Rock Werchter zit er op. Vier dagen lang hebben we de grootste internationale namen aan het werk gezien op het grootse podium én hebben we Belgische bands het beste van zichzelf zien geven. Vandaag maken we dan ook de balans op over de vijftigste editie. Dit waren volgens onze aanwezige redactieleden de hoogtepunten van Rock Werchter 2025. Met bijdrages van Eli, Jolien en Sarah.
Beth Gibbons
Zonder grote gebaren en spektakel, maar met een intensiteit die alles overstemde: zo betrad Beth Gibbons zaterdag The Barn. Met ‘Lives outgrown’ – één van de sterkste albums van vorig jaar – onder de arm zakte de frontvrouw van het legendarische Portishead af voor een zeldzaam, intiem en beklijvend concert. Geen volle tent, wel een aandachtig publiek dat zich gewillig liet meevoeren in haar breekbare universum.
Al vroeg in het optreden kwam ‘Floating on a moment’ voorbij. Het is een nummer dat zich als een sluier van nevel over de tent legde en langzaam openbrak tot een moment van ontroerende verstilling. Gibbons, blootsvoets en ogenschijnlijk fragiel, klampte zich aan haar microfoon vast alsof het haar enige houvast was tegen een harde wereld. Rond haar had een indrukwekkende band van zeven muzikanten zich verzameld om de breekbare zang te voorzien van een rijk en gelaagd geluid.

Beth Gibbons
Het hoogtepunt kwam richting het einde van de set, toen ze ‘Roads’ en ‘Glory box’ uit haar Portishead-verleden boven haalde. De tent verstilde volledig tot enkel ademloze aandacht en bewondering voor een stem die hele generaties heeft geraakt, overbleef.
Dat dit een van de concerten van het weekend zou worden, voorspelden we al in onze tips voor Rock Werchter. En wie erbij was, weet waarom. Beth Gibbons gaf geen grote show – ze gaf zichzelf. Geen franje, geen façade – enkel de pure, doorleefde kracht van een artieste die niets meer te bewijzen heeft.
Na een uur verdween ze zichtbaar dankbaar van het podium. Wat ze achterliet, bleef nog dagenlang nazinderen. Een optreden dat niet luid schreeuwde, maar zacht en onontkoombaar onder de huid kroop. Tot in de eindejaarslijstjes, Beth! (Eli)
Fat Dog
Gurriers, Sextile en natuurlijk Fontaines D.C. – het regende uitstekende post-punk op Rock Werchter dit jaar. Maar wie vrijdagavond het vetste feest van deze editie wilde meemaken, trok naar The Slope. Daar stond met Fat Dog een roedel losgeslagen jonge honden om de wei volledig op zijn kop te zetten.
“Oordoppen in, remmen los en gáán” – dat is het motto bij shows van deze Britten. Waar debuutalbum ‘WOOF!’ bij mij nog niet helemaal binnenkwam, deed de band dat in Werchter wel. Live waren ze een muzikale molotovcocktail: smerig, explosief en onweerstaanbaar.
‘King of the slugs’ is een demonische carnavalsstoet – “Watch me wah wah wah!” – ‘Peace song’ klinkt als een post-apocalyptische liefdesverklaring: “When the war is over and I’m in love with the world.” Een concert van Fat Dog is geen optreden. Het is pure ongeremde chaos. Het is verbindend, bezwerend en oerhard. Van collectieve sitdowns naar woeste circlepits. In het kleine uurtje dat de Britten kregen, zetten ze Werchter volledig op stelten.
Fantastische band? Zeker weten. Weergaloos optreden? Absoluut. Fat Dog blafte, beet en likte tegelijk. Een nieuwe wereldband is geboren of zoals ze het zelf zeggen: WOOF! (Eli)
Goose
Goose gaf zichzelf een dik verjaardagsfeest in een volle The Barn. Al 20 jaar draaien de mannen uit Kortrijk mee. En nog steeds hebben ze nog geen snee verloren. Er passeerde tijdens hun strakke set vooral veel oud(er) werk. We misten misschien wel wat recents. Maar dat is muggenziften, hetgeen ze wel meehadden werd gesmaakt. Een paar rijen voor ons deed iemand zijn t-shirt uit, hij had er zomaar nog één onder aan. Goose deed hetzelfde, ze konden jasjes blijven uittrekken. Openen met ‘British mode’ en ‘Can’t stop me now’ en The Barn was vertrokken – en dan moest een uitgerokken ‘Words’ en ‘Synrise’ nog komen. (Sarah)

Goose
London Grammar
Wie zich de beginjaren van London Grammar herinnert, weet dat frontvrouw Hannah Reid lang worstelde met podiumvrees. Maar donderdagavond in The Barn bewees ze dat die tijd definitief voorbij is. Wat overblijft? Een kristalheldere stem en een band die moeiteloos fragiliteit en grandeur weet te verenigen.

