Mac DeMarco, de Canadese singer-songwriter die sinds ‘2’ (2012) de indie-wereld veroverde met zijn lo-fi charme en ontspannen slackerpop, heeft met ‘Guitar’ een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan zijn guitige oeuvre. Na de zonnige melodieën van ‘Salad days‘ (2014) en de warm-melancholische ballads op ‘This old dog‘ (2017) en ‘Here comes the cowboy‘ (2019), verkende hij op het instrumentale project ‘Five easy hot dogs’ (2023) al een meer leutige en lichtjes experimentele richting. We laten de 199 nummers van ‘One Wayne G’ (2023) even wijselijk achterwege. Met ‘Guitar’ lijkt de vos toch zijn streken grotendeels verloren te hebben. Wat een eerlijk en rechtuit album zou moeten zijn, voelt jammer genoeg te vaak als een herhaalde truc.
DeMarco blijft zichzelf. Op eigen tempo en op eigen voorwaarden schrijft, maakt en geeft hij zijn eigen muziek uit. De vroegere enfant terrible van de indiemuziek laat zich nog steeds niet bepalen door anderen hun richtingaanwijzers. Dit keer lijkt hij te reflecteren op het ouder worden. Dit gaat gepaard met teksten die gaan over het verkiezen van alleen zijn. Elders legt hij zijn intenties en ruminaties over de dood en relatiebreuken bloot. Onze Peperoni Playboy lijkt dit te doen met één formule die halverwege het album toch het gevoel geeft van een verloren zaak.
DeMarco wou voor ‘Guitar’ – surprise surprise – zijn gitaar de toon laten zetten. Die toon is een akoestische vriend die nog altijd het vertrouwde geluid heeft alsof de snaren er een beetje losjes aanhangen en de noten voor de helft in het water dobberen. Deze laid back insteek is wat we kennen van hem, en blijft eigenlijk wel charmant. We krijgen een nieuwe (en erg sobere) ingang in zijn muzikale brein, zonder prulletjes en purperen synths.
Wie de eerste vier nummers van ‘Guitar’ echter snel even aanraakt merkt dat de aanzet steeds dezelfde is. Het is jammer dat deze simpelheid te vaak de interpretatie bij de luisteraar kan teweegbrengen dat dit eigenlijk niet alleen een traag en introspectief album is, maar ook een lui. ‘Phantom’ en ‘Nightmare’ zijn fijne zachte nummers, maar in het geheel van het album lijken ze eenheidsworst te worden. Hier en daar een kleine variatie die we zeker verwelkomen: ‘Terorr’ toont de meerwaarde van zijn attitude bij dit album. De tekst vertaalt DeMarco’s kwetsbaarste toegevingen. ‘Rooster’ is een lichtkomisch en vertederende afsluiter.
Authentieke muziek heeft altijd een streepje voor. We zien onze artiesten maar al te graag als personen die zingen naar hoe ze gebekt zijn. Maccie lijkt hierin ongecorrumpeerd. Met ‘Guitar’ stelt hij zich integer, zacht en simpel op. Ongelukkigerwijs is dit ook grofweg het enige aspect dat dit album moet dragen. Ons advies: neem een handvol liedjes mee uit deze eentonige muziektrommel en rook er als het echt moet wat sigaretten op ter ere van ons indieprinsje. Viceroys kunnen we in België nog altijd niet vinden, maar DeMarco’s muziek blijft toch het gezondere alternatief.