Header image

Onze 50 favoriete albums van 2018

door Mattias Goossens

Wie vasthoudt aan gevestigde waarden, bleef dit jaar mogelijk met honger achter. Wie net als wij benieuwd is naar nieuwe geluiden, kreeg wel de kans om kennis te maken met een jonge garde die indruk maakte over de genre-grenzen heen. 29 schrijvers dienden hun top 25 in, goed voor 311 verschillende albums die een vermelding waard zijn. Je kreeg daaruit de afgelopen weken al overzichtjes per genre (die je hier terugvindt). Dit is hoe al die puzzelstukjes zich tegenover elkaar verhouden.

50 Rolling Blackouts Coastal Fever – Hope downs

De vrolijkste gitaren kwamen dit jaar uit Australië en spoelden aan in de vorm van Rolling Blackouts Coastal Fever. Na twee uitstekende ep’s was ‘Hope downs’ geen plotse tsunami vol revelaties, maar wel een bevestiging dat je met drie gitaren in de spits niet enkel binnenkoppers kan scoren. Singles ‘Mainland’ en ‘Talking straight’ komen het dichtst bij eigentijdse gitaarhymnes, en alles daarbuiten en -tussen slik je even makkelijk binnen. Benieuwd of deze golf ongebroken de toekomst in kan gaan. – Mattias Goossens

49 Courtney Barnett – Tell me how you really feel

Na de in 2017 uitgekomen samenwerking met Kurt Vile vuurde onze favoriete Australische singer-songwriter Courtney Barnett in 2018 met ‘Tell me how you really feel’ een nieuwe langspeler op ons af. Een ietwat duistere plaat, met een ruig kantje en bijzonder spitsvondige teksten: “I could eat a bowl of alphabet soup and spit out better words than you”, voilà! Ms. Barnett freewheelt schijnbaar achteloos door alle hoge verwachtingen en stelt deze en passant nog een beetje scherper. Met onder andere een job als curator op Sonic City en een ijzersterk optreden in de Ancienne Belgique kunnen we haar doortocht op het Belgisch grondgebied in 2018 alvast zeer geslaagd noemen. – Daan Franquet

48 DJ Charme – Charme

Kassett is niet meer, leve DJ Charme. De Brusselse producer gaf zichzelf een nieuwe naam en bracht een nieuw album naar buiten. Het zelfgetitelde “debuut” wordt gekenmerkt door verre invloeden van hiphop, die vermengd worden met meer experimentele elektronische klanken. Het hoogtepunt valt al vroeg. Op ‘Libera me’ bezingt hij een breuk (in het Nederlands), maar ook in de instrumentale nummers valt de emotionele lading op. Zo is ‘Doves’ een meeslepende banger waar de bass-invloeden aan elkaar geregen worden door ijle synths. Met ‘Charme’ blijkt opnieuw dat Gavin Vanaelst een van Belgiës meest interessante producers is. – Daan Leber

47 Janelle Monáe – Dirty computer

Ook al kreeg ze van Prince de superlatieven naar het hoofd gesmeten, toch is de aandacht die Janelle Monáe dit jaar kreeg volledig haar eigen verdienste. ‘Dirty computer’ opzetten en beluisteren is als binnentreden in het aardse paradijs voor iedereen die wat heeft met funk, soul, pop en r&b. Met zo’n opsomming van muziekstijlen is het uiteraard vanzelfsprekend dat ‘Dirty computer’ een soort van ultieme dansplaat is. ‘Screwed’, in samenwerking met Zoë Kravitz, bewijst dit met zijn funky gitaarpartijen, maar het is vooral ‘Make me feel’ met zijn hoge Prince-gehalte dat de toon aangeeft op Monáes ‘Dirty computer’. Iets voor jouw nieuwjaarsfeestje? – Jens Wijnants

46 Anna Calvi – Hunter

Het heeft Anna Calvi vijf jaar gekost, maar in augustus kregen we eindelijk de opvolger van ‘One breath’ te horen. Na een relatiebreuk is de Britse vrijer en zelfzekerder dan ooit, en dat merk je op ‘Hunter’. Ze balt haar beklijvende, clevere gitaarspel en fenomenale stem tot een stevige vuist die achterhaalde genderclichés aan diggelen slaat. Gitaren worden niet gauw geassocieerd met de queerbeweging, maar Anna Calvi bewijst op stijlvolle wijze dat de twee wel degelijk samengaan. De songs klinken nu eens kordaat, dan weer dromerig en bloedmooi – de vergelijkingen met Jeff Buckley en PJ Harvey houden nog steeds steek. – Frederik Jacobs

45 BeraadGeslagen – DuizelDorp

De liefde voor jazz groeit gestaag in België en niet enkel voor zijn traditionele vorm – denk maar aan de hiphop-met-jazz of de invloed van elektronica. Een snaaks voorbeeld van allebei is BeraadGeslagen. Hun ‘Veranda-Jazz Stoepdisco’ hebben Lander Gyselinck (STUFF.) en Fulco Ottervanger (De Beren Gieren, Stadt) nu definitief vastgemetseld op debuutplaat ‘Duizeldorp’. Daarmee is het jolige duo niet enkel live plezierig voor het oor en het oog. Op het album zien we lo-fi WordArt-achtig artwork en poëtische titels als ‘Wolkwerpen’ en ‘Isabellade’. En er valt heel wat te horen: wie zijn badass 80s-beats en kitschgeluid à la Art Of Noise graag in 2018 nog hoort en zijn 11/8-noten ook eens tof wil, moet zeker een tijdje in ‘Duizeldorp’ gaan wonen. – Staf Nys

