Header image

Onze 50 favoriete albums van 2019

door Mattias Goossens

Aan de vooravond van een nieuw decennium is het uitnodigend om grote statements te maken over wat de afgelopen tien jaar nu juist typeerde. De realiteit is te complex om op 31 december een streep onder te trekken en op 1 januari een nieuw hoofdstuk te starten. Wat we wel kunnen besluiten is dat het albumformaat de ’10s ondanks stevige concurrentie officieel overleeft heeft, en dat is een goede zaak. Het geeft artiesten de tijd om een verhaal te brengen, om verschillende ideeën ruimte te geven en om luisteraars voor langere tijd mee te nemen in hun wereld. Dat het album niet aan muzikale impact inboet, is geruststellend wanneer onze collectieve aandachtsspanne jaarlijks lijkt te krimpen.

We recenseerden dit jaar 323 albums, maar slechts 50 platen bemachtigden een plekje in onderstaande lijst. Van bekende gezichten die zichzelf overtroffen tot nieuwelingen die ons heel hard doen uitkijken naar dat nieuwe decennium. We bevelen ze allemaal even hard aan.

50.Fennesz – Agora

Zoals het een echte meester betaamt, doet laptop-muzikant Christian Fennesz nog eens moeiteloos voor hoe je een pakkende ambient-plaat maakt anno 2019. ‘Agora’ kwam nochtans tot stand zonder een degelijke opnamestudio, maar in deze vier epische nummers is daar niets van te merken. De zalvende drones van ‘In my room’ en ‘Rainfall’ brengen je in een gewichtloze staat van euforie waar je niet meer uit wil. En net wanneer je denkt dat je te ver aan het afdwalen bent in de titeltrack, brengt ‘We trigger the sun’ je terug bij bewustzijn in een kletterende finale. (Martijn)

49. Sophie – Oil of every pearl’s un-insides (non-stop remix album)

Sophies uitstekende ‘Oil of every pearl’s un-insides’ was vorig jaar een vaste waarde in de eindejaarslijstjes. Dit jaar gooit ze opnieuw hoge ogen met haar non-stop remix-versie van dat debuut. In tegenstelling tot de gangbare conventies kiest Sophie ervoor om haar bronmateriaal volledig en integraal om te zetten tot een nieuw geheel, waar outsider-techno, ambient en vooruitstrevende bass de hoofdtoon voeren. Het popelement verschuift enigszins naar de achtergrond, maar het eindresultaat is een bedwelmende, met momenten bevreemdende en energetische rave-trip, met zeemzoete accenten en schurende weerhaken. Na popmuziek quasi eigenhandig een nieuwe richting uit te sturen, doet ze nu hetzelfde met techno. (Daan)

48. Geppetto & The Whales – Passages

Het is zalig om te horen hoe ‘Passages’ baadt in een sfeer die je niet meteen zal linken aan ons Belgenlandje. De nummers klinken zo groots als een weids mistig landschap, waar ze zich op eigen tempo ontvouwen en er melancholie in de lucht zit. Geppetto & The Whales hadden nood aan tijd en bezinning om na vijf jaar met een juweeltje op te duiken, bedolven onder een dikke laag sneeuw. Dat hebben ze volledig kunnen waarmaken in de studio’s van Eau Claire in Wisconsin, waar eerder al Bon Iver, Local Natives en Sufjan Stevens over de vloer kwamen. (Gertie)

47. Floating Points – Crush

Sam Shepherd bracht dit jaar eindelijk zijn tweede studioalbum, ‘Crush’, uit. Na het wonderschone ‘Elaenia’ keerde hij nu terug met een album waarop hij zijn zo kenmerkende livedrums en gitaren achterwege liet. Niet getreurd, want Floating Points doet nog steeds wat we hoopten en verwachtten: sfeervolle, warme elektronische muziek brengen die voorzichtig flirt met jazz. Het geheel is meer uitgekleed, bijna van een pure schoonheid, terwijl de drummachine en de synths zorgen voor een verfrissende change of pace. Al voelt het geheel nog altijd very Floating Points aan, en gelukkig maar. (Bert)

46. (Sandy) Alex G – House of sugar

Alex Giannascoli maakte enkele jaren terug mede het begrip slaapkamerartiest groot toen hij het met het achter zijn bureau opgenomen ‘DSU’ tot Bandcamp-hype schopte. Sindsdien volgden er nog verschillende sterke albums en de definitieve doorbraak – getuige zijn bijdrage aan Frank Oceans ‘Blonde’. Dat de Amerikaanse singer-songwriter zich niet beperkt tot clichématige songs van een man met een gitaar, maakte hij afgelopen jaar nog maar eens duidelijk. Stemeffecten, vervormde samples en drums tot vlagen elektronica maken van ‘House of sugar’ een eclectisch en intensief album dat je de eerste luisterbeurten als een slordig allegaartje zou kunnen aanzien. Met de tijd geeft zich echter een innemende schoonheid en ontroering prijs. Van het kille experiment op ‘Project 2’ over het relatief traditionele ‘Southern Sky’ en ‘Gretel’ tot het hondseerlijke, met saxofoon overgoten ‘SugarHouse’: elke seconde van deze plaat klopt. (Lowie)

45. Altin Gün – Gece

Een Amsterdamse band die Turkse psychedelische folkrock van de jaren 70 van onder het stof haalt: we horen de ‘euh’s’ al tot in Istanbul weerklinken. Toch slaagt Altin Gün erin om dat geluid niet obscuur en gedateerd, maar toegankelijk en eigentijds te doen klinken. Op tweede album ‘Gece’ bleef het concept van zijn debuut ongewijzigd, maar werd de sound van de groep gedurfder, eigenwijzer en origineler. Het resultaat is een exotische cocktail van Turkse gitaren – bij Altin Gün is dat een saz – en psychedelische synths die vlotjes in je oren wordt gegoten. (Nina)

