We zitten op de wip naar de tweede helft van 2025 en de zomer is in het land. Het ideale moment om even stil te staan bij onze favoriete platen van de eerste helft van het jaar. Hieronder vind je onze hartendieven van januari tot en met juni 2025, in alfabetische volgorde.
Klik op de afbeeldingen om de Spotify-link naar de plaat te openen.
Addison Rae – Addison
Wat begon als een populaire TikTok-prinses, groeit uit tot een popqueen. Wereld: Addison Rae has arrived. Toen ze in 2024 de single ‘Diet Pepsi’ losliet op de wereld, raakte haar carrière in stroomversnelling. Het nummer werd enorm positief onthaald en elke single die volgde, was een ‘certified banger’. De kritiek uit haar TikTok-tijd lijkt inmiddels vergeten: ze toont aan dat ze er hard voor heeft gewerkt én zichzelf durft te bekritiseren – dat is durf: queen behaviour, noemen we dat. Verwacht aanstekelijke pop met knipoogjes naar 2000 popmuziek, en we moeten zeggen: het is fantastisch. De lyrics zijn niet ultra diepgaand – licht en luchtig – gepaard met een catchy beat, maar dat maakt het juist zo verslavend. En eerlijk: er staat geen enkele skip op het album. Dus, move over, Sabrina, Chappel en Charli: Addison Rae heeft haar troon opgeëist. (Jolien)
[lees hier onze recensie van het album]
Bad Bunny – DeBÍ TiRAR MáS FOToS
Onze eigen hoofdredacteur zette de puntjes al op DeBÍ in het prille begin van dit jaar. Nu het kwik hier ook richting Puerto Ricaanse hoogtes stijgt wordt het meesterwerk van Bad Bunny alleen maar beter. Het konijn tovert over de hele plaat heen een eindeloze stroom aan Latijns-Amerikaanse uit zijn hoed, een ode aan zijn vaderland met het hart op de juiste plaats. Wat ons betreft tot dusver nog steeds dé plaat van het jaar, uit een hoek die we al even niet meer in de gaten hadden. (Zeno)
[lees hier onze recensie van het album]
Black Country, New Road – Forever howlong
Met ‘Forever howlong’ kiest Black Country, New Road radicaal voor zachtheid. Weg is de postpunk-nerverigheid en broeierige gitaar spielerei; wat overblijft is een warme, barokke folksprookjesplaat waarin recorders, harpsichords en driestemmige zang het hart vormen. Elk bandlid krijgt vocale ruimte, wat de nummers een gemoedelijke, haast kampvuurachtige intimiteit geeft. ‘Besties’ is speels en queer, ‘The big spin’ hemels.
Toegegeven, wie snakt naar de explosieve energie van hun debuut zit hier aan het verkeerde adres. Maar wie tijd maakt voor de subtiliteit, ontdekt een band die durft te vertragen, te luisteren, te léven. BC,NR klinkt hier als een collectief dat zich heruitvindt met fluit, gevoel en finesse. Geen revolutie, wel een stille triomf. (Yannick)
[lees hier onze recensie van het album]
Blondshell – If You Asked for a Picture
Twee jaar na haar sterke debuut komt met ‘If You Asked for a Picture’ – een zwaar geladen album, waarin thema’s als relaties, OCD, burn-out en lichaamsbeeld centraal staan. Met een subtiele knipoog naar de grunge weet Sabrina Teitelbaum haar publiek moeiteloos te boeien. Opener ‘Thumbtrack’ bouwt verder op haar eerste plaat, terwijl ‘Arms’ en ‘T&A’ opvallen door hun stoere, verhalende kracht én lef. ‘Event of a Fire’ is de emotionele uitschieter van het album, met rake lyrics.
Doorheen de plaat worden er nog meer subtiele knipoogjes gegeven: er wordt geregeld inspiratie gehaald uit verschillende artiesten, gaande van bands als Queens of the Stone Age als literaire invloeden zoals Eve Babitz – zonder haar eigen stijl te verliezen, natuurlijk. Kortom: ‘If You Asked for a Picture’ is eerlijk, scherp en meeslepend. Geen enkel nummer voelt overbodig; elk draagt bij aan het grotere geheel. Luisteren maar! (Jolien)
[lees hier onze recensie van het album]
Deafheaven – Lonely people with power
Het was een beetje bang afwachten welke richting Deafheaven zou uitgaan na het tegenvallende ‘Infinite granite’ (2021). Op die plaat vond de band uit San Francisco het een goed idee om standaard shoegaze nummers te gaan schrijven en liet frontman George Clarke zijn rauwe gekrijs op enkele uitzonderingen na achterwege. Met ‘Lonely people with power’ toont het vijftal dat die vrees gelukkig onterecht was en opteren ze opnieuw voor een brute, maar melodieuze plaat. Epische songs als ‘Doberman’ en ‘Winona’ zijn nu al voorbestemd om Deafheaven-klassiekers te worden.