44 Pinegrove – Skylight

Toen frontman Evan Stephens Hall vorig jaar beschuldigd werd van grensoverschrijdend gedrag, leken we afscheid te moeten gaan nemen van een van de mooiste gitaarbands van het moment. Hall kwam zelf naar buiten met de beschuldigingen, zette Pinegrove op inactief en stelde de release van tweede plaat ‘Skylight’ voor onbepaalde tijd uit. Zijn uitgebreide boodschap van berouw leek ons erg oprecht, en o wat zijn we blij dat ‘Skylight’ alsnog aan de oppervlakte kwam. Zij die Pinegrove geen tweede kans kunnen geven, hebben daar het volste recht toe. Maar weet dat je dan een van de mooiste albums van het jaar mist. – Frederik Jacobs

43 Rosalía – El mal querer

2018 is het jaar waarin we met z’n allen naar flamenco gingen luisteren en die verdienste valt enkel en alleen toe te schrijven aan Rosalía, dé Spaanse sensatie die dankzij een stel vernuftige hits met verbluffende clips in geen tijd viraal ging. Op het album ‘El mal querer’ toont de 25-jarige artieste op het ritme van commanderend handgeklap dat haar kwaliteiten nog verder reiken dan haar ambities, en dat je geen kaas van flamenco of de Spaanse taal moet hebben gegeten om van die twee te genieten. Luisteren naar ‘El mal querer’ is het ervaren van een spektakel met een hoog Björk-gehalte. Rosalía neemt met haar adembenemende zang de luisteraar mee op een avontuurlijke en filmische tocht langs pittige hits en een baanbrekend geluid – droog, efficiënt en toch fris. Het moet lang geleden zijn dat popmuziek zo nieuw en conventioneel tegelijk klonk. – Thomas Konings

42 Tim Hecker – Konoyo

Gesprekken over ‘negatieve energie’ met een recent overleden vriend (de IJslandse componist Jóhann Jóhannsson) hadden een grote invloed op Tim Heckers negende solo-album. Bijgevolg is het dus niet verwonderlijk dat dit de meest spirituele plaat is uit de discografie van deze ambient-goeroe. Voor de gelegenheid liet Hecker zich bijstaan door traditionele Japanse muzikanten, wat een unieke sfeer creëert in combinatie met Heckers electronica. Het ene moment beneveld, dan weer beklemmend en duister – ‘Konoyo’ is geen simpele kost, maar voor degenen die de sprong in het duister durven te wagen, is het een trip die ongetwijfeld bijblijft. En voor wie het zich afvraagt: de albumhoes stelt een vuurspuwende draak voor, gemaakt uit gevonden materialen. – Martijn Bas

41 Earl Sweatshirt – Some rap songs

Earl Sweatshirts vorige projecten ‘I don’t like shit, I don’t go outside’ en ‘Solace’ lieten je enerzijds overtuigd achter van zijn talent, anderzijds lichtjes ongerust over zijn mentale toestand. De toch wel glorieuze terugkeer van de Odd Future-alumnus deed dit jaar dan ook meer dan deugd. ‘Some rap songs’ – wat een humble brag van een titel – klinkt op zijn minst gezegd uniek. De productie is vaak even bedwelmend als de teksten deprimerend zijn. Toch loopt het album over van attitude en eigenzinnigheid. Geen hippe trapbeats of andere trends hier dus. Earl Sweatshirt doet gewoon zijn eigen ding – en dat doet hij goed. – Liam Giraerts

40 Jungle – For ever

De neo-soul van het Britse Jungle bleef niet onder de radar van de uitheemse media aangezien het bijna de prestigieuze ‘Sound of 2014’-award van BBC binnenrijfde. Een hiaat van vier jaar temperde uiteindelijk de sprankelende verwachtingen, al weet de tweede geborene ‘For ever’ ze anno 2018 weer in lichterlaaie te zetten. Hoewel de codering van de gemoderniseerde soul vrijwel hetzelfde bleef, brengen grondleggers Josh Lloyd-Watson en Tom McFarland nieuwe accenten aan die het album naar een hoger niveau tillen. Nooit eerder weerklonk de met riffs en synths afgetopte soultrip zo uitgekiend, wat ongetwijfeld de muzikale roes nog een tijdje in stand zal houden. – Jelle Geuns

39 Iceage – Beyondless

Iceages laatste album bevestigt zijn status als een van de spannendste bands binnen de post-punk anno 2018. ‘Beyondless’ is zo een extra bewijs van hun almaar groeiend gevoel voor melodie en is nog uitgebreider gearrangeerd dan voorganger ‘Plowing into the field of love’. Onze favoriete Denen verliezen echter nooit hun innerlijke monster uit het oog. Elias Bender Rønnenfelt klinkt nog steeds als Nick Cave die te lang aan de toog heeft gehangen en zijn laatste grammen energie eruit spuugt; zijn kompanen ondersteunen dat naar goede traditie met razend voorbij denderende gitaar- en drumpartijen. Kortom: tien zorgvuldig uitgewerkte uppercuts van nummers. – Lowie Bradt

38 Denzel Curry – TAI300

Het was het jaar van Denzel Curry. Met zijn nieuwe album, ‘TA1300’, veroverde hij de harten van pers en publiek. Aan goede ideeën had Curry geen gebrek. Zijn album, dat uitgebracht werd in drie delen, wordt gedragen door de singles ‘Sumo’, ‘Percs’, ‘Clout Cobain’ en ‘Vengeance’. De Soundcloud-rap laat hij achter zich, maar de jonge hond bijt nog steeds van zich af. De donkere beats, de scherpe raps, het eeuwige vuur dat op ‘TA13OO’ brandt: wij krijgen er niet genoeg van. Dat hij de Trix dit jaar ook omtoverde tot een woeste orkaan, is de kers op zijn 2018. – Bert Scheemaker