44. Jessica Pratt – Quiet signs

In 2019 kon de zoektocht naar verstilling een frustrerende onderneming zijn. Met ‘Quiet signs’ gaf Jessica Pratt ons een half uur durende reset-knop voor overprikkelde hersenhelften. IJle stemmen werken zich geduldig doorheen je gehoorgang. De restjes aandacht die toch nog ronddwalen, worden zachthandig richting de minimalistische instrumentatie geduwd. Misschien was dit wel het album dat er het best in slaagde om je bewustzijn te kapen. (Michelle)

43 Cherry Glazerr – Stuffed & ready

Clementine Creevy, de frontvrouw achter Cherry Glazerr, houdt niet van hanen. Ze beschrijft zichzelf als een vat vol chaos en eerlijkheid. Grungy gitaargeweld, spooky synths en schijnbaar lieflijke introspectieve zinnen mengen zich tot een fris en gelaagd album dat allesbehalve chaotisch klinkt. Op haar derde album legt Creevy je het zwijgen op: de hooks zijn talrijk, de ironie over traditionele rolpatronen scherp (“What should I cook daddy?”) en haar stem tegelijk gemeen en grappig (“I’m a stupid fish, and so are you” ). (Eva G) 

42 The National – I am easy to find

Wie dacht dat The National met voorganger ‘Sleep well beast’ z’n meest experimentele vorm gevonden had, dacht waarschijnlijk niet dat er plots een heleboel vrouwen in de studio zouden opduiken. ‘I am easy to find’ is daardoor fris en vernieuwend, zeker wanneer de band zich ondergeschikt maakt. Halfweg ‘Not in Kansas’ verdwijnt The National zelfs helemaal van het toneel, en ook het op koorzang gestoelde ‘Her father in the pool’ en ‘Underwater’ zou je op blind gehoor niet toeschrijven aan de vaste waarden uit de indierock. Toch blijft ‘I am easy to find’ een klassieke The National-plaat dankzij de vaste ingrediënten: de melancholische bariton van Matt Berninger, de rake teksten die z’n vrouw Carin Besser mee schreef en de subtiele toetsen van de Dessner-tweeling. ‘Where is her head’ is ‘Mr. November’ die zichzelf de haren uittrekt, terwijl ‘Light years’ kan wedijveren met ‘Carin at the liquor store’ voor het plekje van mooiste pianoballad. Benieuwd welke koerswijzigingen The National nog voor ons in petto heeft. (Mattias)

41 Adriaan de Roover – Leaves

België heeft een gevarieerde en interessante electronicascene borrelen ergens onder de grond. Artiesten als SKY H1 en Nkisi vinden hun acolieten veel meer in het buitenland, maar de afgelopen jaren wist Oaktree ook binnen de grenzen een schare fans voor zich te winnen toen ‘La fin’ de kop kwam opsteken in 2014. Enkele ep’s en een jaar radiostilte later bracht de Antwerpse producer onder zijn eigen naam in 2019 eindelijk zijn debuutplaat uit. Met complexe songstructuren, kristalheldere emoties en spannende omweggetjes kaapt de producer met ‘Leaves’ moeiteloos de titel van beste Belgische electronica-plaat weg. (Pascal)

40. Cate Le Bon – Reward

In 2019 trok Welshe singer-songwriter Cate Le Bon naar het Lake District om bergen te beklimmen en meubels te maken. Terwijl de meesten tweeten of instagrammen over deze #lifegoals, maakte Cate Le Bon een prachtige plaat. Op haar vijfde album toont ze hoe gevarieerd introspectie kan zijn: ‘Daylight matters’ klinkt zacht, ‘Magnificent gestures’ is dan weer rockend. In elk liedje zitten een paar stevige knipogen en woordspelingen; de beste is toch wel dat Cate Le Bon voor het album ‘Reward’ beloond werd met een Mercury Prize-nominatie. Alsof ze zelf wist dat ze een nieuwe top in haar carrière bereikt had. (Eva S)

39. Better Oblivion Community Center – Better Oblivion Community Center

Een dierbare ontdekking uit 2017 en een gevestigde waarde uit de indie/folk sinds de beginjaren van de 21ste eeuw die samen een plaat schrijven: Phoebe Bridgers en Conor Oberst klinken op ‘Better Oblivion Community Center’ als een match made in heaven. Hoewel ze veelal bekend staan voor het brengen van ultra-melancholische muziek met beladen thema’s gaat ‘BOCB’ verder dan dat. Bridgers en Oberst zitten zodanig vol energie dat ze buiten hun eigen lijntjes durven kleuren. Bijgestaan door Nick Zinner (Yeah Yeah Yeahs) en twee extra leden davert het community center met regelmaat op zijn grondvesten. (Jens)

38. Loyle Carner – Not waving, but drowning

De prijs voor meest rustgevende ADHD’er gaat dit jaar beslist naar Loyle Carner. ‘Not waving, but drowning’ is groots in al zijn bescheidenheid. Warmte gonst langs elk woord en elke noot heen met een hartslagfrequentie verlagend effect waar weinig andere artiesten bij in de buurt kwamen. Loyle Carner is mogelijks de beste alternatieve geneeskundige ingreep tegen de gevolgen van de soms koude maatschappelijke ontwikkelingen dit jaar. (Michelle)

37. Sudan Archives – Athena

Sudan Archives trok onze aandacht met haar unieke combinatie van viool, r&b, en electronica op twee ep’s. Dit jaar loste ze volledig de verwachtingen in. Al wemelt ‘Athena’ van genres, het klinkt erg gestroomlijnd. Vooral ‘Iceland moss’ en ‘Confessions’ zijn vernuftige klankmozaïeken. Uit de videoclip voor ‘Glorious’ blijkt ook dat Brittney Denise Parks al dansend viool kan spelen. Denk Riverdance, maar dan sensueler. Al werkte ze samen met verschillende producers, Parks heeft een klare kijk op haar muziek. Die creatieve moed blijkt niet enkel uit het naakte standbeeld van zichzelf op de cover, maar vooral uit de veertien sterke songs. (Eva S)

