Onze hoogtepunten van Dour 2019

door Daan Leber

Dour is ieder jaar opnieuw een marathon van jewelste, met voor ieder wat wils. Ook dit jaar, de tweede editie op het nieuwe terrein, was opnieuw volgestouwd met een eclectische mix van stijlen en artiesten. Toch is de nieuwe koers die het festival vaart ook duidelijk op te merken, en die pakte niet altijd even goed uit. Eerst het positieve nieuws. De organisatie had vorige editie duidelijk opgemerkt dat er weinig schaduw- en rustplaatsen waren, en dit jaar vielen wat meer shelters en overdekkingen op te merken (hoewel dat gerust nog meer mag uitgebreid worden). De rauwe inkleding van het festival geeft nog een restant van de “oude” Dour-spirit mee.

Verder viel op dat het festival nog zoekende is naar de optimale plaatsing van de podia. De switch tussen de Dub Corner en Elektropedia zorgden dan wel voor beheersbare mensenstromen, maar het overdonderende geluid van dat laatste podium wekte wel ergernis op tijdens concerten in de nabij gelegen Boombox en Petite Maison. Opvallend was ook dat je voor goeie hiphop beter bediend werd in andere tenten dan de Boombox. Zo manifesteerde La Salle Polyvalente zich steeds nadrukkelijker als dé plek voor de hardere en meer experimentele hiphop, en waren goeie sets van Vince Staples en Skepta te aanschouwen op de Main Stage. De nieuwe invulling van La Salle Polyvalente zorgde dagelijks wel voor een eenduidige en kwalitatieve programmatie. Het wegvallen van het aantal metal-acts gespreid over het festival, werd meer dan degelijk opgevangen op zaterdag, waar de liefhebbers van de zwaardere gitaren de hele dag hun tent konden opslaan. 

Naast uitstekende optredens van onder andere Mall Grab (die naar het einde toe misschien net iets teveel in herhaling viel), DJ Seinfeld (“dansen, dansen, dansen”), Kampire (zie: DJ Seinfeld, maar dan met harde niet-Westerse muziek) en Ansome (“untz untz untz”), volgen hier onze hoogtepunten van Dour 2019

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

🌬🌤

Een bericht gedeeld door Dour Festival (@dourfestival) op


Jpegmafia (La Salle Polyvalente, donderdag)

Na een overdonderende passage in de AB Club afgelopen november mocht Jpegmafia zijn kunstje komen overdoen in Dours Salle Polyvalente. Net als toen had de show een charmant je m’en fous-gehalte door de manier waarop de rapper zijn beats doodleuk afspeelde op iTunes. Ook de breuk tussen Peggy’s persoonlijkheid tijdens de nummers en in de tussenstukjes was erg amusant. Waar hij tussen nummers door gezellig zat te vertellen over hoe stoned hij was en waarom hij Morrissey niet zo’n aangenaam persoon vindt, veranderde hij vanaf het moment dat er muziek te horen was in een intense schreeuwlelijk die het hele publiek met zijn energie wist op te jutten. Door de hekken voor het podium was de band met het publiek jammer genoeg iets minder intens dan tijdens een zaalshow eind vorig jaar, maar dat kon de pret niet bederven. Jammer genoeg eindigde Jpegmafia op een eerder bizarre noot door iedereen aan te manen om op de grond te gaan zitten waardoor het leek alsof er nog een laatste banger aan zat te komen, om daarna het eerder gezapige ‘Macaulay Culkin’ in te zetten. Voorlaatste nummer ‘Baby I’m bleeding’ of het vrij vroeg gedropte ‘Puff Daddy’ waren dan betere afsluiters geweest, maar over het algemeen konden we de Salle Polyvalente toch met een positief gevoel verlaten. (Tobias)

Death Grips (La Petite Maison, donderdag)

