Pukkelpop 2026 zaterdag – Dijon overklast met weergaloze totaalprestatie

Op de tweede festivaldag hoef je niet ver te zoeken naar de interessantste muziek van Pukkelpop. Terwijl op de grootste podia de vertrouwde festivalnamen hun publiek bedienen, zoeken Dijon, JPEGMAFIA en Apparat elk op hun eigen manier de randen van hun genre op. De ene doet het met rafelige R&B en emotionele subtiliteit, de andere met een gecontroleerde explosie van hiphop, noise en industrial, de derde met elektronische muziek die eerder sfeer dan spektakel nastreeft.

Drie totaal verschillende optredens, maar met dezelfde drang om hun muziek niet netjes binnen de lijntjes te laten kleuren.

Pukkelpop

Om 20 uur staat Dijon in de Marquee, en voor wie Pukkelpop vooral als ontdekkingsfestival benadert, is dat een van de momenten waarop de zaterdag echt interessant wordt. De Amerikaanse zanger en producer wordt niet voor niets in één adem genoemd met Mk.gee en Blood Orange: zijn muziek vertrekt vanuit R&B en soul, maar weigert zich daar comfortabel in te nestelen.

Live blijkt vooral hoe weinig behoefte Dijon heeft aan een gladde uitvoering van zijn songs. De muziek krijgt een bijna tastbare lichamelijkheid. Gitaren klinken korrelig, drums lijken soms eerder te worden aangevoeld dan strak geteld en zijn stem schuift voortdurend tussen falsetto, fluisteren en een rauwere uithaal.

Op ‘The Dress’ wordt die tegenstelling tussen intimiteit en uitbarsting mooi zichtbaar. Het nummer begint bijna achteloos, maar de emotionele spanning zit voortdurend onder de oppervlakte. Op plaat is het een subtiel opgebouwde song; live wordt vooral duidelijk hoeveel ruimte Dijon laat voor het moment zelf.

Ook ‘Many Times’ werkt op die manier. De repetitieve gitaarfiguur en zijn bijna nonchalante zang lijken eenvoudig, tot de kleine verschuivingen in timing en dynamiek de song langzaam uit zijn vorm trekken. Dijon maakt van imperfectie geen stijltruc, maar een onderdeel van de emotionele lading.

Het sterkste aan zijn optreden is dan ook niet één grote climax. Het zijn de momenten waarop een nummer even lijkt te verdwijnen en vervolgens terugkomt met net iets meer gewicht. R&B als een levende, ademende vorm in plaats van een afgewerkt product. De volledige band, inclusief live backing vocals levert van begin tot eind een weergaloze totaalprestatie: klasse tot in het allerkleinste detail.

Een paar uur later staat in de Backyard JPEGMAFIA. Zijn muziek combineert noise, trap, industrial en metalriffs met hiphop, terwijl de humor nooit ver weg is. Maar gecontroleerde chaos is hier het sleutelwoord. De chaos van JPEGMAFIA is geen toevallige opeenstapeling van distortion en agressie. Achter de herrie zit een producent die precies weet hoeveel informatie een beat kan verdragen voordat hij uit elkaar begint te vallen.

Op ‘I Might B Bite’ wordt dat bijna absurd duidelijk. De productie klinkt alsof verschillende versies van hetzelfde nummer tegelijkertijd proberen te bestaan: zware drums, schurende synths en samples die opzettelijk geen ruimte krijgen om comfortabel naast elkaar te leven. Ook ‘Jesus Forgive Me, I Am a Thot’ blijft een uitstekend voorbeeld van Peggy’s talent om iets tegelijkertijd belachelijk en dreigend te laten klinken. De beat heeft de fysieke impact van industrial, maar wordt voortdurend onderbroken door melodische of bijna cartooneske details.

Dat contrast is essentieel voor JPEGMAFIA. Zijn muziek wil tegelijk hard, grappig, arrogant en kwetsbaar zijn. De rapper-producer speelt al jaren met die verschillende persona’s, en op het podium wordt dat een vorm van performancekunst: hij presenteert zichzelf als de slechterik, maar maakt tegelijk duidelijk hoe geconstrueerd die rol is.

Pukkelpop programmeerde hem terecht in de Backyard. Een groter podium had de impact misschien vergroot, maar deze setting past beter bij een artiest wiens muziek het liefst alle zekerheden van zijn publiek onderuit haalt.

Waar Dijon en JPEGMAFIA hun muziek lichamelijk maken, doet Apparat bijna het tegenovergestelde. Om 23.15 uur trekt Sascha Ring de Club in met een set die veel meer draait om ruimte, textuur en geleidelijke verandering. Dat past bij zijn recente werk. Na zes jaar zonder soloalbum keerde Apparat terug met ‘A Hum Of Maybe’, een plaat die ontstond vanuit een bewust vrijere manier van componeren. Elektronische texturen, strijkers en open structuren krijgen er evenveel aandacht als melodie.

‘Glimmerine’ is daar een goed voorbeeld van. Het nummer lijkt aanvankelijk bijna gewichtloos, maar onder de zachte elektronische lagen ontstaat langzaam een gevoel van beweging. Apparat werkt niet naar een klassieke drop toe; hij verandert de atmosfeer zelf. Bij ‘Dawan’ wordt dat nog duidelijker. De elektronische elementen zijn niet zozeer beats als wel bouwstenen van een ruimte. Kleine geluiden krijgen betekenis, omdat er zoveel lucht rondzit.

En dan is er ‘Ash’, waar de melodische kant van Apparat sterker naar voren komt. De melancholie is aanwezig zonder dat de muziek ooit sentimenteel wordt. Het is elektronische muziek die niet probeert om je onmiddellijk te laten dansen, maar je eerst in een bepaalde gemoedstoestand wil krijgen. Dat maakt Apparat misschien wel de meest subtiele keuze set van zaterdag.

De Club blijkt daarvoor de ideale plek. Na een dag vol grote festivalgebaren voelt zijn set bijna als een reset: minder volume, meer detail. Een herinnering dat elektronische muziek niet noodzakelijk naar een climax hoeft te werken om spannend te zijn.

Dijon, JPEGMAFIA en Apparat hebben op het eerste gezicht weinig met elkaar gemeen. Toch delen ze eenzelfde instinct: geen van drieën neemt het genre waarin ze begonnen als eindpunt. Dijon trekt R&B uit elkaar om te kijken hoeveel emotie er in de rafelranden zit. JPEGMAFIA gebruikt hiphop als grondstof voor een gecontroleerde explosie. Apparat haalt elektronische muziek juist uit de clubcontext en maakt van klank, stilte en ruimte het belangrijkste instrument.

Het zijn precies zulke artiesten die een festivaldag meer maken dan een opeenvolging van optredens.

PKP 254 Turnstile

Scroll naar boven