Rock Werchter 2026 – vernieuwing en herkenning

Tussen miezerbuien, zonneslagen, crowdsurfers, tranentrekkers en uitzinnige headliners ontvouwde zich een editie die constant balanceerde tussen vernieuwing en herkenning. Van de stonerblues‑trip van All Them Witches tot de hypergestileerde performance van FKA Twigs, van Zwangere Guy die opnieuw bewees waarom hij thuishoort op de Main Stage tot David Byrne die The Barn omtoverde tot een totaalkunstwerk. Dit was Rock Werchter 2026.

Rock Werchter voelde dit jaar meteen anders zodra je de festivalweide opliep. Het terrein kreeg een flinke make-over: groter, ruimtelijker en met veel meer plekken om tussendoor even neer te ploffen. Die extra ruimte heeft wel een keerzijde, want de wandelingen richting de Club C vragen voortaan wat meer tijd.

Rock Werchter 2026

Club C is namelijk verplaatst naar de nieuwe terreinuitbreiding. Daardoor ligt het podium een stuk verder van de rest van het festival. Hierdoor ontstaat er meer ruimte op de plek die vroeger de Slope was, en nu NEST heet. Ondertussen blijven de vertrouwde Main Stage en The Barn op hun bekende plek, waardoor het festival ondanks alle vernieuwingen nog altijd herkenbaar aanvoelt.

Donderdag: Zwangere Guy en Tom Smith

Wie donderdag de wei van Schueremans betrad, werd begroet door een potige miezerbui. Gevolg: een kleine volksverhuis naar The Barn, waar het uit Nashville opererende All Them Witches de debatten mocht openen. Wie Nashville zegt, zegt natuurlijk stroperige country, een genre waar All Them Witches niet verder van kon staan: met hun gortdroge stonerblues trakteerde het viertal The Barn op een joyride door een door god en genot verlaten woestijn. Vooral de eindspurt van hun set, met onder andere een met viool (!) doorspekt ‘Red Rocking Chair’ en een ongemeen hard ‘When God Comes Back’, maakte indruk. Van Werchter naar Desert Valley en terug: All Them Witches draaide er hun hand niet voor om. (KR)

Het was nog vroeg op de festivaldag toen Zwangere Guy de Main Stage betrad, maar er was geen opwarming nodig om de boel in gang te steken. Guy was energiek, scherp en toonde zich weer een gevoelige mens die dankbaarheid heeft uit te spreken. 

Papa ZG mag zichzelf dan wel een nieuwe levensstijl aangemeten hebben de laatste jaren, au fond blijft bij een bon vivant. Als hij weet dat hij “maar een uur heeft”, gaat er niks van overblijven. Het was ondertussen de vierde keer dat hij er stond, het is helemaal geen schande dat hij blijft terugkomen. 

Naast een strakker lijf heeft Guy doorheen de jaren ook een behoorlijk strakke setlist samengebokst. Klassiekers ‘Leven beter’ en ‘Gorik pt.1’ mengen vlotjes met nieuwkomers als ‘Lege fles’ en ‘Papucho’. Veel stilstaan doet hij niet, maar na het nog altijd rafelende ‘Gorik pt.1’ is er toch even tijd voor reflectie. ZG vertelt hoe hij vrienden aan het verliezen is en het daar moeilijk mee heeft, en dat hij niet weet hoelang hij ‘Gorik pt.1’ nog kan of wil blijven brengen live. Dat die er telkens hard inhakt en dat er al zoveel veranderd is sindsdien, het best geïllustreerd door het zoete ‘Gorik pt.2’. Een slotoffensief met ‘Loin d’ici’, ‘Guttergang’ en een welgemeende danku voor de hele hiphopwereld bevestigde nog eens, Zwangere Guy speelt op niveau. (SvdS)

Editors-frontman Tom Smith verruilt met zijn akoestische soloproject de grote podia voor de intieme setting van Club C. Helemaal solo staat hij overigens niet op het podium, want Nick Willes begeleidt hem tijdens de set.

Met Editors-song ‘Sugar’ begint Smith sterk en herkenbaar. Het blijkt niet de enige Editors-klassieker. De nummers van zijn soloalbum ‘There Is Nothing In The Dark That Isn’t There In The Light’ worden slim afgewisseld met het bekende Editors-werk. Niets mis mee, want de akoestische uitvoeringen tonen maar weer eens hoe sterk deze zijn. ‘An End Has A Start’ zou altijd zo gespeeld moeten worden. Het slot is gereserveerd voor tranentrekker ‘No Sound But The Wind’, een afsluiter die Club C muisstil krijgt. (AJ)