37 Kurt Vile – Bottle it in

Nooit eerder slofte Kurt Vile zo gezapig door een plaat als op ‘Bottle it in’: dertien tracks, goed voor tachtig minuten muziek en drie nummers die flirten met de tienminutengrens. Maar: wat is het héérlijk om achter de warme gitaarpartijen van de Amerikaan aan te slenteren, te luisteren naar wat ie te vertellen heeft en de prikkelverslaving even proberen te dempen. Het is trouwens niet al traagheid wat de klok slaat: met ‘One trick ponies’ en ‘Loading zones’ wist Vile weerom een stel energieke, weergaloze singles aan zijn pen te ontwringen. ‘Bottle it in’ is een heerlijke wegdroomplaat geworden, een plaat die moet rijpen en pas in de zomer tot volle wasdom zal komen. Kortom, een plaat waar wij veel geld voor vile hebben. – Stan Pannier

36 Ross From Friends – Family portrait

Ross From Friends blijft een van de betere artiestennamen in het hedendaagse muzieklandschap. Zo kon een glimlach mij niet ontsnappen toen een nieuwssite aankondigde dat David Schwimmer niet zou optreden op een Israëlisch festival. De critici van zijn naam en de “lichtzinnigheid” van lofi house kregen gelukkig dit jaar lik op stuk. Ten eerste verscheen ‘Family portrait’ op Brainfeeder, nog steeds een keurmerk, ten tweede wist de producer/dj de verwachtingen te overtreffen. Op zijn debuut werd niet meteen gekozen voor de makkelijke weg van funky house-deuntjes, maar verdwenen de beats zelfs vaak naar de achtergrond. Culthit van het jaar ‘Project cybersyn’ deed ons zelfs zonder pompende bassen aan het dansen slaan. Elders werd het album in een fikse dosis weemoed en melancholie gedrenkt, waardoor ‘Family portrait’ veel meer dan verwacht een luisteralbum in plaats van een feestalbum werd. In een subgenre waar meer en meer dj’s zich aan wagen, besefte Ross From Friends maar al te goed dat stilstaan achteruitgaan is, en koos hij er resoluut voor om zijn unieke stempel te drukken. – Daan Leber

35 Kanye West – Ye

Verschillende Twitterstormen, krasse uitspraken, potsierlijke videoclips: Kanye schuwde ook in 2018 de controverse niet. Integendeel. De verdeeldheid rond zijn figuur was zelden zo groot. Al de randanimatie achterwege gelaten was het ook wel het jaar waarin hij enorm productief was. ‘Ye’ is jammer genoeg geen meesterwerk, zeker niet in vergelijking met de rest van Kanye’s rijke en innovatieve oeuvre. Mr. West laat het experimenteren achterwege,  schiet hier en daar raak, zij het met losse flodders. Hij geeft geen antwoorden, roept alleen maar vragen op. De afzonderlijke nummers redden de meubelen. De labiele rapper geeft inkijk in zijn chaotische leven, wat op z’n minst interessant is. – Geerhard Verbeelen

34 Big Red Machine – Big Red Machine

Het is altijd spannend wanneer twee sterke artistieke geesten zich verzoenen en een plaat maken. Het kan compleet de mist ingaan of het kan, in dit geval, een essentiële samenwerking opleveren. Justin Vernon van Bon Iver verenigde zich dit jaar met Aaron Dessner van The National en de twee doopten hun kind ‘Big Red Machine’. Hierbij staat vooral Vernon in voor de lyrics en zouden veel nummers, zoals ‘Gratitude’, zo op een plaat van Bon Iver kunnen staan. Gelukkig brengt Dessner een evenwicht met zijn improviserende bijdragen op elektrische gitaar. ‘Air stryp’ en ‘People lullaby’ hebben namelijk wat meer karakter door de agressieve en vervreemdende geluiden. – Gertie van den Bosch

33 Arctic Monkeys – Tranquility base hotel + casino

Muse is al jaren op de dool, Radiohead blijft te koppig voor het grote publiek en Bloc Party heeft verjaardagen van oude gouden platen nodig om zalen uit te verkopen: Arctic Monkeys was ontegensprekelijk de laatste hoop op reanimatie van Britrock. ‘TBH&C’ is echter geen zoveelste ideale afspeellijst om je rock-‘n-rollfeestje mee in vuur en vlam te zetten. Wel is het een uiterst gedurfde stijloefening in de traditie van David Bowie die boordevol cryptische verwijzingen zit naar Stanley Kubrick en de aan likes en clickbait onderworpen generatie Z. ‘Tranquility base’ mixt moeiteloos het persoonlijke met het maatschappelijke en fictieve, het historische met het futuristische, het subtiel melodieuze met het narratieve en het vergankelijke met het tijdloze. Turner degradeert de andere Monkeys haast tot sessiemuzikanten, maar met Matt Helders en co als figuranten baat hij wel glansrijk zijn hotel-casino uit. Gegokt en gewonnen als je het ons vraagt. – Lowie Bradt

32 MGMT – Little dark age

In de voorbije elf jaar slaagde MGMT er niet in om muziek uit te brengen die in de buurt kwam van debuut ‘Oracular spectacular’ (2007). In februari verscheen echter hun vierde langspeler ‘Little dark age’. De eighties-synthpop met een psychedelische inslag voelt aan als een comeback van nooit weggeweest. In absurde songs als ‘She never works out’ en ‘When you die’ uit VanWyngarden zijn frustraties over datingapps en het alomtegenwoordige internet, maar dit bovenop onschuldige en swingende songs. Contradictorisch en brutaal op een positieve manier. Droom of dans je nachtmerries weg op ‘Little dark age’, de plaat die MGMT’s passages op grote festivalpodia en overvolle festivaltenten terug rechtvaardigt. – Guillaume De Grieve