Naast de terugkeer van de kenmerkende blackgaze-sound waar ze indertijd potten mee braken, horen we ook wat geslaagde nieuwe geluiden zoals op het industrial-getinte ‘Incidental II’. Wij hebben de band altijd als een metalband beschouwd, en ‘Lonely people with power’ is de bevestiging dat Deafheaven dat zelf ook vindt. (Martijn)
Djo – The crux
Een acteur en publiekslieveling die de gitaar ter hand neemt: het is bij voorbaat verdacht. Met de nodige terughoudendheid doken wij dan ook in ‘The crux’, het nieuwe album van Joe Keery die zijn faam haalde bij Stranger Things, maar onlangs ook een vrij hilarische bijrol had in de ‘documentaire’ Pavements. Dat Djo tot in de puntjes op de hoogte is van zeventig jaar popgeschiedenis, zal iedereen meteen horen. Hij maakt bokkensprongen tussen Beatles-esque samenzang, gladde eighties synthesizers en Tame Impala pastiche. Dat hij tussendoor ook een uiterst catchy songwriter blijkt te zijn met een neus voor gevatte teksten, dát blijkt uiteindelijk de lijm die het album samen kit. Een feestelijke droomvlucht die niemand al te zeer op de schenen zal schoppen, wij zingen graag mee van begin tot einde. (Zeno)
Djrum – Under tangled silence
Klassieke piano, harp en cello botsen tegen jungle-breaks en ambient mistflarden aan — soms briljant, soms gewoon breekbaar als een porseleinen vaas op een drum ’n bass‑vloer. Tracks als “A Tune for Us” en “Three Foxes” fluisteren melancholie, terwijl breakcore-beats opduiken als een ex op een familiefeest: onverwacht intens. Djrum strooit met sfeer, drama en detail — dit is geen rave-plaat, wel eentje om op te kniezen voor nachtbrakers met een espresso en een existentiële crisis in hun broekzak. (Yannick)
ECHT! – Boilerism
Alsof Aphex Twin, Hudson Mohawke en een groep jazznerds samen opgesloten zaten in een broeierige kelder onder een Brusselse club: Boilerism is een sonische uppercut. ECHT! knalt van start met ‘Boilerbeek’, een nummer dat klinkt alsof je hersenpan wordt opengereten door een vrachtwagen vol hihats en glitchy synths. Wat volgt is geen kabbelend beekje, maar een kolkende stroom van trap, UK garage, acid en footwork – allemaal live ingespeeld, met chirurgische precisie én punkenergie. (Yannick)
[lees hier onze recensie van het album]
Emma-Jean Thackray – Weirdo
De multigelanteerde multi-instrumentaliste Emma-Jean Thackray bracht haar tweede album ‘Weirdo’ uit op het Brownswood label van Gilles Peterson. Haar slogan “Make jazz smooth again” verkondigt ze met een kwinkslag op haar social media, maar ze maakt deze meteen ook waar op haar jongste plaat waar ze elk instrument voor haar eigen rekening nam op de plaat. De aanstekelijke mengeling van jazz, pop, funk en soul met een vleug humor en een dot introspectie. “Hey weirdo, I’m a weirdo too” of wat dacht je van “I wanna make fried rice/I don’t wanna go outside”. Bij elke luisterbeurt blijft ‘Weirdo’ een beetje meer plakken, tot het volledig aan je kleeft. (Jonas Vda)
Erika De Casier – Lifetime
‘Lifetime’ baadt zoals Erika De Casiers eerder werk ook in een bad van nineties r&b met een moderne twist. Toch brengt de Portugese weer iets nieuws op het album. IJzige ambient pads en galmende drums vormen de achtergrond voor zwoele vocals. ‘Seasons’ is qua productie misschien wel de grootste stap voorwaarts, met de clubverpletterende synths die een donkere laag aan haar sound toevoegen. De sample van een hinnikend paard in ‘Delusional’ laat de zangeres weer uit haar comfortzone stappen. Goed wetende dat De Casier dit album ook nog eens zelf geproducet heeft, laat pas echt zien hoe ze het genre zich volledig eigen heeft gemaakt. Dat het album slechts een halfuurtje lang is, laat ons de replay-knop nog iets sneller indrukken dan anders. (Yannick)