Death Grips is live altijd een verpletterende ervaring. Door de manier waarop het trio hun sowieso al intense materiaal zonder rustpauzes aan elkaar mixt zorgt ervoor dat elk optreden weer een war zone wordt. Dat was deze keer niet anders, maar de show was toch net een tikkeltje minder intens dan hun vorige passages in de AB. Dit was niet echt aan de band zelf te wijten, maar vooral aan de geluidsmix waarin sommige aspecten van de muziek al eens verloren durfden te gaan. Vooral MC Ride was vaak moeilijker te verstaan dan de Nieuw-Zeelander die naast ons op de camping lag en dolgraag wilde dat we hem ‘fils de pute’ leerden zeggen (het klonk eerder als ‘fiesj dé poet’). Desalniettemin was het songmateriaal zo verpletterend dat we een uur later alweer volledig bezweet de Petite Maison uit moesten strompelen. Een extra leuk effect was de plankenvloer die in de tent lag en tijdens het rondstuiteren op de beats gezapig meeveerde met het publiek waardoor de moshpit als een gigantische trampoline aanvoelde. Death Grips komt nog steeds het best tot z’n recht in een donkere zaal, maar op een festival staan ze er nog steeds voor garant dat je de komende dagen niet zonder spierpijn zal moeten doorkomen. (Tobias)

Deena Abdelwahed (Le Labo, donderdag)

Met ‘Khonnar’ produceerde Deena Abdelwahed een van de interessantste elektronische albums van het afgelopen jaar, en die mocht ze in Le Labo integraal komen voorstellen. Zoals verwacht stond de combinatie van bass-heavy muziek muziek en elektronische muziek garant voor een beneveld feestje. Op de festivalboxen van Dour kreeg de de sound van Abdelwahed wat extra punch waardoor het dansbare karakter van de muziek wat meer naar voren kwam, iets wat in een festivalcontext zeker geen slechte zet was. De eerste helft van het optreden leek nog enigszins gericht op het opwekken van een bepaalde gemoedstoestand waarbij de dansbenen slechts occasioneel in beweging schoten, maar naar het einde toe leken we ons meer en meer in een zwoele technoclub te bevinden. Een Oosterse rave voor fijnproevers, zeg maar. (Tobias) 

DJ Marcelle (Le Labo, donderdag)

Eén van de meest intrigerende boekingen dit jaar, was DJ Marcelle. Ze mag er dan misschien uitzien alsof ze een Dour-ticket kreeg van haar kinderen, als dj was ze een van de meest vooruitstrevende op het festival. In Le Labo schotelde ze geen netjes aan elkaar gemixte show met een duidelijke rode draad voor. Integendeel, nummers werden met behulp van drie draaitafels zomaar out there gesmeten. Zelf noemt DJ Marcelle onder andere Muslimgauze als één van haar grote inspiratiebronnen, en inderdaad kwam af en toe een Midden-Oosters geluid even piepen. Toch lag de focus vooral op breakbeats, die geregeld doorspekt werden met gabber-geluiden. Haar set was misschien niet bedoeld als middelvinger naar de mainstream dj’s, toch was het verfrissend om om de anderhalve minuut compleet verrast te worden en uit te vogelen hoe je in hemelsnaam op het volgende nummer zou moeten dansen. (Daan)

Objekt (La Salle Polyvalente, donderdag)

De Elektropedia stage stond op donderdag volledig in het teken van drum n bass, maar wie nood had aan een nachtelijke technofix kon gelukkig nog in La Salle Polyvalente terecht bij Objekt. De in Berlijn wonende DJ en producer ging weliswaar niet voor een rechttoe rechtaan stampfeestje maar gooide het over een andere boei. De beukende beats waren niet afwezig, maar gingen vergezeld met bedwelmende elektronica waardoor er een zeer bizar sfeertje in de tent hing. Wie daar zin in had kon de set op twee verschillende manieren beleven: ofwel dansende op de hardere aspecten van de muziek, ofwel al zwevend op de soundscapes. Zo bood Objekt luistermateriaal voor zowel de nachtraaf als de slaperige mus. (Tobias)

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

BALZAAAAAAAL ⚡️ 📷 Mathieu Drouet

Een bericht gedeeld door Dour Festival (@dourfestival) op


Dr. Rubinstein (Elektropedia, vrijdag)

Op vrijdag stond één stage met stip aangeduid. Uitzonderlijk genoeg was dit de Elektropedia, waar we ons opmaakten voor een kleine technomarathon. De programmering en opeenvolging van Dr. Rubinstein, I Hate Models en Paula Temple bleek een uitermate geschikte keuze te zijn van de organisatie, waardoor onze nacht plots een heel stuk vroeger begon. De Israëlische Dr. Rubinstein mocht dit drieluik in gang trekken, en deed dat met haar karakteristieke stijl. De donkere electro en acid viel initieel redelijk dood op een nog vollopende Elektropedia, maar door consistent haar stijl door te trekken, overtuigde Dr. Rubinstein alsnog. Soms is de enige manier om zo’n mastodont van een podium te overtuigen, wars van alle omstandigheden je eigen ding doen, en het feit dat de dj geen toegevingen deed, wisten we wel te appreciëren. 