36. Vampire Weekend – Father of the bride

Zes jaar na het onverslaanbaar heerlijke ‘Modern vampires of the city’ en zonder Rostam Batmanglij: het had alle kanten kunnen opgaan met Vampire Weekend. Op ‘Father of the bride’ blijkt iedereen op een soort van hoogtestage geweest te zijn: het klinkt zowaar nog beter. Daarnaast fungeert het album als een plakkerige vloeistof bij een gebroken hart. Vampire Weekend begint te vertellen waar de meeste films eindigen, nadat twee geliefden elkaar gevonden hebben. Ze moeten blijven zoeken. Ze sukkelen, vinden en overleven. Het is die diep melancholische bril die de teksten kneedt. Wat ook nog op de operatietafel van Ezra Koenig ligt: country, pop, jazz, folk, soul en stonerrock. Het resultaat is een stilistisch nieuw lichaam – een oor is aan een arm genaaid – dat tegelijk funky, catchy en losbandig is. (Eva G)

35. Caroline Polachek – Pang

Caroline Polachek was al langer bestemd voor grootse dingen. Als frontvrouw van Chairlift maakte ze met het ontroerende ‘Crying in public’ en de onverbiddelijke bop ‘Moth to the flame’ hedendaagse klassiekers. Toch lijkt ze pas op ‘Pang’ helemaal op het toppunt van haar kunnen, vrijer dan ooit tevoren en vervuld van inspiratie. Daarvoor valt de veel gevraagde songwriter terug op haar prachtige stem en gemanierde indiegewoontes, en geeft ze ons een inkijk in haar lijf en leed. ‘Pang’ gaat over het hart en het brein, over liefdesverdriet dat vertolkt wordt door fantastische ideeën. Doorheen veertien veelzijdige nummers wringt Caroline fabelachtige gotiek en new age-dramatiek uit PC Music-producties en fabriceert ze er aangrijpende miniatuurtjes mee, wonderschoon en ook nog eens verdomd catchy. (Thomas)

34. Blanck Mass – Animated violence mild

Benjamin John Power opent met zijn soloproject Blanck Mass een geheel eigen wereld van trance en electronica vol geluidsmuren. ‘Animated violence mild’ is zijn tweede album, en iets makkelijker verteerbaar dan de voorganger. Het intense geschreeuw wordt afgewisseld met wat meer rustmomenten, poppy synthdeuntjes, samples en zanglijnen die af en toe wat melancholische kracht bijzetten. Een ding is zeker, Blanck Mass is een geval apart dat elke setting en publiek uitdaagt en spanning brengt. Voor wie Powers soloproject al kende, brengt dit album een bevredigend status quo. Toch kunnen we beamen dat de plaat heel beloftevol klinkt, met prachtige climaxen die garant staan voor enkele kippenvelmomenten. (Naomi)

33. Brihang – Casco

Aan het einde van 2019 dachten wij dat ons lijstje wel gebakken was, maar dan kwam Brihang aandraven met zijn tweede album, zodat wij nog een en ander moesten wisselen. ‘CASCO’ drijft op het eerste zicht mee in een normale flow van gedachten, maar achter die randomness komen enkele messcherpe verhalen naar boven: over prestatiedruk, het begin van het volwassen leven, de zoektocht naar eigenheid. Ondanks het groeiende succes van de West-Vlaamse Brusselaar over de grens, toont Boudy Verleye zijn meest menselijke binnenkant waarin menig twenty-something zich wel kan vinden. (Gertie)

32. Freddie Gibbs & Madlib – Bandana

Het vervolg op ‘Piñata’ bleef maar uitgesteld worden – met ongeduldige fans tot gevolg – maar ‘Bandana’ was het lange wachten meer dan waard. Net als op hun eerste samenwerking in 2014 tillen gangsta rapper Freddie Gibbs en halfgod Madlib elkaar naar hun hoogste niveau. De sterproducer slaat en zalft met een hoop welgemikte beat switches en tovert heel wat prachtsamples uit z’n hoed. Ook Gibbs verkeert duidelijk in de vorm van zijn leven en pocht als een ware tonggymnast over het leven als pimpende cocaïnedealer. Gastbijdrages van Black Thought, Yasiin Bey, Anderson .Paak en Pusha T zetten zijn boodschap alleen maar kracht bij. (Pieter)

31. Little Simz – Grey area

Voor velen leek het alsof ze dit jaar uit het niets kwam met ‘GREY area’, maar dat is een illusie. De boss in a fucking dress, zoals Little Simz zichzelf noemt, timmert al eventjes aan de weg naar boven. En dit jaar scoort ze eindelijk haar verdiende doorbraak. Op ‘GREY area’ imponeert Simz met haar snedige raps, doodeerlijke teksten en knappe producties. De Britse rapster bewees in één album al het goede dat al jaren over haar verteld werd. Een van de strafste vrouwelijke MC’s van het moment met een moedig, wijs en vooral steengoed album. (Bert)

30. Gabber Modus Operandi – Hoxxxya

Hoewel het initieel zo kan lijken, is Gabber Modus Operandi geen product van op hol geslagen post-ironische internetbewoners. Uiteraard zijn hardcore en gabber één van de ruggengraten van hun album ‘HOXXXYA’, maar wat hen onderscheidt van een Thunderdome-compilatie is de rijke textuur die in de songs gepropt is. Naast trance-opwekkende Indonesische traditionele muziek, heeft het duo ook inspiratie gezocht in opgeblazen footwork, schallende industrial en op hol geslagen techno. ‘HOXXXYA’ is een typevoorbeeld dat vernieuwing in elektronische dansmuziek niet per se in het Westen gevonden moet worden. Door hun compromisloosheid bevindt het duo zich in dezelfde sfeer van gelijkgestemde zielen als Tzusing, Slikback of Hyph11e. (Daan)

