Header image

Beste albums van de tweede helft van 2025

door Jonas Vandenabeele

Als opwarmer voor de echte eindejaarslijstjes geven we graag onze favoriete platen van de tweede jaarhelft (tot nu toe) mee. We gaan er in deze inleiding verder niet veel woorden aan vuil maken, je ontdekt onze favorieten hieronder.

Met bijdragen van Eva Gutscoven, Kobe Rombouts, Jonas Vandenabeele, Yannick Verhasselt en Jolien Wilke.

Alex G – Headlights

Met ‘Headlights’ levert Alex G een plaat af die meteen raak schiet: warm, rafelig en scherp als een nachtelijke flits in de achteruitkijkspiegel. Hij schuift zijn vroegere lo-fi chaos wat opzij en verrijkt zijn geluid met subtiele arrangementen. Een song als ‘Oranges’ meandert bij elke luisterbeurt iedere keer heerlijk doorheen onze gehoorbanen. ‘Real thing’, de titeltrack en de live-versie van ‘Logan hotel’ zijn overigens één van de beste dingen die ik de songwriter doorheen de talloze elpee’s die hij in het verleden al heeft uitgebracht, heb zien schrijven. (Yannick)

 

Anna von Hausswolff – ICONOCLASTS

In een tijdperk waar albums van een dik halfuur eerder regel dan uitzondering zijn, komt Anna von Hausswolff met een klepper van een plaat. ‘Iconoclasts’ is een – we gebruiken het woord niet snel – epische trip van 1 uur en 12 minuten die constant schakelt van duisternis naar licht en terug. De indrukwekkende blazers klinken menselijk, vol gevoel en ook de grootse strijkarrangementen laten nooit onberoerd. Iconoclasme verwerpt of bekritiseert bestaande geloofsovertuigingen of instituties. Het voelt dan ook alsof von Hausswolff verschillende heilige huisjes omver trapt en oproept tot grondige reflectie. Niet in het minst in het grootse ‘The iconoclast’. Maar ook de samenwerkingen met Iggy Pop, Ethel Cain, Abul Mogard en Maria von Hausswolff zijn stuk voor stuk voltreffers. Laat je overrompelen door deze krachttoer en kijk niet meer om. Iconoclasme is de weg vooruit. (Jonas Vda)

 

Ata Kak – Batakari

‘Batakari’ van Ata Kak swingt als een nachtmarkt: kleurrijk, chaotisch en compleet onweerstaanbaar. De (lo-fi) highlife-pionier pompt zijn electro opnieuw vol met dat gekende elastieken ritme. Op dit nieuwe ep’tje klinkt hij echter scherper, speelser en brutaler. De beats schurkten nog nooit zo dicht tegen pure euforie, terwijl Ata Kaks onweerstaanbare vocalen dartsgewijs door de mix schieten. Alles klinkt alsof het ter plekke uit elkaar kan vallen, maar net dát geeft ‘Batakari’ zijn charmante, hyperactieve ziel. (Yannick)

 

BIG SPECIAL – NATIONAL AVERAGE.

Poëzie met een scherp randje en vooral een zeer aanwezig Brits accent? Daarvoor moet je bij de mannen van BIG SPECIAL zijn (nvdr. nee, we zijn niet aan het roepen. Zo stileert de band immers haar titels). De tweede plaat van het Birmingham-duo, ‘NATIONAL AVERAGE.’ is een schot in de roos: maffe wendingen, maatschappijkritische teksten en bovenal catchy nummers die voor iedereen herkenbaar aanvoelen. Meteen met opener ‘THE MESS.’ stormt de band met geen ‘boe of bah’ binnen – en dat gevoel blijft door de hele plaat hangen. Elk nummer bevat wel een interessant element, zoals het winkelbelletje bij ‘SHOP MUSIC.’, waardoor je moeiteloos blijft luisteren. Eerlijkheid vinden we heerlijk, maar de manier waarop BIG SPECIAL dit brengt, weet ons écht te charmeren. (Jolien)

 

