Begin jaren 2000 maakten Gene en Terrence Thornton een naam voor zichzelf als respectievelijk Malice en Pusha T binnen het rapduo Clipse. Een succesvolle reeks volgde met onder andere het tijdloze ‘Hell hath no fury’ en de gesmaakte mixtape reeks ‘We got it 4 cheap’. Hun rap zat vol cocaïne referenties en productie van Pharrell Williams. Williams, ook afkomstig van Virginia Beach en toen nog deel van The Neptunes, zat in die tijd veel samen met hen in de studio. Meer dan een decennium later is Clipse terug en… op de afspraak!
In hun 15-jarige pauze ging Pusha T met succes voor een solo carrière. Oudere broer Malice zocht zijn heil in een verkenning van zijn geloof. De tijd stond niet stil. Al veranderen sommige dingen niet. Hun album kreeg opnieuw een religieuze titel. En in de aanloop was er opnieuw gedoe met hun platenlabel. Zo liep ‘Hell hath no fury’ grote vertraging op door discussie met hun label. Het leverde de fans wel de ‘We got it 4 cheap’ mixtape reeks op.
Anno 2025 was er opnieuw hommeles met de platenmaatschappij, over de feature van Kendrick Lamar op het uitstekende ‘Chains & whips’. Def Jam Recordings, onderdeel van UMG, zou geen fan geweest zijn van de optiek van de twee grootste Drake-haters samen, terwijl er nog een zaak loopt tegen UMG vanuit het Drake-kamp. Def Jam kreeg uiteindelijk een som van zeven cijfers waarmee Clipse en Pusha T als solo artiest hun contract afkochten om Kendrick zijn feature te kunnen houden en nieuw onderkomen vonden bij Roc Nation van Jay-Z. Opnieuw vertraging voor hun muziek, al zegt hun aanpak iets over de integriteit waarmee de broers zaken doen.
Terug komen na zoveel jaren, wat geeft dat? Op ‘Let God sort em out’ vinden we Clipse die naadloos de draad weer opneemt. Open en verdoken verwijzingen naar drugs en het dealen ervan, opschepperij en een sloot vieze beats. Clipse brengt – met verve – wat we verwacht hadden. Maar er is ook meer.
Het is niet enkel goede smaak etaleren en de concurrentie aanvallen. Er zit ook verdriet en hartzeer in hun laatste werk. Zoals op de atypische (qua onderwerp) en emotionele opener ‘Birds don’t sing’. “The birds don’t sing, they screech in pain”, croont John Legend op de elegie voor de broers hun ouders. De twee moesten op enkele maanden tijd namelijk van beide afscheid nemen. “Tryna navigate life without my compass”, opent Pusha aan zijn moeder. Malice vult aan met “Chivalry ain’t dead, you ain’t let her go alone” aan zijn vader. De stoerdoenerij komt later wel, hier zijn Gene en Terrence aan het woord.
Thematisch brengt ‘Let God sort em out’ meer van hetgeen waarmee we Clipse leerden kennen, coke rap, welkom afgewisseld met enkele oprechte strepen tederheid. Pusha die op het gladde ‘All things considered’ van start gaat met de kaak van zijn mama die hij mist om te kussen, is een eerlijkheid om te appreciëren. Al rekt Pharrell het contrast net dan een beetje te ver, wanneer hij op het refrein begint over luxueuze slippers van hagedissen. Een zeldzame irritatie, want Williams zijn productiewerk, die hij voor de hele plaat verzorgde, klinkt uiterst gefocust.
Zoals de beat op het scherpe ‘So be it’, waarvoor hij een kleverige sample uit een nummer van de Saudische Talal Maddah uit zijn mouw schudde en waarop Pusha eindigt met een paar klappen voor voormalige GOOD Music-collega Travis Scott. Ook op ‘M.T.B.T.T.F.’, waar de drie helemaal op dreef geraken, of op ‘Inglorious bastards’ geeft Williams Malice en Pusha de juiste voorzet om op uit te pakken. Naast hen heeft Pharrell ook een groot aandeel in de kwaliteit van ‘Let God sort em out’. Vaak door niet te veel tierlantijntjes toe te voegen, waardoor de rap zelf op de voorgrond staat. Qua features kan het album ook een woordje meepraten: Kendrick Lamar, Tyler, The Creator en Nas slaan zeker geen slecht figuur. Ook vroegere collega uit de Re-Up Gang Ab-Liva speelt op niveau.
Op hun eerste album sinds 2009 lijkt Clipse dus helemaal geen snee te hebben verloren. De broers weten een randje tijdloosheid aan hun werk te rijgen. De liefde voor hun vak is duidelijk. ‘Let God sort em out’ is er eentje waar zowel de pure rap fan als de toevallige luisteraar iets aan heeft. Er is eerlijkheid, er is opschepperij (‘So far ahead’ onder andere), er is animo en wat giftigheid naar de concurrentie. En er is vooral veel kwaliteit.
Pusha klinkt blij om terug met zijn broer samen te werken. Malice klinkt nergens als de opa die hij ondertussen is – een compliment. De broederlijke dynamiek werkt aanstekelijk. En het vinnige van Pusha mengt goed met de wijsheid van Malice. Ze zien zichzelf als album artiesten, ‘Let God sort em out’ geeft hen gelijk. Clipse toont dat op kunde geen vervaldatum staat en levert naast een authentiek ook een erg gepolijst eindproduct af. ‘Let God sort em out’, het zal wel.