Header image

34 albums die we onterecht over het hoofd zagen in de eerste helft van 2019

door Mattias Goossens

Eerlijk: wij snappen ook niet dat je over onderstaande albums nog geen recensie zag op deze site. We hebben dit jaar al 200 albums gewikt, gewogen en besproken zonder al het moois voor te schotelen. Bij deze: een grote inhaalbeweging met maar liefst vierendertig albums die zeker een luisterbeurt waard zijn en je mogelijks op het einde van het jaar in een van onze lijstjes ziet opduiken.

Alfa Mist – Structuralism

Alfa Mist begon een muzikale carrière met hoge hiphopambities. Deze wereld leidde hem via jazz-samples naar het met soul doorspekte jazzuniversum waar hij nu zeer degelijk in rondhangt. De uiterst verteerbare arrangementen zijn effectiever dan eender welke vorm van relaxatietherapie. Daarin wordt hij consequent bijgestaan met vocals van Jordan Rakei (‘Door’) en Kaya Thomas-Dyke (‘Falling’), waar hij eerder al mee samenwerkte. Precisiewerk binnen een minimalistische benadering van wat jazz vandaag kan zijn, levert een album op dat een plaats in je platenkast waard is. (Michelle)

Angelo De Augustine – Tomb

Californiër Angelo De Augustine was er dit jaar vroeg bij om één van de mooiste albums van de eindejaarslijstjes te pennen. Niet dat we iets anders hadden verwacht van iemand die uitzonderlijk een album mocht uitbrengen op Sufjan Stevens’ Asthmatic Kitty-label. ‘Tomb’ is zijn derde langspeler, en daarop etaleert hij zowel schijf- als levenservaring. In februari moest hij een show in Gent afzeggen door stemproblemen, maar hij beloofde terug te komen. Hou z’n kalender in de gaten. (Mattias)

Avey Tare – Cows on hourglass pond

De experimentele, in hipsterkringen op handen gedragen indiepopgroep Animal Collective heeft doorheen de jaren een indrukwekkende discografie uitgebouwd. De piekperiode van het viertal (Panda Bear, Avey Tare, Geologist en Deakin) mag dan al even achter de rug liggen; op tijd en stond schenken ze ons – al dan niet met elkaars hulp – weer een pareltje. Zo is ‘Cows on hourglass pond’ het zoveelste bewijs van het onmiskenbare talent van medeoprichter Avey Tare. De dromerige, haast vloeibare sound heeft net als voorganger Eucalyptus veel weg van het intussen vijftien jaar oude ‘Sung tongs’. Fans van Animal Collective kunnen hier niet omheen. (Pieter)

Barrie – Happy to be here (Mattias)

Schijnbaar onbezonnen indiepop met een donker randje is aan een opmars bezig, met Clairo en Girl In Red in poleposition. Ook Barrie mag in dat rijtje geplaatst worden, al gaat het hier om een groepsgebeuren met leden uit Noord- en Zuid-Amerika die elkaar onder meer leerden kennen via Tinder. Hedendaags. (Mattias)

Caterina Barbieri – Ecstatic computation

De Italiaanse Barbieri ontdekt eens te meer wat gecomputeriseerde synths kunnen doen in een vacuüm van tijd en ruimte. Het tien minuten durende openingsnummer ‘Fantas’ is waarschijnlijk het lichaam van deze tweede plaat, waarbij Barbieri met verve emotie en iets wat voelt als magie weet te steken in de analytische Autechre-klinkende soundscapes. Plaats dient dan ook meer dan ooit als instrument: gezien de hoeveelheid lagen en reverb bepaalde nummers bevatten, kan het gezien worden als een extensie van Barbieri’s instrumentenarsenaal – zie bijvoorbeeld ‘Pinacles of you’. Dit terwijl het prachtige minimalistische ‘Arrows of time’ van de hand van Kelly Moran had kunnen zijn. (Yannick)