Big Thief – Double infinity

Dat we bij Indiestyle fan zijn van Big Thief, zal niemand verbazen. Hoeveel bands blijven zo consequent uitstekend materiaal uitbrengen als Adrianne Lenker en de hare? Ook Double infinity kon ons weer danig bekoren. Het opzet is deze keer groots en gelaagd: gooi een schare aan topmuzikanten samen in de studio en laat ze jammen tot er een plaat ontstaat die het Big Thief-kwaliteitslabel mag dragen. Zo vervoegt ambientlegende Laraaji het drietal uit Brooklyn. Dat is hoogstwaarschijnlijk ook de reden waarom ze volgend jaar te zien zijn in Vorst Nationaal in plaats van pakweg het Koninklijk Circus. Big Thief is dood, lang leve Big Thief! (Jonas Vda)

 

Brighde Chaimbeul – Sunwise

‘Sunwise’ van Brighde Chaimbeul is zo’n plaat die je eerst beduusd achterlaat en je daarna bij de kraag grijpt. De Schotse doedelzakvirtuoze knipt, plakt en kronkelt door folk alsof ze een glitchende synthesizer bedient. Het resultaat is bloedmooi én heerlijk koppig. Haar drones doen de kamer in trillen, terwijl subtiele melodische omwegen je telkens op het verkeerde been zetten. Geen behangmuziek dusn maar een echte fauteuilluisterplaat. (Yannick)

 

Florence + The Machine – Everybody scream

‘Everybody scream’ van Florence + The Machine is een donker en meeslepend album waarin Florence Welch haar persoonlijke demonen omzet in poëtische, mystieke pop. Tracks als ‘Witch dance’, de titeltrack en ‘One of the greats’ balanceren tussen rituele intensiteit, art-popdrama en rauwe emotie, terwijl ‘You can have it all’ de melancholie naar een ijzingwekkend hoogtepunt tilt. De plaat is veeleisend maar uiterst belonend: een cathartische trip waarin gothic folklore, grootse arrangementen en kwetsbare bekentenissen samensmelten tot een bezwerende totaalervaring. En stiekem is dit toch gewoon haar beste werk in jaren? (Yannick)

 

Geese – Getting killed

Op het einde van 2024 kwam Cameron Winter, frontman van Geese, nog met een uiterst interessante soloplaat op de proppen. De plaat lag op 6 december samen met wat chocolade en letterkoekjes klaar om te ontdekken voor wie zoet was geweest. Het was een lichte voorbode voor wat zou volgen op de derde worp van Geese. Een veelzijdige, vaak onvoorspelbare indieplaat die moeilijk in een hokje te duwen is. De ingenieuze muzikale arrangementen worden gecomplementeerd door de herkenbare stem van Winter om te versmelten tot een onmiskenbaar interessant geheel. De heerlijk vrolijke gitaartjes bij ‘Au pays de cocaine’ zijn Geese ten voeten uit: speels, een tikkeltje tegendraads en engagerend. Ook ‘Bow down’, ‘Taxes’ en de heerlijke denderende afsluiter ‘Long island city here I come’ tonen dat de gasten van Geese in goede, zelfs grootse doen zijn. (Jonas Vda)

 

Headache & Vegyn – Thank you for almost everything

Headache is de samenwerking tussen de tekst van Francis Hornsby Clark en de muziek van producer Vegyn (Joseph Winger Thornalley). Ze creëerden samen een mijmerende elektronicaplaat vol spoken word met hypnotiserende affirmaties voor millennials en gen z’ers. Saillant detail: de stem is gemaakt met artificiële intelligentie en klinkt tegelijk heel menselijk. Nog een leuk weetje: vegyn werkte ook mee aan Frank Oceans ‘Blonde’. Qua opzet doet de plaat denken aan ‘Wear sunscreen’ van Baz Luhrmann, maar met meer ironie, een donkere rafelrand en beter uitgedachte beats. Hoedanook leun je best achterover in een fauteuil en laat je de plaat volledig over je spoelen, terwijl je aandachtig naar de tekst luistert. (Jonas Vda)