I Hate Models (Elektropedia, vrijdag)

Vervolgens kregen we I Hate Models die de Elektropedia opvallend begroette met een eigen versie van ‘Du hast’ van Rammstein, grappig was het in elk geval, of het door iedereen gesmaakt werd dat is een ander verhaal. Het zette Alleszins de toon dat het ‘hard’ zou worden. De set van I Hate Models liep lekker vlot als een TGV die geleidelijk aan alsmaar kracht bij nam. Dat hij zich laat beïnvloeden door veel verschillende stijlen, konden we ook weer opmerken gedurende de hele set. Er was plaats voor veel opwinding en het inlossen van korte stiltes die leidden tot hard beuken, maar de krachtpatsers waren wel opvallend meer gelokaliseerd in het begin. Veel troeven waren al uitgespeeld tegen het midden van de set waardoor we vanaf dan lichtjes op een kleine honger zaten. Het werd iets rustiger (let op, dit is volgens IHM-standaarden, dat is nog altijd heel stevig voor wie heartbeat-technosessies gewoon is). Eindigen deed I Hate Models met meer focus op nostalgie, emotie en jawel een aantal zanglijnen. Verrassende keuze, minder scherp en commerciëler dan wat we gewend zijn, toch nog steeds een prachtige opener voor het hoogtepunt dat hierna ging komen. Onze beentjes waren alvast lekker warm gepompt voor Paula Temple. 

Paula Temple (Elektropedia, vrijdag)

We overdrijven niet als we zeggen dat Paula Temple haarzelf tot koningin van Dour mag kronen. Ik denk dat iedereen het unaniem eens is dat de passage er eentje was om in te kaderen. Ideale muziekkeuzes, een opbouw die van begin tot einde klopte, perfecte overgangen, maar vooral genadeloze gabberkicks, sluwe snares en kort maar krachtige rustmomenten om even je kuiten te stretchen tussen al dat shtampen door. Van bij de eerste seconde ging het er loeihard aan toe en op die beslissing is ze nooit meer terug gekomen. De gehele Elektropedia was gedurende de gehele set in volledige extase en ik heb letterlijk niemand betrapt die stilstond, van de typische ‘ik-pomp-mijn-slaapmatras-op-move’, de ‘ik-ben-danser-in-step-up-pas’ tot de ‘handjes-in-de-lucht’, iedereen die er stond van meerwaardezoeker, tweedehandsjoggingbroek en petje tot onesie van een T-rex bewoog mee op het rammende ritme.

Paula Temple nam ons allen mee in haar universum, een universum waarin alle mensen en soorten techno welkom zijn in een moeiteloos in elkaar vervlochten geheel zonder dat er afbreuk is aan de individualiteit en hardheid van de sessie. We hoorden alles van dramatische zanglijnen tot smerige oude rave-invloeden, kermisattractie-samples (op de fijne manier uiteraard), knipogen naar EDM en zelfs lichte minimal stukken. Het publiek haar verlangen werd telkens ingelost wanneer alles opnieuw in spoedversnelling ging en iedereen danste alsof het wel eens zijn laatste keer kon zijn. Alles kon en iedereen was welkom en laat dat de sterkte zijn. Ieder individu kon even zijn dagdagelijkse zorgen vergeten en gewoon meedrijven op het ritme waar iedereen samensmolt ongeacht welke afkomst, geslacht, capaciteiten, stijl… Paula Temple maakte van de Elektropedia even haar koninkrijk met het motto “Verenigd dansen wij allen tot we erbij neervallen.”