29. Solange – When I get home 

In plaats van een stoel aan de tafel waar activistische plannen om de Afro-Amerikaanse gemeenschap te emanciperen worden gesmeed (voorganger A seat at the table’), mochten we op Solanges vierde in de zetel tegenover haar haardvuur in Houston gaan zitten. Op het vloerkleed ligt een spiritueel jazz blaffende viervoeter met een vlekkenpatroon van tekstuele intermezzo’s, in de hand houden we een beker warme neo-soul met af en toe pittige toetsen van dansbare synths. Wie ooit heeft gedacht dat Solange moest onderdoen voor haar wereldberoemde zus, had het al grondig fout. Wie dat na ‘A seat at the table’ nog dacht, ging diep in het rood. En wie het na ‘When I get home’ nog steeds niet snapt, die zit fouter dan de foutste uitspraak die ooit uit de mond van Jeff Hoeyberghs kwam. (Nina)

28. Nilüfer Yanya – Miss universe

De Londense Nilüfer Yanya releast al een paar jaar met enige regelmaat singles (en twee ep’tjes), maar doorbreken deed ze dit jaar pas helemaal met debuutplaat ‘Miss universe’. Op dat album verstopt Yanya op subtiele wijze maatschappijkritiek anno 2019 (over mental health en individualisme) in een erg eclectisch palet aan nummers die gaan van catchy indiepop tot slome soul en zwoele r&b. Constante is de interessante stem van de 23-jarige vrouw en haar filosofische en soms politieke teksten. Daarenboven bevat ‘Miss universe’ met ‘Heavyweight champion of the year’ een wéreldnummer, en wie @niluferyanyaaaaaa volgt op Instagram, wordt nog eens verliefd ook. (Quinten)

27. Hand Habits – Placeholder

Waar Meg Duffy op ‘Wildly idle’ een paar stapjes weg van de quasi onverstoorbare achtergrondpositie vanop het podium bij Kevin Morby zette, maakt ze op het ietwat meer toegankelijke ‘placeholder’ grote sprongen voorwaarts. Duffy trekt met hun bezwerende stem en de oprechte inkijk in hun ziel de grond van onder je voeten. Zij het op subtiele wijze: als een sloophamer die met het allerzachtste tikje tegen een cruciale steunmuur een gebouw doet instorten. Hand Habits’ tweede is een 45 minuten durende in melancholische indiefolk badende therapiesessie waarop Duffy niet alleen zichzelf, maar ook elke luisteraar geneest. (Nina)

26. Kedr Livanskiy – Your need

Het kille begrafenissfeertje van ‘Ariadna’ laat Kedr Livanskiy op haar tweede worp meer op de achtergrond. In de plaats gaat de Russische voor een harder, fragmentarischer geluid. ‘Your need’ ruilt de vriestemperaturen van de toendra in voor kolkende ravegeluiden die je vanaf de eerste seconden genadeloos om de oren slaan en slechts op enkele zorgvuldig gekozen momenten loslaten. Hoe schreeuwerig de rave kan zijn, zo warm zijn de dubby bassen die ze ondersteunen. Tussenin zoekt de producer met haar serene zang dromerige oorden op die teruggrijpen naar eerder werk (‘Sky kisses’, ‘LED’, ‘Why love’). Over het algemeen vormt deze tweede een geslaagde zet. De artieste had reeds een plaatsje voor zichzelf opgeëist in de vooraanstaande regionen van de elektronica-wereld, maar ‘Your need’ is waar ze echt grenzen is gaan verleggen voor zichzelf. (Pascal)

25. Balthazar – Fever

Zowel Jinte Deprez, Maarten Devoldere en Simon Casier hadden afgelopen jaren hun soloprojecten, en met Balthazar werd er even een pauze ingelast. Dat duurde gelukkig niet te lang want met de start van het nieuwe jaar kwam meteen ‘Fever’ uit. De typische Balthazar-geluiden, een combo van hiphop, een stevige baslijn en een satirische noot, zijn nog steeds erg te smaken op de plaat. Balthazar klinkt alsof het weet dat er eigenlijk niets meer bewezen moet worden. Alles mag en alles kan, wij zijn daar ten volle van overtuigd. (Gertie)

24. Holly Herndon – Proto

Er is ondertussen al zo veel geschreven en gefilosofeerd over de manier waarop Holly Herndon met AI aan de slag ging dat je bijna zou vergeten dat ‘PROTO’ nog steeds een muzikaal project is en geen wetenschappelijke scriptie. Wat de methode betreft mag het dan wel een prototype zijn, qua geluid is de plaat eigenlijk vooral een logische voortzetting van Herndons muziek en niets radicaal nieuw. Dat bedoelen we absoluut niet negatief, trouwens. De wijze waarop de muzikante speelt met de menselijke stem en atmosferische klanklandschappen blijft een fascinerend geluid in de muziekwereld. (Tobias)

23. The Comet Is Coming – Trust in the lifeforce of the deep mystery

Jazz is aan een sterke remonte bezig en mag daar onder andere Shabaka Hutchings voor danken. Vorig jaar bracht hij met Sons Of Kemet het gelauwerde ‘Your queen is a reptile’ uit en nu duikt hij met The Comet Is Coming de eindejaarslijstjes in. Funky jazz met infusies van psychedelische waanzin, halsbrekende rock en een vleug elektronica: ‘Trust in the lifeforce of the deep mystery’ doet wat het predikt op een reis in een raadselachtig universum. De plaat ademt licht en duister en accumuleert deze in feestnummer ‘Super zodiac’ en het daverende, door Kate Tempest van rhymes voorziene ‘Blood of the past’. (Jonas)

