Indigo De Souza stort zich in een bitterzoete cascade op ‘Precipice’

door Yannick Verhasselt

Met ‘Precipice’, haar vierde studioplaat, stormt Indigo De Souza moeiteloos voorbij haar indiewortels en stort ze zich in een exuberant popavontuur. Het woord betekent in het Engels: een zeer steile rotswand of klif, vooral een hoge. De titel kan dus vrij letterlijk genomen worden. Los Angeles vormt bovendien het decor van deze transformatie: een plek waar ze, herstellend van de vernietiging van haar Asheville-thuis door orkaan Helene, samen met producer Elliott Kozel (SZA, Yves Tumor, Finneas) een heruitgevonden sound tot leven brengt.

Zeggen dat De Souza een tumultueuze periode achter de rug heeft, is een understatement. De artieste verloor niet alleen haar studio, maar ook haar thuis – haar warme nest vol herinneringen en memorabilia. Op ‘Precipice’ slaagt ze erin om eindelijk diep adem te halen en een nieuw blad om te slaan. Hoewel poppy invloeden hier en daar wel al wat door haar muziek hebben gesijpeld, staan ze hier helemaal centraal. ‘Crush’ is heerlijk lichtvoetig en catchy tot op het bot. De ondertoon kun je, zoals gewoonlijk bij De Souza, niet zomaar wegzetten als zoetigheid.

Ook ‘Crying over nothing’ volgt dat elan. Het is een nummer dat melancholie op een dansbare beat tilt: tranen die tegelijk zout én zoet smaken. Of hoe er regen als een cascade over je heen komt wanneer ze “I’m crying again, crying over nothing / Laying in my bed, remembering you” bezingt. De track is één van de vele hoogtepunten op de plaat. Ook ‘Heartthrob’ knalt er lekker doorheen: een explosieve poptrack die klinkt als een ode aan pure bevrijding, de sticker met anthem op, ligt niet veraf.

De (lichte) stijlbreuk mist echter impact en panache. De beats die op ‘Not afraid’ in de achtergrond staan te draaien, reflecteren minder de emotionele lading dan De Souza’s vroegere werk. Nochtans gaan haar teksten op het album nog steeds over persoonlijke kwelgeesten en liefdesperikelen. Alleen voel je dat minder doorsijpelen in De Souza’s vocals – die bij momenten vroeger op het schreeuwende af dwaalden – of de instrumentatie.

‘Heartbreaker’ brengt op zijn beurt een vleugje countrysfeer binnen, een warmbloedige liefdesballade met net genoeg scherpte om niet in clichés te verzanden. Met ‘Pass it by’ keert de energie terug: een springerig, elektronisch nummer dat tegelijk chaotisch en onweerstaanbaar blijft. Wat ‘Precipice’ bijzonder maakt, is die balans tussen glimmende pop hooks en rauwe emotie. De Souza zingt toegankelijk, maar verzwijgt niets. Ze is op haar best in de schijnwerpers en in de stilte tussen de noten. Elk nummer voelt als een sprong. Soms speels, soms onverdraaglijk pijnlijk, maar altijd doorleefd en authentiek.

Humor? Check. Pijn? In overvloed. Dansbaarheid, drama en introspectie? Allemaal verpakt in één album van krap 32 minuten dat je adem achterlaat, je hart sneller doet slaan, én je nog eens op repeat gooit. ‘Precipice’ is niet alleen De Souza’s proefstuk tot het betreden van het popspeelveld; het is een happening, een statement en vooral een moment van ontzaglijk mooie kwetsbaarheid. Daar mag je op dansen, huilen en – net als zij – herboren worden.