Nas is de perfecte headliner voor Dour Festival

We schreven al over de vrijdagmiddag van Dour, de Belgische sterren op de derde dag van het festival en het optreden van Crystal Castles, hier volgt het Dour-verslag van vrijdagavond. Onder meer Nas en Pusha T stonden het programma, Daan en Thomas zijn nog steeds onze reporters ter plaatse.

Met Trentemøller (foto) en The Kills stonden er twee bands tegelijk geprogrammeerd die misschien net voor “mijn tijd” hun hoogtepunt kenden. Zonder veel voorkennis ging ik voor die eerste, misschien niet meteen de juiste keuze. Bij aankomst was het meteen duidelijk welke sfeer de Kopenhaagse producer wilde neerzetten: de filmische en wonderlijke vibe van de Scandinavische omgeving ging hand in hand met gemoedelijke soft-techno – een trucje dat intussen wel vaker gebruikt wordt (denk aan artiesten als Gidge). Op Dour ontbrak het vooral aan concrete invulling van die sound en atmosfeer. Weinig liedjes wisten dat geluid echt om te zetten in originele ideeën. Noch aanstekelijk, noch experimenteel gleden de songs weinig beklijvend voorbij, een Jehnny Beth-achtige zangeres, die overigens Trentemøllers new wave-invloeden tastbaar maakte, kon daar weinig aan veranderen. (Thomas)

Drie jaar na de uitstekende integrale performance van ‘Illmatic’, mocht Dour Nas opnieuw verwelkomen op The Last Arena. De rapper trakteerde met onder andere ‘Life’s a bitch’ meteen op een trio van songs uit die iconische plaat. Die sterke opening trok de New Yorker door naar het vervolg van zijn set. Met behulp van een sterk scratchende dj en een live-drummer werkte hij zich door een greatest hits-set. Hoewel Nas de veertig al gepasseerd is, bracht hij zijn teksten met de energie van een jong veulen. Veel van zijn collega’s zouden op hun lauweren rusten, maar Nas bleef zich inspannen om het publiek bij zich te houden. Met nummers als ‘I know i can’ en ‘If i ruled the world’ deed hij dan ook de massa uit zijn hand eten. De show zelf stak ook sterk ineen, met grimmige visuals die New York naar Dour brachten en enkele cheesy meezingmomenten (bijvoorbeeld van Eurythmics en Bob Marley) die vreemd genoeg wel in de set pasten. Afgesloten werd er met, hoe kan het anders, opnieuw ‘Illmatic’. ‘It ain’t hard to tell’ en ‘Represent’ werden zelfs tot ver achteraan meegerapt. Ook deze passage toonde Nas wat voor performer hij is en gaf hij de blauwdruk voor de perfecte old school hiphopshow. (Daan)

Op een minder interessante tweede dag keek ik vol spanning uit naar Pusha T. De rapper liet echter stevig op zich wachten. De show werd een uur verlaat en ingekort tot een half uur, maar ook toen het dan zover zou moeten zijn, liet hij nog meer dan een kwartier op zich wachten. Een duidelijk geïrriteerd publiek veerde wel meteen op toen ‘I don’t like’ gespeeld werd. Met vervolgens ook ‘Runaway’ op de setlist leek Pusha het publiek mee te hebben, maar daarna zakte de show volledig in. Minimale hiphopsongs als ‘Numbers on the boards’ en ‘M.F.T.R.’ haalden de sfeer beatgewijs weg, maar ook de rhymes waren van een abominabel niveau. Teksten werden niet nauwkeurig gebracht maar geschreeuwd, en bovendien raakte de president van GOOD Music niet over zijn dj. Het dieptepunt volgde echter toen Pusha midsong wegliep en ook zijn dj daar niets van begreep. Een van de meest arrogante performances die ik ooit zag. (Daan)

Na zijn optreden met Karenn op donderdag, stond Blawan solo geprogrammeerd op de Red Bull Elektropedia. We kregen harde techno voor de kiezen die niet altijd even behapbaar was. Waar hij met Karenn nog enige melodie in de muziek stak, koos hij nu voor een meer four to the floor-ritme. Toch was er niet genoeg variatie qua beats en zorgden de niet-continue bassen voor veel relatieve rustpunten in de set. Ondertussen was de Elektropedia volledig volgestroomd voor Nina Kraviz. Met een kenmerkend acid begin van haar set zat de sfeer meteen goed. Op het halfuur verhoogde de Russische het tempo, om het even plots weer te laten zakken. Het technoritme werd weggelaten, ten voordele van meer experimentele muziek uit haar трип-stal. Om de sfeer weer op te jutten werd er vervolgens opgeschoven in de richting van Bonzai Records, dat als bruggetje diende naar meer gabber- en hardcore-geïnspireerde nummers. Op de tonen van een gortdroge, uitgepuurde technotune sloot ik de tweede dag van Dour af. (Daan)

Ik ging ondertussen dansen in Le Labo bij Palms Trax. Die in Berlijn residerende dj en producer kwam de temperatuur de hoogte injagen met diverse house vol techno, disco- en funkinvloeden, terwijl ik regelmatig ook een meer Afrikaanse vibe opving. Zo’n elementen kan je vaker dan je lief is terugvinden in andere dj-sets maar Jay Donaldson bewees niet voor niets de steun te genieten van Dekmantel, Red Bull Music Academy en Boiler Room: zijn set mocht dan wel speels en moeiteloos klinken, ze werd nergens te casual of vergeetbaar. (Thomas)

Foto’s Jonas Reubens & Imke Van Steenkiste

Laatste artikels

Zandloper

Discovery

Wedstrijden

In de kijker

Meer Indiestyle

Tips

Leffingeleuren 2017 Autumn Falls 2017