Oceanic (Rockamadour, vrijdag)

Zouden ze bij Dour Indiestyle lezen? Vorig jaar schreven we dat de Rockamadour wel een upgrade kon gebruiken, dit jaar was het podium omgevormd naar wat we na vorig jaar gewenst hadden. Met het podium in het midden van de ruimte werd meteen een intiemere doch wanneer nodig energiekere sfeer gecreëerd, en die kwam Oceanic zeker ten goede. De Nederlandse producer staat bekend om heel uiteenlopend te kunnen draaien. De ene keer speelt hij in de middaguren een ambient synthesizerset tijdens een weekender van De School (waar hij resident is), de andere keer, zoals op Dour, schakelt hij over naar een heerlijke clubvibe. De muziekkeuze bestond vooral uit vooruitstrevende heady 4/4-muziek, die niet echt te catalogiseren viel in de house-techno-dichotomie, maar zich vooral in de sferen van pakweg Hessle Audio bevond. Door de toegankelijkheid van het podium werd de Rockamadour omgetoverd tot een internationaal gelauwerde nachtclub, een vibe die volgend jaar gerust nog meer mag doorgetrokken worden. (Daan)

Duckwrth (Boombox, zaterdag)

Duckwrth, de naam deed meteen denken aan één van de nummers van Kendrick en onrechtstreeks was dat ook de trigger dat overhaalde om deze jonge rapper uit Californië beter te leren kennen. “We want the funk”, en funk kregen we van deze energiebom waarbij ze het tot in zijn thuisstad zullen gevoeld hebben. Duckwrth is jong en fris, zijn passage op Dour was het voorbeeld van een mooi afgewogen set van bangers afgewisseld met nummers die meer opteerden voor een fijne flow. Na wat we hier zagen, durven we zeggen dat deze jongen perfect mee kan als voorprogramma van Denzel Curry en dergelijke. Dansen, springen en perfect getimede rhymes spitten in een dikke, rode vest (opvallende keuze), ons kon hij alvast bekoren. Het grootste pluspunt aan dit optreden was dat elk nummer begeleid werd door een liveband, petje af, zeker de dag van vandaag als hiphopartiest. Alleen jammer dat de epileptische scheermessen van de Elektropedia zich af en toe kwamen moeien met het feestje in de Boombox. Jump up en zwoele Californische hiphop matchen niet zo lekker. (Naomi)

Wiegedood (La Salle Polyvalente, zaterdag)

De doortocht van Wiegedood valt samen te vatten als intens. Ondanks dat ze nog heel vroeg op de dag geprogrammeerd waren, stond de Salle polyvalente ontzettend vol. De muur van geluid zorgde er spontaan voor dat we vergaten dat het er nog steeds daglicht was buiten. Een eclipse van bijna eindeloze, dreunende riffs deinden uit over de Salle Polyvalente. De dodentocht van drie kwartier bestond uit materiaal uit de drie langspelers van de Gentenaren. De enorme uitbarstingen beslopen je tijdens de rustige passages en deze brachten erna weer even kalmte van korte duur. Een ontzettend strak gespeelde langzame, hypnotiserende trip van atmosferische black metal liet niemand onberoerd. Wiegedood gaf ieder een compromisloze klap in zijn gezicht, maar likte erna onze bloedende neuzen en tranende ogen schoon. (Naomi)

The Body & Full Of Hell (La Salle Polyvalente, zaterdag)

Fleurige melodietjes waren er ’s zaterdags sowieso al niet te horen in de Salle Polyvalente, maar zelfs tussen het bont allegaartje dat Dour geprogrammeerd had op hun avant-garde metaldag staken The Body & Full Of Hell er qua smerigheid met kop en schouders bovenuit. Op plaat weet het onheilige huwelijk tussen beide bands elk greintje optimisme te doen verbleken, maar het was nog maar of ze zo op een vroege zomeravond wel de juiste desolate stemming naar een livesetting zouden kunnen vertalen. Dat bleek gelukkig geen probleem, want door middel van voldoende overgave op het podium en een weinig voorzichtig opengedraaide volumeknop wist de helse combinatie van getormenteerde schreeuwen, ranzig gitaarwerk en noise elektronica ons meteen elk zonnestraaltje te doen vergeten. Vooral de momenten waarop de samen”zang” tussen de rauwe stem van Full Of Hell en het kille gekrijs van The Body elkaar afwisselden vormden de hoogtepunten in de set. Na zo’n drie dagen Dour voelen we ons sowieso al niet meer al te proper, maar de vuiligheid die we hier over ons heen gegooid kregen was ongezien en sloeg ons helemaal murw. (Tobias)

