelijk rustige en beheerste muziek, maar hij kon het toch niet laten om het album met een stevige kopstoot te beginnen. ‘DNA.’ Is een razend nummer waarin de hiphopmeester zijn meest agressieve delivery tot op heden brengt over een beat van Mike WiLL Made-It die er stevig in hakt. Op furieuze wijze rapt K-Dot over de positie van de zwarte man in de Amerikaanse maatschappij, waarbij hij op iconische wijze een presentator van Fox News samplet die beweert dat hiphop de laatste jaren meer kwaad heeft gedaan voor jonge Afro-Amerikanen dan racisme. Kendrick Lamar is boos en vertaalt dit naar een van de meest verfijnde bangers van het jaar. (Tobias)

Hieronder vind je onze Spotify-lijst:

Laatste artikels

Zandloper

Discovery

Wedstrijden

In de kijker

Meer Indiestyle

Tips

Autumn Falls 2017