De Amerikaanse singer-songwriter Haley Heynderickx, met Filipijns-Amerikaanse wortels en bekend om haar fijnzinnig fingerpicking en introspectieve lyriek, groeide de voorbije jaren uit tot een van de interessantste stemmen binnen de indiefolk. Haar muziek wortelt niet alleen in de folk van de jaren zestig en zeventig. Ze haalt ook haar inspiratie in jazzradio en in de eigenzinnige gitaartraditie van Leo Kottke en John Fahey. Met haar debuut ‘I need to start a garden’ uit 2018 maakte Heynderickx meteen indruk. Er was geen clichés of gemakkelijk gezucht. Wél virtuoos gitaarspel, gelaagde observaties en een warme, zoekende stem. Liedjes als ‘The bug collector’ toonden haar talent voor het combineren van lichtheid en introspectie.
In 2024 volgde ‘Seed of a seed‘, een album dat langzaam gekweekt werd en dat zich ontvouwde als een persoonlijke broeikas vol chaos, kwetsbaarheid en herstel. Opnieuw bleek hoe scherp haar pen is. Hoe zorgzaam haar stem en hoe technisch verfijnd haar gitaarwerk. Voor een tweede keer werkt ze op intieme wijze samen met Max García Conover. Conover, die werkt vanuit Portland in Maine, staat al even lang bekend als een scherpe verhalenverteller met sobere, poëtische folk. Hoewel ze hier in België nog niet de erkenning krijgen die ze verdienen, behoren ze stuk voor stuk tot de fijnste artiesten van de nieuwere indiefolk.
Voor hun nieuwe project, ‘What of our nature’, vonden Heynderickx en García Conover elkaar opnieuw. Een jaar lang stuurden ze elkaar liedjes, heen en weer terwijl ze zich verdiepten in het leven en de geschriften van folklegende Woody Guthrie. Zijn erfenis vormt de onderstroom van dit tweede gezamenlijke album.
Haley en Max troffen elkaar in een schuur in Vermont, waar ze de plaat in vijf dagen rechtstreeks op tape opnamen. Ze waren enkel gewapend met gitaren, stemmen en een reeks subtiel gevonden percussiegeluiden. Die werkwijze hoor je in elk nummer terug. Heynderickx’ delicate precisie ontmoet García Conovers uitdagende poëzie in songs die intiem klinken, bijna alsof ze vlak bij je zitten. Guthries combinatie van tederheid, spontaniteit en scherpe rebellie is de voedingsbodem van het songwriten van dit duo. Vanuit hun eigen achtergrond, half-Filipijns en half-Puerto Ricaans, onderzochten ze thema’s als kolonialisme, generationele vraagstukken, identiteit, commercialisering en wat het vandaag betekent om je thuis te voelen binnen een Amerika dat voortdurend verschuift.
Openingsnummer ‘Song for Alicia’ bundelt dit op sterke wijze en nodigt uit om tekstanalyses uit te voeren. Conovers ‘This morning I am born again’, gebaseerd op teksten uit Guthries archief, voelt dan weer als een moderne ode aan solidariteit en een eenvoudig bestaan. Het geruis van de natuur is subtiel aanwezig; geluiden die je bijna zou missen mocht je afgeleid geraken door de buitenwereld, waardoor de songs een mysterieuze diepte krijgen. In ‘to each their dot’, geschreven door Heynderickx, resoneert de vraag “What of our nature have we done forgot?” als het kloppende hart van het album. Voor een klein halfuur worden we luisteraars die zittend luisteren naar Dylanesque gepreek, maar dan met iets meer franjes. De korte duur van het album voorkomt ook dat het folkrecept uitgebuit of afgevlakt wordt.
Inhoudelijk heeft het album heel wat te bieden. ‘Song for alicia’ verbindt Alicia Rodríguez’ verhaal met zeldzame sedition-veroordelingen, waarna ‘Mr. marketer’ en het lichte ‘Boars’ focussen op zelfontdekking en speelse eenvoud. ‘Cowboying’ houdt de folky warmte vast in beelden van rondgalopperende gedachten, en ‘In bulosan’s words’ sluit de eerste helft af met een ingetogen eerbetoon aan schrijver Carlos Bulosan. De tweede helft klinkt donkerder en meer beschouwend. ‘This morning, I’m born again’ schetst melancholische leegte, terwijl ‘Fluorescent light’ bijna wetenschappelijk-poëtisch reflecteert op ons kunstlicht. In ‘Buffalo, 1981’ snijdt de sociale kritiek het scherpst, gekoppeld aan armoede en actuele politieke spanningen. ‘To each their dot’ denkt na over cyclische logica en conflict, waarna ‘Red river dry’ het album persoonlijk afrondt met een terugblik op Heynderickx’ afkomst.
Het album is warm en meditatief, als folk die tegelijk oertraditioneel en verrassend eigentijds klinkt. Sommige liedjes zijn bezwerend en ritmisch, andere licht en bijna hymnisch. Constant heerst er een gevoel van nabijheid, alsof er maar een dunne scheidingslijn is tussen de luisteraar en de kleine houten ruimte waarin alles werd opgenomen. ‘What of our nature’ is tekstueel rijk en een betekenisvol folkalbum waar je de oren voor moet scherpen. Het is een plaat die zich niet opdringt maar langzaam onder de huid kruipt, gedragen door twee artiesten die elkaar inhoudelijk én muzikaal versterken. Heynderickx en Conover tonen opnieuw dat hun samenwerking uitzonderlijk goed werkt.