London Grammar
Dat bleek al meteen bij opener ‘Hey Now’, een nummer dat elf jaar na zijn release is uitgegroeid tot een klassieker en garant staat voor de nodige portie kippenvel. Toen de betovering tijdens ‘Californian soil’ kort werd onderbroken door een onwel geworden fan, was er geen paniek te bespeuren bij Reid, wel empathie. Ze ving het moment op met een ontwapenende anekdote over een optreden in Frankrijk waar ze het publiek zag puffen onder veertig graden.
Een eerste meezingmoment volgde al vroeg met hun cover van Kavinsky’s ‘Nightcall’, meesterlijk gebracht door een band in topvorm. En ook visueel zat het optreden prima in elkaar: een over het podium cirkelende drone gaf het geheel een filmische uitstraling.
Toch schuilde in die perfectie ook een vleugje imperfectie. Aan het begin van een ouder nummer haalde Reid plots haar telefoon boven. “Misschien niet zo professioneel, maar liever juist gezongen,” grapte ze. Een klein gebaar dat nog maar eens benadrukte hoe ver ze gekomen is. Geen angstige zangeres meer, maar een koningin die heerst over haar publiek. London Grammar bracht een betoverend concert – niet door bombast, maar door beheersing. En dat verdient zonder twijfel een plekje in deze lijst. (Eli)
Olivia Rodrigo
Rock Werchter afsluiten op je 22? Een koud kunstje voor Olivia Rodrigo, zo blijkt. De Amerikaanse begon wat over tijd, maar wat zal het? ‘Obsessed’ werd energiek ingezet en ditto ontvangen. Haar platform met camera onder krikte het showgehalte nog wat omhoog en de popdag op Werchter eindigde in schoonheid.

Olivia Rodrigo
Met ‘Sour’ en ‘Guts’ onder de riem heeft Rodrigo ondertussen al een resem hits met hoofdletter om op te teren. De wei nam die gewillig in ontvangst. Er werd meegezongen of gebruld bij ‘Drivers license’ en ‘Good 4 u’ en ook bij ja, bij zowat alles. En dat het te weinig rock ging worden? Weinig van aan, dankzij de vrouwelijke band die Rodrigo meebracht en in de bloemetjes zette. We kregen een show te zien, inclusief outfitwissel, megafoon en wat pyrotechnisch materiaal waarmee ze bij KRC Genk graag aankomende doelpunten zouden vieren. (Sarah)
Overmono
We waren vooraan in Klub C te vinden om de Britten van Overmono aan het werk te zien. We stonden dus goed geplaatst om hun Dobbermannen doorheen hun visuals te zien lopen, en halvelings omver te worden geblazen eens ze hun bassen loslieten. Broers Tom en Ed Russel hadden hun zaakjes op orde en brachten een strakke set, afgetrapt met ‘Is u’. “Follow me” klonk het, wij deden net dat. David Balfe kwam erbij tijdens ‘I have a love’ en dat was best een leuk idee, maar hij kon zijn acte de présence evengoed niet factureren. Wij verstonden er niks van.
De bassen en de beats kwamen wel toe, het volk rond ons en de vloer deinde mee, maar echt helemaal ontploffen deed het nooit. Misschien zat de clash tussen Rüfüs Du Sol en Olivia Rodrigo daar voor iets tussen? Desondanks was de scherpe set één van de beste dingen die we het afgelopen weekend zagen. (Sarah)
RAYE
Toen de band, strak in het pak, het podium opliep, wisten we meteen: it’s time for business. En jawel: dat werd al snel duidelijk. Twee jaar geleden nog te vinden in Klub C, maar nu – volkomen terecht – op de mainstage. RAYE betoverde ons vanaf de eerste seconde. Ze opende met ‘Where the hell is my husband?’, een nieuw nummer dat ons meteen in de juiste sferen bracht. Ze verkondigde dat ze van dramatische einden houdt, en dat was geen leugen. Haar band speelde uiterst strak en haar stem was loepzuiver.

