The Sore Losers en hun zoektocht naar de ultieme momentopname

Op 18 maart wordt muzikaal Vlaanderen weer net dat beetje vuiler met de release van de derde plaat van The Sore Losers. ‘Skydogs’ heet het beest, en het zou nu al uw voorjaarssoundtrack moeten zijn. Wij spraken met Jan en Cedric in een zonovergoten appartement in hartje Brussel. Lichtjes buiten adem (een afspraak op de vijfde verdieping en een onbetrouwbaar uitziende lift zaten daar voor iets tussen) stelden we onze eerste vraag.

thesoreloserscrop

Heren, allereerst proficiat met ‘Skydogs’! De nieuwe plaat klinkt veel compacter en vinniger dan de vorige twee, was dat de bedoeling vanaf het begin?

Cedric Maes (gitaar): “Deze verzameling songs op ‘Skydogs’ vroeg eigenlijk om die aanpak, en dat wist onze producer ook. We waren op een gegeven moment de laatste song aan het opnemen zonder dat we dat eigenlijk beseften. Toen we met dat nummer klaar waren wisten we allemaal: we hebben net een plaat gemaakt. Dat snedige hoor je dan ook op ‘Skydogs’.

“Naar ons gevoel zijn we nu ook echt waar we met deze band wilden staan. Mannen als Micha Volders (ex-drummer), Pascal Deweze (producer van het debuut) en Dolf van The Datsuns (producer van opvolger ‘Roslyn’) waren van onschatbare waarde, maar wij vier hebben samen een weg bewandeld, en zo zijn we nu tot ‘Skydogs’ gekomen.”

Hadden jullie meer nummers geschreven, of is alles in de studio gemaakt?

Jan Straetemans (zang/gitaar): “Toen we naar Berlijn gingen voor de opnames hadden we enkel een paar ideeën, en we mochten van producer Dave Cobb (bekend van werk met o.a. Rival Sons, Jason Isbell, n.v.d.r.) ook niet meer dan dat meebrengen. Zijn filosofie is dat iedere plaat een momentopname vormt, en dat het allemaal niet te zeer beredeneerd moet zijn. Tenslotte is dat hoe ze vroeger ook platen maakten. Als een muzikant de Sun Studios binnenstapte wist die vaak nog niet eens wat er die dag op de planning stond. Er werd gewoon op ‘record’ gedrukt en je probeerde het moment te vangen.”

“Op die manier hebben wij ook allemaal heel veel geleerd over the art of recording. Vroeger werd er op een knop geduwd en dàn moest het gebeuren, en dat is iets dat men de laatste jaren wat uit het oog verloren is.”

Cedric: “Inderdaad. Iedere muzikant kent ook dat gevoel als je in het repetitiekot voor de eerste keer die vonk hebt die overslaat bij een nieuw nummer. Dat gevoel ga je niet kunnen behouden als je alles kapot repeteert, preproducties maakt en dan drie maanden later naar de studio gaat. Voor ons was elke eerste take ook meteen de eerste keer dat we dat nummer volledig speelden, en we hebben nooit meer dan drie takes nodig gehad. Dat hoor je ook aan de plaat.”

Het was de eerste keer dat jullie op die manier werkten. Denken jullie dat dat vroeger ook al had gewerkt, of was het moment nu daar?

Cedric: “Dat weet ik niet. Het is moeilijk om daar op terug te kijken. Misschien wel, misschien niet, maar we weten alleszins dat het deze keer supergoed werkte.”

Jullie hebben ook voor een analoge studio gekozen en dus op tape opgenomen. Vanwaar die keuze?

Jan: “Vanwege de sound en opnieuw het proces op zich. Op een gegeven moment begint je tape te lopen, iemand zegt “we’re rolling“, en dan moet je het waarmaken. Dat is heel anders dan iemand die op een muis klikt en zegt dat je maar wat mag aanklooien omdat achteraf toch alles aangepast kan worden.”

