Header image

Indie2020: de 100 beste albums van de afgelopen 20 jaar: 20-1

door Mattias Goossens

Bij de start van een nieuw decennium hoort ook een terugblik op wat al geweest is. Daarom blikken we met Indiestyle het hele jaar terug op de eerste twintig jaar van de 21ste eeuw onder de noemer ‘Indie2020’. Daar horen ook lijstjes bij, en deze week blikken we terug op onze favoriete albums van de afgelopen twintig jaar. Het was geen eenvoudige taak om slechts honderd albums te selecteren, maar na heel wat stemwerk is dit het resultaat. Je vindt hier vast persoonlijke favoriete terug, maar hopelijk ook aanraders die je dringend moet ontdekken. Vandaag het tweede deel, van 80 tot 61.

Deel 1: van 100 tot 81
Deel 2: van 80 tot 61
Deel 3: van 60 tot 41
Deel 4: van 40 tot 21

20. Arcade Fire – The suburbs (2010)

Wedden dat wij na ‘Everything now’ minstens even nostalgisch zijn naar ‘The suburbs’ als Win Butler op dat derde album nostalgisch is naar zijn jeugd in de Amerikaanse randstad? De scharnierplaat in de carrière van Arcade Fire verhaalt over de scharnierperiode in het leven van iedereen die opgroeide aan de rand van de bewoonde wereld. Het album barst van de tijdloze nostalgie naar schijnbaar eenvoudigere tijden vol brieven schrijven (‘We used to wait’) of verveling (‘Wasted hours’) – wie kent dat tegenwoordig nog? 

De verhalende, grotendeels autobiografische teksten van Butler doen denken aan Bruce Springsteen, met verhalen over verloren gegane vriendschappen en de onstilbare honger van een uitbreidende grootstad. ‘Ready to start’ en ‘Month of May’ maken stilzitten onmogelijk, terwijl Régine Chassagne je meeneemt op de dansvloer tijdens ‘Sprawl II’. ‘Suburban war’ en ‘Deep blue’ staren dan weer mijmerend door het raam vanop de achterbank. Om nog te zwijgen over het titelnummer dat elke keer weer voor kriebels zorgt.

‘The suburbs’ is, meer nog dan een bijna perfect album, een universeel gevoel dat onze diep persoonlijke jeugdherinneringen met elkaar verbindt. Tien jaar later zouden we bijna vergeten dat nostalgie niet enkel misbruikt kan worden, maar dat het ook krachtige luisterervaringen kan opleveren. (Mattias)

19. Kanye West – My beautiful dark twisted fantasy (2010)

Er is geen samenvatting van dit millennium zonder de man you love to hate. Magnum opus ‘My beautiful dark twisted fantasy’ is dan ook ongetwijfeld één van de beste albums van de ’10s als je de lijstjes van andere media mag geloven en voor velen het beste Kanye album. De rapper-producer had het nochtans in 2009 zo bont gemaakt met onder andere de iconische VMA-speechonderbreking dat hij zijn tour onderbrak en op ‘ballingschap’ vertrok naar Hawaï. 

Met heel de Verenigde Staten in het harnas gejaagd, begon Ye er zijn meditation on fame en huurde studio’s voor dagen aan stuk af om zijn hele garde van producers en songschrijvers samen te kunnen brengen. Het resultaat moest en zou immers de wereld opnieuw overtuigen van zijn kunnen. En kijk, dat deed het ook gewoon. ‘Monster’, ‘Power’, ‘Gorgeous’, ‘Runaway’, ‘Lost in the world’, ‘So appalled’, ‘Devil in a new dress’, ‘Blame game’ zijn stuk voor stuk hits en iconische nummers waar op weinig of niks op aan te merken is. Zijn sommige bars te bombastisch en bij tijden melig? Wellicht. Heeft hij gewoon Aphex Twin gesampled zonder ook maar iets van toestemming te vragen? Ja. Maar is ‘My beautiful dark twisted fantasy’ niet gewoon de beste introspectieve fuck you naar de wereld ooit? Ook ja. (Anton)

18. Sigur Rós – Agaetis byrjun (2000)

Er zijn weinig bands die een bepaalde plek zo kunnen visualiseren als Jonsi en co dat al jaren doen met IJsland. Hun thuisland maakte in 1999 al kennis met de band, de rest van de wereld volgde een jaar later. De uitgestrekte landschappen, eindeloos ondergesneeuwde panorama’s met hier en daar een bergketen of striemende watervallen doen dan ook tot de verbeelding spreken op het vertrekpunt om post-rock te leren kennen en appreciëren. En zelfs binnen het kader van het genre, is er geen enkele band die ook maar een beetje te vergelijken is met de manier hoe de IJslanders muziek benaderen.