22. Jenny Hval – The practice of love

Mainstream zal Jenny Hval wellicht nooit worden beschouwd, maar met haar laatste worp komt de Noorse songwriter wel erg dichtbij. In een perfecte wereld zou ze zelfs een hit te pakken hebben met ‘Ashes to ashes’, al steken haar cryptische, seksueel getinte teksten daar wellicht een stokje voor. De spirituele nummers – waarin Hval haar kijk op relaties geeft via een aantal gastartiesten – zijn alle ingekleurd met weelderige synthesizers en beats die rechtstreeks uit de hoogdagen van 90s-trance komen. ‘The practice of love’ is niet alleen Jenny Hvals meest toegankelijke plaat, maar ook nog eens haar beste. (Martijn)

21. Charli XCX – Charli

Hoewel avantgarde-popmuziek een contradictio in terminis kan lijken, is Charli XCX de verpersoonlijking ervan. Op ‘Number 1 angel’ en ‘Pop 2’ leek de nieuwe richting voorbehouden voor de vrijheden van het mixtape-format, maar studio-album ‘Charli’ trok eveneens resoluut de kaart van vernieuwende popmuziek. Met A.G. Cook die mee aan de knoppen zat, is het niet verwonderlijk dat termen als ‘futuristisch’ en ‘vooruitstrevend’ rondgestrooid werden. Ondanks/dankzij de hele schare aan A-listers en underground darlings is ‘Charli’ de sterkste uitdrukking van de visie van Charli XCX, iets wat niet veel andere popsterren kunnen afdwingen. (Daan)

20. Danny Brown – uknowhatimsayin?

Het is altijd een dubbel gevoel wanneer het beste werk van een artiest voortvloeit uit een psychologisch zware periode. Danny Brown – de rapper met hooggepitcht cartoonstemmetje – komt uit een diep dal gekropen. Het alom geprezen ‘Atrocity exhibition’ uit 2016 voelde als een op hol geslagen achtbaanrit doorheen Browns donkere gedachten. Gelukkig weet hij ook te boeien nu hij naar eigen zeggen een positievere kijk op het leven heeft. Op ‘uknowhatimsayin¿’ gaat het er wat minder experimenteel aan toe dan op z’n voorganger en krijgen we een hechte verzameling songs voorgeschoteld, waarin Danny Brown bewijst dat hij even goed stand-upcomedian had kunnen zijn. (Pieter)

19. Caterina Barbieri – Ecstatic computation

Modulair wonderkind en Bach-liefhebster Caterina Barbieri solliciteerde dit jaar met haar impressionante album én live-shows naar de top van elk relevant eindejaarslijstje. ‘Ecstatic computation’ bevat namelijk tonnen emotie en magie die Barbieri steeds met wiskundige precisie weet in te werken. De echoënde betoveringen die de Italiaanse op tijd en ruimte loslaat bij eeuwigdurend nummers als ‘Fantas’ en ‘Spine of desire’ of het elektronisch geflirt met barokke klanken van ‘Arrows in time’ zijn unieke, vrouwelijk varianten op de traditioneel technisch georiënteerde wereld van modulaire klankverkenning. Combineer deze kwaliteit van setlistmateriaal met een ijzige presence om u tegen te zeggen en je weet direct waarom haar optredens even succesvol zijn. (Anton)

18. 100 gecs – 1000 gecs

Op ‘1000 gecs’ verzamelen Dylan Brady en Laura Les geluiden uit ontelbaar veel verschillende afgelopen trends, versnipperen ze alles en monteren de stukjes weer op nieuwe, absurde manieren. Deze beschrijving kan het album doen klinken als postmoderne moeilijkdoenerij, maar dat is het allesbehalve: de spelvreugde spat van deze tien nummers af en internethumor wordt verheven tot kunst op tracks die reiken van energieke ska en mierzoete pop tot brutale dubstepdrops en vieze sludgemetal. Dat allemaal in nog geen half uur. Het is niet moeilijk om in te zien waarom ‘1000 gecs’ op het internet een van de meest verdelende staaltjes muziek van het jaar was, maar wie er de fun van inziet heeft er ongetwijfeld een verslaving bij. (Tobias)

17. Tyler, The Creator – Igor

‘IGOR’ is een metamorfose. In de videoclips zien we een nieuwe Tyler, The Creator in pastelkleurig maatpak, met een zwarte pruik en zonnebril op. Ook muzikaal is het even wennen: Tyler neemt evenveel zang als rap voor zijn rekening en gaat verschillende samenwerkingen aan. Lil Uzi Vert klinkt haast onherkenbaar op ‘Igor’s theme’ en Playboi Carti ondersteunt Tyler op het heerlijke ‘Earfquake’. Liefde is het hoofdthema van het album en wordt naar het einde toe vergeleken met een wapen: pijnlijk en gevaarlijk in de verkeerde handen. Met zijn zesde album bouwt Tyler, The Creator verder aan een veelzijdig, memorabel repertoire. (Guillaume)

16. Fontaines D.C. – Dogrel

“Dublin in the rain is mine / A pregnant city with a catholic mind”. Een treffender startschot voor ‘Dogrel’ kon Fontaines D.C. onmogelijk voorzien. Afklokkend onder de twee minuten, mokerend hard en sidderend snel zet het de toon voor wat een dreigend en rauw, maar gevarieerd slim debuut werd, en goed mogelijk ook de beste postpunk-plaat van het voorbije jaar. Het Ierse vijftal is echter van meerdere rock-‘n-roll-markten thuis: de poëtische punkballads ‘Roy’s tune’ en ‘Dublin city sky’ bieden ademruimte naast de hitsige gitaren van ‘Hurricane laughter’, afgewisseld met rammelende uptempo indietracks met ‘Liberty belle’ of ‘Boys in the better land’. Dé constante daarbij: de overtuigingskracht en oprechte emotie die dit next big thing onomwonden uitdraagt. (Gilles)

