Bachelors ‘Dooming sun’ dompelt ons onder in rijk sentiment, maar is niets nieuws onder de zon

door Laurent Voet

‘Doomin’ sun’ van Bachelor is het resultaat van de vriendschap tussen Melina Duterte (Jay Som) en Ellen Kempner (Palehound). Beiden zijn ons reeds bekend als bedroompopartiesten die ons een inkijk geven in hun persoonlijke leven. De twee vonden elkaar als wederzijdse fans en besloten spontaan de auto in te laden met hun instrumenten en apparatuur. Hun eerste album laat zien dat de twee hun gevestigde naam waard zijn in het lo-fi indiewereldje, maar daaraan ook niets verder toevoegen.

Deze nieuwe plaat klinkt als twee vrienden die elkaars meest innerlijke en kwetsbare gedachten delen tijdens een roadtrip. Naast thema’s als vriendschap en kwetsbaarheid bevat het album ook de pijn die gepaard gaat bij het aanzien van de klimaatcrisis en het leven als queer-persoon. Het album combineert klassieke dreampop, maar durft ons ook aan de grond nagelen met stevige grungegitaren en een dikkere drumproductie. “I’m your biggest fan/Got your song in my head/And your poster’s above my bed/You watch me sleepin” klinkt het bij de opening van het eerste nummer ‘Back of my hand’.

We zouden kunnen zeggen dat het lied over de intieme vriendschap gaat tussen beiden en dat de boodschap gegeven wordt dat deze poëtische kwetsbaarheid de rode draad wordt door het hele album. Bachelor blinkt voornamelijk uit op hun sentimentele teksten die een gevoel voor jammerende humor vertonen: “I went out without you/Tried to make new friends, but/I was too embarrassed when I showed up there alone/Whеn you called me after/I was so beat down, but/I picked up and told you I had a great time/Said goodnight and hung up the phone”. Herkenbaar?

Op de doop van Bachelor klinkt het niet altijd dromerig en zweverig zoals op het Beach House achtige nummer ‘Spin out’. ‘Stay in the car’ is dan weer de ommekeer naar de grond die zo typerend is voor het album met lawaaierige gitaren die we als eigendom van Pixies zouden bestempelen. De nieuwe band levert ondanks de poëtische teksten en kwalitatieve productie een ietwat wisselvalig album. We kennen het geluid al, er is weinig nieuws aan, maar het is een goed recept. Misschien moeten we toegeven dat de korte duur van het album in diens voordeel speelt, dit maakt het gevatter en voorkomt een dipje.

De afsluiter en titeltrack ‘Doomin’ Sun’ laat ons niet onberoerd achter. Het ingetogen nummer schetst ons een beeld waarvan we niet zeker weten of deze nu apocalyptisch of romantisch is. “And I tan easy in the doomin’ sun/You say, “At least it’s warm, at least we’re young”/We’re all things rooted in a demon’s head/And now we’re sinking in, the sky is red./But we’ve got time, and you are holding me/End of the Earth will set it free.” Misschien, mijmeren we dan, hoeven dit ook geen tegengestelden te zijn.