Foto's en verslag Les Nuits Botanique 4 mei 2013 met o.a. Cold War Kids

door Christel Schoepen
Cold War Kids
Cold War Kids
Cold War Kids
Cold War Kids
British Sea Power
British Sea Power
British Sea Power
Plants and Animals
Plants and Animals
Plants and Animals
Plants and Animals
Milo Greene
Milo Greene
Milo Greene
SKIP&DIE
SKIP&DIE
Yasmine Hamdan
Yasmine Hamdan
Before and After Ambient - Homage to Brain One
Before and After Ambient - Homage to Brain One

Foto’s Chapiteau en andere zalen Christel Schoepen, verslag Chapiteau Filip Van der Elst

Een hevige wind zorgde zo nu en dan voor een stofwolk, gisterenavond in de prachtige tuinen van de Botanique. Verder volstond een aangenaam lentezonnetje om ons volledig in de sferen van Les Nuits onder te dompelen. We kwamen voor vier bands waarvan er twee toch een zekere naam en faam hebben opgebouwd, maar vreemd genoeg waren het vooral de nobele onbekenden die ons wisten te overtuigen. Vooral headliner Cold War Kids is dringend aan een herbronning toe.

Opener Milo Greene kreeg de ondankbare taak om een nog zo goed als lege Chapiteau te entertainen, al kweet de band zich behoorlijk goed van die taak. De Amerikanen surfen vlotjes mee op de neo-folkrevival met een hoog popgehalte waarin bands als Dry The River of The Head and the Heart excelleren. Dat betekent fleurige composities, doorspekt met een tikkeltje melancholie. De entertainmentwaarde houdt de groep extra hoog door als een ware volleybalploeg van posities te wisselen. Aan de zang verkozen we met kilometers voorsprong de zachte stem van het vrouwelijke lid van het gezelschap. En net wanneer je dacht dat ze zichzelf wel eens in slaap zouden wiegen met zachte, voortkabbelende akoestische gitaren, was daar de pittige epiloog van afsluiter ‘1957’. Folk met haar op de tanden, altijd iets om te koesteren.

De beschrijving van Plants and Animals uit Montreal in het programmaboekje had het over Canadese fauna en flora, en dus verwachtten wij een voortzetting van de natuurgeïnspireerde folk van Milo Greene. Onterecht: de zanger ziet er wat uit als een truckchauffeurversie van Kristian Mattson van The Tallest Man on Earth, maar verder gaat de folkkant van Plants and Animals niet. We kregen zeer Amerikaans klinkende bluesrock, die het midden houdt tussen Black Keys en Kings of Leon. We hebben bovendien een sterk vermoeden dat enkele albums van Arcade Fire het platenkastje van deze heren kleuren. Met gitaarlijnen die vonken geven en een oprechte tevredenheid om op dit podium te mogen staan, zorgden Plants and Animals voor een halfuur dat voorbij vloog. Ze houden duidelijk van pittige jamsessies, en we zouden maar wat graag eens een vlieg tijdens een van hun repetitiesessies willen zijn. Een trio dat even stevig rockt als Black Rebel Motorcycle Club en tegelijkertijd evenzeer ontroert als Bon Iver: alweer een naam voor ons te-onthouden-lijstje.

British Sea Power hebben we nauwelijks nog gevolgd sinds hun uitstekende derde plaat ‘Do You Like Rock Music?’ uit 2008, en een bijhorend entertainend optreden op Pukkelpop. Jammer genoeg zien we vijf jaar en drie platen later weinig meer terug van de joie de vivre van weleer. De songs overstegen zelden de middelmaat, of het moest van een twaalf jaar oud nummer als ‘Remember Me’ komen. Hun geflirt met psychedelica is interessant, net als de Ian Curtis-achtige stem van bassist Neil Hamilton, die meteen opvalt wanneer hij achter de micro mag plaatsnemen. De statische podiumpresence inspireerde echter niet meteen tot stomende feestjes in de tent. Hier en daar sloop er wel ergens een geweldige gitaarsolo naar binnen, maar die werd doorgaans zo mak gebracht dat hij alweer verdwenen was nog voor je ‘m had gehoord. Het zweverige ‘All In It’ sloot de set in schoonheid af, al had de ontgoocheling ons op dat moment allang in haar greep.

We hebben Cold War Kids met hand en tand verdedigd toen hun derde plaat ‘Mine Is Yours’ door vriend en vijand werd neergesabeld. Maar trop is teveel: er is niets mis met popmuziek maken, ook al excelleerde je in het verleden in rauwe americana, zolang het goed blijft klinken. Als je dan toch een Kings of Leontje wil doen, durf dan ook echt risico’s te nemen en uit te pakken met grootse refreinen en mastodonten van gitaarriffs. Op hun vierde plaat, en bij uitbreiding in de Chapiteau, deden en doen Cold War Kids dat allemaal echter niet. De single ‘Miracle Mile’ is een flauw Arcade Fire-afkooksel, en jammer genoeg is die single het beste van wat ‘Dear Miss Lonelyhearts’ te bieden heeft.

Op het podium zagen wij een band die worstelt met zichzelf en het publiek, en pas echt los kon komen wanneer ze teruggrepen naar hun oud en oerdegelijk materiaal. Door ‘Hang Me Up To Dry’ werden we wakker geschud als Monseigneur Léonard door een glaasje water, en het was geruststellend te zien dat het slot van ‘Hospital Beds’ tenminste nog iets van emotie op het podium wist los te weken. En toen we hen bij ‘Saint John’ met de seconde meer buiten de lijntjes zagen kleuren, met de machtige pianojam als hoogtepunt, dachten we nog even dat het goed kon komen. Maar wat er in je omgaat om je bekendste en, laten we eerlijk zijn, beste nummer ‘We Used To Vacation’ gewoon niet te brengen, ook al stond het wel op de setlist, dat zullen we waarschijnlijk nooit kunnen vatten. Sommige bands spelen voor hun publiek, anderen voor zichzelf. Voor wie Cold War Kids spelen is ons daarentegen na gisteren niet helemaal duidelijk.

Les Nuits programmeren de komende dagen onder meer Dan Deacon (06.05), Miles Kane (09.05) en Chvrches (10.05). Klik hier voor tickets, de volledige kalender en verdere info.

Milo Greene website

Plants and Animals website

British Sea Power website

Cold War Kids website