15. Big Thief – Two hands

2019 was het jaar van Big Thief. Toen het in augustus ondertussen al een zekerheid leek dat ‘U.F.O.F.’ van de band hoge toppen zou scheren in de eindejaarsoverzichten, kondigde het viertal doodleuk aan dat het z’n opvolger nog datzelfde jaar op de streamingservices ging loslaten. Toen ‘Two hands’ even later uitkwam was al snel duidelijk dat we voor Big Thief twee plaatsjes in onze lijstjes mochten reserveren. Het album is nochtans allerminst een kopie van z’n voorganger: het voelt in tegenstelling tot het zorgvuldig gearrangeerde ‘U.F.O.F.’ veel meer als een toevallig opgenomen repetitie. Maar dan wel een van een band die onmiskenbaar op z’n hoogtepunt zit. Heet van de naald lijken de nummers ontdaan van elke onnodige versiering maar gevuld met een immense hartstocht. ‘Two hands’ is poeslief waar nodig, snedig waar het kan. Nooit complex of uitgekiend, wel altijd recht richting ons hart. Als er iets is dat Big Thief ons met dit album bewijst, is het dat muzikale vernieuwing allerminst een noodzaak is om tot de top van de indie-wereld te klimmen: tien simpele folkrocksongs in een traditionele bezetting, meer had de band niet nodig om onze harten tot in het oneindige te vertederen en beroeren dit jaar. (Lowie)

14. Aldous Harding – Designer

Het voornamelijk ingetogen ‘Designer’ doorstond met gemak festivalhitte en een overvolle Ancienne Belgique dit jaar. Opwaaiend stof wakkerde de innemendheid en licht intimiderende blikken verder aan. In Brussel werden de stiltes van de plaat uitvergroot tot een oorverdovend formaat. Maar de meeste impact krijg je toch nog steeds uit een onderonsje met Aldous en je koptelefoon. (Michelle)

13. James Blake – Assume form

Noem dit geen sad boy music meer. Naast melancholie bevat James Blakes vierde album ‘Assume form’ kleur en dankbaarheid. Nadat Kendrick Lamar, Beyoncé, Frank Ocean en vele anderen zijn hulp inschakelden, omringt Blake zich opnieuw met mooie namen. De talenten van Travis Scott, Metro Boomin, Moses Sumney, Rosaliá en André 3000 doen Blakes status als meest uitdagende songwriter alle eer aan. Meer nog, ondanks (of dankzij) deze features levert Blake zijn meest authentieke plaat af. “I thought that I could hide my face but I was wrong”. Daarnaast moeten de solonummers op piano en synthesizers absoluut niet onderdoen voor die straffe lijst met samenwerkingen. (Guillaume)

12. Sharon Van Etten – Remind me tomorrow

Verandert alles wat John Congleton aanraakt dan in goud? ‘Remind me tomorrow’ lijkt dit statement alleszins te bevestigen. Sharon Van Etten was voor haar vijfde album op zoek naar een nieuw geluid, en dankzij Congleton als producer kon ze dit op een geslaagde manier bekomen. Van Ettens geliefkoosde gitaar heeft dan wel plaatsgemaakt voor de analoge Jupiter-synthesizer, de scherpe teksten zijn uiteraard gebleven. Het resultaat is een donkere plaat die niet alleen een verhaal vertelt, maar ook nog eens spannend klinkt op vlak van instrumentatie – iets waar de huidige generatie singer-songwriters gerust eens een voorbeeld aan mag nemen. (Martijn)

11. Thom Yorke – Anima

Na de soundtrack voor de remake van Suspiria vorig jaar, werden we in 2019 getrakteerd op een ‘volwaardig’ album van Radiohead-frontman Thom Yorke. ‘ANIMA’ ligt op muzikaal vlak in het verlengde van zijn eerste twee soloalbums, maar klinkt verfijnder dan ‘Tomorrow’s modern boxes’ en consistenter dan ‘The eraser’. Zoals we van Yorke gewoon zijn, smokkelt hij allerlei door metaforen vermomde dystopische thema’s in zijn nummers, flirt hij met elektronische genres als techno en jungle, en kan hij als geen ander een gevoel van onbehaaglijkheid mooi laten klinken. ‘Dawn chorus’ behoort dan nog eens tot de beste nummers die hij al geschreven heeft. (Pieter)

10. Bon Iver – i,i

Ondanks de klungelige surprise release en de plotse keuze dat ieder album zogezegd een seizoen symboliseert, is ‘i,i’ een vierde geslaagde plaat die enorm blijft nazinderen. ‘i,i’ is een eclectische maar herkenbare puzzel van elementen uit de vorige albums, van de akoestische gitaar, piano en hoorns van ‘For Emma, forever ago’ tot de saxofonen en strijkers van ‘Bon Iver’. En wat er al lang zat aan te komen wordt nu ook werkelijkheid: een achtergrondkoor onder de naam ‘Justin Vernon Singers’ gaat in dialoog met Vernon en ondersteunt hem met complexe harmonieën. Waar hij zijn stem en zichzelf op voorganger ‘22, a million’ nog verdronk in autotune en elektronica, klinkt Justin Vernon nu terug herkenbaarder, directer en warmer. Op nummers als ‘Marion’ en ‘Holyfields’ laat hij zelfs de typische echo en dubbele stemmen achterwege. Wat tenslotte het meest verraste was niet de bricolage van Bon Iver-elementen maar de samenwerkingen die hij op ‘i,i’ aangaat. Moses Sumney leent zijn falsetto op ‘We’, James Blake is kort te horen op ‘iMi’ en Bruce Hornsby zingt een zinnetje op ‘U (man like)’. Kleine beetjes maken samen groot. (Guillaume)