Yob (La Salle Polyvalente, zaterdag)

Na het psychologische geweld van The Body & Full of Hell was het de beurt aan Yob om de toeschouwers op een volledig andere manier te begeesteren. Dit trio maakt doommetal met een licht psychedelische toets. Het is wel zware muziek, maar je kan er ook relatief goed op relaxen waardoor het de ideale soundtrack was om de avond in te gaan. De bezwerende sound kwam live goed uit de verf en nodigde uit tot gemoedelijk meeknikken op de slome doch dwingende ritmes. De typerende zangstem van Mike Scheidt zorgde dan weer voor een vleugje dramatiek waardoor Yob zich wist te onderscheiden van het gros van de doombands. De solo’s wisten onze roes soms even te doorbreken, maar verder bracht Yob vooral een lang uitgerekt geluidsgeweefsel van atmosferische doommetal die ervoor zorgde dat het geplande uur razendsnel voorbij vloog. (Tobias)

Electric Wizard (La Salle Polyvalente, zaterdag)

Ik zag Electric Wizard al twee keer eerder live, waarbij ze de eerste keer pokkesaai waren en de tweede keer best wel te pruimen. Enigszins zenuwachtig vroeg ik me dan ook af wat ze er deze keer van zouden bakken. Alle cliché-elementen waren alvast weer aanwezig: de band projecteerde weer lustig beelden uit B-horrorfilms uit de jaren 80 en nog geen drie nummers in de set konden we frontman Jus Oborn zijn favoriete kruid alweer horen prijzen in zijn lyrics. Wel aangenaam verrassend: het gitaargeluid zat deze keer erg goed waardoor de pletwals die Electric Wizard op plaat is live ook tot z’n recht kwam. Nu ja, was, want hun recentere albums zijn niet veel soeps. Dat lijkt de band zelf ook enigszins te beseffen want het leeuwendeel van de setlist kwam nog uit het vorige decennium. Vooral de klassieker ‘Return trip’ was een ware stomp in de maag. Van de variatie moest het optreden het verder niet hebben, The Wizard draait vooral op het opwekken van een muzikale waas doormiddel van de zware gitaren en de sfeer die de visuals opwekken. Op het einde van het optreden werden we toch nog even wakker geschrikt en kregen we het meest rock n roll moment van heel Dour. De band ging reeds over tijd, maar besloot om dan nog (een extra slome versie van) ‘Funeralopolis’ in te zetten die bij de climax abrupt stilgelegd werd door de organisatie van het festival en de roadie van Neurosis. Jammer dat de show zo abrupt moest eindigen, maar we zijn al blij dat Oborn en de zijnen ons deze keer niet verveelden. (Tobias)

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

#zwangereguy #dour @fischeramps

Een bericht gedeeld door Tom Lezaire (@tomlezaire) op


Zwangere Guy (Boombox, zaterdag)

Zwangere Guy valt onmogelijk te negeren deze zomer, dat viel ook meteen op aan de Boombox die van bij de eerste noot stampende vol stond. Laten we daar al eens beginnen met twee zaken aan te kaarten. Eerst en vooral was de Boombox geregeld te klein voor het volk dat er binnen wou. Ik stond eerst aangenaam in het midden, maar doordat ik mij tweemaal moest verplaatsen door handtastelijkheden van mannelijke onbekenden, stond ik uiteindelijk linksachteraan. Dat de organisatie van Dour geen schuld heeft aan die onaangename aanrakingen, dat weet ik. Wel wil ik toch even een kleine tip mee geven naar volgend jaar toe en dat is dat er oplossing moet komen voor de Boombox. Hiphop wordt steeds belangrijker en zeker op Dour. Mijn ander punt van kritiek vult hier perfect op aan aangezien de locatie van deze tent wat ongelukkig was deze editie van Dour. 

