15 albums die onterecht onderbelicht bleven in 2017

We bespraken dit jaar zo’n 350 albums, en toch glipten er enkele toppers door de mazen van ons muzikale vangnet. Daarom pluisden we de releasekalender van 2017 opnieuw uit en selecteerden we vijftien albums die geen recensie kregen, maar wel al je aandacht verdienen. Zo raken ze hopelijk niet onterecht in de vergetelheid.

Charly Bliss – Guppy
Met ‘Guppy’ geeft Charly Bliss zich volledig over aan de nostalgie naar twintig jaar geleden. Drie jaar na hun eerste ep ‘Soft serve’ barst de band uit z’n voegen met aanstekelijke twee-rock die goed voorzien is van een scherpe rand maar zonnige refreintjes allerminst schuwt. De zoete stem van Eva Hendricks leent zich daar namelijk perfect voor. Die kaart wordt in verslavende liedjes als ‘Percolator’, ‘Westermarck’ en ‘Glitter’ dan ook voortreffelijk uitgespeeld. Onder dat suikerlaagje ligt echter een hoop beschouwingen over leven, liefde en onzekerheid die soms een verwend egocentrisme blootleggen (“Does he love me most now that his dog is toast?”) maar vooral getuigen van een nuchtere, oprechte eerlijkheid over imperfecties. Dat maakt van ‘Guppy’ een album dat vertwijfeling recht in de ogen durft staren en dus veel meer is dan louter een oefening in nostalgie voor gevorderden. – Pascal Vandenberghe

City – A goal is an image
Nog meer dan labelgenoten Rabit en Mhysa releasede City een spannend electronica-album dat niet de aandacht kreeg die het verdiende. Op zijn langspeeldebuut combineert de Canadese producer verbazend gemakkelijk een resem invloeden tot een coherent, uniek en innoverend geheel. Op een serene en tegelijk oorverdovende manier zetten invloeden uit trance en metal tijdens het luisteren van ‘A goal is an image’ de repetitieve en koele toon voor een spel van ijzingwekkende soundscapes. Met ongemakkelijke texturen en industriële echo’s laten die je steeds verder wegzakken in de gure wereld van deze weinig conventionele en nog minder alledaagse plaat. Zo wordt City’s eerste worp een kille, intense en beklijvende ervaring; onmisbaar voor wie houdt van experimentele electronica. – Thomas Konings

dd elle – dd elle
Het verhakselen van stemmen is al lang geen nieuw gegeven meer. Zwaargewichten als Oneohtrix Point Never en Holly Herndon springen er al jaren op een originele manier mee om. Echter hoor je dergelijke stemmanipulaties weinig zo kwiek als op Dan Casey’s debuutplaat onder dd elle. Deze zelfgetitelde is een spervuur aan vederlichte glinsterende melodieën die springen van lichtvoetige pop in ‘Lover’s leap’ naar de intrigerende geluidscollages van ‘Latin aphorism’, beiden voorzien van een stevige dosis koorzang. Er worden met aanstekelijke liedjes als ‘Eyelash’ en ‘Newer lover’ ook voorzichtige stapjes genomen richting meer conventionele pop, al steken de songstructuren daar snel een stok voor waardoor ze in de ruimte en je hoofd blijven hangen. ‘Dd elle’ is een rijke verzameling aan snapshots met een hoge kleurintensiteit. De plaat gaat uit van een naïeve, soms bijna kinderlijke blijheid die in 2017 als toeverlaat geen overbodige luxe was, net als de herinnering aan Céline Dion in afsluiter ‘dd’s theme’. – Pascal Vandenberghe

