Domoor baant zich existentieel een weg door schimmige zijstraatjes op ‘Weg van teruggeweest’

door Laurent Voet

Regenachtige dagen hoeven heus niet altijd een zekere neerslachtigheid naar boven te halen. Naar eigen zeggen ontstond het duo Domoor onder een paraplu. De rolverdeling werd ook ineens duidelijk: Simon Kremar neemt de electronica voor zich en Lukas Anthierens biedt een poëtisch beeld van het leven van een laatrijpe adolescent. Debuutalbum ‘Weg van teruggeweest’ is een kort maar krachtige intrede van een nieuwe belofte in de Nederlandstalige hiphop-wereld.

Domoor zoekt tegenstellingen, verdraaiingen en koortsdroomerige observaties op. Vanaf de eerste woorden van het album krijgt de muziek zijn vaste stijl. Kremars muziek ondersteunt de lyriek van Anthierens in volle intensiteit. Als luisteraar wordt het je afgedwongen te luisteren naar de observaties die de dichter maakt. ‘Samuel Toro’s illegale hostel’ balt de absolute sterkte en uniciteit van dit duo samen. Dolend en zoekend naar betekenis krijgt de hoofdrolspeler te maken met de al te typische verwarringen en extases van een twintiger. Uitgaan was nog nooit zo existentieel.

‘Weg van teruggeweest’ kent een vast verloop. Domoor gebruikt het medium van een album op een doordachte manier en laat de opeenvolging klinken als een verhaal dat ergens tussen krabbelboekjes te ontcijferen valt. ‘Vrede aan de buitenwippers’ is een openingsnummer dat direct de aandacht vraagt. Hier en daar wordt het echter onduidelijk hoe Anthierens zich poneert, de expressie en articulatie lijken soms ietwat geconstrueerd. Is hij wel de stoere stratier met een geveinsd accentje? Of eerder nog erg op zoek naar een kadans die het best bij hem past? Na het eerste nummer verdwijnt deze onduidelijkheid echter en is de toon gezet.

Leadsingle ‘Opdringerige ochtend’ is een een pareltje. De muze van het duo wordt ineens duidelijk: de liminaliteit tussen de late avond en de vroege ochtend. Er zijn zelden momenten op ‘Weg van teruggeweest’ die gaan vervelen. Kremar duwt constant kleur, mist en gekraak uit zijn toetsen en knoppen en de straatpoëet komt afwisselend met de scherpste of ludieke verzen. Krabburgers naast mooie vergelijkingen tussen zeilboten en citroenvlinders vind je enkel bij Domoor.

Het beste klinkt de muziek toch in samenspraak met de teksten. Domoor gaat af en toe louter instrumenteel wat gaan verkennen zoals op ‘Adieu’ en ‘Stilte voor de storm’ maar heeft hier nog onvoldoende een eigen stempel. Hoewel prachtig geproducet en verfijnd gemixt tot een een aangename droomsequentie mist hier nog een sterkere identiteit. Ontegensprekend is deze wel in volle ontwikkeling en houdt Domoor stand als belofte. Wanneer muziek en tekst elkaar ontmoeten ontstaat er een kruising van jazz, beats, soundscapes in opperste concentratie. ‘Overblijvers’ is hier het perfecte voorbeeld van.

‘Weg van teruggeweest’ doet reikhalzend uitkijken naar het vervolg van dit verse duo. We lopen nog niet te hard van stapel om te eisen dat het volgende album er an snel mag komen, maar zijn wel benieuwd hoe hard deze debuutplaat landt. Domoor voelt nu al als een intiem geheimpje dat we liever voor onszelf willen houden. Toch hopen we dat de jongens alle ruimte krijgen om ook live te gaan experimenteren met hun sound.