DaBaby – Baby on baby

De boog moet niet altijd in de kast blijven staan, zo wist Philip Cracco ons al te vertellen tijdens ‘The sky is the limit’. Woorden die blijkbaar ook DaBaby bereikten in North Carolina. Veel diepgang is er niet te vinden op ‘Baby on baby’, ongeremd én onbeschaamd plezier des te meer. De traprap tiert welig en onder meer Offset en Rich Homie Quan komen de boel opleuken. De single ‘Suge’ schopte het zelfs tot in de top tien van de Billboard top 100. Kortom, de ideale niets-aan-het-handje rapplaat die geen enkele zichzelf respecterende criticus met lovende reviews zal overladen, maar toch verrekt lekker in het oor ligt. (Bert)

Dave – Psychodrama

Plots was hij daar, Dave. Een simpeler artiestennaam zul je dit jaar niet tegenkomen. Na enkele ep’s die buiten het Verenigd Koninkrijk amper een deuk in een pakje boter schopten, is het dit jaar wel raak met ‘Psychodrama’, misschien wel het beste wat grime dit jaar al te bieden had. Dompel je onder in Daves wondere wereld waarin hij zichzelf in de markt zet als een meesterverteller die thema’s als racisme, mentale problemen, stukgelopen relaties en huiselijk geweld niet schuwt. Aardedonker, dat wel, maar misschien daarom ook des te mooier. (Bert)

Deaf Center – Low distance

Deaf Center is helaas wat in de vergetelheid geraakt anno 2019. Het Noorse duo Erik Skodvin en Otto Totland bracht met ‘Pale ravine’ in 2005 hun magnum opus uit en dat geldt nog steeds als schoolvoorbeeld van hoe je klassieke muziek met elektronica versmelt. Op ‘Low distance’, Deaf Centers derde album, weerklinken opnieuw die ijzige pianotoetsen en kille elektronica van weleer. De ondergesneeuwde soundscapes maken komaf met eventuele stressvolle prikkels in je hoofd en vullen de leegte met een kalmerend Scandinavisch landschap. Noem het neo-klassiek, noem het ambient – het maakt eigenlijk niks uit. Wat er echt toe doet is dat Deaf Center hier weer een fijne collectie aan minimalistische fijnproeverij aflevert. Luister de plaat idealiter laat in de avond, en dan liefst nog met een goed glas wijn erbij. (Martijn)

Dis Fig – Purge

Felicia Chens debuut is een waar slagveld van een plaat geworden. Chens frêle stemvervormingen lijken er te vechten tegen de lompe, innemende duistere bassen waarmee het album is beladen. Van de noodkreten in ‘Unleash’ tot de naar ASMR lonkende titeltrack weet Chen haar stem op zo’n manier te gebruiken dat je niet anders kan dan empathie opbrengen voor de complete uitzichtloosheid die schuilt in haar tedere stem. Ze weet met brio een concept tot leven te brengen dat je de koude rillingen bezorgt, een beetje op dezelfde manier zoals Gazelle Twin vorig jaar een dystopische wereld creëerde op ‘Pastoral’. (Yannick)

Drahla – Useless coordinates

Het debuut van Drahla klokt af net onder de 30 minuten, maar meer heeft deze band uit Leeds niet nodig om ons van z’n kunnen te overtuigen. Het trio weet de invloeden van postpunk-grootheden als Wire en Sonic Youth helemaal naar z’n hand te zetten. Tel daar nog een aantal saxofoon-passages bij op en de New Yorkse no wave-scene lijkt weer eventjes te herleven. Luciel Brown is een charismatische frontvrouw die zowel met haar stembanden imponeert als met haar dissonante gitaarwerk, terwijl de ritmesectie het spannend houdt met onverwachte twists. ‘Useless coordinates’ mag wat ons betreft pronken op de lijst met beste debuutplaten van 2019. (Martijn)

