DIY‑zestal Man/Woman/Chainsaw debuteert deze week met ‘Cannonball’. Dankzij zes uitgesproken stijlen en drie afwisselende stemmen groeit het uit tot een opvallend veelzijdig album. Het album slingert van gestileerde pop naar nerveuze post‑punk, en van klassieke strijkers naar dansbare synth‑lijnen. ‘Cannonball’ is geen debuut dat netjes binnen één genre past.

Opener ‘Only Girl’ zet meteen de toon. De piano van Emmie‑Mae Avery en de vioollijnen van Clio Starwood trekken het nummer open, terwijl Vera Leppänen een stem neerzet die tegelijk licht en geladen klinkt. Het is een van de meest toegankelijke momenten op de plaat, maar wel een dat meteen duidelijk maakt hoe strak de band hun chaos kan dirigeren.
Veel nummers op ‘Cannonball’ spelen met dit soort spanning: rustige melodieën die plots worden onderbroken door uitbarstingen. ‘Canyons’ bijvoorbeeld, begint als een sobere ballad, maar wordt halverwege bruut opengebroken door een plotse eruptie van strijkers en gitaargeweld. Maar ook in ‘Goddamn, Lizard Man!’, waar een bluesy groove langzaam wordt omgezet in een psychedelische trip.
‘Nosedive’ vormt dan weer het emotionele hart van de plaat: een nummer dat pijn en onzekerheid omzet in iets dansbaars. De jazzy rock van ‘The Thing’ verdient meteen een plek in onze roadtrip‑playlist.
De plaat is grillig en wat onvoorspelbaar. Die chaos wordt telkens afgewisseld door momenten van intimiteit. Dat spanningsveld definieert het album, maar maakt het zeker geen makkelijke luisterervaring. Man/Woman/Chainsaw is een band die duidelijk nog maar net begonnen is met het verkennen van haar eigen mogelijkheden.
Man/Woman/Chainsaw is:
Billy Ward (zang, gitaar)
Emmie-Mae Avery (zang, keys/synths)
Vera Leppänen (zang, bas)
Clio Starwood (viool)
Lola Cherry (drums)
Billy Doyle (gitaar)