Tom Smith
Tom Smith

Negeer wat het KMI je probeert wijs te maken en luister niet naar Jacotte Brokken: dit jaar begon de zomer pas officieel op het moment dat The War On Drugs ‘Red Eyes’ inzette. Die hemelse majeurakkoorden in combinatie met de vreugdekreetjes van voorman Adam Granduciel: is er een nummer dat treffender de vrijheid na uitgedeelde rapporten en de belofte van een zomerliefje verklankt? Ook op de rest van hun set viel amper iets op aan te merken. ‘An Ocean in Between The Waves’ imponeerde met tijdloze grootsheid, ‘Harmonia’s Dream’ was een donsdeken waar je je zelfs tijdens een hittegolf in zou wentelen. En dan moest ‘Thinking of a Place’ nog komen, al jarenlang de favoriete muzikale roadtrip van menig festivalganger. The War on Drugs speelde op de Main Stage een concert van transformatieve aard: het met bier doordrenkte grasveld onder je voeten veranderde in een Perzisch tapijt en de okselvijvers van je buur geurden opeens naar lavendel. Grootse klasse. (KR)

Vrijdag: Cardinals

Er viel veel Iers te rapen in deze programmatie, Cardinals was daar één van. Een halfuurtje hadden de mannen uit Cork in The Nest, de vroegere Slope, om hun ding te doen. En dat was ook exact wat ze deden, hun eigen ding. Geen grote bindteksten of veel show, de bedeesde “thanks” op het einde van zanger Euan Manning had je ook zomaar kunnen missen. 

Ze brachten gedisciplineerd veel van hun ‘Masquerade’ en rekenden op de accordeon om de versiering te verzorgen. Het was een brandende zon boven het publiek, maar daarvan afgeschermd leken ze op hun podium in een koele crypte te staan. Veel vuur spatte er niet van af, maar dat leek ook helemaal geen probleem. Het is mooi om naar een band te kijken die je het gevoel geeft dat ze daar staan omdat ze wel moeten, omdat ze niet anders kunnen dan muziek maken en dat op een podium staan daar dan maar bij moet horen. Er zit een aandoenlijke flair in Cardinals, eentje die toevallige passanten misschien vergeten te zien zijn. (SvdS)

Een minuutje stilte voor twee bevolkingsgroepen tijdens het concert van het Zweedse postpunkfenomeen Viagra Boys: de security en mensen die over een vorm van verantwoordelijkheidsbesef en goede zeden beschikten. Die eerste groep had z’n handen vol met de tientallen crowdsurfers; de tweede moest aanschouwen hoe The Barn in een mum van tijd een losgeslagen oord van verderf werd. Cultklassieker ‘Sports’, het moddervette ‘Ain’t No Thief’ en de uitputtingsslag die ‘Research Chemicals’ heet: stuk voor stuk precisiebommen die de moshpits kolkend hielden en de sfeer bloedlink. De meezingbaarheid van ABBA, de megalomanie van Zlatan en het anarchisme van Langkous P.: er zit nog geen slijt op het volbloeds Zweedse succesrecept van Viagra Boys.

Naar verluidt moest FKA Twigs eens goed lachen op de dag dat ze het woord ‘evidentie’ ontdekte, en dat werd in The Barn maar eens zo duidelijk. Het aan Berghain schatplichtige interieur, de spanbetonnen beats en een dosis militante queerness: niet direct het soort show dat je doorspoelt met een Aperol. Wie zich echter overgaf aan het totaalspektakel dat Twigs en haar (paal)dansers/muzikanten/alleskunners neerzetten, werd getrakteerd op één van de strafste shows van deze editie. Wat begon als een hedonistische aanslag op de zintuigen, evolueerde naar een ode aan community en mensen die genoodzaakt zijn hun eigen safe place in de wereld uit te bouwen. Afsluiten deed Twigs met het verstilde ‘Cellophane’, het nummer waarin ze haar pijnlijke break-up met ‘Twilight’-acteur Robert Pattison bezingt. Halverwege barstte Twigs in tranen uit en spontaan schoten de traanklieren van veel toeschouwers in werking – Pavlov zou trots zijn. Een hartverscheurend orgelpunt bij een show die moeiteloos met perfectie flirtte. (KR)

Zaterdag: Bleech 9:3 en Gorillaz

Een paar maanden terug stond Bleech 9:3 nog in het bescheiden Trefpunt in Gent, nu was het de beurt aan The Nest. Het lijkt snel te gaan voor de Ierse mannen, maar echt onder de indruk van de veranderende omstandigheden lijken ze niet. Nog maar één EP rijk, maar wel al met flair van routiniers, Bleech 9:3 weet waarmee ze bezig zijn. Zanger Barry Quinlan bracht in een roze t-shirt en schokschouderend hetgeen het publiek wilde horen, terwijl de crowdsurfende mensen naar voren bleven glijden. (SvdS)

Gorillaz
Gorillaz

Maar de zaterdag staat natuurlijk in het teken van maar één band: Gorillaz. Damon Albarn, eerder nog opvallend afwezig en slordig op Best Kept Secret, stond dit keer duidelijk beter bij stem. Of hij helemaal nuchter was, dat blijft voer voor speculatie, maar het verschil was merkbaar.