Empath – Active listening: night on earth

Mag meteen mee in de straffe-debuten-lijst: ‘Active listening: night on earth’ van Empath uit Philadelphia. Met de nonchalance van Sonic Youth, de naïeve spelvreugde van Clinic en de nietsontziende onbesuisdheid van Perfect Pussy schotelt het viertal ons 27 minuten ongebreidelde noise pop voor. Met gitaar in de aanslag schreeuwt zangeres Catherine Elicson haar troepen voorwaarts, met verschroeiende taferelen tot gevolg. Ondanks het helse tempo en lawaai horen we enkel joie de vivre in haar geanimeerde stem – mee opgekrikt dankzij de vitaliteit uitstralende synthesizer en keyboard. Af en toe mag de voet even van het gaspedaal, zoals in ‘IV’ – een drie minuten durende ambient-droom die perfect z’n werk doet als opstapje voor ‘Decor’. (Pieter)

Erika de Casier – Essentials

‘Essentials’ zou een perfecte titel voor een ‘greatest hits’-album zijn na een carrière van 15 jaar. Erika de Casier geeft hem meteen aan haar debuutplaat. En verdorie, het houdt nog steek ook. Een zekere pretentie die achter die titel schuilt, maakt in de songs zelf plaats voor intimiteit, oprechtheid, warmte en niet in het minst een gezonde adoratie voor de betere r&b van de jaren 90. De echos van TLC, Brandy en Sade verweeft de Deense met enerzijds een Tirzah-eske breekbaarheid en anderzijds een speels karakter die je bij de landgenoten van Smerz kan vinden. Die frisse invloeden verheffen ‘Essentials’ tot veel meer dan een throwbackplaat. Los daarvan staat het ook bol van verslavende oorwurmen, zoals het fluweelzachte ‘The flow’, de warme dramatiek van ‘What u wanna do’, of de onweerstaanbare g-funk van ‘Do my thing’. (Pascal)

Ex Hex – It’s real

Uit de gitaren van Ex Hex komen arenabrede regenbogen. Lees: aanstekelijke gitaarsolo’s en lieve harmonieën. De albums – ‘It’s real’ is het tweede – van het Amerikaans trio werken als een defibrillator op het rock-and-roll-lijf, waarbij vlaagjes garage en punk loskomen. Ex Hex zorgt ervoor dat de Amerikaanse hoofdstad weer spannend wordt als proeftuin voor scheurende riffs (ja, Priests huisvest zich daar ook ergens in het noordwesten). Laat geluidsgolven schitteren en glinsteren met ‘Rainbow Shiner’ en ‘Cosmic Cave’. (Eva)

Helado Negro – This is how you smile

Met ‘This is how you smile’ heeft Roberto Carlos Lange een echt juweeltje op de wereld losgelaten, dat uitblinkt in al z’n bescheidenheid. Al tien jaar werkt de Amerikaan – een kind van Ecuadoraanse immigranten – onder de noemer Helado Negro gestaag aan z’n muziekcarrière. Met dit achtste album lijkt hij eindelijk wat meer onder de aandacht te komen. En terecht. De afwisselend Spaans- en Engelstalige nummers zijn steeds breekbaar zonder daarom flauw te worden. Intieme, licht psychedelische indiefolk om roerloos mee naast het zwembad te liggen, of om je aan op te warmen tijdens koude wintermaanden. (Pieter)

Indian Askin – Another round

Een Amsterdamse rockband die zijn Franse vocabularium etaleert op ironische en opzwepende manieren? Dat bestaat. Zo klinkt ‘I know how to party’ als een festivalfeestje in een donkere tent op een zonnige namiddag. ‘I feel something’ huppelt verder in je gedachten met flarden dreampop. ‘For you’ en ‘Keep it to myself’ doen je met melancholie hunkeren naar rock van de jaren 70 en 80, maar blijft fris en fruitig in de mond. Er mocht iets minder gepraat worden op ‘Another round’, maar dat vergeven we deze gekke Noorderburen. (Eva)