 

James K – friend

James K serveert op ‘Friend’ een bedwelmende cocktail van breakbeats, triphop en shoegaze, allemaal gehuld in nevels van haar zweverige fluisterzang. De nummers glijden voorbij als vage herinneringen na een te korte nacht: zachte pads, klikkerige microbeats en gitaren die meer suggereren dan zeggen. ‘On God’ is waarschijnlijk het meest popgetinte nummer op de plaat en schemert ergens tussen Men I Trust en Eefje De Visser. Een aanrader voor wie z’n indiepop graag vermengd ziet met hier en daar een flinke schuit elektronica – zij het drum ‘n bass dan wel triphop – in verweven. (Yannick)

 

Klinck Trio – My hair is everywhere

De Brusselse Elisabeth Klinck heeft allesbehalve stilgezeten dit jaar. Eerder bracht ze al een soloplaat uit getiteld ‘Chronotopia’, en nu brengt ze met Klinck Trio het begeesterend mooie ‘My hair is everywhere’ uit op het Gentse VIERNULVIER Records. Het Klinck Trio bestaat uit Adia Vanheerentals (saxophone, zang), Maya Dhondt (piano, zang), en Elisabeth Klinck (violin, zang). Het drietal nam het zachte neoklassieke en jazzy ‘My hair is everywhere’ op in de Ledeberg Studio in 2024.

De plaat ontstond uit improvisatie en experiment waarbij de stilte even belangrijk is als wat er gespeeld wordt. Het is een ontmoeting van drie muzikanten waarbij elke noot die gespeeld wordt even zorgvuldig gekozen werd als elke noot die niét gespeeld werd. Dit wordt weerspiegeld in een ongelofelijk emotionele en meeslepende luisterervaring voor al wie zich ervoor openstelt. Voor wie net als ik ondersteboven is van de ingetogen schoonheid, en dit op plaat wil, haast je naar bandcamp: want het aantal nog beschikbare platen is kritiek laag.

 

Maruja – Pain to power

Wat ons betreft had het debuutalbum van de veelbelovende band al veel vroeger mogen vallen. Er waren de afgelopen jaren al ep’s uitgebracht als ‘Connla’s well’ en ‘Knockerea’ die het potentieel van de band naar een hoger niveau tilden. Hun wervelende mix van post-punk, brutal-jazz, noise rock en jazz rock is er eentje die in het heengaan van Black Midi een gat van jewelste kon opvullen. Met ‘Pain to power’ weet de band de magie van die eerste ep’tje perfect te kanaliseren in albumformaat. Hoe een song als ‘Look down on us’ maar kan blijven aanzwellen en als een soort opwarmend machinegeweer de furiositeit van frontman Harry Wilkinson in hun instrumentatie weet te weerspiegelen, is quasi absurd. (Yannick)

 

Ninajirachi – I love my computer 

Na ‘Brat’s hoogtepunt afgelopen zomer bevindt dit album zich op een kruispunt. Ninajirachi’s ‘I love my computer’ is een genreverschuivend album geworden dat zijn wortels zowel in complextro als in hyperpop heeft. Glitchy melodieën, trance en broken beats en knetterende synths vloeien samen tot een audiowereld die tegelijk schijnbaar chaotisch en bijna teder intiem is. Tegelijkertijd doet het je bijna automatisch reflecteren over je eigen surfgedrag en hoe erg ‘het internet’ is veranderd. Hoewel er nog steeds sporen van ‘het oude internet’ te vinden zijn, is het niet langer dezelfde ervaring als toen we opgroeiden. Denk bijvoorbeeld aan het verdwijnen van online third spaces, de wurggreep die mediastreamingbedrijven hebben op de consumptie van kunst en de gevolgen die meerdere cultuuroorlogen hebben gehad op de wereld nadat ze het internet hadden misbruikt om bepaalde ideologieën te versterken. (Yannick)

 

