Sleater-Kinney gromt maar bijt niet in de Botanique

door Bert Scheemaker

Sleater-Kinney, da’s een stukje geschiedenis. Over de grote plas wordt de all female band beschouwd als een van de beste rockbands van de laatste twintig jaar en zo heel erg vaak maken boegbeelden Carrie Brownstein en Corin Tucker de oversteek naar het Europese vasteland niet. De Botanique wist de dames (voor de gelegenheid een vijftal, met voorprogramma Harkin die de band vervoegde) te strikken en zo’n kans konden we niet laten liggen.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Still speechless ğŸŽ¸ğŸ”¥#sleaterkinney

Een bericht gedeeld door Ceri Bower (@ceri17) op

Oorspronkelijk was Sleater-Kinney veeleer een punkband, maar sinds hun pauze die een goeie tien jaar duurde (2005-2010), zijn de scherpe randjes er ietwat af. Stevige indierock omschrijft de band nog het beste. Welke veertigers die al jaren niet slecht de kost verdienen met muziek maken, blijven tenslotte nog echt punk? Ergens schreeuwt een oude punker “de echte”, maar die zijn eerlijk gezegd toch maar een karikatuur van zichzelf (hey, Johnny Rotten).

De punk bleef dus achterwege, of het moet de podiumattitude van Brownstein geweest zijn. In plaats daarvan werden we getrakteerd op een volwassen, nijdige en strakke show. Op een goed anderhalf uur vuurde de band zo’n vijfentwintig nummers op ons af, waaronder geen enkele misser. Dat ziedende en ronduit indrukwekkende tempo liet de band toe om zowaar zes albums diep te gaan in hun discografie. Al lag de focus natuurlijk op hun laatste album ‘The center won’t hold’. Tien van de elf nummers haalden de setlist. ‘The future is here’, ‘Hurry on home’ en ‘The center won’t hold’ mochten de spits afbijten, met daartussen nog ‘Price tag’ geperst. Een uitstekende steekkaart voor wat we nog gingen krijgen: uitgekiemde indierock.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

Een bericht gedeeld door Luca Hadrik (@lucahadrik) op

Opvallend was hoe weinig sleet er op de band zit. Brownstein en Tucker namen bij wijze van spreken om de beurt de zanglijnen voor hun rekening en konden na al die jaren nog steeds hun stem laten uithalen dat we er kippenvel van kregen. Meer nog, na de ietwat lauwe ontvangst bij pers en publiek vorige zomer van ‘The center won’t hold’ (ondanks de productie van St. Vincent), kreeg de plaat live op het podium een tweede leven. De puzzelstukjes, die leken te wringen als ze door onze stereo weerklonken, pasten nu veel beter in elkaar. Meer nog, de lichtvoetigheid van St. Vincent haar invloed bracht af en toe weer wat zuurstof in de Orangerie, waarna de band maar al te graag weer ziedend te keer ging om ons kelen proberen dicht te knijpen.

Al ontbrak toch net die dodelijk beet. Sleater-Kinney gromde en dreigde (‘Jumpers’ wervelde dat het geen naam had, ‘One more hour’ klonk weer heerlijk nineties en het vervaarlijke ‘Bury your friends’ werd op gejoel onthaald), die uiteindelijke uppercut kwam er net niet. Het tempo van de nummers zelf lag bij momenten net te laag om echt hard aan te komen, ondanks de snelle opeenvolging en zonder oerdrumster Weiss ging het muzikaal ook telkens net niet naar het kookpunt, laat staan dat de boel overkookte. Het had wat meer mogen zijn aan de vooravond van de krokusvakantie.

Dat alles maakte dat Sleater-Kinney, ondanks dat ze schijnbaar alles gaven op het podium, toch ietwat (te) mak uit de hoek kwam. We werden bij enkele spaarzame momenten weggeblazen, zoals in de bisronde bij ‘Dig me out’, soms verrast (‘Ruins’ bleek plots een stadionrocker die niet zo misstaan op een avond in Werchter en Sparks’ ‘Angst in my pants’ werd zowaar gespeeld) en doorlopend geëntertaind, zonder die ultieme ervaring te beleven. En voor een iconische rockband is dat toch net dat tikkeltje jammer. Een goeie avond hebben we gehad in de Botanique, doch net geen onvergetelijke.

In de Botanique kan je binnenkort onder meer HMLTD (25.02), Girl Ray (29.02) en Lyna (29.02) aan het werk zien. Een volledig overzicht en tickets vind je op de website van de zaal.