De 13 toppers en 6 flops van Dour Festival 2017

door Thomas Konings

We maken de eindbalans op van vijf dagen Dour. Van alle 60 bands die we gezien hebben, kozen we onze 13 favoriete en onze 5 minst favoriete. Daan schreef als extra flop nog wat over de veiligheidsmaatregelen slash drugscontroles. Check dat hieronder en lees hier alle andere reviews.

TOPPERS

Agar Agar: “In de meest gezellige tent van het festival bewees de band nog meer in petto te hebben dan dat typische Johnny Jewel-geluid. Hoewel er een voortdurende, warme maar lichtjes ongemakkelijke neon-vibe was, smeten de Fransen hardere, wonky electronica in de mix of vulden ze de koele ‘Drive’-electro aan met wat meer tropische geluiden.” (lees meer)

Blanck Mass: “Een beetje vermoeid was het makkelijker om jezelf over te geven aan de overweldigende sound van de Britse muzikant. Voor zijn indrukwekkende vocals creëerde Benjamin John Power een geluid dat op alle mogelijke manieren het exces opzocht, maar uiteindelijk wel steeds binnen de grenzen van het luisterbare en dansbare bleef.” (lees meer)

Henry Wu presents the Kamaal Williams Experience: “Het viertal bracht een indrukwekkende set, waarin een verscheidenheid aan invloeden te horen was. De intro’s werden lang gerekt, wat een spacy effect teweeg bracht, maar met behulp van drums en synths werden ook dansbare en hiphopbeats in de nummers verwerkt.” (lees meer)

Jonwayne: ” Jonwayne toonde dat een rapper niet per se hype moet creëren om een sterke show neer te zetten, maar dat het publiek automatisch wel komt als hij zijn eigen ding doet. Deze show was een verademing in een anders vaak te hyperactief genre.” (lees meer)

Karenn: “Omdat er genoeg variatie in de muziek zat, bleef het geheel anderhalf uur interessant. Doorheen de set gingen de bassen niet in constante overdrive, maar in de laatste minuten werden we getrakteerd op het betere beukwerk.” (lees meer)

Mall Grab: “De Australische Londenaar had geen nood aan een fijnzinnig opgebouwde set, maar dropte banger na banger. Ook wanneer de beat weggehaald werd, bleef het publiek losgaan op het ritmische house-getik, om tot volle euforie te komen wanneer de bassen weer terug kwamen.” (lees meer)

Nao: “Met een grote grijns op ons gezicht begeleidde Jessica Joshua ons doorheen haar nummers vol funk en soul. Dat ze de ideale combinatie vond tussen oldschool-invloeden en nieuwere electronica (denk het beste van Jai Paul en Mura Masa in de mix) wisten we al, dat ze dat met zoveel plezier, energie en kunde kon brengen was dan weer de verrassing.” (lees meer)

Nas: “Met behulp van een sterk scratchende dj en een live-drummer werkte hij zich door een greatest hits-set. Hoewel Nas de veertig al gepasseerd is, bracht hij zijn teksten met de energie van een jong veulen.” (lees meer)

Oathbreaker: “Naast het headbangen was er ook tijd om met de ogen toe weg te dromen op de meest sfeervolle stukken muziek, en daarbovenop baadde de set in een donkere melancholie. Post-metal op haar best.” (lees meer)

Phoenix: “Met een extra kleurrijke show in een opvallend decor (er stond een gigantische een spiegel achter hen!) toonden Thomas Mars en zijn gevolg dat opgewekte gitaarpop niet per se vervelend moet zijn. Strak werd er van de ene hit naar de volgende gegaan en nieuwe liedjes blendden feilloos met oudere songs.” (lees meer)

PNL: “Normaal zou je zeggen dat hiphop live grotendeels om energie of jeugdigheid gaat, maar wat we op Dour meemaakten was echt het tegenovergestelde. Normaal zou je ook denken dat een headliner een zinderende show moet geven om geliefd te worden, maar dit was gewoon een heerlijk saaie boel. En toch vielen we ervoor. Doen ze goed die performance-kunstenaars.” (lees meer)

