Tin Fingers en Catbug tonen de kracht van overdaad en minimalisme in de Charlatan

Ook al bestaat Kontzert. nog maar een kleine vier maanden, de concertorganisatie heeft al een opmerkelijke reeks programmaties op de teller. Zo passeerden onder meer Lohaus en dirk. reeds de revue. Gisteren plaatste Kontzert. Catbug en Tin Fingers op de planken van de Gentse Charlatan.

Een breekbaar stemgeluid en minimalistische begeleiding, meer had de winnares van het Antwerps provinciaal muziekconcours De Zes niet nodig. Ook al klonk niet elk nummer even krachtig, toch slaagde Paulien Rondou erin met oprechte teksten, sober gitaargetokkel en onvoorspelbare, bijna haperende, zanglijnen een universum te creëren waar ook Jesca Hoop en een vroege Marika Hackman zich thuis zouden voelen. Of de hoogste noten al dan niet zuiver bereikt werden, deed niet af aan de eigenzinnige lofi-benadering van de artieste – met als kers op de taart een uiterst verrassende cover van Beyoncés ‘Single ladies’.

Catbug

Catbug op We Are Open, foto door André Joosse.

Catbug nodigde het publiek uit op zoek te gaan naar “het dier dat in elk nummer te vinden is”. In ‘Universe’ plaveide Rondou reeds de weg en zong ze over een “stray cat, dressed in blue, green, black”. Zoals de kat uit het lied kameleontische eigenschappen vertoonde, adopteerde Catbug op ieder nummer een ander, dierlijk, persona. Het resultaat bleek doordacht: op die manier vermeed Rondou dat haar nummers over ‘oud en nieuw liefdesverdriet’ in stereotiepe singer-songwriterweemoed zouden vervallen.

Waar Catbug met minder méér deed, toonde Tin Fingers de kracht van overdaad. Nog meer dan het voorprogramma schipperden de Antwerpse heren tussen het tragische en het komische. Met donkere synth-motieven begon het optreden significant anders dan de zomerse indiepop-sfeer die dominant is op ep ‘No hero’.

@tinfingers 💎

A post shared by Kontzert. (@kontzert) on

Van dreigend drama naar zonnige, heupwiegende pop en terug: de eerste nummers bewandelden reeds grotendeels het emotionele spectrum. Waar op de ep het luchtige de bovenhand neemt, traden de verschillende interpretatieve lagen live sterk op de voorgrond. Vooral de percussietwisten zorgden voor een reliëfrijke show, met zowel donkere ironie als lichtvoetigheid in ieder nummer.

Deze veelzijdigheid kan een gevaarlijke, onoverzichtelijke formule worden. Tin Fingers wist echter een rode draad in de sfeertwisten te bewaren. Steeds prominent waren de synth-deuntjes uit de eighties die sinds Tame Impala’s ‘Currents’ hun terugkeer hebben verzekerd. De knipoog naar de jaren ’80 liep uit de hand in de vorm van een sterke en eigenwijze cover van Fleetwood Macs ‘Everywhere’. Tussen de dreigende percussie en ironie door, bleef de deur naar de dromerige jaren ‘80 steeds op een kier staan.

Tin Fingers

Tin Fingers op We Are Open, foto door André Joosse.

De heren toonden zich meester in de kronkelende instrumentale in- en outro’s. Wat daartussen viel, waren tekstuele herhalingen van schijnbaar nietszeggende zinnen. Schijnbaar, omdat “tears will smile”, “boys fall just like girls do” (‘Boy boy’), “my money, my honey” en misschien vooral “money makes me happy when I’m sad” (‘€€’) na overdadige herhaling niet meer zo leeg klonken. Meer nog, in de ludiek geuite oneliners schuilde een kritiek. Tin Fingers slaagde erin om die, tussen de soms eclectische gelaagdheid door, naar boven te halen.

Volgende maand programmeert Kontzert. Le Manou en Umm (16/3) en Sunflower en Fornet (28/3). Voor beide concerten kan je duotickets winnen. De volledige planning vind je op hun Facebook-pagina.

Lees hier nog eens ons interview met Tin Fingers.

Laatste artikels

In de kijker

Meer Indiestyle

Tips

33-45 Magzine