Doldrums – Esc
Airick Woodhead staat op en gaat slapen met technostress en dystopische fantasieën. Dat was al een constante op ‘Lesser Evil’ en ‘The air-conditioned nightmare’. Op zijn derde gooit de electronica-tovenaar het wat dat betreft niet over een andere boeg. ‘Esc’ werd uitgebracht in eigen beheer en niet bij Sub Pop, waarschijnlijk kreeg de plaat daarom weinig ruchtbaarheid. Tot spijt van wie het benijdt. Er mogen dan wel geen nieuwe horizonten verkend of hoogtes gescheerd worden zoals de Canadees dat eerder deed, toch kroont ‘Esc’ zich tot Woodheads meest consistente plaat tot nu toe. En we mogen zeggen: consistent sterk. De urgente electronica snerpt, bliept en hapert zich nog steeds naadloos haar weg richting je hersenstam. Het album is een totaalsom van lawaaierige chaos (‘Stitched together man’) en catchy nummers (‘Perv’, ‘Runnerup’, ‘Machine boi’) met een constante onderhuidse spanning waar eigenlijk enkel Airicks idiosyncratische stem op kan uitblinken. – Pascal Vandenberghe

Homeshake – Fresh air
Frisser dan wat er doorgaans uit een mancave gewaaid wordt, is dit derde album van Peter Sagar. Hij reisde de wereld rond als gitarist van Mac Demarco, maar sloot zich voor ‘Fresh air’ op in z’n eigen studio, de platenbak van z’n ouders binnen handbereik. En zo hoor je zowel Steely Dan als 80’s drumcomputers die zoveel jukebox-hits kleurden passeren. Homeshake palavert tussen de lijzige funk van Thundercat en Toro Y Moi’s opgewekte chillwave, wat resulteert in een ontspannen trip die je idealiter onderneemt tijdens de latere uurtjes van de avond. – Mattias Goossens

Jay Som – Everybody works
Het is haast onmogelijk om Jay Som niet in adem met Japanese Breakfast te noemen. Net als J Brekkie  kwam Jay Som vorig jaar al eens vanachter haar slaapkamervenster piepen, maar duurde het tot dit jaar voor ze echt naar buiten kwam (samen op tournee dan nog wel Frisse pop met hier en daar een klassiekere gitaarrocker maken van ‘Everybody works’ een erg toegankelijk album dat je met elke dagdagelijkse bezigheid kunt combineren – we hebben het proefondervindelijk getest. Die eerste single ‘The bus song‘ blijft het ook nog steeds erg goed doen als achtergrondgeluid bij pendelperikelen. Onze huiskamers veroverde ze al, hopelijk doet ze dat deze zomer ook met een festivalweide in de buurt. – Mattias Goossens

Johnny Jewel – Windswept
Angelo Badalamenti stond er deze keer niet alleen voor toen hij de soundtrack mocht componeren voor de Twin Peaks-reboot. Producer/multi-instrumentalist Johnny Jewel werd namelijk ook door David Lynch benaderd voor een bijdrage. Hoewel ‘Windswept’ niet de officiële soundtrack van die vernieuwde cultserie is, kreeg Jewel duidelijk de smaak te pakken voor een full-album toen hij enkele songs voor de serie schreef. Op ‘Windswept’ doet JJ zijn analoge synths en drummachines versmelten met de typerende Twin Peaks-sfeermakers zoals saxofoon, marimba en western-gitaartjes. De geest van Badalamenti is overduidelijk present, maar Jewel weet er toch zijn eigen elektronische twist aan te geven. De mystieke, romantische instrumentals worden filmscore-gewijs aangevuld met enkele gezongen nummers van Desire en Chromatics (bands waarin Jewel eveneens de touwtjes in handen heeft) en maken van ‘Windswept’ de ideale laatavondplaat. Het eindeloze wachten op de nieuwe Chromatics-plaat ‘Dear Tommy’ wordt alvast wat draaglijker dankzij Jewel zijn ode aan Twin Peaks. – Martijn Bas