Keilende gitaren (‘Svefn-g-englar’) die de kracht en enormiteit van de woeste en chaotische landschappen representeren zijn zowat overal te vinden. Waar de plaat echter in uitblinkt en op een bijzonder mooie manier wordt voorgesteld is naast die bijna fysiek voelbare zwaarte je te laten wegdromen. De band combineert hiervoor prachtige ambient-soundscapes, strijkers (‘Starálfur’ of ‘Hjartað hamast’), blazers (‘Olsen olsen’) die de plaat niet alleen adem evenwel volume lijken te geven. Bovendien is de ongenaakbare falsetto van Jonsi in contrast met die prachtige instrumentatie dan wel dijkbrekende gitaren (‘Ný batterí’) een aspect dat de band zo uniek maakt. (Yannick)

17. Alt-J – An awesome wave (2012)

Het debuut van Alt-J blijft nog steeds de meest innoverende en iconische plaat van het Britse viertal. ‘An awesome wave’ brengt verschillende elementen uit de meest diverse genres samen en is niet in een hokje te plaatsen. Met een vage poging kan je hem beschrijven als ‘alternatief’ of ‘experimenteel’. Zo horen we onder andere singer-songwriterstukken, triphopdrums, folk samenzang en breakbeats stammende uit drum-’n’-base.

‘Intro’ is misschien wel de beste intro van het afgelopen decennium, en wat er daarna gebeurt is een continu en samenhangend verhaal: mysterieuze sferen met de interludes, straffe doorslaande nummers zoals ‘Fitzpleasure of ‘Tessellate’’, gevoelige achtergrondballades als ‘Matilda’ en optimistische uptempo’s zoals ‘Breezeblocks’ of ‘Dissolve me’. Een onmiskenbare factor doorheen dat alles is de uitermate veelzijdigheid van Joe Newman’s stemgeluid. Benepen en hoog, laag en warm verkent hij alle uithoeken en verlegt de grenzen van eender welk genre dat de band aandoet. (Gertie)

16. Arca – Arca (2017)

De invloed van Arca op het algemene muziek-ecosysteem is niet te onderschatten. Dankzij haar ‘Stretch 1’ en ‘Stretch 2’ ep’s sprong ze in het oog van Kanye West, die haar vervolgens een grote rol toebedeelde in het maakproces van zijn ‘Yeezus’. De samenwerking met Fka Twigs katapulteerde die laatste dan weer richting “underground”-sterrendom. Maar het was vooral met haar eigen werk dat Arca hoge ogen gooide. ‘Xen’ en ‘Mutant’ veranderenden radicaal de avant-garde.

Hoe meer de producer zelfvertrouwen kweekte, hoe uitgesprokener ze werd. Niet enkel op sociale media, of tijdens bijvoorbeeld een dj-set op Dekmantel, maar ook in haar muziek. Op ‘Arca’ is voor het eerst eigen zang prominent aanwezig. De weerhaken van weleer zijn niet volledig verdwenen, maar het self-titled album verruimt het hele klankenpalet. De combinatie van ‘Whip’ en ‘Desafio’ geven Arca 2.0 het best weer. Na een resem zweepslagen, gaat de muziek over in een dreigende en seksueel geladen ballade, die automatisch een heel schare aan emoties oproept. ‘Arca’ voelt als het culminatiepunt van een langzame, onconditionele zoektocht, die uitmondt in een triomf. (Daan)

15. Tame Impala – Currents (2015)

“Tame Impala’s Kevin Parker reveals listening to the Bee Gees while on drugs inspired his new album”, kopte NME net geen vijf jaar geleden, net na de release van ‘Currents’. Het Britse blad kent dan tegenwoordig wel een en ander van clickbaits, je hoeft geen minuten te wachten vooraleer Tame Imapala’s derde plaat het effectief illustreert: exit indierock, enter discopop, inclusief glimmend vette knipoog naar de eighties. Consequent bleef Parker wél met z’n typerende psychedelica-laagjes, al raapt hij die in songs als ‘The moment’ en ‘Eventually’ vooral via een extra batterij synths bij elkaar.