FKA Twigs – Eusexua
‘EUSEXUA’ dompelt je onder in een sensuele trance meets techno soundscape. De titeltrack is een glinsterende hymne aan dat moment van euforie vlak voor inspiratie of een orgasmisch hoogtepunt. In samenwerking met Koreless vangt FKA Twigs het gevoel van heling op de dansvloer, met stuwende baslijnen en trance-synths die een nachtelijke high oproepen. Hoogtepunten als ‘Perfect stranger’ en ‘Striptease’ tonen haar durf. Ze mixt clubpop, glitchy beats en emotionele ballads tot een hypnotisch geheel. (Yannick)
[lees hier onze recensie van het album]
HAIM – I quit
Vier jaar na ‘Women in Music Pt. III’ zijn zussen Este, Danielle en Alana Haim terug met ‘I quit’ – een fris, gedurfd album dat jouw must-listen van de zomer wordt. Singles ‘Relationships’, ‘Down to be wrong’ en ‘Take me back’ steken er met kop en schouders bovenuit, elk met hun eigen fun vibe: meeslepend tot speels tot nostalgisch. ‘I quit’ is een album waarin geëxperimenteerd wordt: we like that. Zo krijg je country-vibes bij ‘the farm’ en neemt Alana moeiteloos de lead vocals op zich (primeur) bij ‘Spinning’. ‘Blood on the street’ toont elke zus op haar best en is tevens ook ons favoriete nummer van de plaat. ‘I quit’ bewijst dat de zusjes Haim weer helemaal van de partij zijn: funky grooves, lef en verrassingen aanwezig. Check: it’s a HAIM summer! (Jolien)
[lees hier onze recensie van het album]
Honningbarna – Soft spot
Met ‘Soft spot’ gooit Honningbarna je weer keihard tegen de muur, maar deze keer met een knipoog. Frontman Edvard Valberg begint nog braaf met wat levensbeschouwelijke spoken word — alsof-ie ineens meer dichter dan punker wil zijn. Maar geen paniek: daarna knalt ‘Schäfer’binnen als een wervelstorm die je fiets van het slot blaast. Hardcore, noise en zelfs een scheutje industriële drama zijn de ingrediënten van dit kostelijk geweld. Coldwave graaft dan weer door het bitterzoete ‘King spud’. (Yannick)
Horsegirl – Phonetics On and On
Toen Horsegirl in 2022 debuteerde met ‘Versions of Modern Performance’ vergeleek menig recensent het trio met Yo La Tengo, Sebadoh en ander rafelig gepeupel uit de jaren negentig. Op ‘Phonetics On and On’ leunt de all-female band uit Chicago echter dichter aan bij culthelden als Young Marble Giants, Beat Happening en Broadcast. Met minder namedropping gezegd: rotaanstekelijke, intelligente en van alle franjes ontdane artrock om een druilerige zondagnamiddag mee op te leuken. Lang geleden dat minimalisme zo divers klonk en dat onderkoeldheid ons zo deed smelten. (Kobe)
Lucy Dacus – Forever is a feeling
Met Boygenius had Lucy Dacus plots één derde aandeel in een monstersucces uit de indie scene. Zelden zagen we zo’n welverdiende volksgekte, en ook al haalt haar volgende solo worp net niet datzelfde niveau, het is toch een uiterst aangenaam staaltje songwriting. Het openende een-tweetje van ‘Big deal’ met ‘Ankles’ brengt ons al in de zevende hemel. Gooi daarbij nog de fijn rammelende titeltrack en wij zijn verkocht. (Zeno)
Maria Somerville – Luster
Er verschijnen jaarlijks heel wat mooie dingen op 4AD, maar het is lang geleden dat we nog eens omver werden geblazen door een release die ons herinnert aan de dreampop-origines van het iconische label. ‘Luster’ is namelijk verplicht luistervoer voor iedereen die zichzelf een liefhebber noemt van dreampop. Het album klinkt alsof Grouper de studio is ingedoken met 4AD-paradepaardjes Cocteau Twins en dat Chromatics de ritmesectie voor hun rekening nam.
