Slowdive, The Kills en Vince Staples zijn uitschieters op dag 2 van Best Kept Secret

Na een openingsdag vol hoogtepunten mikte dag twee van Best Kept Secret opvallend vaak op melancholie en strelende klanken, maar er vielen evengoed stevige gitaren en hiphoppende beats te rapen. Hier lees je hoe headliner The National het ervan af bracht. Foto’s door Andre Joosse (bekijk hier het volledige beeldverslag).

Wanneer je Pale Waves ziet opkomen waan je je meteen in de jaren tachtig. Hun donkere tenues, grimmige blikken en het Robert Smith-kapsel (of was het nu Annemie Turtelboom?) van de zangeres sluiten perfect aan bij hun eightiessynthpop. Pale Waves heeft een getalenteerde en unieke zangeres in huis met Heather Baron-Gracie, maar de songs zelf klinken als covers van afdankertjes van Depeche Mode. Na twee nummers heb je het dus allemaal gehoord, en dat is niet iets om bijster gelukkig van te worden bij een genre dat sowieso al een gebrek aan variatie heeft. (Zeno)

Pale Waves

Broer en zus Stone stonden verrassend vroeg geprogrammeerd om het hoofdpodium te openen. Angus & Julia Stone veroverden menig indiehart met hun ‘Big jet plane’, voor velen de deur naar hun catalogus die best wat pareltjes bevat. Twee mooie mensen die dus mooie liedjes speelden, en dat was het zowat. Begrijp ons niet verkeerd, het was een ideale soundtrack om in de zon te genieten van een ontluikende festivaldag, maar voor meerwaardezoekers viel er niet veel te beleven. (Zeno)

Agnus & Julia Stone

Veel mensen schrokken zich een vissershoedje toen Wolf Alice er vanaf seconde één de beuk in gooide. Ze brachten een extra zware variant van hun indierock met enkele grote scheuten grunge en zangeres Ellie Rowsell gooide zo veel power in haar performance dat elke platte festivalgsm spontaan weer opgeladen was. Wolf Alice draait nu al even mee, maar op deze manier zullen ze elk festival nog nieuwe harten veroveren. (Zeno)

Wolf Alice

Wolf Alice was nog niet helemaal klaar op de mainstage of er was al een gigantische stroom richting tent twee ontstaan. Slowdive mag dan onbekend zijn bij een betreffelijk deel van het publiek, het andere deel koestert ze als de levende legendes die ze zijn. Voor een uitpuilende, snikhete tent liet Slowdive zien wat échte shoegaze nu weer is: staren naar je effectpedalen terwijl je iedereen omver blaast met de geluidsmuur die elke gitaaraanslag oproept. Opvallend ook hoe de eerste noten van ‘Sugar for the pill’ uit hun comebackalbum op spontaan applaus onthaald werden. Wij kunnen ons vergissen, maar zover wij weten heeft Slowdive de meest geslaagde comeback van het decennium op hun conto. (Zeno)

Slowdive

Dit jaar hing er ook een camera in de nok van het hoofdpodium, en dat standpunt kwam bij The Kills voor het eerst volledig tot z’n recht. Zo zag je Alison Mosshart nog indrukwekkender rondtollen op het podium. Bijgestaan door gitaarheld Jamie Hince zette ze een pittige set neer die heel wat stof deed opwaaien. ‘Black balloon’ kreeg een ontvangstcomité van fluo zwemstaven, en ‘Doing it to death’ galmde nog een paar uur na. (Mattias)

The Kills

Mattiel stond op ons verwachtingslijstje van talenten die wel eens dé verrassing zouden kunnen worden van Best Kept Secret. De charismatische jonge vrouw uit Atlanta heeft een enorm en loepzuiver stembereik dat ze over klassieke bluesriffs gooit. Laat dat laatste nu net het probleem blijken te zijn, de songs vormden voornamelijk een allegaartje aan standaard bluesakkoorden en het gebrek aan variatie zorgde voor een eentonige set. Alsof Mattiel het zelf wist, hield ze haar twee ijzersterke, originele nummers voor het eind. ‘Count your blessings’ en ‘Whites of their eyes’ tonen aan dat Mattiel songs kan schrijven, wij wachten reikhalzend op meer van dat goeie materiaal. (Zeno)

