Na vele tevergeefse smeekbedes voor nieuwe concerten van Radiohead was het licht aan het einde van de tunnel bereikt enkele maanden terug. Het vijftal uit Oxford kondigde een tournee aan die deze november en december halt hield in vijf Europese steden. Een ingenieus ticketverkoopplan werd opgericht. Giganten als Ticketmaster of Ticketswap kregen niets in de pap te brokken. Wij sloegen erin een kaartje te bemachtigen voor een stop in Berlijn.
In de aanloop naar de tournee liet Radiohead enkele opvallende en minder fraaie gebeurtenissen noteren: in navolging van commotie over optredens in Israël van Jonny Greenwood had de band een nogal twijfelachtig statement naar buiten gebracht waarmee ze maar half de oorlogsmisdaden van Netanyahu leken te veroordelen. Een verdere verantwoording van de band kwam niet. Wel bracht het uit het niks een live versie uit van hun meest politiek beladen plaat, ‘Hail to the thief’, gebaseerd op opnames van jaren terug – wie wil, kan daar een voorzichtig maar evenals vaag statement in zien. Ook, op een luchtigere toon, ‘Let Down’, niet bepaald de allergrootste Radiohead-hit, groeide uit tot een TikTokfenomeen. Best grappig voor een band die zichzelf pakweg twintig jaar geleden zodanig serieus nam dat ze zich rot zouden geschaamd hebben om populair te zijn bij tieners met een verbasterde versie van een eigen nummer.
Al zeven jaar geleden was het dat de groep nog eens samen was gekomen voor een reeks concerten. En sindsdien is er toch wel wat veranderd: Thom Yorke richtte met Jonny Greenwood The Smile op en was hiermee op relatief korte tijd extreem gul met albums. Jonny schreef daarnaast lustig verder soundtracks voor de films van Paul Thomas Anderson en hield zich zelfs bezig met de raffinade van ambachtelijke olijfolie. Broer Colin Greenwood werd zowaar een Bad Seed bij Nick Cave. En wat live opviel: Yorke z’n haar was nog wat dunner geworden, z’n baard nog wat grimmiger en grijzer. Belangrijker echter, ik heb nog geen band gezien die zo lijkt te genieten van zijn senior statuut en van zijn intussen onverwoestbare plek in het muziekheden en de geschiedenis.
Toen Radiohead de avond inzette met ‘2+2=5’ overviel de band je onmiddellijk met een overvloed aan spelplezier. In de jaren ’90 en 2000 worstelde Radiohead nog openlijk met hun statuut van wereldband en de bijhorende roem, het touren en de verplichtingen van muzieklabels. Nu lijken ze wars van alle verwachtingen gewoon hun goesting te kunnen doen. Bindteksten laten ze met de glimlach helemaal links liggen en wie zou daar nu om malen? Deze tournee lijkt er hoe dan ook echt te zijn voor de fans. De oprechte pijn die de bandleden voelden toen ze twee weken terug enkele shows moesten verplaatsen door een keelontsteking bij Yorke toonde dat ook.
Wat nog is veranderd doorheen de jaren is de stem van Yorke. En dat niet in de slechte zin. Zeker bij de nummers van ‘The Bends’, die intussen toch al meer dan dertig jaar geleden werden opgenomen, was het timbre van de Brit duidelijk zwaarder dan op plaat. Bij het spelen van de titeltrack leek Yorke bijna aan het croonen geslagen. Bij de rustigere nummers was z’n engelenstem dan weer opvallend zuiver, wat ‘Ok Computer’-publieksfavorieten ‘Exit Music’ en ‘No Surprises’ promoveerde tot hoogvliegers in de set. En de details in de arrangementen kwamen er ook in een grote zaal prachtig uit: die fantastisch rondfladderende baslijnen in het slot van ‘Airbag’! De gitarendialoog op ‘Paranoid android’!
Vroeg in de set al passeerde ook ‘Jigsaw falling into place’ dat je in z’n hevigheid naar de keel greep. En het schoonheidsfoutje in ‘Sit down stand up’ bleek zowaar een toevoeging. Toen het er midscheeps bijna helemaal misliep toen Yorke zijn greep over de beat verloor, was de collectieve ontlading des te groter toen hij die beat vlak voor de euforische finale van het nummer met succes terug opppikte. Verder waren er nog meer dan genoeg hoogtepunten. Om er maar een paar te noemen: het opvallend nerveuze ‘Ful Stop’, het bezeten ‘Myxomatosis’, het maniakaal ontsporende ‘Idioteque’, de warme cocon die ‘Reckoner’ heette en het hartverscheurende ‘Weird Fishes / Arpeggi’. Ontbraken onvermijdelijk: een heel pak andere parels die ik ook nog had willen horen. Maar, ach, wat klagen we.
Ik voelde pijn voor wat voorbij was toen de show tot z’n einde kwam. Omdat het niet zeker is of ik ze hierna nog nog ga kunnen zien. Omdat een heel pak Radiohead-nummers een vast plekje heeft in m’n hart, omdat het zowat de enige band is die onafgebroken met me meegaat sinds m’n puberjaren. De existentiële twijfel en eender welke hartverscheuring belichamen hun nummers zo mooi; de leegte die bij mentale worstelingen komen kijken vult ze zo verzorgd en adequaat op met het geneuzel van Greenwood en het songschrijversmeesterschap van Yorke. Al laat de duidelijk merkbare vreugde op het podium bij het vijftal het beste uitschijnen voor een nieuwe reeks concerten. Toch?