De dansbaarheidsfactor van de band verdubbelde nog en joeg tegelijk hun hitpotentieel verder hoogte in, maar compromissen maakten de Australiërs allesbehalve: waar topschijf – en eerst geloste single! – ‘Let it happen’ de zeven minuten overschrijdt, houden ze de in se saaiere songs als ‘Yes I’m changing’ of ‘Past life’ spannend door te flirten met kitscherige melodische franjes. Reken daarbij nog de gewaagd weirde, bijna-geen-nummer opvulsels als ‘Nangs’, ‘Gossip’ of ‘Disciples’, en je beseft dat ‘Currents’ ‘The less I know the better’ misschien niet eens nodig had om een klassieker te worden. (Gilles)

14. The Strokes – Is this it (2001)

Het ruime begin van de jaren 2000 werd gekenmerkt door een tsunami aan platen die nadrukkelijk knipoogden naar het betere gitaarwerk uit de jaren 80. De term postpunkrevival was al snel geboren. De invloed van het debuut van The Strokes kan daarbij niet onderschat worden: zonder ‘Is this it’ was er misschien geen Arctic Monkeys. De release was nochtans gepaard gegaan met enkele obstakels: Amerika schrapte ‘New York city cops’ van de plaat om elke mogelijke controverse betreffende de 9/11-aanslagen tegen te gaan en de Amerikaanse conservatieve cultuur deed de band z’n oorspronkelijke albumhoes veranderen wegens te onthullend.

Desondanks vond ‘Is this it’ gemakkelijk zijn weg naar het grote publiek.  Probeer tot op vandaag maar eens een ouderwetse gitaarfuif te bezoeken zonder meerdere nummers van deze plaat te horen passeren. Terecht overigens: ‘Is this it’ bevat de ene na de andere klassieker, gedragen door de moeiteloze swagger van Julian Casablancas. (Lowie)

13. Sufjan Stevens – Carrie & Lowell (2015) 

In 2012 stierf Sufjan Stevens’ moeder, Carrie. Ze verliet jaren eerder de piepjonge Sufjan en stiefvader Lowell en vluchtte in alcohol en drugs om nooit meer terug te keren. Zo vervreemdde zoon en moeder van elkaar en dus was hij verbaasd dat haar dood hem zo aangreep. De intussen bijna 40-jarige Amerikaan verwerkte zijn verdriet met een joekel van een prachtplaat en leverde in 2015 met ‘Carrie & Lowell’ een aangrijpend album af dat evenveel uitblinkt in rauwheid als in schoonheid. 

Zelden was Sufjan tekstueel zo direct en muzikaal zo intiem. “The only thing that keeps me from cutting my arm / Cross hatch, warm bath, Holiday Inn after dark’’, klinkt het in ‘The only thing’, dat op 2’37’’ ontzettend mooi open bloeit. Of neem nu de hartverscheurende ‘ooehs’ in ‘No shade in the shadow of the cross’ of het intens droevige ‘Fourth of july’ dat zo diep kerft dat recuperatie achteraf een must is. Sufjan vecht met zijn eigen verdriet en vindt de weg eruit niet, maar duffelt de directe en pijnlijke teksten warm in sobere, maar soms ook uitwaaierende gitaararrangementen. Dat zorgt ervoor dat ‘Carrie & Lowell’ een album is om in het donker mee te gaan wandelen en heel dichtbij te houden als het wat minder goed gaat. Authentieke bleitplaat pur sang. (Quinten)

12. Slowdive – Slowdive (2017)

Een geslaagde comeback maken, is niet eenvoudig, zeker niet als de verwachtingen onwaarschijnlijk hooggespannen zijn. Slowdive slaagde er echter met verve in. In die mate zelfs dat niet enkel de oude fans de band onmiddellijk opnieuw aan het hart drukten, maar ook een volledig nieuwe generatie muziekliefhebbers blind de weg naar de legendarische shoegazers vond.

