Sam Fender bewijst zich als charismatische frontman in de Botanique

door Bart Somers

De Botanique staat erom bekend de grote talenten van morgen vandaag al te programmeren. Neem nu bijvoorbeeld Sam Fender. Zondagavond stond hij al voor de tweede maal in de Brusselse zaal, en dat terwijl zijn debuutalbum nog moet verschijnen.

Als voorprogramma kregen we ditmaal The Pale White voorgeschoteld. Het sympathieke trio, dat net als de hoofdact uit het Noorden van Engeland afkomstig is, wist al een aardige schare fans te verzamelen op onder meer Spotify en Facebook. Vernieuwend klonken de drie jongelui allerminst. het enthousiasme droop daarentegen van het podium af. De strak gebrachte bombastische klassieke gitaarrock vond dan ook gemakkelijk zijn weg naar de al goedgevulde zaal en leverde The Pale White zonder twijfel een aantal nieuwe fans op.


Sam Fender, foto door Michelle Geerardyn

Op debuutplaat ‘Hypersonic missiles’ is het nog wachten tot 9 augustus. In de Orangerie loste Sam Fender alvast enkele interessante voorsmaakjes. In vergelijking met het werk van zijn ep ‘Dead boys’ en de singles die de afgelopen maanden verschenen, klonken de nieuwe songs steviger en leek de gitaar een prominentere rol te krijgen. Al kan schijn bedriegen, want ook de nummers die we reeds kenden hadden precies enkele bezoekjes aan het krachthonk achter de rug.

De jonge Brit¬†behaagde met zijn hoge stem, de knappe songs en de ludieke intermezzo’s. We leerden onder meer dat zijn gitarist een jeugdvriend is met wie hij vroeger weleens eieren ging kopen met als enige bedoeling deze tegen de muur boven de ingang van de winkel kapot te gooien en op die manier moeders en hun kinderen te besmeuren. Zo kregen we wel meer grappige anekdotes opgedist. Ook over het publiek had Fender een mening. Hij vindt Belgische fans heel respectvol en stil, alsof hij in een opera aan het spelen is.

Desalniettemin warmde de zaal minuut per minuut een beetje meer op. Songs die ons in positieve zin bijbleven, waren onder meer ‘Will we talk in the morning?’, ‘Dead boys’, ‘Start again’ en ‘Spice’. Hoewel Sam Fender een Engelsman is, klonken de nummers opvallend Amerikaans. Referenties als The War On Drugs of Bruce Springsteen zaten broederlijk naast The Maccabees (door gelijkaardige arrangementen) en The Mystery Jets (omwille van het hoge stemgeluid). Een ruigere broer van George Ezra die veel naar de rockende Neil Young heeft geluisterd, kan er zeker ook mee door als referentie.

Sam Fender toonde zich een sterke frontman die in zijn eentje een show kan dragen en dat in de toekomst waarschijnlijk nog veel meer zal gaan doen. Als dit nog extra in de verf gezet zou moeten worden, dan deed hij dit tijdens de toegift door enkele nummers solo te brengen. Hierbij bleef niet alleen de zanger zelf meer dan behoorlijk overeind, ook de songs bewezen dat ze ontdaan van alle franjes toch nog lekker en boeiend blijven klinken.

De aftocht blazen zonder ‘That sound’ te spelen, was uiteraard uit den boze. Voor het allerlaatste lied mochten de bandleden dus nog een keer mee op het podium. Sam Fender overtuigde in de Botanique zowel de fan als de neutrale toeschouwer. Ongetwijfeld zien we hem in het najaar en na de release van zijn eerste langspeler terug in een grotere zaal, en zingen hele rijen dan elk lied van de eerste tot de laatste letter mee. Het operaverhaal kan dan meteen de vuilnisbak in.

In de Botanique kan je de komende dagen nog Tirzah (02/05), Kate Tempest (03/05) en Weyes Blood (04/05) aan het werk zien. Het volledige programma vind je hier.