Roméo Elvis & Le Motel: “Roméo besefte maar al te goed dat hij de man van het festival was.” (lees meer)

Young Fathers: “Alloysius en co grepen zowel naar de keel als naar de benen, schuwden de melancholie niet en toonden zich bovendien erg goede vocalisten. Met ‘Only god knows’ – een van de betere nummers van het jaar – en ‘Shame’ brachten ze hun singles bovendien bijzonder straf, met enthousiasme van het publiek ten gevolg.” (lees meer)

FLOPS

$uicideboy$: “Op het eerste zicht was het misschien beter dan de gemiddelde turn-up show, na een tijdje werd het echter behoorlijk eentonig om inwisselbare nummers van maximum twee minuten te horen. Leuk voor de mensen die er hard op konden gaan, maar de meerwaardezoeker bleef teleurgesteld achter.” (lees meer)

Crystal Castles: “Misschien moeten we gewoon wel besluiten dat de tijd van Crystal Castles voorbij is. Hun sound klinkt anno 2017 allesbehalve relevant, terwijl de nieuwe bandopstelling er niet in slaagt om dat geluid enigszins interessant te maken.” (lees meer)

Kiasmos: “Zijn platenkeuze lag immers in het verlengde van het eigen werk, dat wil zeggen: veel te gemakkelijk verteerbare, weinig memorabele techno voor mensen met meer smaak in cocktails dan in electronica.” (lees meer)

M.I.A.: “Terwijl de Britse zich wil profileren als een vrouw van het volk, leek ze zo met haar witte handschoenen en zonnebril eerder een wereldvreemde popster die alle voeling met haar publiek kwijt is.” (lees meer)

Pusha T: “Minimale hiphopsongs als ‘Numbers on the boards’ en ‘M.F.T.R.’ haalden de sfeer beatgewijs weg, maar ook de rhymes waren van een abominabel niveau. Teksten werden niet nauwkeurig gebracht maar geschreeuwd, en bovendien raakte de president van GOOD Music niet over zijn dj. Het dieptepunt volgde echter toen Pusha midsong wegliep en ook zijn dj daar niets van begreep.” (lees meer)

extra flop

De security: Vorig jaar waren de metaaldetectoren al aanwezig aan de ingang van de weide, maar dit jaar waren de controles aan de ingang pas echt het gespreksonderwerp van het festival. Bedoeling daarvan leek vooral ook het bestrijden van drugs. Naast de detectoren viel vooral de massaal aanwezige politiemacht op, waarbij de heel strenge fouilleringen er menigmaal voor zorgden dat ik personen naar een aparte tent begeleid zag worden. Na twee drugsdoden op drie edities kan ik er heel goed inkomen dat Dour z’n drugsimago van zich wil schudden. De controles gingen evenwel zelfs zo ver tot het openen van tabak, laptops en timetables, om te zien of er niets tussen zat. Ze werden verder enkel uitgeoefend tijdens de daluren. ‘s Avonds, voor aanvang van het nachtprogramma, gebeurde het echter vaak dat een bandje tonen volstond. Consistentie ontbrak dus, terwijl controles voor aanvang van de feestnacht daarnaast net het best hadden gewerkt. Bovendien vraag ik me af hoe efficiënt die controles waren en of de repressie niet averechts werkte. ‘s Nachts waren namelijk nog nooit zoveel zonnebrillen en waterflesjes te zien, omdat het nu eenmaal makkelijker is een pil in je sok te steken dan een blik bier. Mensen waren bovendien wel slim genoeg om hun stuff op hun lichaam te verstoppen in plaats van ergens in een zakje van hun portefeuille of in pakje tabak. Ergens hoopte ik dat Dour progressiever zou omgaan met het druggebruik op de wei, en naast controles om drugs buiten te houden, op het terrein zelf meer harm-reducing maatregelen zou nemen. (Daan)