Door de draad min of meer op te pakken waar het Slowdive-verhaal in de jaren 90 stopte,vermeed de groep de valkuil om te ambitieus een modern geluid na te streven. Als je na twee decennia weet te overtuigen met iets dat je initiële geluid benadert, klink je tijdloos, en dat is wat het eponieme album ‘Slowdive’ zo sterk maakt. De kwaliteit is intact gebleven, net als de originaliteit. Van gekloon of doorslagjes is er nergens sprake. Nummers als ‘Star roving’ of ‘Don’t know why’ zouden perfect gepast hebben op ‘Souvlaki’ uit 1993, zonder verdacht veel te lijken op gelijk welke song die daadwerkelijk op dat legendarische album staat.

Slowdive anno 2017 en verder is een verzameling veertigers die klinken als jonge twintigers. Wie daarin slaagt, bezit niet alleen de eeuwige jeugd, maar ook het geheime recept om een plaat voor de muziekgeschiedenis te maken. (Bart)

11. Godspeed You! Black Emperor – Lift your skinny fists like antennas to heaven (2000)

Anderhalf uur en vier nummers, meer dan dat heeft ‘Lift your skinny fists like antennas to heaven’ niet nodig om de luisteraar in extase te brengen. Met geniale composities gaande van gesampelde gesprekken die vaak leiden tot politiek getinte boodschappen en satire, over uitgesponnen drones, tot epische losbarstingen met strijkers leunen ze van alle alternatieve bands misschien wel het meest aan bij klassieke muziek. Elk van de vier nummers wordt daarbij nog eens opgedeeld in verschillende ‘movements’ zoals dat bij een concerto met symfonisch orkest ook altijd het geval is. 

Evenzeer belangrijk bij de muziek van de Canadezen is het spelen met dynamiek. De eerste movement van ‘Storm’ die de plaat opent, brengt namelijk een grote crescendo van een dikke zes minuten. Daarna bouwt de instrumentatie weer af om te bezinnen. Wat volgt in de tweede movement is van ongehoorde pracht; tijdens ‘Gathering storm/Il pleut à mourir [+clatters like worry]’ krijg je een staaltje instrumentale muziek waarvan de haren recht omhoog kruipen. Tot op de dag van vandaag blijft dit een ongeëvenaarde plaat in zijn soort. De kans is groot dat daar niet snel verandering in komt. (Jens)

10. Arctic Monkeys – Whatever people say I am, that’s what I’m not (2006)

Begin 2006 verschoof het epicentrum van de Britse muziekwereld naar ‘the North’. Een stelletje snotjongens met gitaren en drums uit Sheffield stootte eerst Sugababes van de hitlijsttroon. Daarna brachten ze het snelst verkopende debuutalbum uit de Britse geschiedenis, ‘Whatever people say I am, that’s what I’m not’, uit. Arctic Monkeys, voortgestuwd door een golf van online aandacht, werd meteen een NME-darling en uitgeroepen tot redders van de Britse rockmuziek. “Don’t believe the hype,” riep zanger Alex Turner de commotiemakers met een kwinkslag toe, waarna hij op zijn gitaar ramde. 

Die attitude en stijl waren tekenend voor het album, één vol geestige en energieke nummers over het nachtleven in Sheffield en herkenbare tienerangsten en -liefde. Louche pooiers, nukkige liefjes en verveelde politiemannen: niemand wordt gespaard. Al hoor je in het album verschillende grote namen uit de Britse rockgeschiedenis, zoals Oasis, het heeft toch een eigen smoel – met spitsvondige observational lyrics, aanstekelijke gitaarriffs en stevig drumwerk als voornaamste karaktertrekken. 

Deze succesformule werd niet uitgemolken, maar de plaat was wel een springplank voor een rockcarrière vol verrassingen. Daarom raakt het debuut van Arctic Monkeys nu bij vele millennials een nostalgische snaar. Tegelijkertijd klinkt het nog altijd even fris en opwindend als veertien jaar geleden. (Eva S)

9. Bon Iver – For Emma, forever ago (2007)

Stilte. Plots: gestommel, iemand die opstaat van zijn kruk en zijn akoestische gitaar. Aldus klinkt het einde van ‘For Emma, forever ago’. Die gitaar, wisten we toen veel, zou Justin Vernon eigenlijk nooit meer vastnemen: met de jaren sloop er meer elektronica in zijn werk, en durfde hij zich in samenwerkingen al eens bedienen van blitse popmelodieën. 