Infinite Bisous – Period

Producer Rory McCarthy speelt ongeveer 3869 instrumenten en is oprichter van het label Tasty Morsels. Als hij niet met z’n soloproject Infinite Bisous bezig is, verleent hij z’n talent al eens aan Connan Mockasin, Mac DeMarco, Beck en Charlotte Gainsbourg. De grootste sterkte van ‘Period’ is het vermogen om elke mogelijke vorm van context weg te slaan. Of je nu op de fiets zit, een lege zondagochtend opvult in je living of op café naar een voetbalwedstrijd kijkt: wanneer je McCarthy zijn getormenteerde gitaar laat binnen waggelen, is er nog weinig plaats voor iets anders in de ruimte. En met dat vermogen leunt het heel hard aan bij ‘Jassbusters’ van Connan Mockasin. (Michelle)

Jay Mitta – Tatizo pesa

In de Oegandese hoofdstad Kampala is Nyege Nyege Tapes opgestaan. Het label specialiseert zich in Singeli: een genre dat getypeerd wordt door razend snelle percussie en gemoedelijke elektronische melodieën, vaak in combinatie met Afrikaanse raps. Een goede kennismaking met het genre is Jay Mitta’s album ‘Tatizo pesa’ dat eerder dit jaar op het label verscheen. Ondanks de hyperkinetische ritmes is de muziek best toegankelijk en dansbaar. Meer nog, de beats van Jay Mitta behoren ongetwijfeld tot het aanstekelijkste dat we dit jaar te horen kregen. Vooral het titelnummer, met raps van de 14-jarige Dogo Janja, is een uitschieter. (Tobias)

Laura Misch – Lonely city

Producer en saxofoniste Laura Misch leverde in 2017 met ‘Playground’ nog een plaat af waar haar saxofoon centraal stond. Dit jaar maakt ze plaats voor een sound die de jazzgebieden verlaat en meer neigt naar oorden in de ambientsfeer. Enkel in ‘Walk alone to hear thoughts of your own’ is er nog een prominente plaats voor saxofoon. Bijeenkomsten van de Misch-familie – ja, ze is de zus van Tom – veroorzaakten eerder het nummer ‘Follow’. Dat dit nummer op een ep stond waar Loyle Carner een feature had, verraadt meteen ook de moodsetting van de muziek die Laura Misch maakt. Het enige jammere is dat het wondermooie ‘I adore’ hier geen plaatsje gekregen heeft. (Michelle)

Liyv – Apoptosis

Na de eigenlijk vrij alledaagse pastelpop waarmee ze debuteerde, ging Liyv met ‘I still dance on my own’ en ‘Bend the rules’ voor een spannender popgeluid. Wat we niet zagen aankomen was dat de Amerikaanse zich op haar debuut in een sprookjesbos zou gaan vestigen. Het bos van ‘Apoptosis’ is met zijn 26 liedjes in 55 minuten dichtbegroeid, maar kent een kleurrijke diversiteit met genoeg onderlinge kruisbestuiving die de samenhang van de plaat intact houdt. Haar vederlichte etherische zang vult de artieste aan met bezwerende feeërieke koorzangen (‘godhunger’) en spaarzame electronica. Zoals het albums van dit kaliber bijna altijd vergaat, is ‘Apoptosis’ op sommige plaatsen ook overwoekerd met overbodige interludes en tracks die net iets te weinig op het lijf hebben. Daartegenover staat dan echter weer de bedwelmende extase die een ‘human000’, ‘poppywreath’ of ‘Pink twisted lungs’ met zich meebrengen, en dan weet je weer dat je naar iets bijzonders aan het luisteren bent. (Pascal)