Bon, ik stond dus uiteindelijk meer meer tegen de rand van de tent. Wat bleek? Het geluid was om bij te huilen. Eerst en vooral zat de mixing voor wie zich niet in het midden van de tent bevond, verschrikkelijk. Ik hoorde de helft van het mooi weer gewoonweg niet, ik was al blij als ik af en toe Zwangere Guy zijn stem hoorde, zeker in de wat rustigere nummers van de set. Instrumentaal kon ik niet alles uit elkaar halen. Nog erger werd het toen ik besefte dat het geluid van de Elektropedia me gewoonweg niet met rust liet (en dat was niet de eerste keer). Vorig jaar was de Elektropedia meer opgeschoven naar wat nu de Dub Corner was. Dit jaar stond de massieve dansvloer ronduit in de weg van de Boombox en spijtig genoeg was het concert van Zwangere Guy hierdoor echt niet wat het moest zijn, qua geluid dan toch. 

Laat me nog even duidelijk kaderen dat Gorik en co wel degelijk alles gegeven hebben wat ze in hun mars hadden. Van de ene kant naar de andere kant van het podium teleporteren en iedereen opfokken als echte volksmenners kunnen ze als de beste. Zwangere Guy was echt in vorm en het is jammer dat zijn performance voor de helft van de tent gewoon verstoord is geweest door externe factoren. Toen ik uiteindelijk besloot om voor de laatste vier nummers mezelf naar het midden te springen tijdens de hiphopvriendelijke pits, merkte ik dat daar in het midden iedereen het wel enorm naar zijn zin had en dat stelde me gerust. Want ik weet dat Zwangere Guy een kot op stelten kan zetten en als dat ergens kan en moet gebeuren, dan is de Boombox de plaats bij uitstek. De laatste drie nummers waren één grote losgeslagen pit vol plezier dat eindigde in één groot dansfeest. 

Dour, wat hier gebeurde kon echt niet, laat dit niet zomaar voorbij gaan. (Naomi)

Neurosis (La Salle Polyvalente, zaterdag)

De Sally Polyvalente had ondertussen al heel wat zware gitaren te verduren gekregen, maar het meest kolossale optreden van de zaterdag moest nog komen. Neurosis deelde met voorsprong de meest enorme mokerslag uit en gaf zo een van de beste optredens van het hele festival. Op plaat hebben de bezielers van de post-metal al een massief geluid, maar live tilde de band de ervaring nog naar een hoger niveau. Daar zat het belachelijk hoge aantal decibels ongetwijfeld voor iets tussen, maar los daarvan zat de geluidsmix ook enorm goed en was de kwaliteit van het songmateriaal gewoon fantastisch. Opener ‘My heart for deliverance’ was een mooie blauwdruk voor wat we het komende uur voorgeschoteld zouden krijgen: ontroerende postrock-passages afgewisseld met overweldigende sludge-uitbarstingen die oneindig veel kracht bijgezet werden door de oerkreten van Scott Kelly en Steve Von Till. 

Het enige nadeel van de show was dat de bassist en de synthesizerspeler die het leidende duo Kelly-Von Till flankeerden wat te hard wilden compenseren voor de aandacht die anders niet naar hen uitgingen. Je hoeft hees niet om de haverklap je synthesizerstel bijna op de grond te gooien om aan te tonen dat je je eigen muziek intens aan het beleven bent. Dit is gelukkig maar een kleine opmerking over een verder imponerend optreden dat me opnieuw deed herinneren waarom dit een van mijn favoriete bands aller tijden is. Ik heb ondertussen al heel wat concerten op de teller staan, maar heb nog maar weinig livemomenten meegemaakt die zo oprecht meeslepend waren als de titanische afsluiter ‘End of the harvest’ waarmee Neurosis bewees dat ze meer dan dertig jaar na hun oprichting nog steeds hun ziel niet verloren zijn. (Tobias)

Skee Mask (La Salle Polyvalente, zaterdag)

Na de teleurstelling van vorig jaar omdat Ski Mask The Slump God geboekt werd, stond het enige echte skimasker dat er toe doet dit jaar wel in La Salle Polyvalente. Op basis van mans laatste album ‘Compro’, was redelijk voorspelbaar dat breakbeats de hoofdmoot van de set zouden bepalen. In verband met de ambient-invloeden vanop die plaat kunnen we heel duidelijk zijn; die waren, op een enkel moment na, thuisgelaten. Vanaf het begin van de set vuurde Skee Mask de breaks op het publiek af. Wat de set echter naar een nog hoger niveau tilde, was de grote hoeveelheid variatie in de muziekkeuze. De ene keer werd geopteerd voor een duidelijk jungle- of drum-’n-bass-patroon, maar ook meer IDM-gerichte breakbeats passeerden de revue. Tegelijk werd ook overgeschakeld naar andere genres die zich op eenzelfde hoog BPM bevinden. Jersey club, footwork en zelfs een heel intens ragga-nummer wisselden elkaar schijnbaar moeiteloos af. Skee Mask bracht een tegelijk overweldigend, bezwerende en intense set, die meteen een kickstart gaf aan de zaterdagnacht. (Daan)

