Voor The Creator’s laatste album ‘Chromakopia’, schoof de rapper een erg onderscheidend concept naar voren. De world building van de plaat was in sepia en er leek lang nagedacht over de uitwerking en ziel die in de plaat werd gelegd. Hoewel de man tegenwoordig nog steeds arena’s tot de nok laat vullen met dat kapsel, stopt de grind niét.
Na enkele platen niet alleen een onderscheidend concept naar te hebben geschoven, en dit ook à la David Bowie telkens te koppelen aan een personage (kijk naar ‘IGOR‘ of ‘Chromakopia‘), is ‘Don’t tap the glass’ andere koek. “yall better get them expectations and hopes down“, klonk het in een statement vooraf. Qua indekking kan dat al tellen voor moesten fans het toetje niet lusten. Hoewel ‘Call me if you got lost‘ uit 2021 Tyler’s manier was om een ode te brengen aan de mixtape cultuur, is ‘Don’t tap the glass’ misschien wel nog betere poging. Met tien tracks en slechts een run time van 28 minuten voelt het album ook als iets wat je in je auto zou kunnen stoppen onderweg naar een feestje of on-repeat op een verre reis.
Naast de kleurrijke billboards en een nieuw personage die je op de cover art ziet, verscheen het album ook met een statement. Tyler vindt het jammer dat mensen niet meer openlijk durven dansen uit angst om gefilmd te worden – of erger de spot mee gedreven worden online. Ergens heeft Tyler wel een punt hebben. Het zegt ook iets over dat feestjes tegenwoordig meer draaien om to seen to be seen te zijn, dan om effectief een leuke avond/nacht uit te hebben. De virale filmpjes van nachtclubs waar dj’s als Keinemusik of Anyma voor een zee van flashlights staan te draaien, zijn bovendien ronduit dystopisch. Cut the crap, vindt Tyler. En gelijk heeft hij.
Het album is een leuke change of pace, een palet cleanser. Al voelen de meeste tracks op het album wel als een soort samenraapsel van ideeën uit andere albums. Er is weinig écht nieuws onder de zon. Dat Tyler een meesterlijk producer was die weinig gasten nodig heeft om een goede plaat te maken, wisten we al. Poppareltjes als ‘Sucka free’ en ‘Ring ring ring’ (Neptunes, iemand?) konden perfect b-kantjes zijn geweest van pakweg ‘IGOR’. ‘Sugar on my tongue’ klinkt als iets wat Damon Albarn met Gorillaz zou doen, heerlijk. Maar daar wringt ook ergens het schoentje voor ons.
Op het nieuwe Clipse album kon op zich je horen dat Tyler nog steeds hardcore bars kan spitten. In de openingstrack ‘Big poe’ hoor je ‘m lekker z’n gang gaan op een Busta Rhymes-sample. ‘Don’t tap that glass / tweakin’ heeft ook één van de beste beat switches die we in een lange tijd hebben gehoord. Hoewel je wel wat agressieve braggadocio tegenkomt in nummers als ‘Stop playing with me’ en er elementen van eenzaamheid en ‘s mans liefdesleven in flarden tegenkomt, is het meeste waar Tyler over rapt niet nieuw.
Het grootste deel van het album draait om vibes. Tyler combineert de productie van elk nummer simpelweg met spaarzame passages. Soms voelt het album aan als Tylers ‘GNX‘. Een vervolg op een filmisch opus waar je hem nu zonder veel filter of overpeinzingen treft. Waar Kendrick een onderscheidend, harder karakter gaf aan ‘GNX’ tegenover voorganger ‘Mr. Morale‘, voelt ‘Don’t tap the glass’ eerder als een epiloog na een fantastische trilogie.
Het album is op zich een leuke collectie aan songs die productioneel lekker aan elkaar plakken. Hoe het album zal wegen ten opzichte van zijn eerder werk, is een andere vraag. Tyler laat ons viben in prima funk, soul en dance cuts, maar qua memorabiliteit mist het album panache en directie. Of we het album deze zomer grijs zullen draaien, staat buiten kijf. Of we dat binnen enkele jaren nog zullen doen, is iets anders.