31 Grouper – Grid of points

Op haar vorige album, ‘Ruins’ (2014), zat Liz Harris bijna ongrijpbaar verstopt achter haar ijle klanken en poëtische woorden. Het was een hartverscheurend relaas waar ze aan het begin van ‘Grid of points’ van af lijkt te stappen, maar niets is minder waar. Hoewel de achtergrondgeluiden klinken alsof Grouper deze plaat op een minder afgelegen locatie heeft opgenomen, klinkt ze nog meer verlaten dan voorheen. Toch zorgen de klik en de ruis die aan elk nummer voorafgaan voor een geruststellende en intieme sfeer. Woorden als ‘vertraging’ en ‘verstilling’ zijn dan wel modieus, een album zoals dit herinnert ons aan de noodzaak of tenminste het heil van de reflectie. – Staf Nys

30 U.S. Girls – In a poem unlimited

De afgelopen tien jaar heeft U.S. Girls’ Meg Remy veel rare muziek gemaakt. Noisy, lo-fi, droney, kort, conceptueel maar ook poppy. Nooit maakte ze echter iets dat zo onbeschaamd catchy en helder klonk als het materiaal op ‘In a poem unlimited’, haar tweede 4AD-album en grote doorbraak. Doorheen de elf nummers van deze langspeler word je overvallen door prevelende echo’s van Madonna, terwijl de productie van het album Remy’s evolutie naar een gladdere sound bestendigt. Gelukkig maakt dat van ‘In a poem unlimited’ geen doordeweeks plaatje: dankzij witheet feminisme, kolkende maatschappijkritiek, juicy junglegrooves en verzengende verleidingsritmes is het een hapklaar maar exquise staaltje progressieve indiepop. – Thomas Konings

29 Teen Creeps – Birthmarks

Teen Creeps beukte zich dit jaar met ‘Birthmarks’ naar de top van de Belgische gitaarscene en dat is meer dan terecht. Songs als ‘Sidenote’ en ‘Hindsight’ stralen zo veel urgentie en oprechte emotie uit, dat immuun blijven onmogelijk is. Of het nu wild headbangen of eenzaam huilen is, geraakt worden doe je toch. Bert Vliegen (Sophia), Ramses Van den Eede (Hypochristmutreefuzz) en Joram De Bock (Deadender) maakten een plaat die heel herkenbaar is, zowel tekstueel als puur gevoelsmatig, en die onder je vel kruipt.  – Quinten Jacobs

28 Car Seat Headrest – Twin fantasy

Om te scoren met een heropname en rework van een oud album, daar moet je Will Toledo voor heten. In 2018 bracht Car Seat Headrest een volledig vernieuwde versie uit van het oorspronkelijk in 2011 uitgekomen album ‘Twin fantasy’, de plaat die ooit ondanks zijn lage opnamekwaliteit toch een enorme cultstatus bereikte op websites als Bandcamp. We schreven eerder dat ‘Twin fantasy’ 2.0 nog steeds puberale puistjes bevat, maar het vooral een massieve prestatie is waarbij de teksten van een zeer kwaliteitsvolle makelij zijn. De band mocht zijn werk dit jaar zowel in de Vooruit als in de Ancienne Belgique komen voorstellen en deed dat twee maal met verve. – Daan Franquet

27 Whispering Sons – Image

Geen idee hoe wurgseks voelt, we kunnen enkel gissen dat het voelt zoals ‘Image’ beluisteren: versmacht worden om het hoogste genot te kunnen bereiken. Whispering Sons geeft op progressieve wijze, euh, kleur aan de duistere jaren 80. Boos en verontwaardigd raast de band door alle mogelijke zwarttinten met meesteres Fenne Kuppens die de dans leidt. Whispering Sons heeft sinds het winnen van de Rock Rally enorm aan metier gewonnen. Dit debuut is er dan ook geen dat we zo goed vinden net omdat het een debuut is. ‘Image’ is een emotioneel statement dat de illusie die hoop heet doorprikt en daar worden wij intens gelukkig van. – Jonas Van Laere

26 Death Grips – Year of the snitch

Death Grips is online!”: het werd al snel een meme onder fans, en de hype voor het album schoot pas echt uit de startblokken toen er daarbovenop werd getweet dat het trio ging samenwerken met Andrew Adamson (‘Dilemma’), regisseur van de eerste twee Shrek-films. ‘Snitch’ stapt qua stijl wat weg van eerder werk en pikt tegelijkertijd bij verschillende genres wat mee, zo horen we zelfs een streepje jazz op ‘The fear’ en heeft ‘Linda’s in custody’ een bijna psychedelische feel. De beats en samples afkomstig van Andy Morin klinken, naar Death Grips-normen, catchy’er dan ooit. Toch verliest het drietal nooit zijn edge en bewijst de groep opnieuw hoe vindingrijk en creatief ze is, en verlegt ze weer maar eens de grens van het experimentele. – Yannick Verhasselt

25 Villagers – The art of pretending to swim

Conor O’Brien mengt op ‘The art of pretending to swim’ op vernuftige wijze elektronica, klassieke indie en zijn intussen onweerlegbare songschrijverstalent – zoals steeds vaardig tot een geheel verweven middels weelderige productionele laagjes en subtiliteiten (meeuwen!). Veelzijdigheid troef hierzo: ‘Long time waiting’ en ‘Real go-getter’ zorgen voor edge, ‘Ada’ en ‘Hold me down’ zijn de verpersoonlijkte tederheid en ‘Fool’ is zo’n simpel en volmaakt popliedje dat je je afvraagt hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat het nu pas is geschreven. De vierde Villagers: vakwerk. – Stan Pannier

24 Blood Orange – Negro swan

In tijden waar ‘Ik ben niet racistisch maar’ een aanvaardbaar blank levensmotto lijkt, mannen opperen dat vrouwen in België niets te klagen hebben en westerlingen zich furieus uitspreken over het al dan niet repressieve karakter van een hoofddoek, wordt er meestal iets cruciaals vergeten. Wat als we nu eens allemaal gewoon twee seconden zouden zwijgen. Niet meteen dat toetsenbord aanvallen om te verkondigen wat iemand anders kan en mag voelen. Wat als er eindelijk geluisterd werd naar echte verhalen? Niet de bombastische virale uitlatingen maar kleine fragmenten die een helder beeld geven van waar het werkelijk om draait. Het leven op momenten dat er niemand kijkt.