Dertien jaar geleden echter dealde Vernon nog gewoon in kale snaren en aardetinten. Het was de winter van 2007, en na een relatiebreuk trok de Amerikaan zich, op gevaar van nog meer splinters in zijn lijf toe te laten, terug in een blokhut in Wisconsin. Hij ontwrong er aan zijn hart, moet het gezegd, een wondermooie plaat. ‘Skinny love’ deed met dat voorzichtig aanschuifelende introotje tijd en ruimte even stilstaan, ‘Flume’ sprak een meer hermetische taal maar toonde zich evenzeer een onvermoeibare schouder. Geen jager in het land die ‘The wolves’ – en z’n meezingmoment – kon klein krijgen, en ‘For Emma’ wist uiteindelijk met opgewekte blazers de gordijnen van de hut weer open te trekken. 

Na al die jaren is het vooral slotakkoord ‘re:stacks’ dat ons midscheeps blijft raken, met die “back”, die “racks” en die “stacks” die lieflijk over elkaar heen tuimelen, en Vernons laatste geruststellende zinnetje, dat net zo goed voor onze eigen zielenroerselen bedoeld leek: “Your love will be safe with me”. Stilte. (Stan)

 

8. Bon Iver – Bon Iver, Bon Iver (2011)

Na de magnifieke mistroostigheid van ‘For Emma’, klonk deze (dubbele) zelfgetitelde plaat als een muzikale kleurexplosie. Ondertussen heeft Justin Vernon alle vier z’n albums aan seizoenen gelinkt, en blijkt die stijlbreuk op astronomische verschijnselen gebaseerd. De sneeuw verdween samen met z’n akoestische gitaar, en bandleden en instrumenten schoten uit de grond.

Van de plotse druminvallen en saxofoonuithalen in opener ‘Perth’ langs de wonderlijke gitaartokkels van ‘Holocene’ tot de 80’s-piano in afsluiter ‘Beth/Rest’: elk nummer is een plek waar het heerlijk vertoeven is. Niet geheel onlogisch dat wie verliefd werd op deze schilderijtjes nog steeds nostalgisch teruggrijpt naar ‘Bon Iver, Bon Iver’ als ultieme Vernon-plaat, lang voordat de experimentele electronica, cryptische teksten en autotune het overnamen. (Mattias)

 

7. Burial – Untrue (2007)

Burial trok midden in de dubstepperiode de aandacht met zijn titelloos debuut, om dat nauwelijks een jaar later op te volgen met ‘Untrue’. De, toen nog, compleet anonieme producer maakte een plaat van jewelste, vol intense melancholie, tristesse, maar ook troostende geluiden. De inspiratie kwam uit de dubstephoek, maar ook garage en 2 step zette hij naar zijn hand. ‘Untrue’ trok de aandacht door compleet vervormde samples van onder andere Béyonce, Metal Gear Solid V en low quality Youtube-covers. De kracht van het album zit echter in de intuïtieve productiemethodes van Burial. Zijn beats volgen niet de geijkte patronen, maar lijken telkens net een microtel ernaast te zitten. Hierdoor kraakt en gonst ‘Untrue’ volop.

Hoewel William Bevan (en dus niet Fatboy Slim, zoals tabloid The Sun dacht) nog te jong was om de jaren ’90 persoonlijk mee te maken, waren de referenties ernaartoe legio. Toch is ‘Untrue’ geen dansvloerplaat. Het sentiment dat het album opwekt gaat dieper dan “muziek voor na de rave”. Het roept meer een soort verlorenheid op, dat onlosmakelijk verbonden is met de grootstad. ‘Untrue’ is muziek om in de gietende regen op de nachtbus te luisteren. (Daan)

6. Kendrick Lamar – good kid, m.a.a.d. city (2012)

Alsof het gisteren was. Het is een cliché, desondanks niet minder waar. We schrijven 2011 en nadat Kanye West me definitief de hiphop in trok met ‘My beautiful dark twisted fantasy’, trok Kendrick Lamar het jaar erna mijn aandacht met ‘Section 80.’. Nog eens twee jaar later bracht Lamar ‘Good kid, m.a.a.d. City’ uit en dat album staat in mijn geheugen gegrift. Eens je nog perfect weet waar je iets voor het eerst hoorde, kun je duidelijk spreken van liefde op het eerste zicht. In mijn geval was dat op een zonnige herfstdag in 2013, toen de Sint-Kwintensberg in Gent afdaalde, de Verloren Kost dwarste en mijn weg vervolgde via de Coupure links op naar iets dat al vervaagd is mijn gedachten.