Cedric: “Het draait ook om het gevoel dat je met vier in één ruimte staat en daar samen die performance moet geven. Zo is er op de plaat nog interactie kunnen ontstaan. Ik zie bijvoorbeeld dat Alessio (Di Turi, drummer) iets doet, en ik besluit daar en dan om dat mee te spelen. Dat is een hele fijne manier van werken.”

Jullie postten tijdens de opnames ook veel foto’s op Facebook. Bij één daarvan was er sprake van een trilogie, waar is die te vinden op ‘Skydogs’?

Jan: “Dat zijn de nummers ‘All I am’, ‘Nightcrawler’ en het einde van ‘Nightcrawler’. De riff van ‘Nightcrawler’ zat aanvankelijk in ‘All I am’, maar volgens Dave verdiende die z’n eigen nummer (lacht). Zo gezegd, zo gedaan, en toen hadden we nog een outro van een ander nummer liggen en die hebben we in ‘Nightcrawler’ gestoken. Het is dus geen trilogie an sich, eerder een combinatie van drie ideeën binnen twee songs.”

Cedric: “De pauze tussen ‘All I am’ en ‘Nightcrawler’ is zeer kort gemasterd, en ook live spelen we ze na elkaar. Die twee horen samen, dat gaat niet anders.”

Waar komt de titel ‘Skydogs’ vandaan?

Cedric: “Een ‘skydog’ is een soort alter ego dat we binnen de groep al een tijdje gebruiken voor mekaar. De term zelf komt van Duane Allman, gitarist van The Allman Brothers, waarvan we een foto hebben hangen in ons repetitiehok. Zijn bijnaam was ‘skydog’, en een skydog is een eigenzinnig iemand die volledig zijn ding durft te doen. Keith Moon, Arno…, allemaal ‘skydogs’, en ons type band past ook wel in dat straatje. Play loud and party hard.”

De hoes is van het soort dat je liefst tegen de muur hangt, wie heeft die deze keer ontworpen?

Jan: “Daarvoor hadden we Elzo Durt gevraagd, een undergroundkunstenaar uit Brussel, en het resultaat is nog beter dan we hadden verwacht. De cover moest to the point zijn, zoals de plaat zelf. We wilden heel graag een hoes die je in de platenbak ziet liggen, en waarvan je direct weet welke muziek erbij hoort. Zo kies ik namelijk zelf ook platen van groepen die ik niet ken, en dat vonden we belangrijk.”

Cedric: “Elzo Durt is trouwens ook absoluut een ‘skydog’, we moeten daar dringend eens mee op stap gaan (lacht).”

De sfeer tussen de vier ‘skydogs’ van The Sore Losers zit volgens de zanger en gitarist momenteel perfect. Sinds hun tweede plaats op de Rock Rally van 2010 heeft de band weinig tot niet stilgezeten, met een hecht groepsgevoel tot gevolg. Geen egotripperij of andere nonsens bij deze Limburgers, gewoon goeie riffs en knappe vrouwen in de videoclips (zie hier). Meer moet dat soms niet zijn.

In een oud filmpje over jullie eerste plaat zegt Cedric dat muzikanten niet moeilijk moeten doen: neem gewoon een gitaar en maak wat muziek. Is het zo gemakkelijk voor jullie om ‘gewoon een nummerke te schrijven’?

Cedric: “Profetische woorden waren dat! (lacht) Neenee, ik wil daar niet mee zeggen dat wij zo fucking geweldig zijn dat we ergens binnenkomen en een song kunnen schrijven. Ik doel eerder op het feit dat je er niet te veel over moet nadenken. Je mag er niet te zelfbewust mee bezig zijn, het draait om het buikgevoel.”

Jan: “Inderdaad. Wij hebben het vaak over die grap in Tenacious D waar ze op zoek gaan naar ‘Inspirado’, maar zo werkt het in het echte leven natuurlijk niet. Je moet zeker zijn van je zaak en een idee durven uitwerken, anders kan je je iPhone blijven vullen met schetsen en nog helemaal nergens geraken. We proberen songs uit te rijden tot het einde en er telkens een performance van te maken, en ik denk dat we daar op ‘Skydogs’ zeker in geslaagd zijn.”