Waar Devonté Heynes op ‘Freetown sound’ nog een uitgesproken politiek programma had, is ‘Negro swan’ een oase van intieme verhalen. Tijdens de rollercoaster aan gevoelens wordt hij bijgestaan door de funk van ‘Orlando’, zijn al even getormenteerde gitaar in ‘Charcoal baby’ en in deze laatste en ‘Dagenham dream’ lijken de synths solidair mee te huilen. Naast de instrumenten wordt ook Janet Mock ingeschakeld voor emotionele ondersteuning. Haar filosofische gedachtegangen van een spontaan gesprek worden doorheen de plaat geweven. De bloedmooie relevantie van deze plaat wordt het best weergegeven met deze zin uit ‘Hope’: “You give me that hope that maybe one day I’ll get over my fears and I’ll receive.” – Michelle Geerardyn

23 Daughters – You won’t get what you want

Na acht jaar dompelt Daughters ons opnieuw onder in haar duistere wereld. ‘You won’t get what you want’ kruipt onder je vel, indien niet door de hypnotiserende stem van frontman Alexis Marshall dan wel door de instrumentale genialiteit waar snelle en trage nummers elkaar perfect afwisselen zodat de plaat niet de kans krijgt om eentonig te worden. Het geheel is buitengewoon intens – zie het bijna melodieuze ‘Satan in the wait’ als een van de koplopers op dit vlak. De lawaaierige uitbarstingen zijn nooit veraf en de energie van het album zit hem in de dissonantie dat het geheel feilloos draagt. We kunnen het erover eens zijn dat ‘You won’t get what you want’ een van de beste noiserock-platen is van de laatste jaren. Daughters creëert een immersie met deze overweldigende geluidsmuur en zorgt er telkens voor dat je verbouwereerd achterblijft. – Naomi Hubert

22 Rumours – Megamix

Als we je vertellen dat ‘Megamix’ opgenomen werd in Ibiza heb je ongetwijfeld een collectie platte houseplaten in gedachten. Achter Rumours gaat echter een hoogst inventief viertal Bruggelingen schuil dat op hun debuutplaat donkere beats en knetterende electronica mengt met tropische ritmes, nineties-synths en hemelse melodieën. Dansen mag, maar een traantje wegpinken kan even goed. Zonder schroom mogen ze zich na ‘Megamix’ reeds meten met grootmeesters als The Knife of Crystal Castles. – Kevin Bruggeman

21 Mount Eerie – Now only

Net zoals met ‘A crow looked at me’ in 2017 zorgde Mount Eerie weer voor een van de meest aangrijpende platen van het jaar. Het zingen over de dood van zijn vrouw Geneviève is inmiddels een eigen thema geworden voor Phil Elverum en met dezelfde directheid als waarmee hij eerder de diepste momenten van rouw beschreef, grapt hij nu over het spelen van “these death songs to a bunch of young people on drugs.” Het is dat contrast tussen wrange humor en rauwe emotie, samen met een terugkeer van muzikale speelsheid, dat ‘Now only’ even sterk maakt als zijn voorganger. – Liam Giraerts

20 Connan Mockasin – Jassbusters

‘Jassbusters’ is vintage Connan Mockasin. De Kiwi slentert op zijn derde studioalbum heerlijk door zijn songs als een beschonken dertiger op een zomeravond en mompelt hier en daar nonchalant wat wartaal. Die slacker-vibe trekt Mockasin een dik halfuur lang door en daar zijn de kenmerkte lichte gitaarriedeltjes die over heel het album verspreid liggen, niet vreemd aan. Nog fijn is het zorgeloze, maar ergens toch zwaarmoedige ‘Les be honest’ en de guest vocals van James Blake in ‘Momo’s’. Pintje, iemand? – Quinten Jacobs

19 Shht – Love love love

Er gebeurde dit jaar veel in België, maar geen enkele gebeurtenis was zo welkom als Shht. Eindelijk opnieuw wat surreële chaos en anarchie, en een groep die zichzelf niet zichtbaar serieus neemt. Toch hoor je aan ‘Love love love’ dat er goed over is nagedacht, met een sterk resultaat tot gevolg. Shht zal moeten oppassen om niet in gimmicks te vervallen, maar voorlopig geldt de groep als toonbeeld van hoe je met bakken eigenheid en charisma kan scoren. En als daarvoor kleren uitgetrokken moeten worden, is dat maar zo. – Mattias Goossens

18 Amnesia Scanner – Another life

Na een reeks mixtapes en ep’s heeft Amnesia Scanner dit jaar eindelijk een volwaardig debuutalbum uitgebracht, en het is meteen een schot in de roos. Het duo weet als geen ander experimentele muziek te maken die erg bizar en bevreemdend werkt en die ons tegelijk toch ook vol overgave aan het dansen zet. ‘Another life’ is met z’n bizarre bangers de soundtrack voor die lange nachten waar je door de vermoeidheid alles in een waas beleeft maar waar je wel nog goed weet dat je flink uit de bol wilt gaan. – Tobias Cobbaert