Diezelfde vervaging heeft op mijn herinnering aan ‘Good kid, m.a.a.d. city’ geen vat. King Kenny had in twee jaar tijd reuzenstappen gezet als storyteller en rapper. Het geheel is een uitgedacht, biografisch en samenhangend geheel dat de beste stretch uit de muziekgeschiedenis bevat. Van ‘Money trees’, over naar ‘Poetic justice’ om dan via ‘Good kid’ en ‘M.a.a.d. city’ te belanden bij ‘Swimming pools’. Er zijn geen betere vijf nummers die elkaar opvolgen, overtuig me maar van het tegendeel. (Bert)

5. Radiohead – In rainbows (2007)

Wanneer Radiohead diehards nu wordt gevraagd naar hun favoriete album, verwacht dan een spannende tweestrijd tussen ‘Kid A’ en ‘In Rainbows’. Verrassend eigenlijk, want bij de release in 2007 werd ‘In Rainbows’ weggezet als een gemakkelijke rechtoe-rechtaan Radiohead-plaat die weliswaar zeer degelijk was, maar niet vernieuwde of verraste zoals vorige albums dat wel deden. De nadruk lag op de eigenzinnige manier van uitbrengen van het album; over het muzikale was veel minder te doen. Het is dus een groeier, en wat voor een. Gedurende 42 minuten weven Thom Yorke en co subtiele emoties door vernietigende nervositeit tot alleen verwarde tranen overblijven. 

De spanning die verstopt zit doorheen de nummers is zo geraffineerd dat aandachtige luisteraars voortdurend tussen verwarde zenuwachtigheid en pure tristesse zweeft. De urgentie die doorheen ‘15 step’ en ‘Bodysnatchers’ (met Greenwood op zijn de fuzzende basgitaar uit ‘The national anthem’) raast, zorgt voor een heerlijke catharsis op Yorke’s wanhopige “I see it coming’’ , waarna ‘Nude’ (die zanglijn!) en het ijle ‘All I need’ minimalistische maar bloedmooie heartbreakers zijn. Wie daarna zijn hart probeert te lijmen tijdens de prachtige strijkersarrangementen van ‘Faust arp’, wordt weer aan stukken gereten tijdens afsluiters ‘Jigsaw falling into place’ en ‘Videotape’. (Quinten)

4. The XX – XX (2008)

De eerste twee minuten van dit debuut moeten zowat tot de meest invloedrijke momenten voor de daaropvolgende tien muziekjaren behoren. ‘Intro’ belichaamt de eenvoud die van ‘XX’ uitgaat en zou een minimalistische golf door de indiescene blazen. James Blake zei overigens ooit over de band dat ze het pad geëffend hadden voor minimalistische elektronica en het hem gemakkelijker hadden gemaakt om zijn muziek uit te brengen. Van het bijna kinderlijke ‘VCR’ tot de geruststelling van ‘Basic space’ hangt het drietal steeds meer nuances op aan de gestripte fundamenten.

De triestheid die er huishoudt maakt haast dat je terug wilt keren in de tijd om de piepjonge artiesten een glimp te tonen van wat er hen te wachten stond. De band groeide exponentieel met elke plaat die ze erna nog uitbrachten en ook persoonlijke projecten waren succesvol. Tussen Pukkelpop 2010 en Vorst 2017 was er een wereld vol zelfvertrouwen, dansbaarheid en vreugde van verschil. Maar toch is het dit bedeesde debuut dat ons hopeloos en onvoorwaardelijk deed vallen voor deze koersbepalende indielievelingen. (Michelle)


3. Frank Ocean – Blonde (2016)

Het beste album van 2016 was van Frank Ocean. ‘Blonde’ is een album dat, na wat inlooptijd, aan je ziel kleeft, een vriend wordt voor dagelijkse luistersessies. De bottom line is misschien wel de cumulatie van tegenstellingen erin. Tekstueel heeft Frank last van existentiële tegenstellingen (materialisme versus witte Ferrari’s, mainstream versus underground, jezelf zijn versus leuk gevonden worden), waarbij hij zich niet opstelt als de grote beheerser die een oordeel schept over die keuzes, maar eerder als iemand die zelf ook verward wordt door die tegenstellingen. 