Malibu Ken – Malibu Ken

Malibu Ken ken je misschien nog niet, alhoewel het goed zou kunnen dat helften Aesop Rock of Tobacco je wel iets zeggen. De eerstgenoemde bleek na uitvoerige wetenschappelijke testen de rapper met het meest uitgebreide vocabularium, de tweede maakt geflipte psychedelische elektronica die doet denken aan vijfhonderd gameboys die elk hun geluidskaart de prak in willen rijden. Op Malibu Ken vindt Aesop zijn vuur terug, hij bespreekt de paddenstoelen die in zijn ranzige auto groeien, een schimmige junkmoord of hoe hij altijd met het foute been uit het bed stapt. Het is een fantastisch lyrische trip langs het ranzige, gestut met wankele 8-bit grooves en haperende soundscapes. (Zeno)

Megan Thee Stallion – Fever

Houston, we do not have a problem. Want met ‘Fever’ levert de Texaanse rapster Megan Thee Stallion een debuut af om u tegen te zeggen. Samen met Asian Da Brat (voorheen Asian Doll) staat de rapster aan het voorfront eens we het over een nieuwe generatie vrouwelijke rapsters hebben. Cardi B mag dan wel het pad geëffend hebben, in de achtergrond stoomt deze Megan Thee Stallion door richting wereldfaam. Een onweerstaanbare flow wordt hier op ‘Fever’ gecombineerd met teksten die een rapster laten zien die haar seksualiteit resoluut in eigen handen neemt. Nieuw mag het dan misschien niet echt zijn, verslavend is het des te meer. Houston mag trots zijn op zijn zoveelste sterke vrouw, is het niet, Beyoncé en Solange? (Bert)

Mess – Learning how to talk

Het debuut van het Amerikaanse Mess is een emotionele papercut: onopvallend, maar verbazingwekkend hardnekkig. Zangeres Allison Gliesman zorgt voor de nodige pathos en door de meeslepende ondersteunende gitaren leverde dat al vergelijkingen op met Daughter en Now, Now. Slechts acht nummers en zesentwintig minuten duurt ‘Learning how to talk’, maar het laat je desondanks sprakeloos achter. (Mattias)

Mitxelena – Bitter maar zoet

Terwijl Zwangere Guy en Romeo Elvis zich in 2019 lijken te kronen tot de Belgische koningen van de rap, beweegt er ondertussen ook iets in Antwerpen. Mitxelena betovert met introspectieve blikken, kleine verhalen, rijmende klanken en poëtische zinnen. Hij balanceert hier schijnbaar probleemloos op een koord tussen slam poetry en funky hiphop. Een fijne eerste kennismaking waarmee we iets dichter bij het randje van de zon komen. (Eva)   

Nathan Micay – Blue spring

Net zoals op Micays debuut ‘Capsule’s pride’ wanen we ons weer in een sci-fi droomwereld waar Japanse anime de inspiratiebron is. ‘Blue spring’ is echter geen verlengstuk van het ‘Akira’-geïnspireerde debuut van de Canadees, maar een parallelle verhaallijn in dezelfde wereld. Bij de lp werd er ook een comic uitgebracht die het album visualiseert. We volgen een jonge rebelse data miner die een rave bezoekt met vrienden ergens in een bos. Op helse dreunen van jungle, breakbeat, techno en trance beleeft ze er de tijd van haar leven. ‘The party we could have’ spreekt daarbij waarschijnlijk nog het meest voor zich in de context van het verhaal, hoewel de fleurige panfluiten en cartooneske vocals bijna voor een filmisch effect zorgen in de door Micay gecreëerde anime-wereld. (Yannick)

