Met ‘Tranquilizer’ keert Daniel Lopatin terug naar een werkwijze die draait om zoeken en hergebruiken. Voor deze plaat dook hij opnieuw in oude sample-cd’s. Die oorsprong hoor je terug in bijna elk detail. De sounds voelen bekend, maar zijn uit hun context gehaald en opnieuw vormgegeven.
De opening van het album, met ‘Lifeworld’, zet meteen de toon. Zachte synths schuiven langzaam langs elkaar heen, zonder duidelijke richting of doel. Het klinkt kalm, maar niet geruststellend. Kleine verschuivingen in toon en timing zorgen voor een subtiele spanning die nooit echt wordt opgelost. Het is muziek die je aandacht vraagt, maar niet dwingt. Verderop krijgt piano een grotere rol, onder andere op ‘Cherry Blue’. De melodie klinkt bijna eenvoudig, zelfs warm, maar wordt langzaam vervormd en uit balans gebracht. Het nummer groeit niet toe naar een climax, maar blijft hangen in een soort tussenruimte. Dat gevoel — net niet afronden, net niet loslaten — typeert het hele album.
Naarmate de plaat meer vordert sluipt er voorzichtig meer ritme binnen, zoals op ‘D.I.S.’. Niet in de vorm van een beat, maar als pulserende bewegingen die structuur suggereren. Op momenten lijkt het alsof de muziek elk moment kan openbreken, maar Lopatin kiest er steeds voor om dat niet te doen. Die terughoudendheid kan soms frustreren, maar maakt ‘Tranquilizer’ ook consistent en eigenwijs. Wat opvalt, is hoe sterk het album als geheel werkt. Tracks vloeien in elkaar over en voelen minder als losse stukken dan als delen van één lange luisterervaring. Dit is geen plaat met duidelijke singles of hoogtepunten. Het werkt het best als je het in één keer luistert, met koptelefoon, zonder afleiding. Pas dan vallen de kleine details op: verborgen melodieën, subtiele ruis, geluiden die pas laat betekenis krijgen.
Niet alles is echter even scherp. Sommige momenten blijven wat vaag en voelen meer als schetsen dan als afgeronde ideeën. Daar zakt de spanning even weg. Maar misschien hoort dat bij de opzet van de plaat, die duidelijk meer geïnteresseerd is in sfeer dan in vorm. ‘Tranquilizer’ is ingetogen, bedachtzaam en soms lastig te doorgronden. Het is geen album dat zich meteen bewijst, maar wel eentje dat langzaam zijn plek opeist. Typisch Oneohtrix Point Never: ongrijpbaar, geduldig en net genoeg ontregelend om te blijven hangen.