Olivia Dean – The art of loving 

Dean kneedt soul, pop en subtiele jazz tot een intiem klankpalet waarin haar stem telkens het licht laat vallen op de rafelrandjes van liefde. De songs op ‘The art of loving’ zijn vrij behapbaar. Daar ligt echter net de ingeniositeit van dit album: Dean weet haar songs te voorzien van een bepaalde soort flair, zelfvertrouwen, en tegelijkertijd subtiliteit te brengen waardoor je maar blijft terug vallen op songs als ‘Baby steps’, ‘Nice to each other’, ‘So easy (to fall in love)’ en… natuurlijk, niet te vergeten de wereldhit ‘Man I need’. (Yannick)

 

Oneohtrix Point Never – Tranquilizer

We kunnen niet in de hersenpan van Daniel Lopatin kijken, al zouden we soms graag willen dat we dat wel konden. Op ‘Tranquilizer’ breidt Lopatin voort op de sound collage-esthethieken van ‘Magic…’ en ‘Again’ uit respectievelijk 2020 en 2023. De verschillende soorten lagen aan elektronica, samples, loops, ditjes en datjes die Lopatin in zijn songs smeedt, is absurd. En toch voelen songs als ‘Rodl glide’ of ‘Lifeworld’ niet alleen warm en breezy, maar ook zacht.  Synths breken en kraken nog steeds gemakkelijk, maar er schuilt een zekere vreugde en sprankeling in. Die onsamenhangende vocals die je vroeger op een album als ‘R plus seven’ zo van streek maakten, helpen je dit keer alleen maar om nog verder de wolken in te stijgen. (Yannick)

 

Panic Shack – Panic Shack

Recent nog een explosieve passage in Trix, maar binnenkort zijn ze ongetwijfeld wereldberoemd. Het vrouwelijke viertal Panic Shack uit Cardiff levert een subliem debuutalbum. Als de albumcover je nog niet overtuigt, dan zal opener ‘Girl Band Starter Pack’ dit gegarandeerd wel doen: uiterst Britse punk, met lyrics die zowel relevant als humoristisch zijn. “No-bullshit-punk”, ook wel genoemd – en ja hoor, daar sluiten wij ons volmondig bij aan. Het album bevat nummers over body positivity, een broek met (of zonder) zakken én zelfs een nummer waarvan de liedjesteksten grotendeels afkomstig zijn uit Hinge-profielen. Het album voelt familiair, in your face en vrouwelijk, gepaard met een perfecte dosis chaos en humor. Dit alles verpakt in een blits pakketje resulteert in een fantastisch debuutalbum van de girlgang: eentje dat je absoluut moet checken. (Jolien)


 

Rosalia – LUX

Met ‘LUX’ laat Rosalia zich van haar meest ambitieuze kant zien. Weinig perreo of gonzende reggaeton, wél klassieke muziek en haar stem centraal. Dat de popster kon zingen, bewees ze eerder al op debuutplaat ‘Los angeles’ en niet veel later op doorbraakalbum ‘El mal querer’. Op ‘LUX’ spaart Rosalia koste noch moeite gespaard worden om het begrip ‘pop’ helemaal open te trekken. En met succes: LUX is groots en lumineus, op alle mogelijke manieren. (Yannick)

 

Sorry – Cosplay

De lelijke hoes van Cosplay misleidt: achter dit gedrocht met Play-Dough-achtige letters schuilt een speelse plaat waarop de Noord-Londenaars met plezier van gedaante verwisselen. De post-punk van Sorry (voorheen Fish) klinkt op ‘Waxwing’ poppy en elektronisch. Op ‘Life in this body’ doet men ‘t dan weer bloedeerlijk en zonder franjes. Sorry klinkt vooral oprecht en dat hoor je. Want hoe kan je anders “I have loved every version of you” zingen zonder je geloofwaardigheid te verliezen op het hierboven reeds vernoemde ‘Life in this body’. (Jonas Vda)

 