New Sylveon – Moth avenue

New Sylveon klinkt als het liefdeskind van Bladee en SOPHIE dat ergens in Rusland een crackverslaving opgelopen heeft. Op ‘Moth avenue’ stuiteren de wilde beats werkelijk alle kanten op, terwijl de extreem geautotunede raps een pathetische laag aan het geheel toevoegen. Op sommige momenten worden de hihopelementen dan weer achterwege gelaten en begeeft de muziek zich volledig in het deconstructed club-terrein, zoals in de eerste helft van het gestoorde ‘d i e d i y d i e’. Dit is geen plaat om even rustig op de achtergrond op te zetten, maar als je in een energieke bui bent zie je tijdens het luisteren je hele leven in neonkleuren voorbijflitsen. (Tobias)

Nubi – Episode 1

Telkens wanneer je denkt dat je het laatste van de SMIB-crew wel hebt gezien, blijft het collectief verrassen. Deze keer is het de beurt aan de jonge producer NUBI, die compleet tegenovergesteld aan de verwachtingen geen hiphop, maar een “techmo”-album uitbracht. “Techmo” is uiteraard Smibaneser-slang voor techno, maar NUBI opteert niet voor een klassieke aanpak. In slechts zeven nummers schotelt hij een hazy klankenpalet voor, met een sterke focus op dubtechno. De 4/4 blijft niet achterwege, maar eist tegelijk niet echt het voorplan op. De ideale plaat voor een lang uitgesponnen after dus. (Daan)

Psychedelic Porn Crumpets – And now for the whatchamacallit

Als je haar even lang is als je bandnaam en je uit Australië komt, dan beland je tegenwoordig zonder al te veel moeite op de radar van gitaarliefhebbers over de hele wereld. Het derde koekje van Psychedelic Porn Crumpets is extra krokant, en we zagen op de jongste editie van Best Kept Secret dat ze hun riffs ook op een podium met veel plezier en nonchalance afvuren. Herkansing op Absolutely Free Festival in augustus. (Mattias)

Quelle Chris – Guns

Met de derde voltreffer in evenveel jaar tijd kunnen hip hop-fans nog moeilijk om Quelle Chris heen. Na ‘Everything’s fine’, de zowel hilarische als deprimerende samenwerking met (ondertussen z’n halve trouwboek) Jean Grae, geeft Chris ook op ‘Guns’ z’n thuisland de volle laag. Hij voelt zich duidelijk goed in z’n vel als maatschappijkritische lolbroek en richt z’n pijlen ditmaal voornamelijk op de wapenindustrie. Qua productie werd er best wat progressie gemaakt – of heeft hij al op een hardere beat dan ‘Obamacare’ mogen rappen? Andere hoogtepunten zijn ‘Straight shot’, ‘Guns’ en ‘Box of wheaties’. (Pieter)

Rozi Plain – What a boost (Mattias)

Rozi Plain wordt nog steeds in één adem genoemd met This Is The Kit, waar ze de bas omgordt. Nochtans zit ze ondertussen al aan haar vijfde soloplaat waarop ze haar eigen draai geeft aan doordeweekse folk- en singersongwriter-balladerij. Lang uitgesponnen, vaak dromerige passages maken van ‘What a boost’ een album waarmee je graag een tas koffie of thee drinkt, zonder dat een stilte ooit pijnlijk of ongemakkelijk aanvoelt. (Mattias)

Slowthai – Nothing great about Britain

Groot-Brittannië lijkt sinds 2016 wel in de ban van het hele Brexit-fiasco, met Theresa May in een hoofdrol die telkens van het kastje naar de muur werd gestuurd. Een week nadat Slowthai deze plaat had uitgebracht, gaf May haar ontslag – alsof hij het laatste loodje was. Slowthai is net als Zwangere Guy hier bij ons een man of the people en maakt dat zwemmend doorheen de met The Streets- en Dizzie Rascal-geïnspireerde grime en garage house-beats snedig en zwaarmoedig duidelijk. Hij heeft genoeg van de elite en het establishment maar laat ook een teder, introspectief kantje zien in het slotnummer waar hij zijn jeugd beschrijft. Kwes Darko zorgt als producer voor het overgrote deel van de naargeestigheid terwijl Mura Masa verantwoordelijk is voor de gure punk in ‘Doorman’. (Yannick)