Hiermee doen we Maria Somerville echter wel tekort, want de Ierse heeft wel degelijk een eigen stijl die zich onderscheidt van dertien-in-dozijn shoegazers. Haar bedwelmend gitaarwerk en innemende (fluister-) zang zorgen ervoor dat je nekharen recht overeind komen te staan.Ook de productie van elke track is werkelijk adembenemend : in een song als ‘Garden’ bijvoorbeeld gebeuren er een heleboel interessante dingen op de achtergrond die je in eerste instantie niet zullen opvallen. Nog een dreampop-plaat vinden in 2025 die dit kan overklassen gaat een uitdaging worden. (Martijn)
Oklou – Choke enough
Met ‘choke enough’ levert Oklou een intiem en meeslepend album af dat haar evolutie als artieste overtuigend in de verf zet. Waar haar vorige werk dromerig en etherisch klonk, kiest ze hier voor een oprechter geluid. Haar stem zweeft over delicate arrangementen vol glitch-pop, akoestische instrumenten en subtiele veldopnames – van blaffende honden tot flarden gelach – wat het geheel een bijzonder persoonlijke sfeer geeft. Elk nummer voelt als een herinnering, zachtjes vervormd door tijd en emotie. Hoogtepunten zoals het gelaagde ‘Blade bird’ en het beklijvende ‘Take me by the hand’ tonen hoe moeiteloos Oklou elektronica en folkpop verweeft tot een uniek geluid. ‘choke enough’ is niet alleen muzikaal rijk, maar ook emotioneel gelaagd – een album dat fluistert in plaats van schreeuwt, en daardoor des te harder binnenkomt. (Yannick)
[lees hier onze recensie van het album]
Sam Fender – People watching
De derde plaat van Sam Fender liet even op zich wachten, maar we kunnen gerust stellen: het was het wachten waard. Op ‘People Watching’ laat Fender zijn meest eerlijke en persoonlijke kant zien. De plaat combineert zijn kenmerkende rauwe, nostalgische sound met maatschappijkritische en emotioneel geladen lyrics – like, like, like. Met hoogtepunten als ‘Rein Me In’, ‘Crumbling Empire’ en het gelijknamige ‘People Watching’ bevestigt Fender opnieuw zijn titel als meesterlijk verteller. De plaat is rustiger dan zijn vorige twee albums, maar het heeft hierdoor meer ballen: Sam Fender past deze ademruimte even naturel toe als zijn meer uptempo songs. En dàt is ook een heus talent. Conclusie: de kroon in songwriting gaat naar jou, mijnheer Fender. (Jolien)
[lees hier onze recensie van het album]
Skrillex – F*ck u Skrillex you think ur Andy Warhol but ur not!! <3
Dit is chaos met purpose. Skrillex blaast 34 hyperactieve tracks in 46 minuten uit zijn mouw alsof het niets is. Het album is een wervelwind van brostep met flarden drum’n’bass, trap, riddim, garage doorspekt met hilarische DJ-Smokey one‑liners. De plaat katapulteert je meer dan eens terug naar de tijd van ‘Scary monsters…’, maar nu met een volwassen, zelfbewuste twist . Hoogtepunt: de emotionele afsluiter ‘Voltage’. Ooit verloren, nu integraal en briljant omlijst. Kort én krachtig: een victory lap die zowel nostalgisch als vooruitstrevend is. Skrillex blijft koning van de wubs én showmanship. (Yannick)
[lees hier onze recensie van het album]
Swans – Birthing
Ik weet niet of ik Swans-frontman Michael Gira zou uitnodigen op mijn zondags theekransje. Dat zit zo: vorig jaar probeerde een toeschouwer het concert van de groep in STUK Leuven te filmen, iets waar Gira een hekel aan heeft. Hij wees de persoon in kwestie aan en liet vervolgens zijn uitgestrekte wijsvinger traag over zijn keel glijden als een mes. De gsm werd opgeborgen. Dat heet: crowd management.
Belangrijker: tijdens die avond mocht er tal van nieuw werk proefdraaien. Die nieuwelingen zijn nu ingeblikt op ‘Birthing’, het zevende Swans-album sinds hun reünie in 2010. Naar goede gewoonte is het een oerknal van geluid geworden, breed uitgesmeerd over vier plaatkanten. Hoe je de naar ayahuasca geurende postrock van ‘The healers’ en ‘I am a tower’ het best incasseert? Liggend op de vloer van een verduisterde kamer, op een volume waar je huisarts zich zorgen om maakt.
