Peenoise bouwt een breekbare cocon met ‘Forevergem’

door Mattias Goossens

Peenoise is een goede bandnaam, ‘Forevergem’ een geslaagde woordspeling/ode aan Evergem waar de drie broers Pinoy opgroeiden. En toch staan er op dit debuut twaalf nummers, maar geen enkele song in de hitparadebetekenis van het woord. Dat wil wat zeggen met een Abba-cover op de tracklist.

Zo vanzelfsprekend als de bandnaam is (zowel een knipoog naar de gedeelde achternaam als naar optredens die in de beginjaren werden ingezet met het geluid van klaterende urine), zo abstract en surreëel zijn de geluidscollages die Cesar, Gilles en Titus in elkaar knutselen. Die variëren qua ongrijpbaarheid van pure soundscapes (opener ‘Spacetime’ of later ‘The evening’) tot een cover van Abba’s ‘Lay all your love on me’. In ‘In a world’ horen we zelfs het melodietje uit ‘La valse d’Amelie’ uit de Amelie Poulain-soundtrack van Yann Tiersen. Mogelijks zitten er nog andere van dat soort referenties of herwerkingen verstopt, en wij spendeerden onze eerste luisterbeurten bi jgevolg meer op fragmentarische schattenjacht dan dat we dit album als geheel wilden doorgronden.

Dat duidt meteen op een pijnpunt van Peenoise: de muziek is zo fragiel dat het niet overeind blijft op de achtergrond. Je moet met volle aandacht luisteren, of de geluidsaquarellen (in een productie van Geoffrey Burton) verdampen tussen andere prikkels. Er zijn gelukkig uitzonderingen: ‘Youth’ blijft overeind dankzij de geslaagde combinatie tussen subtiel gitaargetokkel en duistere synths, en ook het daaropvolgende ‘Big bang’ kruipt in je kleren.

Op een podium laat de band zich vergezellen door extra muzikanten en live schilderkunst. Het leverde hen gedeelde winst op in de Oost-Vlaamse Sound Track-finale. Waarschijnlijk draagt dat visuele luik bij tot de totaalervaring van deze plaat. ‘Forevergem’ probeert deze dimensie te ontstijgen met zeer specifieke, haast buitenaardse klanken – iets waar waarschijnlijk wel meer inwoners van Evergem zich ooit aan gewaagd hebben. De vlucht van Peenoise gebeurt in een warme maar fragiele cocon, die het minste kans op breken heeft wanneer je via een hoofdtelefoon luistert met alle lichten uit.

Het is bewonderenswaardig hoe Peenoise na drie jaar priegelen in de marge nu naar buiten komt met zo’n eigen geluid op dit debuut. We hoorden nog maar weinig dingen die hetzelfde klonken, iets dat niet vanzelfsprekend is met zo’n minimalistisch klankenpalet. De grote massa zal niet meteen het kleine kamertje van Peenoise bestormen, al vermoeden we dat ze dat zelf niet zo heel erg vinden.