Julie Byrne – Not even happiness
Singer-songwriters die de wereld bestoken met hun stem en gitaar. Het is een soort die ze gratis bij de cornflakes zouden kunnen steken, of bij de Humo van volgende week kan zitten voor maar 5,95 euro extra. Sommigen doen een schijnbeweging in een richting die zich onderscheidt van de grote massa. Slechts weinigen zijn effectief interessant genoeg om je aandacht langer dan een half nummer vast te grijpen. Nog minder krijgen het voor mekaar om zich na een noot herkenbaar te maken. En enkel Julie Byrne slaagde er dit jaar in om dat te doen met een elegantie die het Koninklijk Ballet van Vlaanderen verweesd achterlaat. Haar kraakheldere kwetsbaarheid wordt beschermd door de diepe warmte van Byrnes stem. De ruimtes die gevuld worden met stilte weerkaatsen alles wat verteld wordt des te luider en zijn doeltreffender om je bloeddruk te verlagen dan wat je huisarts je voorschrijft. Deze innemende plaat is de volle 32 minuten van je aandacht waard. – Michelle Geerardyn

Lea Porcelain – Hymns to the night
Lea Porcelain is een duo uit Londen en Berlijn dat in juni zijn debuutalbum ‘Hymns to the night’ op de wereld losliet. De band weet bruggen te bouwen tussen new-wave, post-punk en modernere elektronische klanken. Op die manier slaagt de groep erin om niet enkel het fanatieke gothic- en wave-publiek te behagen, maar ook in de smaak te vallen bij de avontuurlijke muziekliefhebber. Sterke punten zijn de aangrijpende zang en de muziek die dansbaar en donker is. Ben je fan van groepen als The KVB, Pumarosa of Ulrika Spacek en had je Lea Porcelain nog niet op de radar? Stel dan even je vizier bij, en check hun muziek. De kans is groot dat je dit later nog vaak opnieuw zal doen. – Bart Somers

Majid Jordan – The space between
Als co-schrijvers van ‘Hold on, we’re going home’, zagen de gladde r&b-jongens van Majid Jordan hun carrière wel met een kickstart uit de blokken schieten. Na de release van de fijne ep ‘A place like this’ en een weinig gehypet debuutalbum keerden de Canadezen dit najaar terug met ‘The space between’, een van de leukste pop-albums van het jaar. De warme synths blijven op deze tweede plaat voor een herkenbaar en comfortabel geluid zorgen. Ze worden bovendien aangevuld door Daft Punk-grooves en Holy Other-achtige melancholie. Die combinatie werkt verrassend goed en toont zich met zowel subtiele bangers als emotionele slowjams een garantie op succes in verschillende stijlen. – Thomas Konings

Mathew Lee Cothran – Judas hung himself in America
De mannelijke helft van lofi-band Elvis Depressedly leverde met dit album zijn eigen ‘808s & heartbreak’ af. Naast de emotioneel geladen context van de plaat, getekend door Cothrans gevecht met alcoholisme en de dood van zijn grootvader, rechtvaardigen ook de nachtelijke aura en Mathews expressief gebruik van auto-tune (‘Wild Life’!) die parallel. Het project is een oprechte, delicate oefening waarin hij acht nummers lang voorzichtig de confrontatie opzoekt aan de hand van persoonlijke en maatschappelijke schetsen. Een notabel hoogtepunt waar Mathew die twee met elkaar verweeft is ‘Farrah Abraham’ – een prachtige ode aan de Britse tienermoeder die zich destijds zelf waagde aan een muzikale carrière met ‘My teenage dream ended’, wat een afdruk vormde van persoonlijke chaos in een op sensatie beluste maatschappij. ‘Judas hung himself in America’ is een schuchtere, maar relevante en vooral krachtige uiting van kwetsbaarheid. – Pascal Vandenberghe