Jullie hebben zelf een groot repetitiehok waar jullie in principe alles zelf kunnen doen. Vanwaar kwam dan de keuze om dit album in Berlijn op te nemen?

Jan: “Eigenlijk ten eerste om nogmaals aan het idee bij te dragen dat een plaat een momentopname is. Als je dat ergens anders doet dan je gewoon bent, heb je nog meer het gevoel dat er nù iets aan het gebeuren is. Ten tweede wilden we nu ook eens naar een grootstad trekken.”

Cedric: “Het ‘gang’-gevoel hoort daar ook zeker bij: je bent samen onderweg, je zit samen op een appartement, je eet altijd samen als groep,… Het zijn wij vier tegen de rest van de wereld, en we zijn samen iets aan het maken. Als je thuis zit ga je waarschijnlijk nog de gewone, dagelijkse beslommeringen aan je hoofd krijgen, en daar hebben we echt geen in zin als we een plaat opnemen.”

En dus kozen jullie ervoor om op twee weken een plaat te schrijven, op te nemen en te mixen. Dat is niet heel veel tijd, lijkt me, zeker in een interessante stad als Berlijn.

Jan: “We hebben niet veel geslapen (lacht). Die twee weken in november hebben we goed geleefd, als een soort trip.”

De opnames waren zeer kort en to the point, duurt het dan naar jullie aanvoelen niet lang tot de muziek eindelijk bij het publiek geraakt?

Jan: “Er zitten vier maanden tussen het moment waarop wij de plaat in handen kregen en de feitelijke release, en dat is wel een tijdje. Het was dan ook bevrijdend toen we onze eerste single ‘Cherry cherry’ eindelijk konden voorstellen. Anderzijds ben je als band altijd druk bezig, dus het is niet alsof we die vier maanden in afwachting op de zetel hebben gezeten. Zo is er bijvoorbeeld de liveshow die je in mekaar moet boksen, waar we toch wel zo’n vier dagen per week mee bezig zijn.”

Cedric: “En het is niet alsof dat gaat minderen, want als we eenmaal terug de hort op gaan zijn we ook vier dagen op zeven bezig, maar op een totaal andere manier (lacht). Dat vind ik persoonlijk trouwens te gek aan deze band: wij raken elkaar maar niet beu. Onlangs hadden we elkaar maar twee dagen niet gezien, en daarna hadden we mekaar zoveel dingen te vertellen.”

Dat lijkt me best, als we zien dat jullie op zotte plaatsen als Tokio mogen spelen. Klopt de mythe dat men in Azië knettergek is van Belgische groepen?

Cedric: “Voor ons wel, we hadden alleszins veel te weinig merchandise meegenomen (lacht). We dachten dat niemand ons daar zou kennen, maar het was compleet uitverkocht.”

Jan: “Die mensen gaan ook heel hard op concerten. Aan het begin waren ze heel rustig, tijdens de set gingen ze volledig los, en na de show gaan ze braaf in een rij staan om een handtekening te krijgen. Heel respectvol allemaal, ze vragen of ze hun arm op uw schouder mogen leggen in plaats van meteen selfies beginnen te trekken.”

Een laatste uitsmijter nog. Op Pukkelpop stond er een beeldje van R2-D2 op Cedric’s versterker, wat me doet vermoedend dat we met een fan te maken hebben. Wat vond je van de nieuwe Star Wars?

Cedric: “Interessante vraag (lacht). Harrison Ford staat heel hard tegen z’n goesting te acteren, dus daar was ik wat in teleurgesteld aangezien Han Solo altijd mijn favoriet is geweest. Maar wel heel goed geregisseerd, zeker in vergelijking met I, II en III, die er belachelijk gedateerd uitzien. Maar goed, R2-D2 zal zeker op mijn versterker blijven staan! (lacht)”

The Sore Losers spelen binnenkort in de Ancienne Belgique (Brussel, 15.04, info & tickets) en Bitterzoet (Amsterdam, 20.04, info & tickets).

Album verdeeld door Excelsior.

Laatste artikels

In de kijker

Meer Indiestyle

Tips

Les Nuits Botanique