Met de handen in de lucht en het bier op de grond: Pixies brengt evenwicht in Vorst Nationaal

door Nina van den Broek

Ik dacht dat ik de Pixies nooit live zou zien. Ik kon nog maar amper lopen toen ik de heupen wiegde op het surfriffje van ‘Here comes your man’, destijds jaren nadat de individuele Pixies zich al lang niet meer met de band maar met hun eigen soloprojecten bezighielden. Wist mijn weinig hoopvol kinderzieltje toen veel dat het viertal – dat in die tijd evenveel hield van het wisselen van bassistes als van Buñuel en Lynch – enkele jaren later zou beslissen om op een schijnbaar eeuwigdurende tour te vertrekken, en er op de koop toe nog drie platen bovenop zou gooien. En de fans die al heupwiegden toen de Pixies nog een band was voor alternativo’s die effectief hun platen kochten, wisten die veel dat ze meer dan dertig jaar later ‘Here comes your man’ zouden meebrullen in een zaal die veel weg had van een stadion. 

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Great show #pixies #rock #caribou #🤘🏼🖤 #frankblack #strakkeset #feelingyoungagain #4tops

Een bericht gedeeld door Sylvia 🧿🥂🕶 (@sylvia.pihay) op

Naar aanleiding van laatste plaat ‘Beneath the eyrie’ kreeg iedereen die – hoewel haast onmogelijk – elk afgelopen Pixies-concert in de Lage Landen had gemist woensdagavond in Vorst een nieuwe kans. Nota bene exact tien jaar en twee dagen nadat ze op dezelfde plek het twintigjarig bestaan van het alom geprezen ‘Doolittle’ vierden. Met een reputatie van variërende setlists en het ietwat gedurfde experiment om bij de start van de huidige tour het nieuwe album integraal te spelen in het geheugen, was het afwachten wat Black Francis en co uit de gitaren zouden schudden. ‘Beneath the eyrie’ is nochtans misschien wel hun beste worp sinds de reünie uit 2014, maar wie oppervlakkig en met een nostalgisch hart luistert, grijpt al snel terug naar het rauwere materiaal waarmee ze de alternatieve rockscene op z’n grondvesten deden daveren. 

Een moeilijk bereikbare concertzaal en een vrij te kiezen zit- of staanplaatsverdeling zorgde voor chaos zo iets voor negen. Alsof de Pixies dat begrepen hadden, lieten ze voor ze het podium betraden een vreemd stukje meditatiemuziek, dat ergens tussen het Verre Oosten en de middeleeuwen schipperde, door de boxen galmen. Helemaal zen maar lichtjes verward, werden de fans die hoopten hun jeugd te herbeleven vervolgens op hun wenken bediend; ‘Cactus’, de B-kant van ‘Wave of mutilation’ en ‘Here comes your man’ passeerden beurtelings en in sneltempo – aan bindteksten of zelfs ademruimte tussen de nummers door hebben de Pixies nog steeds een broertje dood – de revue. Het was echter bij het eerste échte  gitaargeram (‘Isla de Encanta’) dat het publiek het signaal kreeg om de handrem eraf te halen. Wijsvingers gingen in een hoek van ongeveer vijfenveertig graden de lucht in, bezwete lijven botsten tegen elkaar op en talloze euro’s vlogen in vloeibare vorm over de mensenzee. De vaart zat erin, en niemand klaagde toen het instrumentele ‘Cecilia ann’ van minder gekende plaat ‘Bossanova’ – normaal een opwarmertje – tussen het stevigere werk werd geperst.

Helaas voor iedereen die zich met zweet, zweet en zweet op het middenplein had gepropt, viel het moshpit-festijn na een tijd ook weer stil. Oude doch minder bekende nummers uit ‘Bossanova’ en ‘Trompe le monde’ werden afgewisseld met nieuwe, om er vervolgens weer een explosief ‘Nimrod’s son’ of ‘Vamos’ tussen te gooien. Dat ging zo een tijdje door. Het resultaat was een concert waar weinig structuur of spanningsboog op te plakken viel, waardoor sommigen besloten om nog vóór ‘Where is my mind’ de zaal te verlaten. Ten onrechte, want de rest, die schudde in verschillende mate enthousiast en ritmisch het hoofd tijdens het overige van de negenendertig – jawel – nummers die de Pixies er die avond doorjaagden, om uiteindelijk naar huis te gaan met zowel een knoop in de maag (‘Velouria’ en ‘Hey’) als een gruwelijk – “slicin’ up eyeballs” – opkikkertje om die weer te ontwarren (‘Debaser’).

Een slordige twintig jaar nadat ik er voor de eerste keer van droomde om de Pixies ooit live te zien, zag ik voor de vierde keer een band die erin slaagt om veertigers uit hun dak te laten gaan op een nummer over incest. Toegegeven: de stem van Black Francis klinkt iets minder geraffineerd dan vroeger, en in dit concert slopen iets meer foutjes dan in de vorige. Met een bescheiden lichtshow en een spervuur aan songs die stuk voor stuk overtuigen in muzikaal vakmanschap, blijft Pixies echter een band die weinig van z’n oude glorie verloren heeft. Bewijs daarvoor leveren de nummers van het recente ‘Beneath the eyrie’ die absoluut hun plaats kenden tussen het oude geweld en live beter tot hun recht kwamen dan op plaat. En ‘Gouge away’, dat blijft zelfs in een betonnen bunker waarin de meesterlijke baslijn jammerlijk verloren gaat een van de mooiste dingen die een zwaarlijvige man van middelbare leeftijd me ooit heeft toe geschreeuwd. Moge het getour van de Pixies werkelijk eeuwigdurend wezen.

Binnenkort kan je in Vorst Nationaal nog Machine Head (25.11), Lost Frequencies (09.11) en Björk (13.11) aan het werk zien. Info en tickets vind je hier.