17 El Yunque – O hi Mark

El Yunque toverde zich dit jaar met ‘O hi Mark’ om tot dé avant-gardeband van de Belgische muziekscene. Tekstueel horen we een allegaartje: van de landing in Normandië over de invloed van sociale media tot respectloze fans (prachtig staaltje satire trouwens). Toch lijkt alles één groot samenhangend geheel te zijn waardoor het album een schizofreen karakter krijgt. Instrumentaal is ‘O hi Mark’ een echte ontdekkingstocht: zo hoort opener ‘Googol’ bij een van de strafste Belgische nummers van het jaar, waar dreigende gitaaraanslagen je het nieuwe project inleiden om je vervolgens niet meer los te laten. ’Siri, please’ is een auditieve collage waar drie nummers één fenomenaal geheel vormen. ‘O hi Mark’ intrigeerde ons vanaf dag één door zijn verfrissende, uitdagende en niet-conventionele aanpak. – Naomi Hubert

16 Parquet Courts – Wide awake!

Parquet Courts klonk nog nooit zo funky als op ‘Wide awake!’. Eerder lieten ze hun potentieel al meermaals zien met een handvol gitaarplaten, maar hier trekken ze werkelijk alle registers open. Een brede waaier aan stijlen en invloeden vormt de muzikale basis voor thema’s als sociale en economische ongelijkheid, depressie en klimaatverandering. Klinkt niet meteen als een feestje, maar mede dankzij producer Danger Mouse worden die frustraties omgezet in een dansbaar geheel. Zo proberen de heren uit Brooklyn ons te doen nadenken en tot actie te laten overgaan. Zelf bewijzen ze alvast klaarwakker te zijn. – Pieter Sips

15 Shame – Songs of praise

Een puike plaat in de rekken, 163 shows op de teller – tot in Japan toe en niet zelden uitverkocht – en een waargemaakte revelatiestatus waarvoor menig Brits bandje drie vingers veil heeft: 2018 was een absurd boerenjaar voor Shame. Punk in de fundamenten, maar continu verrassend divers tekende ‘Songs of praise’ begin januari al voor “gitaaralbum” van het jaar, en werd daarin nooit onttroond. Het Londense vijftal verkent én vertelt doorheen tien uitgekiende songs en glijdt daarbij van hitsige postpunk over briesende indie naar melodische garagerock. Reken daarbij de uniciteit van Charlie Steen z’n ruwe vocal, en je hebt een debuut voor je liggen dat ongetwijfeld nog jaren vers blijft. – Gilles Dierickx

14 Low – Double negative

Ook na een carrière van vijfentwintig jaar kan je nog verrassen. Sommigen zien in ‘Double negative’ Lows hoogsteigen ‘Kid A’, maar in feite is dit vintage Low, zij het in een zwaar elektronisch, groezelig en bovenal naargeestig kleedje. Eer aan producer BJ Burton (al gekend van de experimenten op Bon Ivers ‘22, a million’), die het wondermooi wist vorm te geven. Allesbehalve toegankelijk en voor iedereen weggelegd, maar een onmiskenbaar hoogtepunt in de discografie van de band. – Kevin Bruggeman

13 Jon Hopkins – Singularity

De wandering soul in ons vond in de avant-gardistische minimal techno van ‘Singularity’ een nieuw ecosysteem voor de geest. De clubber vond dan weer een universum dat kleur en betekenis kan geven aan nachtelijke escapades. ‘Singularity’ vormt in twee delen een poort naar een vernieuwd, ongelimiteerd universum dat je in staat stelt je te verliezen in het nu. In het eerste halfuur regeren beats en ritmes waarop je lichaam onconventioneel wil bewegen. Met het tweede deel reikt Hopkins ons na de trance een plaats aan om te landen en opnieuw tot ons zelf te komen. Te beluisteren op een plek waar je je nachtelijk vrij kan voelen. – Jonas Van Laere

12 Amen Dunes – Freedom

Album nummer vijf van Amen Dunes is een breekpunt. Vroeger begreep je amper wat de man zong en was je na iedere luisterervaring een beetje in de war, maar met ‘Freedom’ stapt Amen Dunes uit de schaduwen en presenteert hij z’n muziek zonder sluiers. Het trillende, unieke stemgeluid draagt nog steeds een groot deel van het album, maar muzikaal klinkt alles melodischer, frisser en dynamischer. “Silver golden waves / and chills that keep me clear”, zingt hij op ‘Miki Dora’, wat een mooiere samenvatting is van ‘Freedom’ dan wij ooit zouden kunnen geven. – Hanne Craye

11 Kids See Ghosts – Kids see ghosts

Vijf albums op evenveel weken: de zomer van Kanye West-fans kon niet meer stuk toen ‘s mans Twitteraccount in april wederom werd opgestart. Uitschieter van deze reeks is de samenwerking tussen Kanye en Kid Cudi onder de noemer Kids See Ghosts. Rauwe gitaaruitspattingen, opzwepende marcheerritmes, slepend pianospel, en bovenal wederom uitstekend samplewerk (met Kurt Cobains ‘Burn the rain’ als summum) worden bijeengesmeten en uiteengereten als inleiding tot Ye’s nieuwe gitaar-era. Voeg hier Kid Cudi’s uitmuntende zang- en rappartijen aan toe, doordrenkt van rauwe emotie, en je krijgt straffe en unieke nummers als ‘Fire’ en absolute uitschieter ‘Cudi’s montage’ die van ‘Kids see ghosts’ een zeer te smaken nieuw hoofdstuk maken in de saga van Ye en Cudi. – Anton Creemers