RAYE
De Winehouse-vergelijking is ondertussen overbodig: RAYE is een ster. Een sterke persoonlijkheid: lief, maar tegelijk ook stoer. “I’m a very brave strong fucking woman”, zong ze in het meest emotionele moment van haar set. En ja hoor: wij beamen dit. Na haar jazz-inspired songs, schakelde ze over naar de “night club section”, waar hits elkaar in hoog tempo opvolgden. “Oh ja, deze ken ik. Amai, is dat ook van haar?”, hoorde je mensen om je heen zeggen. RAYE bewees dat ze thuishoort op de mainstage. Ze zorgde voor good vibes, emotionele momenten en dramatische einden. Maar eerlijk is eerlijk: het meest dramatische einde was wel degelijk het einde van haar set. (RAYE, we want more!) Het is vrij duidelijk: wij kunnen nu al niet meer wachten tot de volgende passage van RAYE! (Jolien)
The Backseat Lovers
De besnorde indieband uit Utah kwam het podium van Klub C opgelopen en begon er meteen aan. Wat volgde was een set gevuld met songs die strak werden gespeeld. Met de vocals van frontman Joshua Harmon die aanvoelde als een zachte omhelzing. Wanneer de eerste noten van ‘Kilby girl’ door Klub C klonken, werd het publiek wild. En wij? Wij ook. Het nummer werd luidkeels meegezongen.

The Backseat Lovers
Daarna barstte een staande ovatie los die wel een minuut lang duurde. De band wist even geen blijf met zichzelf: dit hadden ze niet zien aankomen. Zanger Joshua Harmon was zichtbaar gevleid. Dat moment bracht de rest van de set in een hogere versnelling. The Backseat Lovers bewezen dat ze een indieband zijn met een warme persoonlijkheid, catchy songs en een live set die je niet laat stilstaan. “We want more, we want more”, klonk het aan het einde van hun set. Helaas pindakaas: de strakke timings zijn alles op festivals, dus de band kon de wensen van het publiek niet vervullen. Hoe graag ze dit ook wilden! The Backseat Lovers, een boodschap van algemeen nut: België wacht (on)geduldig op jullie return. Boeken jullie dan snel een stopje in ons land? Bedankt, en tot dan, hé! (Jolien)
Wunderhorse
Afgaande op het aantal aanwezigen leek de Klub C er zin in te hebben, maar of de mannen van Wunderhorse er evenveel goesting in hadden? We zijn er nog altijd niet uit. Na een ironische intro van ‘Singing in the rain’ was het gedaan met lachen. Opener ‘Midas’ zette de toon voor een korte set vol rauw stemgeluid, gitaren en bravoure. Jacob Slater leek even scherp te staan als zijn brosse snit en werkte zich overtuigend door kleverig werk als ‘Butterfly’ en ‘Arizona’. Enkel ‘The rope’ misten we.

Wunderhorse
Wie weet stond die wel op het programma, Slater mompelde namelijk wat over iets anders doen om daarna publiekslieveling ‘Teal’ in te zetten. Hoe intens eens aan de micro, hoe verwarrend er naast. Is het pure focus dat ook je veters helemaal goed moeten zitten vooraleer je verder kan spelen, een vleugje je m’en foutisme of is er helemaal niks aan? We leken bijna de enige te zijn die ons aan Slater zijn intermezzo’s stoorden. (Sarah)
YUNGBLUD
Je moet het maar eens meemaken: je wordt gebeld door Rock Werchter met de vraag of je wil invallen, en een dikke maand later word je plots gekatapulteerd tot headliner van de dag. Realiteit voor YUNGBLUD, die headliner Sam Fender kwam vervangen, nadat hij eigenlijk Kings of Leon zou vervangen. Wellicht hing er wat twijfel op de wei, maar wij kunnen bevestigen: YUNGBLUD was een waardige vervanger.

Yungblud
Hot take: Sam Fender zou misschien knikkende knietjes hebben gehad om na deze stuiterbal te moeten spelen, niet? (Mopje — get well soon, Sam. We miss and love you) Dominic ‘YUNGBLUD’ Harrison opende met ‘Hello, heaven, hello’, een negen minuten durend nummer. Risky? Zeker! Maar hij zette er meteen een entrée van jewelste mee neer. Hij kwam op en de weide was zijn eigendom. “I know you didn’t pay to see me, but the next fucking two hours, you’re all mine”, klonk het. De artiest bracht zijn vaste band mee, maar grote aangename verrassing: hij nam ook strijkers én blazers mee. Die extra laag tilde het optreden naar een hoger niveau, dat ons absoluut wist te bekoren.
Heeft YUNGBLUD genoeg hits om de hele weide te laten meebrullen? Neen, dat niet. Maar genoeg présence en energie om de hele weide te laten springen? Affirmatief. Nummers ‘The funeral’, ‘Strawberry lipstick’ en ‘Fleabag’ brachten (nog meer) leven in de keet. De show zat strak in elkaar en het werd nogmaals duidelijk: Dominic Harrison is een geboren performer in hart en nieren. Eén boodschap: it’s YUNGBLUD’s world, and we’re all living in it. (Jolien)