Stella Donnelly – Love and fortune

De Welsh-Australische Stella Donnelly weet met haar stem en een minimum aan instrumentatie songs te schrijven waarvan je zomaar kippenvel krijgt. Zo is er het quasi a capella ‘Baths’. Haar herkenbare teksten nemen je bij de arm mee in de wereld van Donnelly. Op ‘Standing ovation’ en ‘Laying low’ bewijst Donnelly dan weer dat ze ook catchy indiepop kan maken met een bitterzoet kantje. ‘Love and fortune’ luistert makkelijk weg op de achtergrond, maar geef de plaat wat meer aandacht en ze geeft veel terug. (Jonas Vda)

 

Suzan Peeters – Cassotto 

Met ‘Cassotto’ presenteert Suzan Peeters een verbluffend debuut dat de accordeon resoluut uit zijn vertrouwde referentiekader tilt. Ze mengt de klassieke warmte van het instrument met gedurfde technieken en gelaagde texturen, waardoor een geluid ontstaat dat tegelijk intiem en groots aanvoelt. Het album opent als een verborgen resonantieruimte waarin je als luisteraar wordt meegezogen, een plek waar fragiele details en krachtige uitbarstingen naadloos in elkaar overvloeien. (Yannick)

 

Thredd – It’s lovely, come on in

Het driekoppige Thredd omschrijft hun debuut ‘It’s lovely, come on in’ als a record for people who are up for a party, down for a cry.” Hoe beschrijf je de aanloop naar een donkere nacht die hinkelt tussen clubben of tranen? Het Londense trio doet dit door schijnbaar luchtige poppy songs te verweven met een ingehouden intensiteit die nooit ontaardt. Zo stuwen donkere diepe bassen Imogen ‘Immy’ Williams breekbare stem onverminderd voort in ‘Horseshow’. In ‘We don’t speak anymore’ klinkt Winter’s stem breekbaar en rustig, maar zorgen nerveuze synths voor spanning. In de titeltrack schreeuwen de distorted gitaren het uit. Het is fijn vertoeven in deze ambiguïteit.  (Eva G)

 

Water from Your Eyes – It’s a beautiful place

Voor iedereen die op zoek is naar tegengif voor al wat slecht is in deze wereld, reikt Water from Your Eyes een alternatief wereldbeeld. Een beeld waar de focus wordt verlegd van mens naar kosmos. ‘It’s a beautiful place’ is nog steeds een typisch product van het New Yorkse duo dat zij zelf beschrijven als dance-punk. In die kosmos hoef je het niet zo serieus te nemen. ‘Playing classics’ met eurodance bassen haalt de mosterd bij Charli xcx‘s Club classics.’ Tegelijkertijd trapt ‘Life signs’ de deur in met luide gitaren om dan te verzanden in lichte en raadselachtige refreinen. ‘Nights in armor’ is dan weer heerlijke grunge. (Eva G)

 

Wednesday – Bleeds 

Huisfeestjes die in braspartijen ontaarden, slaperige Amerikaanse buitenwijken, een countrybar na sluitingstijd: het zijn slechts enkele beelden die worden opgeroepen door ‘Bleeds’, de uitstekende zesde plaat van Wednesday. Ondanks dat het centrale tandem Karly Hartzman-MJ Lenderman (respectievelijk frontvrouw en gitarist) door een relatiebreuk ging, klinkt de band hechter dan ooit. Drie hoogtepunten uit een album dat eigenlijk uit alleen maar hoogtepunten bestaat: het bitterzoete ‘Elderberry wine’, het gitaarbommetje ‘Wasp’ (misschien wel het meest brutale nummer dat ze ooit schreven) en ‘Townies’.

Die laatste song is een schoolvoorbeeld van de Wednesday-formule: een aan Pavement schatplichtige slackerdynamiek, rake lyrics (“Group of girls went around tellin’/Everywhere you fooled around/And gave you a strong/Reputation for being someone always/Someone always) en een rafelige melodie om na één luisterbeurt mee te neuriën. Voor wie het nog niet doorheeft: dit is eindejaarslijstjesmateriaal. (Kobe)