10 SOPHIE – Oil of every pearl’s un-insides

Vroeger hing er altijd een zweem van mysterie rond SOPHIE en haar futuristische producties, maar met de release van haar debuutalbum ‘Oil of every pearl’s un-insides’ stapt de Schotse vol zelfvertrouwen uit de schaduwen. Dit is vooral te merken aan de lead single ‘It’s okay to cry’, waar ze zowaar zelf de vocals op zich neemt en ook in de music video neemt ze eindelijk zelf de spotlights in. Qua présence is er voor SOPHIE dus veel veranderd, en ook op muzikaal vlak voelen de tracks minder skeletaal aan dan voorheen. De essentie van de muziek blijft echter hetzelfde: SOPHIE weet als geen ander hoe ze experimentele dansvloervullers uit haar mouwen kan toveren, dit keer pakt ze het dankzij het albumformaat gewoon wat ambitieuzer aan. – Tobias Cobbaert

9 Nils Frahm – All melody

2018 startte onder andere met de release van gerenommeerd avant-gardist en pianist Nils Frahm. Als gastheer van een van de Funkhaus-studiozalen in Berlijn kon hij zonder enige begrenzing een vervolg schrijven aan het minimalistische ‘Solo’. Op ‘All melody’ is Frahm imponerend, van pianominiatuurtjes (‘My friend the forest’ en ‘Forever changeless’) over het elektronische meesterschap (‘Sunson’ en ‘Momentum’) tot neoklassieke pijporgelwerken (‘Kaleidoscope’). ‘All melody’ is een luisterstuk waar Frahm alles wat hij beheerst op tafel gooit, rangschikt en vervolgens voorzichtig mee gaat combineren. In de juiste stemming en setting laat ‘All melody’ je varen door het universum waar de regels van de tijd niet gelden. – Jens Wijnants

8 Yves Tumor – Safe in the hands of love

Toen Pitchfork in een zeldzaam interview aan Yves Tumor vroeg waar hij woonde, antwoordde de artiest prompt: “A lot of people are confused about my actual whereabouts, but that’s OK”. Ook op ‘Safe in the hands of love’ koestert Sean Bowie – wat waarschijnlijk niet zijn echte naam is – die desoriëntatie. Met nummers die de grenzen van ambient, noise, r&b en pop opzoeken, blijft het album nergens echt hangen. Yves Tumor wilt niet gepakt en in hokjes gestopt worden, niet door de discriminatie en brutaliteit van de politie in ‘Noid’, niet door liefdesverdriet of destructieve gedachtepatronen in ‘Licking an orchid’, waar een glimp van herkenbare synthpop symbolisch overspoeld wordt door distortie. In ‘Recognizing the enemy’ zingt hij “It means so much to me when I can’t recognize myself”. In een klimaat waar fluïditeit opbokst tegen hokjesdenken, staat Yves Tumor op de barricaden. – Milena Maenhaut

7 Pusha T – Daytona

Als helft van rapduo Clipse verhief Pusha T de zogenaamde cokerap tot kunst in hiphopclassic ‘Hell hath no fury’, alweer uit 2006. Intussen gaf Kanye West de fakkel en bijhorende dollars van zijn label GOOD Music door aan King Push, om maar te zeggen dat Pusha slechts één reden heeft om rapmuziek te maken: voor de pure kunst. ‘Daytona’ is dan ook tot op het bot gefileerd, zero filler only killer in zijn eenentwintig minuten speeltijd. De volledige productie op ‘Daytona’ is belachelijk minimalistisch maar groovet harder dan een leger Lander Gyselincks. Het is de verdienste van een Kanye West die eens zijn mond mag houden. Zelfs na de honderdste beluistering boet het niet aan kracht in. – Zeno Van Moerkerke

6 IDLES – Joy as an act of resistance

IDLES sloeg ons vorig jaar al compleet uit het lood met ‘Brutalism’. Met ‘Joy’ breit de groep daar een fantastisch vervolg aan. Zanger Joe Talbot wilde met de plaat zich ook eens van zijn meest kwetsbare kant laten zien (‘June’, ‘Colossus’ of ‘Cry to me’) en tevens de luisteraar aanmoedigen zich wat vaker zo op stellen. ‘Joy’ is anno 2018 de plaat bij uitstek om eens goed bij in de spiegel te kijken en te reflecteren over thema’s als immigratie, nationalisme, genderrollen en andere problematieken. Telkens met een goede scheut Britse humor, dat wel. – Yannick Verhasselt

5 Tirzah – Devotion

Na een reeks ep’s de afgelopen vijf jaar bracht Tirzah dit jaar haar eerste album uit. ‘Devotion’ kunnen we snel plaatsen onder het r&b-genre, maar toch heeft dit album iets bijzonders en uniek: Tirzah’s tegendraadse maar krachtige zang, de intimiteit en het met minimalisme overgoten sfeertje maken van deze Londense een van de meest interessante stemmen van de hedendaagse r&b. In de vorm van trage en oprechte liefdesliedjes smeedt ze samen met boezemvriendin Mica Levi een uniformer geluid dan voorheen, waarbij ‘Gladly’, ‘Say when’, ‘Devotion’ en ‘Basic need’ prachtige voorbeelden zijn van diens genuanceerde bijdragen. – Gertie van den Bosch