9. Weyes Blood – Titanic rising

Tijdens de met strijkers gevulde innige opener die de setting van het album in al zijn gerustheid en charme inluidt, horen we Natalie Mering bijna nostalgisch verlangen naar een wereld waarin alles een beetje liever of beter was. Zelfs wanneer de wereld aan het vergaan is – zij het op een schip in een romcom uit de nineties of net voor je neus waar her en der door een gebroken kapitalistisch systeem slachtoffers vallen – zoekt Mering vrede en sereniteit op. Dat zorgeloze gevoel is het motief waarin Mering je tracht onder te dompelen voor haar vierde langspeler. In die berusting lijkt ze tegelijkertijd betekenis voor haar leven te willen zoeken – zoals op ‘Something to believe’ – of het verlangen naar liefde in het ironisch genoeg jolig klinkende ‘Everyday’. Het dystopische doch harmonieuze ‘Movies’ lijkt wel opgenomen tijdens de fotoshoot voor het artwork van de plaat. Verdronken psychedelische synths rechten de zeilen met een zinderende Mering achter het roer. Wie zich overgeeft, kan zich laten meevoeren in het mijmeren naar een eenvoudig leventje dat gewoon rond haar draait. (Yannick)

8. Zwangere Guy – Wie is Guy?

Dat 2019 het jaar van Zwangere Guy was, is een understatement van jewelste. Hij domineerde het ganse jaar door en dat dankzij ‘Wie is Guy?’, dat al in maart het levenslicht zag. Het nu al een instant klassieker noemen is misschien wat vroeg, maar hoe luidt het gezegde weer? “Wat vroeg komt, is meestal goed”, en dat is hier zeker het geval. Nummers als ‘Gorik pt. I’ en ‘Guy-funk’ zullen ongetwijfeld hun weg naar de Belpoparchieven vinden, maar de echte kracht van ‘Wie is Guy?’ zit elders. ZG weet voor het tweede jaar op rij (na de zegetocht van Stikstof vorig jaar) hiphop op de Belgische kaart te zetten én en passant de deur te openen voor zij die na hem komen. Met een elegante mix van radiovriendelijke nummers en pure bangers als ‘Mershedeïz’, ‘Brede jongens’ en ‘R.A.F.’ spreekt hij zowel de hiphopheads als de Radio 1-luisteraars aan – het komt maar hoogst zelden voor dat een rapper die pluim op zijn hoed mag steken. In maart was ‘Wie is Guy?’ misschien nog een relevante vraag, maar in december is het duidelijk: Guy is kok en maakt de beste saus. En met dat sausje wist hij héél 2019 te kruiden. (Bert)

7. Nick Cave & The Bad Seeds – Ghosteen

‘Ghosteen’ is de suprise du chef die Nick Cave in 2019 uit zijn hoed toverde. Wanneer een fan hem via The Red Hand Files (zijn online vraag-en-antwoord-community) vroeg wanneer we een nieuwe plaat mochten verwachten, bleek deze reeds klaar om op de wereld los te laten. Persoonlijke drama’s geven vaak voer tot de meest intrigerende kunstuitingen, en laat ‘Ghosteen’ daar een prachtig voorbeeld van zijn: de plaat kent zijn ontstaan bij de dood van Caves zoon en eindigt in een ervaring die op onwezenlijke wijze ontroert. Cave speelt leven en dood tegen elkaar uit tot wanhoop opnieuw houvast en moed geeft. Wie zich laat bezweren door Cave zal merken dat de man nooit dieper sneed. Toch is de plaat meer hartverwarmend dan deprimerend en montert het de lijdende mens op. Met dank aan eerste soldaat Warren Ellis: terwijl de rest van The Bad Seeds een beetje in de kiem worden gesmoord, is hij het die met zachtmoedige electronica en zweverige ambient de piano en de stem van Cave ruggensteunt. Verlies klonk zelden zo schoon. (Jonas)

6. Lana Del Rey – Norman fucking Rockwell!

Is de tijd eindelijk rijp voor muziekjournalisten om Lana Del Reys werk naar waarde te schatten of heeft onze sad queen de cultuur het voorbije decennium zo naar haar hand gezet dat we allemaal suckers zijn geworden voor haar vernuftige vintage pop? Of ze nu vooruitstrevend dan wel generatiebepalend is: op ‘Norman fucking Rockwell!’ grijpt Miss Melancholie het momentum en levert ze haar beste album tot op heden af, een gewichtige verzameling singer-songwriter-nummers die Lana’s meest artistieke en authentieke kant in de verf zet. Del Reys persona van semi-mythisch figuur in het lichaam van een eerder doorsnee Amerikaans meisje is haar muziek altijd vooraf gegaan. Op haar vijfde volwaardige langspeler bevestigt ze die reputatie met waanzinnig mooie, weelderige songs, waarin haar extravagantie tegelijk menselijk en magisch klinkt. De folk/indie van ‘Norman fucking Rockwell!’ wordt dankzij Lana’s instinct voor straffe punchlines en efficiënte poppoëzie telkens weer bezwerend en verslavend, maar ook berustend. Want: ‘s werelds meest geciteerde gediplomeerde filosofe mag nog zo hard naar de keel grijpen, ze laat ons toch vooral achter in een post-apocalyptische kalmte. In tijden van Trump, Johnson en Van Grieken moeten we activistisch zijn, maar gelukkig hebben we Lana Del Rey om ons daarnaast te voorzien van zelfhulp in momenten van zwakte. (Thomas)

5. Kate Tempest – The book of traps and lessons

Drie jaar geleden gaf Kate Tempest de wereld z’n verdiende loon met het bikkelharde en vlijmscherpe ‘Let them eat chaos’, waarin ze de levens van zeven schijnbaar onverwante vreemden als toneel gebruikte om veel grotere thema’s aan te kaarten. Aangezien de wereld daar blijkbaar niet naar geluisterd heeft, richt ze op ‘The book of traps and lessons’ dan maar de pijlen op zichzelf, in de hoop dat ze misschien wel naar zichzelf luistert. Met de precisie van een getrainde chirurg fileert ze zichzelf, haar liefde en alle angsten, twijfels en warmte die daarbij komen kijken. ‘Hold your own’ is een knuffel op eenzame dagen, ‘Firesmoke’ het mooiste lied dat je aan je significant other kunt opdragen. Ondertussen is het wachten tot haar Belgische evenknie opstaat, want ook hier hebben we nood aan iemand die dingen zegt die we allemaal al weten maar zo moeilijk onder woorden kunnen brengen. Tot het zover is: “Hold your own”. (Mattias)

