80 en 77 jaar zijn Ron en Russell Mael inmiddels, maar wie zaterdagavond De Roma binnenstapte, kreeg allerminst de indruk dat Sparks het wat kalmer aan wil doen. Integendeel. De gebroeders Mael trokken met zichtbaar plezier en een flinke dosis eigenzinnigheid door hun inmiddels gigantische oeuvre. Meer dan vijftig jaar na hun debuut blijft Sparks vooral doen waar de band altijd al goed in is geweest: compleet zijn eigen ding.
Tekst en foto’s: Hannelore Dieleman
De set schoot meteen uit de startblokken met ‘So May We Start’ en ‘Do Things My Own Way’, waarna ook ‘Reinforcements’, ‘Sherlock Holmes’ en ‘Mickey Mouse’ passeerden. Nieuw en oud stonden daarbij niet tegenover elkaar: ‘Running Up a Tab at the Hotel for the Fab’ en ‘JanSport Backpack’ voelden even vanzelfsprekend aan als ‘Beat the Clock’ en ‘When Do I Get to Sing ‘My Way’’? En wanneer vervolgens ‘The Number One Song in Heaven’ en ‘This Town Ain’t Big Enough for Both of Us’ worden bovengehaald, blijkt hoe weinig afstand er eigenlijk zit tussen Sparks anno 2026 en Sparks van tientallen jaren geleden.
Russell is nog steeds een frontman met een bijna buitenaardse bewegingsdrang, terwijl Ron achter zijn keyboard zijn vertrouwde, heerlijk ondoorgrondelijke tegengewicht vormt. Samen creëren ze die vreemde cocktail waarin glam, pop, elektronica, humor en een flinke dosis absurditeit zonder waarschuwing in elkaar overvloeien.
Wat misschien nog het meest opviel, was het publiek. Naast de fans die duidelijk al een behoorlijk stuk Sparks-geschiedenis met zich meedragen, stonden er opvallend veel jonge mensen die zich met minstens evenveel enthousiasme in het universum van de Maels storten. Alsof Sparks nooit echt tot het verleden heeft behoord, maar zich gewoon telkens opnieuw aan een volgende generatie weet op te dringen.
Met ‘The Girl Is Crying in Her Latte’ en ‘All That’ als afsluiters kwam er een einde aan een avond die ook meteen de laatste show van deze tournee bleek te zijn. Alleen: wie dacht dat dit een afscheid betekende, had buiten de Maels gerekend. Er komt nieuw werk en volgend jaar willen ze opnieuw de baan op.
Een halve eeuw Sparks op de teller. En toch klinkt ‘we gaan nog even door’ bij hen niet als een dappere belofte, maar als de meest logische zaak van de wereld.



