In een diepgaand interview met BBC-presentator Zane Lowe vertelt Rosalía uitvoerig hoe het nieuwe album tot stand is gekomen. Drie jaar na het overweldigende ‘MOTOMAMI‘ verkoos de Spaanse om met een schone lei te beginnen. ‘MOTOMAMI’ 2.0 met kolkende reggaeton en neo perreo bangers had een optie kunnen geweest zijn. Kijk naar zo vele andere artiesten die na wereldfaam kiezen om hun succesformule te herfabriceren. Zo is zij niét. Rosalía blijft nieuwsgierig en zichzelf uitdagen.
Het vertrekpunt was, zo vertelde ze aan Lowe, een opmerking van haar zus en creatieve rechterhand Pili: “Je vernietigt altijd het nummer.” Die opmerking resoneert doorheen de hele plaat. ‘LUX’ voelt als een poging om elk muzikaal idee tot zijn uiterste te brengen. Geen plotse breaks of gekantelde structuren, maar composities die langzaam opengaan, zich ontvouwen, bloeien. Net daarom voelde de vooruitgeschoven single ‘Berghain’ met bijdrages van Björk en Yves Tumor zo bevreemdend. Als loosie voelde het nummer onsamenhangend. De manier waarop het London Symphony Orchestra werd uitbesteed voelde zowel onderbenut als overmatig. Binnen de context van het album valt het kwartje wél.
Rosalía verdeelde het album op in vier movements. ‘Berghain’ vat het tweede luik aan: confrontatie en conflict staan hier centraal. ‘LUX’ is een transcenderend album waarbij de zangeres terug diepgang tracht te zoeken in een wereld die zich daar beetje bij beetje, misschien deels ongewild, van tracht los te weken. Industriële popelementen die zo rijkelijk aanwezig waren op ‘MOTOMAMI’ moeten wijken voor strijkers, blaasinstrumenten en akoestische gitaren. Stand-out ‘Porcelana’ is daar zo eentje van waarbij alle bovenstaande elementen prachtig tot hun recht komen. Rosalía lijkt die instrumenten, het menselijke te willen gebruiken om dichter bij ‘het licht’ te komen.
De vele verhalen die ze doorheen het album laat doorschemeren geïnspireerd op onder andere Jeanne D’Arc, Sint Teresa van Ávila, Rabia Basi, Hildegard van Bingen bieden daarbij context over hoe en waarom. Ze gebruikt ze als een soort lens om haar beleving, rond bijvoorbeeld lust, geloof, verlies, verder te onderzoeken. In het interview hoor je haar dan ook met veel enthousiasme nerden over de research die ze voor het album heeft gedaan. Niet alleen voor het album, maar voor zichzelf, persoonlijk.
‘Memória’ daarentegen is een stuk zachter en eenvoudiger. Behalve een lichte gitaar, een verhemelend koor in de achtergrond en zang is er niet veel te horen in dit nummer. En net dat laat Rosalía en fado-zangeres Carminho schitteren. Het is een schemering en een knipoog naar haar debuut ‘Los ángeles’ waar énkel flamenco op staat. Vooral Carminho is geweldig in dit nummer, bijna tot het punt waarop hij Rosalía overschaduwt. Het plotselinge crescendo aan het einde van het nummer is de perfecte manier om het geheel samen te vatten.
Wat overblijft na 49 minuten is een gevoel van helderheid: ‘LUX’ (Latijns voor ‘licht’) in de zuiverste betekenis van het woord. In de popcast van de New York Times vertelt ze dat haar zus niet vindt dat ze popmuziek maakt. “I disagree. Because I want to think that my music is pop. It’s just another way of making pop. There has to exist another way of making it pop! Björk proved it. Kate Bush proved it. And I need to think that what I’m doing is pop, because otherwise I don’t think then that I am succeeding.“, gaf ze als wederwoord. Rosalía, eeuwige studente en curieuzeneus maakt met ‘LUX’ een album dat het poplandschap op z’n grondvesten doet daveren.