Eind mei breidt de Botanique altijd een beetje uit met een buitenpodium in de aangrenzende Kruidtuin. Dat grote buitenpodium, de Fountain Stage, heeft dit jaar ook een bovenbalkon, een beproefd maar slimme zet die toelaat het Shakespeareaanse drama ook van bovenaf gade te slaan.
First things first, singer-songwriter Alice George Perez nam drie muzikanten mee, zodat haar melancholische melodieën op fingerpicking-gitaar nog zachter zouden landen. Haar vibrerende stem bleef aan je kleren hangen, en haar humor deed dat ook. Zo kondigde ze het nummer ‘Choke on my choke’ aan als een song over een artisjok en beschreef ze afsluiter Sisterhood of Brothers als “It’s about a group of big burley boys who are soft in the middle.” Ze nam naast vinyl ook, euh… kerstige bougies mee.
Het vijfkoppige Londense Truthpaste bracht folk on steroids en spliksplinternieuw materiaal, want hun laatste EP ‘I don’t know either’ kwam eind april uit. De set bleek nog dynamischer dan hun plaat, gaande van de zachte stem/saxofoon van Esmé Lark naar een hoger geschakelde drumcomputer, elektronische samples die soms wat weg hadden van horrormuziek, een zwoegende Euan McNeill (bas) en Claire Sun (viool), een molenwiekende Theo Murchie, die niet veel later in alle chaos snel zijn gitaar moest stemmen tijdens het nummer, Esmé Lark die begon te rappen. Ergens sleurde James Ballard er ook nog een lap steelgitaar bij (ja, deze zin is expres zo’n allegaartje als hun set). ‘See you around’ was een filmisch hoogtepuntje.
Dat ze gitaar konden spelen, toonden de bandleden van Ugly. Zij speelden op de Fountain Stage, wat zich uitstekend leende voor hun klassieke structuren en meerstemmigheid à la Vampire Weekend. Hun statige, meanderende songs werden rustig opgebouwd en schuurden soms verrassend met onder meer jazzy-intermezzo’s of drone-achtige samples.
Maria Somerville’s set voelde aan als één langdurige hypnose. Ze legde tingly-tangly gitaren over haar pluchen stem, een koud-warm contrast. De donkere Orangerie, gehuld in rook en wit licht, droeg enkel maar bij aan de creatie van een dromerig maanlandschap waar de gitaren kraters in de soundscape mochten slaan. Somerville’s stem kwam soms amper boven de vervormde gitaren uit. Uiteindelijk ging de noiseknop nog een tandje hoger bij het uitsterven van haar zang, synchroon met de toenemende intensiteit van de drummer. Ook de momenten van verstilling, waarin de stem van de Ierse singer-songwriter echt de ruimte kreeg, kwamen op het juiste moment. De drie muzikanten liepen het podium af, terwijl de noise nog rustig voortduwde.
Waar Shame is, zijn meestal ook olie en vuur. “And you show my leeeuf for me,” schreeuwde Charlie Steen met dat typische Zuid-Londense accent en zijn vuist in de lucht. Hij leek zo de stop uit de Fountain Stage te trekken, waardoor er één grote draaikolk van mensen ontstond. Het was een set met een hoge snelheid, zoals het de postpunkers beaamt, afgewisseld met enkele milde stukken. Bij de intense delen kon je je afvragen hoeveel de gitarist zijn pols al gebroken heeft bij het doen van zijn halve backflips Voordat de Britten publiekspleaser ‘One rizla’ inzetten, bedankte de frontman de Botanique, aangezien ze hier hun eerste Brusselse titelshow speelden, en slotnummer ‘Cutthroat’ deed de rest.
De tweede donkere hypnose van de avond werd gecureerd door het Canadese trio Suuns. Aan de ene kant overheerste een gevoel van afstandelijkheid: een onheilspellende intro, de vervormde, trage zang van Ben Shemie en een laag ritme met een schijnbaar enorme onderliggende kinetische energie. De distorted gitaren leken in onregelmatige brokken gebroken. En dan stond je ineens mee te dansen op de groovy baslijnen die bassist Joe Yarmush eraan toevoegde. Alle nummers liepen zonder ademruimte in elkaar over. Pas op het laatste hoorde je Shemie’s stem zonder vervorming, waarna ze met afsluiter ‘2020’ iedereen met sterretjes in hun ogen naar buiten stuurden.
Met Molchat Doma had Les Nuits nog een grote postpunk-naam op de affiche. Zij zochten de explosiviteit op via gereserveerdheid: de lange zwarte gewaden, de diepe, monotone bariton van Egor Shkutko, mechanische drumcomputers en zijn constante ijzige blik. Een glansrol (met de nadruk op glans) was weggelegd voor de tingly-tangly gitaren en de synths, die voor een vreemde, dansbare vibe zorgden. Geen woeste draaikolk hier, maar wel een collectief, duister plezier.
Daarna werd het écht donker, een setting die achteraf gezien misschien het beste bij de hele dag paste. Of was het toeval dat de shows van Maria Somerville en Suuns nog dieper leken binnen te komen in de echte pikdonkere Orangerie? Daar, waar de muren de rook en het geluid gevangen hielden, was het makkelijker viben.
Laatste shout-out naar de thuismatch van een wervelende Stonks die mocht afsluiten in de Orangerie en het careteam van Plan Sacha. Tijdens Les Nuits kun je de komende dagen in Botanique nog heel wat ontdekken. Nog meer indie in Le Botanique met Sorry (19/06) en The Lemon Twigs (25/09).