Kokoroko. Het woord betekent “sterk zijn” in de taal van de Urhobo-bevolking in het zuiden van Nigeria. Het is eveneens een Londens collectief dat die kracht niet uit bombast haalt, maar uit subtiliteit en muzikaal vakmanschap. Onder leiding van trompettiste Sheila Maurice-Grey telt het achtkoppige gezelschap muzikanten die hun wortels in Afro-Caribische, West- en Oost-Afrikaanse roots halen. Die combineren ze op hun beurt met jazz, soul en hiphopinvloeden. Met hun doorbraaknummer ‘Abusey junction’, een ingetogen instrumentale parel die onverwacht viraal ging, wisten ze zich snel te vestigen als één van de sleutelfiguren in de opbloeiende Londense jazz scene.
De kiem voor de band werd gelegd in 2014. Maurice-Grey en percussionist Onome Edgeworth ontmoetten elkaar tijdens een kunstreis in Kenia. Ze vonden elkaar in een gedeelde liefde voor afrobeat, highlife en het verlangen om jongeren uit de Afrikaanse diaspora te verbinden met deze muzikale erfgoedlijnen. Sindsdien heeft KOKOROKO zich verder ontwikkeld, met debuutalbum ‘Could we be more’ in 2022 dat warm ontvangen werd.
Met hun tweede volledige album, ‘Tuff times never last’, slaan ze een nieuwe, maar logische richting in. Waar het debuut nog voornamelijk dromerig en introspectief klonk, klinkt deze nieuwe plaat iets speelser, dansbaarder en breder in opzet. De elf nummers op het album verkennen een rijke waaier aan genres. We horen onder meer eighties Brit-funk tot neo-soul, van West-Afrikaanse disco en zelfs vleugjes bossa nova. Het is een muzikale rondreis geworteld in het collectieve gevoel van vreugde, veerkracht en verbondenheid.
Opener ‘Never lost’ zet meteen de toon met fluisterende zanglijnen en zachte grooves. Het is herkenbaar KOKOROKO: ontspannen, muzikaal rijk, en gelaagd zonder opdringerig te zijn. ‘Three piece suit’ is een ander hoogtepunt dat hun karakteristieke geluid bewaart en toch een zekere vernieuwing aandurft. De band heeft tijdens het tweejarige opnameproces kunnen experimenteren met vintage studiogear wat resulteert in een warm en organisch geluid dat tegelijkertijd eigentijds aanvoelt.
Dit alles komt samen in ‘Sweetie’. Het is een onweerstaanbare ode aan liefde en speelsheid, geworteld in boogie omvat met sprankelende blazers. De track balanceert tussen nostalgie en innovatie. ‘My father in heaven’ kent een traag tempo – het soort nummer dat eerder bij een zondagsbrunch hoort dan een bruisend feest. ‘Idea 5’, met gastzangeres Lulu, flirt openlijk met zwoele R&B. Gespiegeld daaraan krijgen we ‘Da du dah’ wat dan weer leven in de brouwerij brengt.
Toch is het geen plaat van dramatische contrasten. KOKOROKO blijft trouw aan hun mellow universum. De tempowisselingen zijn beperkt. De sfeer blijft zachtaardig en ingehouden. Dat levert een consistent, soms wat te beheerst geheel op. Wie zoekt naar contrasten, erupties of swingende improvisaties komt wat bedrogen uit. Maar wie verlangt naar rustgevende grooves en zachte soulvolle structuren, vindt hier een rijkdom aan warmte.’Tuff times never last’ is geen titel die pleit voor vluchtgedrag, maar voor veerkracht – zij het in de vorm van muzikaal comfort.
Hoewel het album zelden echt uitbreekt, is het net in die ingetogenheid dat hun vakmanschap schuilt. Ze maken muziek die niet per se wil verrassen, maar wel omarmt. Soms is dat precies wat je nodig hebt. Voor fans van genre-overschrijdende jazz met een zachte rand en een wereldse ziel, is dit een plaat om in te verdwijnen.
KOKOROKO stelt het album voor op 31 januari in De Roma (tickets & info).