Toch voelt ‘Blonde’, zeker op het eerste gehoor, zeker niet aan als een zwaar album door de relaxte, soms zelfs laid back sfeer die over de langspeler hangt. Frank producet zijn nummers magistraal tussen zorgeloosheid en eenzaamheid, overgoten door een onmiskenbare nightvibe. De nummers klitten daarenboven uitstekend in elkaar; dit is geen singlesplaat, eerder een concept dat moet beluisterd worden in zijn geheel. Hoogepunt is, wat mij betreft, het tweede deel van ‘Self control’ en het drieleuk ‘White ferrari’ – Seigfried’ – ‘Godspeed’. Laaf jezelf aan de ontelbare productionele details en de verborgen bijdrages van Brian Eno, Yung Lean, James Blake, Jamie xx, Kanye West, Tyler The Creator en Kendrick Lamar en zink dan steeds dieper in het heerlijk paradoxale bad van prikkels dat Blonde is. (Quinten)

2. Kendrick Lamar – To pimp a butterfly (2015)

Kendrick Lamar had zich op ‘Good kid, m.a.a.d city’ een verhalenverteller pur sang getoond die op zijn eigen manier overleven in Compton vorm gaf. Met opvolger ‘To Pimp a butterfly’ breidde de rapper zijn maatschappijkritische verhalenbundel verder uit naar overleven in Amerika als zwarte man. Geholpen door jazzfuturisten Flying Lotus en Thundercat, en funklegendes als George Clinton en The Isley Brothers bracht Lamar hulde aan voorgangers van de Afro-Amerikaanse muziek en tegelijk verwoordde hij krachtig het falen van de Amerikaanse samenleving zoals politiegeweld en het institutioneel racisme maar ook het falen binnen de zwarte gemeenschap zoals colorism en de daarbijhorende hypocrisie. 

Nummers als ‘The blacker the berry’, ‘Institutionalized’ en ‘How much a dollar cost’  komen voort uit pijnlijke zelfreflectie die Kendricks verhaal zo tastbaar maken. ‘King Kunta’, ‘Wesley’s theory’ en ‘Complexion (a zulu love)’ brengen op hun beurt historische bewustwording mee in het verhaal. Het geheel is een krachtig protest dat nog lang impact zal hebben op de Amerikaanse samenleving. Het mag dan ook geen wonder heten dat ‘To Pimp a butterfly’ voor velen een hernieuwde bron van inspiratie bleek om zich in te zetten tegen de moeilijkheden die ze op kleine en grote schaal dagelijks tegenkomen. (Anton)

1. Radiohead – Kid A (2000)

‘Kid a’ is misschien niet het beste album van Radiohead (daarover bestaan discussies), het is wel het meest innoverende en cruciale van de band rond muzikaal genie Thom Yorke. Hoewel hij die titel misschien niet graag aanneemt, kunnen we daarrond echter niet discussiëren. ‘Kid a’ maakte, vergeleken met de drie voorgaande albums, een serieuze omslag met een veel meer elektronische insteek. Het album kwam ook op een zeer doorslaggevend moment, met een grote druk om de lat minstens even hoog te leggen als succesvolle voorganger ‘OK computer’.

‘Kid a’ toont meteen waarrond het hem te doen is: ‘Everything in its right place’ zwelt aan met synthetische geluidseffecten, dissonantie en experiment. Het is een trein die ook halte houdt bij het verdwaasde maar melancholische ‘Kid a’ of het spirituele ‘Treefingers’ waar de omgevingsgeluiden meteen in meditatie verzinken. ‘The national anthem’ is dan weer een meer complex alternatief rocknummer met straffe gitaren bijgestaan door uitzinnige blazers. Aan het einde voegen ‘Ideoteque’ en ‘Morning bell’ daar nog twee opmerkelijke kleppers aan toe, die in staat zijn die twee werelden te verzoenen in wat voortaan het geluid van Radiohead is gaan bepalen. (Gertie)

Deze lijst werd samen gesteld door Anton Creemers, Bart Somers, Bert Scheemaker, Daan Leber, Eva Gutscoven, Eva Schalbroeck, Gilles Dierickx, Gertie van den Bosch, Guillaume De Grieve, Jonas Van Laere, Lowie Bradt, Martijn Bas, Mattias Goossens, Michelle Geerardyn, Milena Maenhaut, Naomi Hubert, Nina van den Broek, Pascal Vandenberghe, Pieter Sips, Quinten Jacobs, Stan Pannier, Thomas Konings, Tobias Cobbaert, Yannick Verhasselt en Zeno Van Moerkerke