Special Request – Vortex

Special Request is het vehikel van Paul Woolford om zijn rave-invloeden de vrije loop te laten. Op ‘Vortex’ roept de veteraan in de scene meteen (fantoom)nostalgie op naar een weiland ergens in het Verenigd Koninkrijk in de vroege jaren ‘90. In negen nummers doorkruist Special Request het hele hardcore continuum, toen het grote onderscheid tussen techno, idm, gabber en trance nog niet bestond. Uiteraard zijn met zo’n insteek de breakbeats prominent aanwezig. Die worden in tracks als ‘Vortex 150’ of ‘SP4NN3R3D’  gekoppeld aan nijdig enerverend gezoem, zoals ook te horen is op Mark Fell en Gabor Lazars ‘The neurobiology of moral decision making’. Maar ook minder “pretentieuze” geluiden zijn te horen op ‘Vortex’: ‘Fett’ steunt op een combinatie van breakbeats en gabber, in ‘Fahrenheit 451’ zuigt de trancesound alle aandacht naar zich toe en de jungle in ‘Arkdere dolphin’ krijgt tegengewicht van een gelukzalige synth. ‘Vortex’ is een onbeschaamd rave-album, gemaakt voor de “melting faces” in de nacht. (Daan)

Various Artists – Cache 01

Op ‘Cache 01’ brengt het Shanghaise label SVBKVLT vijftien artiesten samen, die voor het overgrote deel in de Aziatische clubscene opereren. Het is niet mogelijk om de dertien verschillende nummers hier in de beperkte ruimte te bespreken, maar een rode draad is wel duidelijk aanwezig op deze compilatie. De focus ligt namelijk op (industriële) percussie, gecombineerd met overweldigende elektronica. Iedere artiest geeft wel op zijn of haar eigen manier een personal touch aan die stijl. Zo tekent Hyph11e voor rafelige breakbeats in een schrikwekkend donkere atmosfeer, presenteert Tzusing opzwepende drumpatronen met een sputterend gegrom aan de basis, en gaat Mun Sing (de helft van Giant Swan) voor een larger than life-aanpak. Eén van de beste tracks komt van het Indonesische duo Gabber Modus Operandi. Zij tillen hun, hoe kan het ook anders, gabberbeats naar een nog hoger niveau door het gebruik van Aziatische trommels en andere Indonesische geluiden. ‘Cache 01’ valt vooral op door de manier waarop de verzameling van artiesten bijna van een wit blad vertrokken zijn, en op hun geheel eigen wijze de spannendste clubmuziek van het moment gemaakt hebben. (Daan)

Wand – Laughing matter

Toen de Botanique een paar jaar geleden een ‘Ty Segall Family Pass’ lanceerde voor verschillende optredens die gelinkt waren aan de Californische gitaarheld, ontdekten wij Wand met het loodzware ‘Golem’. Sindsdien zijn enkele leden van de groep als begeleidingsband van Ty mee de wereld rondgetrokken en hebben ze duidelijk naar heel wat verschillende psychedelische subgenres geluisterd. Na het slappe ‘Plum’ in 2017 was de ep ‘Perfume’ vorig jaar al een terugkeer naar een goede vorm, en met ‘Laughing matter’ doen ze critici definitief het lachen vergaan. Ondanks de variatie vormt de plaat een coherent geheel, waar amper dipjes op aan te merken zijn. (Mattias)

Wy – Softie

Qua productiviteit kan je op de liefdesrelatie tussen Michel Gustafsson and Ebba Ågren weinig aanmerken. Het koppel speelde al langer samen muziek, bracht in 2016 een debuut-ep uit en heeft nu een tweede album vol slepende shoegaze in twee jaar tijd klaar. Daarop mag alles wat harder, grootser en meeslepender klinken, al komen de Zweden nooit bombastisch over. (Mattias)