4 Against All Logic – 2012 – 2017

Hoeveel iconische projecten en platen Nicolas Jaar al afleverde? Hij doet niet anders, en is daarbij niet vies van enige uitdaging en experiment met zichzelf. In maart vond je op een vrijdagochtend plots ‘2012-2017’ terug op het internet, waarmee Jaar het stof blies van z’n oudere alias Against All Logic. Op z’n typerende, ongrijpbare manier bouwt de Chileense Amerikaan tracks op uit krakende, vergeten soulsamples en lo-fi synthklanken, niet zelden vervormd of overstuurd. Soms clubby, dan weer sferisch: het is daarbij de rijkelijke versnipperde percussie – ‘Know you’ (!!!) – of het inlassen van onaardse baslijnen in nummers als ‘Hopeless’ en ‘Flash in the pan’ die de wederopstanding van A.A.L. tot een héél bijzonder album maakten. – Gilles Dierickx

3 Stikstof – Overlast

‘Overlast’ van STIKSTOF is een ode aan ongehoorzaamheid in onze moegetergde hoofdstad. De Brusselse rappers vertegenwoordigen de stem van gefrustreerde stedelingen. De teksten van het collectief zijn maatschappijkritisch, zelfreflexief en bovenal spitsvondig. Ze brengen hun boodschap komisch en scherpzinnig en gaan de provocatie niet uit de weg. Recht voor de raap, frontal. Werkelijk overal klinkt het een beetje brutaal, hier en daar zelfs met een ostentatieve middenvinger. Een gebalde vuist, die de woede en frustraties van een falend beleid bevat. Met de huiveringwekkende stem van Jazz in ‘Gele blokken’ als klapstuk.

Nog opvallender dan de geraffineerde rhymes zijn de kabbelende, obscure beats van Astro. Ontoegankelijk, angstaanjagend en uiterst hard: Astro maakt beats die het daglicht niet mogen zien, waarop hij en zijn maten dan tegendraads schitteren. “Was koken als rappen was ik chef”, roept driftkikker met klein hartje Zwangere Guy in ‘DEF’, een ander hoogtepunt op ‘Overlast’. STIKSTOF is de crème de la crème van de Belgische hiphop. – Geerhard Verbeelen

2 Khruangbin – Con todo el mundo

‘Khruangbin’ is Thais voor ‘vliegtuig’, de titel is in het Spaans en er zijn ook duidelijk Midden-Oosterse invloeden te ontwaren: Khruangbins ‘Con todo el mundo’ absorbeert de wereldbol. De muziek roept nog het meest beelden op van een uitgestrekte woestijn, waarin de gitaar iedere zandkorrel omdraait tot er een heuse zandstorm ontstaat, enigszins in toom gehouden door de aanwezigheid van de troostende, warme baslijnen. Behalve enkele lo-fi, meerstemmige vocals, zijn de meeste nummers instrumentaal, wat helemaal niet betekent dat achter elke titel dezelfde muzikale formule schuilt. Het trio weet meer variatie op te wekken dan een heel orkest en vult je hoofd constant met verhalen. In ‘Maria también’ zien we een gejaagde achtervolging door die bloedhete woestijn van weleer, al had de Midden-Oosterse sound hier vooral als doel de link met Iran te leggen en zo de vrouwenrechten in dat land aan te klagen. In ‘Cómo te quiero’ (‘Hoe ik van je hou’) horen we een intieme liefdesverklaring en met ‘A hymn’ kruipen we liever in bed om naar de vallende regen op het zolderraam te luisteren. Geografische oogkleppen zijn Khruangbin volledig vreemd en na een politiek jaar als 2018 kunnen we het hybride, heerlijke muzikale resultaat daarvan enkel vurig koesteren. – Hanne Craye

1 Beach House – 7

Geen enkele band ter wereld met zo’n consistente discografie als Beach House. Slangentongen beweren graag dat Victoria en Alex steeds hetzelfde trucje uitvoeren, dat is echter afbreuk doen aan hetgeen wat de band nu net haar allure geeft: subtiliteit. Alles bij Beach House is doorspekt van klasse en fijnzinnigheid. De veranderingen van album tot album waren telkens incrementeel, en wanneer het wat bombastischer mocht – neem nu ‘Bloom’ – deed het duo dat op de meest gracieuze manier.

Ook ‘7’ is onmiskenbaar een Beach House-album, al trekt de band meer dan ooit haar grenzen open. ‘Lose your smile’, ‘L’inconnue’ (Victoria Legard die in het Frans zingt, hoe op maat wil je het hebben?) en ‘Woo’ onderlijnen de sterkste kanten van wat Beach House tot nu toe steeds Beach House maakte. Daarnaast bevindt het duo zich vaker op onbekend – en vooral duisterder –  terrein. Waar het in een scheurend ‘Dark spring’ een stuk rauwer mag, doen ‘Lemon glow’ en ‘Black car’ de donkere kantjes van Beach House op de prachtigste manier fonkelen.

Op ‘7’ gaat ook in de meest opvallende veranderingen de nuance niet verloren, Beach House slaagt erin zowel vertrouwelijk als avontuurlijk te klinken. Wijds en toch dichtbij, alsof Legrand je een geheim influistert. Mocht er nog enige twijfel bestaan rond Beach Houses mainstay-plek in het droompoplandschap, laat ‘7’ die dan volledig doen wegebben bij een heldere sterrenhemel. – Pascal Vandenberghe

Deze lijst werd samengesteld door Anton Creemers, Bert Scheemaeker, Daan Franquet, Daan Leber, Frederik Jacobs, Geerhard Verbeelen, Gertie van den Bossche, Gilles Dierickx, Guillaume Degrieve, Hanne Craeye, Jelle Geuns, Jens Wijnants, Jonas Van Laere, Kevin Bruggeman, Liam Giraerts, Lowie Bradt, Naomi Hubert, Martijn Bas, Mattias Goossens, Michelle Geerardyn, Milena Maenhaut, Pascal Vandenberghe, Pieter Sips, Quinten Jacobs, Staf Nys, Stan Pannier, Thomas Konings, Yannick Verhasselt en Zeno Van Moerkerke.