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

MERCI / THANK YOU / BEDANKT ❤️ Nouveau record d’affluence, cette édition est historique ! Vous étiez 251 000 à vivre cette belle expérience, un énorme merci pour votre confiance et joie de vivre ! Un grand merci également aux volontaires, artistes, partenaires, techniciens et tout ceux qui se donnent pendant des semaines pour faire vivre le festival ! Rendez-vous dans 364 jours à #dour2020 ! Courage pour la Dourstalgie ❤️ — New attendance record, this year’s edition is one for the books! You were 251.000 to enjoy this beautiful experience! A huge thank you for your trust and joy of life! A big thank you to all the volunteers, artists, partners, technicians and everyone else who devote themselves for weeks to bring this festival to life. See you in 364 days for #dour2020! Courage for the Dourstalgie ❤️ 📷 @straussphere

Een bericht gedeeld door Dour Festival (@dourfestival) op

HAAi (Elektropedia, zondag)

Wat een ondankbare taak had HAAi. Op de laatste dag van Dour stond de Australische protégé van Daniel Avery geboekt om 18u30 op een akelig lege Elektropedia. Terwijl de gemiddelde bollenslikkers en cokesnuivers waarschijnlijk nog hun roes aan het verteren waren, kweet de dj zich meer dan van haar taak. Net als Mall Grab de nacht ervoor, dook zij ook diep in een platentas vol old school rave geluiden, maar in tegenstelling tot Jordan Alexander opteerde ze voor een minder in herhaling vallende selectie. Zo kwamen ook flarden electro en acid aan bod, net als iets meer techno-geïnspireerde geluiden. De 4/4-beat mocht dan wel continu aanwezig zijn, maar HAAi koos terecht om de intensiteit niet telkens tot het volle te drijven, waardoor haar set in de blakende zon aanvoelde als een gezellige, doch interessante open air. Bovendien krijgt iedereen die het lef heeft om op zo’n groot podium ‘What’ van Bruce te draaien extra bonuspunten. (Daan)

Roméo Elvis (Last Arena, zondag)

Na het cureren van de Boombox op woensdag, kreeg Roméo Elvis op zondag één van de mooiste slots van het festival. Tijdens de lange zonsondergang heerste de rapper over de Last Arena, en bij uitbreiding het hele terrein. Met een resem nummers uit zijn laatste plaat, wist Roméo perfect de sfeer te capteren en versterken. Openingstrack ‘Chocolat’ bracht het gretige publiek meteen aan het bouncen, maar vanaf minuut één was ook duidelijk dat de rapper er ook heel erg veel zin in had. Enorm nauwkeurig dicteerde hij, en enkel hij (zus Angèle kwam zelfs niet op het podium tijdens ‘J’ai vu’), de wet. Grijnzend, grommend en grollend sloop hij over het podium, kroop hij in de lichtmasten, maar er was ook plaats voor rustigere momenten. Het gitaarspel tijdens ‘Drôle de questions’ mocht dan wel wat gimmick-y aanvoelen, op andere momenten kwam die bedaarde vibe beter tot zijn recht. Het was aangenaam wegdromen op de instrumentals van ‘Coeur des hommes’, maar de “fuck le VB, fuck les extremistes” aan het einde gaven de boodschap nog eens mee voor de onoplettende festivalganger. De setlist leek ook enigszins aangepast aan het tempo van de dag. Het verdwijnende zonlicht was de cue voor Roméo Elvis om het t-shirt uit te gooien en onder meer ‘Tu vas glisser’ en ‘Bruxelles arrive’ vanonder het stof te halen. Muzikaal mocht de Brusselaar dan niet 100% overtuigen (volgens mijn wannabe elitaire campingcrew), puur op basis van de hypnotiserende performance, wist Roméo Elvis de volledige main stage aan zich te kluisteren met een show om u tegen te zeggen. (Daan)