De volledige lijst:

1. Radiohead – Kid a
2. Kendrick Lamar – To pimp a butterfly
3. Frank Ocean – Blonde
4. The XX – XX
5. Radiohead – In rainbows
6. Kendrick Lamar – Good kid, m.a.a.d city
7. Burial – Untrue
8. Bon Iver – Bon Iver, Bon Iver
9. Bon Iver – For Emma, forever ago
10. Arctic Monkeys – Whatever people say I am, that’s what I’m not
11. Godspeed You! Black Emperor – Lift your skinny fists like antennas to heaven
12. Slowdive – Slowdive
13. Sufjan Stevens – Carrie & Lowell
14. The Strokes – Is this it
15. Tame Impala – Currents
16. Arca – Arca
17. Alt-J – An awesome wave
18. Sigur Ros – Agaetis Byrjun
19. Kanye West – My beautiful dark twisted fantasy
20. Arcade Fire – The suburbs
21. The Antlers – Hospice
22. The War On Drugs – Lost in the dream
23. FKA Twigs – Magdalene
24. Kanye West – Yeezus
25. James Blake – James Blake
26. Nicolas Jaar – Space is only noise
27. Death Grips – The money store
28. Wilco – Yankee hotel foxtrot
29. Arctic Monkeys – AM
30. Fleet Foxes – Fleet Foxes
31. Nick Cave & The Bad Seeds – Skeleton tree
32. Beach House – Teen dream
33. Bloc Party – Silent alarm
34. MGMT – Oracular spectacular
35. Frank Ocean – Channel orange
36. Charli XCX – Pop 2
37. Sufjan Stevens – Illinois
38. Animal Collective – Merriweather post pavilion
39. Tame Impala – Lonerism
40. The National – Boxer
41. Arcade Fire – Funeral
42. Beyonce – Lemonade
43. Daft Punk – Discovery
44. The White Stripes – Elephant
45. Interpol – Turn on the bright lights
46. Fleet Foxes – Helplessness blues
47. J Dilla – Donuts
48. Sophie – Oil of every pearl’s un-insides
49. Explosions In The Sky – The earth is not a cold dead place
50. M83 – Hurry up, were dreaming
51. Swans – To be kind
52. Grimes – Visions
53. Courtney Barnett – Sometimes I sit and think, but mostly I just sit
54. Balthazar – Rats
55. Khruangbin – Con todo el mundo
56. David Bowie – Blackstar
57. Florence + The Machine – Lungs
58. Chromatics – Kill for love
59. FKA Twigs – LP1
60. Oneohtrix Point Never – Garden of delete
61. Queens Of The Stone Age – Songs for the deaf
62. PJ Harvey – Let england shake
63. Kate Tempest – The book of traps and lessons
64. Madvillain – Madvillainy
65. Deafheaven – Sunbather
66. Eminem – The marshall mathers lp
67. Savages – Silence yourself
68. Sigur Ros – Takk…
69. Lana Del Rey – Norman fucking rockwell
70. Beach House – Bloom
71. Chvrches – The bones of what you believe
72. Mount Eerie – A crow looked at me
73. Danny Brown – Atrocity exhibition
74. Lana Del Rey – Born to die
75. Jai Paul Leak – 04-13 (bait ones)
76. Yves Tumor – Safe in the hands of love
77. Solange – A seat at the table
78. Kamasi Washington – The epic
79. Youth Lagoon – The year of the hibernation
80. Radiohead – A moon shaped pool
81. Future – DS2
82. Phoebe Bridgers – Stranger in the alps
83. A Tribe Called Quest – We got it from here… Thank you 4 your service
84. Nick Cave & The Bad Seeds – Push the sky away
85. Jon Hopkins – Immunity
86. Kurt Vile – Walking on a pretty daze
87. The National – High violet
88. Beach House – Depression cherry
89. The Haxan Cloak – Excavation
90. Lorde – Melodrama
91. Sigur Ros – ()
92. Portishead – Third
93. Mac Demarco – Salad days
94. Muse – Origin of symmetry
95. Kendrick Lamar – Damn.
96. Kids See Ghosts – Kids See Ghosts
97. Four Tet – Rounds
98. Björk – Vulnicura
99. Big Thief – U.F.O.F.
100. Jamie XX – In colour