Shame verlegt hun grenzen in ‘Cutthroat’, maar boet in op hun punkziel

door Timmy Malfait

Op ‘Cutthroat’ trekken Londense post-punkers, Shame, de studio in met Grammy-winnaar John Congleton. Hij verzorgde eerder ook het werk van St. Vincent. Deze combinatie zorgt voor een album vol verrassingen waardoor de band minder snedig en zwartgallig klinkt dan wij gehoopt hadden.

Het album vat aan meteen aan met de titeltrack, die al eerder werd uitgebracht als single. Vreemde halloweenachtige synths vullen hierbij het ritmegitaar mooi aan. Met hier dan nog eens de stampende bas bovenop gesmeten houdt Shame prima de kerk in het midden. Ook de zang van frontman Charlie Steen in de verses klinkt sterk en overtuigend. In het refrein worden de vocals echter vervormd en, eerlijk, wat verpest.

Op ‘Cowards around’ deed de intro ons even denken aan een track van punkgoden The Stooges. De drums en gitaarriff smelten samen tot een stompend, hypnotiserend ritme. Tussen de refreinen door wordt er simpel genoodled op de snaren wat zorgt voor scherpe, snijdende fragmenten in de track. Een andere, echte post-punkkraker is ‘Nothing better’, waar je ook overspoeld wordt door de wall of sound die de versterkers samen uitbrullen. Met hier dan nog eens een swampy baslijn overheen heb je één van de beste tracks van dit album. Ook ‘screwdriver’ deed ons veel plezier. Na enkele poppy nummers krijgen we eindelijk weer een hardere sound. De gitaar zweeft scherp doorheen de mix om dan in het refrein beerachtig aan te vallen.

Op het, voor Shame’s doen, wel zeer rustige ‘Plaster’ komen de drums en bas het sterkst naar voren en hoor je een hypnotiserende fuzzy ggitaar. Diezelfde fuzz hoor je trouwens ook terug komen in ‘Spartak’. Het nummer is één van de meest melodische nummers op het album – en dat is volgens ons niet meteen hun beste poging. Verder kon de solo iets verder in de track meer kruiding gebruiken. De vocals klinken bovendien evenmin overtuigend. Deze poppy mix zorgt ervoor dat we minder geneigd zullen de replay-knop in te drukken dan andere albums van de band.

‘After party’ heeft eveneens wat popelementen in zich. Hoewel het wordt gecombineerd met bijna valsklinkend gitaargesnij dat afkomstig zou kunnen zijn van iets van de The Birthday Party. De gitaar is hier meer ter versiering bovenop de drum die centraal staat. Op de track bewijst Shame dat ze wél pop met post-punk kunnen mengen, iets wat ons op de eerder genoemde nummers niet meteen overtuigde.

Op ‘Axis of evil’ wordt er volop geëxperimenteerd. De gitaren zijn ver te zoeken en verdrinken in de elektronische mix. Dit experiment werkt, volgens ons, jammer genoeg niet. ‘Lampião’ mengt zacht, rustig gitaarspel met spoken word verses – iets wat beter werkt. ‘Quiet life’ verrast de band ons met zijn akoestische intro. De drums hierop zorgen dan weer voor een opzwepend gevoel. De instrumentatie overstemt een beetje de zang en de akoestische en elektrische gitaren vullen elkaar mooi aan doorheen het nummer. Op ‘Packshot’ wordt de Nirvana -en Pixies-formule toegepast: Zwevende gitaarlijnen worden afgewisseld door een stomend machinegeluid, dat traag maar gevaarlijk de versterkers uitkomt. De meeste experimenten op dit album overtuigen ons wel, zolang Shame hier niet te ver in gaat.

Met ‘Cutthroat’ levert Shame een album af dat balanceert tussen ruige post-punk en gedurfde experimenten. Hoewel sommige nummers overtuigen met brute energie en scherpe riffs, verzandt de band te vaak in poppy uitspattingen en elektronische omwegen. Het resultaat is een plaat vol verrassingen, maar niet altijd in de richting waar hun rauwe kracht het beste tot hun recht komt.

Shame stelt het album voor in Trix op 29 september (tickets & info).