Voor het Regi-moment van het festival tekende The Internet. De hiphop- en funk uit Los Angeles was goed op temperatuur in de TWO. De voormalige Odd Future-leden gingen voor een warmere aanpak dan ex-bandmaat Tyler, The Creator en kregen zo al snel de hele tent aan het dansen. Dat ‘Roll’ al vroeg in de set zat, hielp natuurlijk ook. De band was duidelijk even langs Amsterdam gepasseerd voor wat tuinkruiden, en dat zorgde zeker later in de set voor een soms gezapigere aanpak. Maar eerst mocht je alle woede en frustratie kanaliseren in therapiemomentje ‘Just sayin / I tried’. (Mattias)

The Internet

Mijn god, wat was Downtown Boys een ervaring. De Amerikanen met hispaanse roots brengen een uiterst energiek punkset vol met gebalde vuisten voor wereldverbetering én staalharde saxofoonrefreinen. Zangeres Victoria Ruiz schreeuwt nummer na nummer haar longen uit haar lijf, en na enkele nummers waren de spontane moshpits keer op keer een feit. Niets grappiger en mooier dan een publiek zien dat de nummers duidelijk niet kent, foutief het springen in zet, maar toch met zijn hele ziel de songs meeleeft. In de chaos besloot de saxofonist ook nog mee te springen in de moshpit, en Downtown Boys waren zichtbaar tevreden met zo veel respons. Memorabel. (Zeno)

Downtown Boys

Warpaint was Warpaint op het hoofdpodium, en dat podium was geen cadeau voor hen. In het klare licht kwam hun warme, subtiele indiepop niet tot zijn recht, wat zonde is wegens hun overvloed aan sterke songs. Niet dat het aan de muziek of performance lag, die was loepzuiver, en het publiek opruien zou ook niet thuishoren in hun kraam. Wat ons betreft een miscast van Best Kept Secret, maar wij genoten alsnog met volle teugen van Warpaint. (Zeno)

Warpaint

Vince Staples trad aan voor een broeierige, snikhete tent en zette die al snel in lichterlaaie. Een opwarmend ‘Get the fuck off my dick’ werd meteen gevolgd door ‘Big fish’ dat gulzig werd meegebruld. Vince Staples toonde zich niet angstig om met enkele van zijn indrukwekkende features de zaal al vroeg plat te branden. Er was het wilde ‘Little bit of this’ van GTA, een met open armen onthaald ‘Ascension’ van Gorillaz en nota bene ‘Ghost’ van With You, in de Major Lazer remix dan nog. Die laatste bleek live een beenharde, geslaagde toevoeging aan zijn setlist. De housevibes van zijn laatste album ‘Big fish theory’ zorgden voor beweging in de tent, en afgewisseld met de oudere publieksfavorieten ‘Norf norf’ en ‘Blue suede’ had Vince Staples de zaal op zijn hand. Een verschroeiend ‘Yeah right’ sloot de setlist af, en gutsend van het zweet verlieten wij voldaan de tent. (Zeno)

Jlin had de pech om gelijktijdig met publieksfavoriet Four Tet te moeten aantreden. Voor een magere opkomst lanceerde ze salvo na salvo aan geprogrammeerde conga’s, en al wie aanwezig was, kon niet anders dan hard gaan. Wij dachten meermaals ‘naaaastyyyyy’ bij elke vettige drop die ons hoofd liet ontploffen, en waren al heel snel vergeten dat we Four Tet gemist hadden. (Zeno)

Laatste artikels

In de kijker

Meer Indiestyle