De band trok de wei meteen in hun kleurrijke universum, met een mix van nieuwe nummers en klassiekers die moeiteloos overeind bleven. Gastoptredens van onder andere Yassin Bay, Bootie Brown en Pos gaven en de visuals maakten het feest compleet. Kortom: een overtuigende, energieke festivalshow waarin Albarn en co lieten zien dat ze nog altijd een van de meest eigenzinnige en feestelijke acts zijn die je op een grote wei kunt tegenkomen. (AJ)

Zondag: Tsar B en David Byrne

Of het de satijnen gordijnen waren, of de bescheiden opkomst die gestaag groeide, Tsar B deed ons denken aan een Dourse passage van Erika de Casier; vrouwelijk, complex en een beetje feeëriek. Justine Bourgeus leek even zelf onder de indruk te zijn van het podium waarop ze zich bevond, maar vond gracieus haar weg door haar korte maar gevarieerde setlist. Vooral ‘Amor’ bleef bij en haar viool speelde rode draad en houvast. Tsar B was een prima amuse; er was ruimte voor meer, al dachten we bij het buitengaan wel om toch nog eens haar laatste album ‘The Writer’ op te zetten. (SvdS)

Een mens vraagt zich wat af op de zondagochtend van Werchter. Kom ik nog toe met mijn coins? Welk excuus zal ik mijn werkgever morgenochtend in de maag splitsen? En in wiens tent ben ik eigenlijk wakker geworden? Maar vooral: loont het na drie zware, benevelde dagen om vroeg naar de wei af te zakken voor klein, opkomend grut? Wie bij de Mancunians van Westside Cowboy was, wist dat het antwoord ‘ja, en nog geen klein beetje ook’ luidde. De band verzilverde hun status als indiechouchous (de groep speelde al in het voorprogramma van Geese én Black Country, New Road) moeiteloos met toekomstige klassiekers als ‘Kick Stones (The Boys)’ (massaal meegebruld, en dat om 14.45 uur!). en het recent geloste ‘Pin Up Boys’. Hun debuutplaat ‘It Goes On’ ziet op 21 augustus het levenslicht en iets in ons zegt dat die release gepaard gaat met een overdosis superlatieven uit alle mogelijke hoeken. Hou je klaar voor mensen die zeggen dat ze er op Werchter bij waren vooraleer de hype een feit was.

Echt gebeurd: in de rij aan de wc’s probeerde een onguur individu ons een glazen bol van uitzonderlijke makelij (kostprijs: 50 coins) aan te smeren. We sloegen zijn aanbod af, want ook zonder konden we voorspellen dat David Byrne dé show van deze editie van Rock Werchter ging spelen. Kennelijk waren we niet de enigen die dat dachten, want al een halfuur op voorhand puilde The Barn uit van het volk (waar is de Main Stage als je hem nodig hebt?). en dat was meer dan terecht: Byrne pakte uit met een totaalkunstwerk dat zijn gelijke niet kende. ‘Everybody Laughs’ en ‘What Is The Reason For It?’, beide uit het gloednieuwe ‘Who Is The Sky?’, pakten de tent moeiteloos in, terwijl Byrne en zijn gezelschap door elkaar dansten, marcheerden en – vooral – de concurrentie het nakijken gaven. Finaal waren het de Talking Heads-klassiekers die het publiek in extase brachten. ‘This Must Be the Place (Naive Melody)’ was een liefdevolle aai over de bol, ‘Life During Wartime’ baadde in een apocalyptische sfeer door de beelden van ICE-arrestaties en ‘Once In a Lifetime’ bleek nog maar eens de meest dansbare zenuwinzinking ooit te zijn. Een optreden van onze favoriete plank: de bovenste. (KR)

De échte headliner

Je kunt echt niet naar huis gaan zonder eerst de échte headliner van dit festival te hebben gezien. Op Rock Werchter 2026 was dat zonder twijfel The Cure. Robert Smith en zijn band namen het publiek mee op een reis door een wereld vol melancholie, romantiek en pure live-energie die moeiteloos samensmolt. Geen bombast, geen overdaad, maar gewoon een heleboel geweldige nummers die meer dan genoeg zijn. We kunnen geen band bedenken die beter had kunnen afsluiten.

The Cure
The Cure

Scroll naar boven