‘It’s a goodbye to everything you’ve known and a hello to the next chapter.’ Deze omslag van pagina is de rode draad doorheen ‘ARE YOU READY BOY?’, de documentaire over jonge rockster YUNGBLUD. Binnen deze documentaire neemt Dominic Harrison je mee in zijn persoonlijke, intieme wereld. De altijd zo zelfzekere Brit stelt zich voor het eerst enorm kwetsbaar op en doet veel van zijn verleden uit de doeken, waaronder de druk die hij voelde om te presteren en om zichzelf te vinden en de breuk met zijn vriendin.
Binnen de documentaire wil YUNGBLUD zijn nieuwste plaat ‘Idols’, uitgebracht in juni dit jaar, volledig live spelen. Hiervoor betreedt hij de tempel van de grote muziekgoden in Berlijn: Hansa studios. Een iconische plaats waar U2, Nick Cave en Iggy Pop al zijn gepasseerd en natuurlijk dé plaats waar David Bowie zijn meesterwerk “Heroes” op wax vastzette.
“I wanna prove that I wrote these songs, that they came out of my head, and that I can fucking sing them” verkondigd YUNGBLUD in de straten van Berlijn. En jazeker, de Brit bewijst nogmaals zijn status als opkomend talent, met een stem dat erg veelzijdig is. Hij overtuigde de wereld al op het benefitconcert van Ozzy Osbourne en Black Sabbath waar hij een indrukwekkende versie van ‘Changes’ bracht.
Tijdens de opvoering van ‘IDOLS’, bekennen we enkele kippenvel momenten te ervaren. Al vanaf de eerste minuten waar YUNGBLUD losbarst in zijn rockopera ‘Hello, heaven hello’, waar hij een volledige studio laat maaklappen op ‘Ghosts’ en dan nog eens de longen uit zijn lijf brult, tot het laatste melancholische moment waar hij een intieme versie speelt van ‘Supermoon’. Ook worden de dieptepunten getoond, wanneer hij bijvoorbeeld de hoge noten in ‘The greatest parade’ niet haalt. De band klinkt enorm strak met vaste waarde Adam Warrington op lead gitaar, de Nederlandse Silke Blansjaar die ook al een tijdje mee de wereld rondtrekt en nieuw talent op ritmegitaar, Sam Simmonds die Dominic uit een gitaarwinkel op Denmark St. heeft geplukt. YUNGBLUD raast, met begeleiding van deze topband, door de studio als een bezeten rockster.
Tussen de nummers door krijgen we intieme interviews te zien. En dat intiem mag je letterlijk nemen. Je krijgt het gevoel dat de Brit rechtstreeks met jou in gesprek gaat. YUNGBLUD toont wat er al die jaren achter zijn energieke façade plaatsvond: Harrison praat open hoe hij al drie jaar in de put zit. “Ik had het gevoel dat ik een kloon werd van mezelf en deed wat ik dacht dat men leuk zou vinden, niet wat ik zelf wou doen.” Ook vertelt hij hoe ‘Idols’ opnemen zijn leven heeft gered. De plaat was al vier jaar in the making, maar zag tot juni nooit het daglicht wegens een ontevreden mening van zijn platenlabel. Dit zorgde ervoor dat hij twee albums uitbracht, waar hij eigenlijk niet volledig achter stond én staat. Zijn gitarist, Adam Warrington, komt ook aan het woord: hij heeft toe dat YUNGBLUD op dat moment zijn authenticiteit had verloren.
Daarom ontpopt YUNGBLUD zich op zijn nieuwe album tot een ware rockster, vergelijkbaar met de oude garde. Hij zwaait met zijn micro als Roger Daltrey van The Who, beweegt zijn heupen als Mick Jagger en palmt een kamer in zoals Freddie Mercury. Je merkt een volwassenere sound, wegens het gebruiken van échte instrumenten. In vergelijking met zijn vorige albums komt de gitaar sterker naar voren en valt er van synths of drumcomputers amper iets te bespeuren. In plaats daarvan wordt de liveband vergezeld met strijkers van het London Philharmonic Orchestra. “This is not a fucking popband”, roept Harrison tegen zijn producer. Hij probeert te bewijzen in zijn documentaire dat YUNGBLUD pure emoties in echte rocknummers kan brengen. Of hij de grootste rockster van dit moment is, laten we in het midden. Maar in deze documentaire bewijst hij dat hij dichter bij die titel staat dan ooit. YUNGBLUD weet de rauwe energie van klassieke rock op te roepen, op een manier die in het huidige muzieklandschap zelden wordt geëvenaard.