Volgens de band zou ‘Birthing’ het laatste ‘big sound’ album van Swans zijn. Als de plaat effectief een eindpunt markeert, dan is het er een van mastodontische proporties geworden met een ongeëvenaarde Gira in de hoofdrol. Misschien nodig ik hem volgende zondag toch uit. (Kobe)
Tamino – Every dawn’s a mountain

Tamino grossiert nog steeds in schoonheid-met-een-scheur erin. En op ‘Every dawn’s a mountain’, ‘s mans tweede album, is dat niet anders. Opener ‘My heroine’ steekt traag, maar trefzeker de lont aan: sobere piano, een stem als fluweel op de rand van breekbaar, en een spanningsboog waar menig thrillerschrijver jaloers op zou zijn. Elders beklijft hij met ‘Sanctuary’, een song die elegant laveert tussen oosterse mystiek en weemoed. Minder bombast dan op zijn debuut, maar des te trefzekerder. Bovendien ademt de plaat ook meer rijkelijkheid in de arrangementen. (Yannick)
[Lees hier onze recensie van het album]
Turnstile – NEVER ENOUGH
Alsof je favoriete hardcoreband hun sneakers achterlaat en een artiestenbroek aantrekt: ‘NEVER ENOUGH’ is het bewijs dat Turnstile durft ademen tussen de riffs. Opnieuw, want de band gaat resoluut voort op het elan van voorganger ‘GLOW ON’. Vanaf de titeltrack tonen ze zelfvertrouwen – breed, emotioneel, en toch nog steeds stevig verankerd in hun roots. Ze nemen hun tijd: traag broeien op ‘LIGHT DESIGN’, knallen met ‘DULL’ en ‘BIRDS’, en zelfs fluit (‘SUNSHOWER’) en blazers (‘DREAMING’) krijgen hun moment. En toch klinkt het als oprechte nieuwsgierigheid, géén achteloze genre-ruil. Afsluiten doen ze met poëtisch gewicht in ‘MAGIC MAN’ – zacht, maar nog steeds met punch. ‘NEVER ENOUGH’ bewijst dat hardcore ook licht kan zijn, en dat genoeg nooit echt genoeg is. (Yannick)
[lees hier onze recensie van het album]
Viagra Boys – Viagr aboys
Het vorige album van het Zweedse Viagra Boys sudderde gedurende enkele jaren verder, en terwijl de wereld enkel meer van het padje ging, bleken de teksten op ‘Cave world’ elke maand weer iets beter en relevanter te worden. Bij de release van opvolger ‘Viagr Aboys’ bleken de strakke jongens dan ook plots een grote band. Ons algoritme had het zo op hen gemunt, dat het bijna weer niét cool leek om ze leuk te vinden. En toch hebben ze elke gram aandacht verdiend. De plaat vliegt uit de startblokken met het extreem aanstekelijke ‘Man of meat’, en neemt pas een eerste maal gas terug net over de helft met ‘Medicine for horses’, nu al ons favoriete nummer van het jaar. Zanger ‘Sebastian Murphy’ fileert als vanouds zijn eigen destructieve gedragingen én die van elke toxische crypto bro, zoals op het fenomenaal hilarische en even aanstekelijke ‘You n33d me’. Of de plaat nu beter is dan de voorganger, durven we nog niet te zeggen, maar ze betonneren allicht hun statuut in het punkrock circuit tot één van de grootste namen. (Zeno)
YHWH Nailgun – 45 Pounds
Mocht er ter afleiding een streepje wachtmuziek weerklinken in het vagevuur, dan zou het lijken op ‘45 Pounds’, het debuut van YHWH Nailgun. Drummer Sam Pickard geselt zijn trommels als de verstoten halfbroer van Zach Hill terwijl zanger Zack Borzone zich hijgend en kreunend door splinterbommen als ‘Sickle Walk’ en ‘Pain Fountain’ werkt. In dat laatste nummer wordt er tijdens de outro trouwens meer dan één uzi leeggeschoten. Gewoon, voor de kunst. 19 minuten ritmische pokkeherrie, 10 koortsdromen van nummers, 0 compromissen gesloten: betere ketelmuziek zal je dit jaar niet horen. (Kobe)
Youth Lagoon – Rarely do I dream
Trevor Powers, beter bekend als Youth Lagoon, komt na het sterke ‘Heaven is a junkyard’ opnieuw met een beklijvende plaat getiteld ‘Rarely do I dream’. De titel laat weinig aan de verbeelding over. Kobe beschrijft het mooi in zijn review van de plaat als “roadtrippen langs de ruïnes van een stukgelopen jeugd.” De plaat draait echter niet rond misplaatste nostalgie, maar het herinneren en erkennen van alle voorbije delen van Powers leven, lelijk en mooi. Qua geluid is de plaat gul en weelderig. Youth Lagoon vermengt de teruggevonden oude opnames met een dromerige productie, medegeproduceerd door Rodaidh McDonald. (Jonas Vda)