Mhysa – fantasii
Onze favoriete big fish Vince Staples uit zich nogal laconiek over de term ‘afrofuturisme’. Tegelijkertijd omarmt kunstenares E. Jane het gretig in hun werk, niet in het minst in hun solo-exhibitie ‘Lavendra’, een digitale ode aan de aesthetics van r&b-diva’s uit de jaren 90 zoals Aaliyah, Brandy en Toni Braxton. Onder haar black queer femme alter ego Mhysa is Jane ook muzikaal actief. De ‘popster van de cyber-resistance’ bracht vorig jaar via NON Records de ep ‘Hivemind’ uit. Die volgde de artieste dit jaar op met het opus ‘fantasii’ via Halcyon Veil. Ook hier staat de zwarte diva ten tijde van de eeuwwisseling centraal. Op ‘fantasii’ wordt ijle r&b gecombineerd met flitsende clubmuziek (‘Strobe’), sensuele electronica-experimenten naar het voorbeeld van Klein, Laurel Halo en Inga Copeland (‘Spectrum’, ‘bb’) en etherische hymnes die de geest van Grouper oproepen (‘Glory be black’, ‘Special need’). ‘Fantasii’ is een woelige totaalbelevenis aan toekomstmuziek met een knipoog naar het verleden, a capella Beyoncé-lyrics en overstuurde Prince-covers incluis. – Pascal Vandenberghe

Sorority Noise – You’re not as _____ as you think
Deze schrijver krijgt doorgaans al hartkloppingen en kniepijn bij het zien van een paar loopschoenen, wat enkel voor Sorority Noise pleit dat ze mij toch konden overtuigen om die afgrijselijke albumcover te negeren. Deze plaat – zelf aan te vullen met adjectief naar keuze – zorgt vanaf de openingsriff van ‘No halo’ tot de lofi, aan Sebadoh en Pavement schatplichtige afsluiter ‘New room’ voor een ideale dosis betere emorock. Dat doet frontman Cameron Boucher bovendien bijzonder onverbloemd, met een eerlijkheid en directheid die we ook hoorden bij Julien Baker. De bewondering van Boucher voor Baker gaat verder dan covers: ‘Sprained ankle’ wordt geparafraseerd op het einde van single ‘A better sun’. Het gaat nog steeds niet super met hem, maar het gaat toch al beter. En dat is precies wat dit album is. – Mattias Goossens

Sote – Sacred horror in design
Achter een apocalyptische elektro-akoestische plaat met perzische instrumenten kan eigenlijk maar één man zitten: Sote. Al jarenlang schopt hij tegen de schenen van de westerse muziekconventies en op ‘Sacred horror in design’ mixt hij daarvoor geluiden uit zijn thuisland Iran met uitdagende electronica. Zijn tweede plaat op Opal Tapes laat een santoor en een sitar horen zoals je dat nooit verwacht had: brutaal en bedreigend, zonder de intrinsieke schoonheid van hun authentieke gebruik te verliezen. Daardoor is ‘Sacred horror in design’ een meesterwerk van tegenstellingen – westers en Perzisch, bloedmooi en gruwelijk, en folkloristisch en progressief tegelijk. – Thomas Konings

Wiki – No mountains in Manhattan
Wiki’s ‘No mountains in Manhattan’ bleef dan wel onder de radar, laat de Ratking-rapper nu net op zijn best zijn wanneer hij in de onderstroom van de muziekwereld kan opereren. Op zijn debuutalbum zet hij een heel New Yorks geluid neer, mede dankzij Alex Epton die de hoofdmoot van de producties voor zijn rekening neemt. Door die rode draad qua geluid, krijgen bekendere producers de vrije hand om uit hun comfortzone te treden. DJ Earl (uit de Teklife-stal) laat zijn footwork achterwege op ‘Litt 15’, Kaytranada tekent voor een hazy vibe met ‘Baby girl’ en Sporting Life springt eruit op ‘Chinatown swing’. Doordat het instrumentale vlak meer dan goed zit, heeft Wiki de ruimte om in zijn teksten de gritty omgeving van The Big Apple over te brengen, waardoor parallellen met de sfeer van Larry Clarks’ ‘Kids’ onvermijdelijk opduiken. – Daan Leber

Laatste artikels

Zandloper

Discovery

Wedstrijden

In de kijker

Meer Indiestyle

Tips

Autumn Falls 2017