4. Angel Olsen – All mirrors

Ze kan simpelweg álles. Begin dit decennium is Angel Olsen ergens begonnen als americana folky, en tussen elke plaat door heeft ze steeds een visie uitgestippeld van hoe het volgende Angel Olsen-album precies moest klinken. Anno 2019 werden voor het adembenemende ‘All mirrors’ enkele huilende strijkers uitgekozen voor de hoofdrol. Ondanks de soms zwaarmoedig aanvoelende ballads draagt Olsens ronkende dan wel zwaar uithalende stem deze met glans. Het overweldigende ‘Lark’ schippert tussen barok en artpop, met Olsens stem en niet de melancholieke strijkers als bindmiddel. De opener grijpt je meteen bij je nekvel en tekent met veel bravoure voor beste song van het jaar. Het daaropvolgende titelnummer zorgt dán al voor de knock-out en we zijn nog niet eens voorbij act I. Olsen is melodramatischer en existentialistischer dan ooit maar vervalt niet in bodemloze gedachtestromen of een soort zelfbeklag met betrekking tot liefde of wat dat hoort te moeten zijn. Ze durft ook speels te zijn zoals in ‘What it is’, dat tevens de violen rebels aan doet voelen. Bovendien is ze nog abstracter en minimalistischer te werk gegaan in het songwritersproces waardoor haar prachtige stem een instrument op zich gaat worden dat ze hier naadloos uitspeelt. (Yannick)

3. Black Midi – Schlagenheim

Een van de opvallendste verschijningen uit de math-/noiserock-uithoek dit jaar bleek toch wel Black Midi te zijn. Met hun debuut ‘Schlagenheim’ wisten de vier negentienjarige knapen alle watertandende muziekliefhebbers hun dorst te lessen. De band legde de lat hoog voor zijn toekomstige zelve en in één beweging voor alle andere beginnende groepen. Deze plaat lijkt het resultaat van een levenslang oeuvre van doorwinterde rockers die de jaren 70 overleefden. Geordie Greep, de zanger van Black Midi, heeft de klankkleur van iemand die er al vier alcoholverslavingen en vijf wereldtournees op heeft zitten. De vindingrijkheid die uit de instrumentale hoek komt is om vingers bij af te likken. Het resultaat is eclectisch en tóch mist de plaat geen rode draad. Black Midi toont zich present en tegelijkertijd bewijst de groep aan de hand van een geheel eigen geluid hoe ver zijn muzikale brein reikt. Op ‘Schlagenheim’ kregen we de ene slag in het gezicht na de andere, van gitaarstorm over drummokerslag naar eigenzinnige zanglijnen. (Naomi)

2. Big Thief – U.F.O.F.

2019 was, of ze het nu zelf wilden of niet, het jaar van Big Thief. Met ‘U.F.O.F.’ maakte het viertal meer dan ooit een album waar de geheimen verscholen zitten in de meest duistere groeven van de plaat, die na elke luisterbeurt van meer licht worden voorzien. Een embryo die in zijn beginfase allesbehalve ontwikkeld is, maar in verdere stadia veel van zijn eerder onopgemerkte waarnemingen prijsgeeft in de meest subtiele vorm mogelijk. ‘U.F.O.F.’ is die plaat, waar het label ‘handle with care’ niet alleen zou dienen voor de fysieke omvang van het object, maar vooral voor het inhoudelijke. Frontvrouw Adrianne Lenker laat zich wederom in haar meest kwetsbare staat zien, mentaal volledig uitgekleed, maar enkel voor de luisteraar die bereid is om het parallelle universum dat ze creëert binnen te treden.

“I don’t really care about getting famous or getting bigger” zei Lenker ongeveer een maand geleden openhartig over social media. Ze doelde met deze uitspraak op enige kritiek die er kwam na het spelen van korte livesets of het niet spelen van bisnummers. Net die ingesteldheid bezorgt Big Thief zijn unieke status. De muziek van het kwartet komt uit het menselijke hart, is geenszins een fake bedoening, maar brengt meer dan ooit eerlijkheid en oprechtheid terug in de kunst. (Jens)

1. FKA Twigs – Magdalene

We gaan met de deur in huis vallen: ‘Magdalene’ is zo’n album waar iedereen heel hard naar uitkijkt (na het uit-munt-en-de ‘LP1’) en vervolgens nog beter is dan gehoopt. Vanaf opener ‘thousand eyes’ tot het hartverscheurende ‘cellophane’ prikkelt Twigs alle zenuwen met haar futuristische, intieme, maar tegelijk ook verschroeiende (‘fallen alien’) sound. Daarbij verkent ze de grenzen van én tussen authentieke gevoelens (zo heeft ze het over (schuld)gevoelens ten opzichte van geliefden) enerzijds en de mens als iets mechanisch anderzijds. De voortdurende dynamiek tussen dat ontzettend breekbare en vergankelijke van de mens (Twigs kreeg af te rekenen met baarmoederhalskanker) langs de ene kant en de ultieme kracht van de opperste controle over lichaam en geest langs de andere kant, maakt van het luisteren naar ‘Magdalene’ een ontzettend intense, bijna destructieve ervaring. 

Je wil het concreter? Beluister de bijna wurgend klinkende stemvervorming in het eerste deel van het intieme ‘home with you’ die in het refrein bevrijd wordt met ‘’I didn’t know that you were lonely / If you’d have just told me / I’d be home with you’’. Breek onder de minutenlange spanning die hangt over ‘mary magdalene’ en die zichzelf opensplijt op 4’16’’. Laaf jezelf aan de ongelooflijke productie van ‘sad day’, waar meer in verstopt zit dan in de geheime agenda van Boris Johnson. Kortom, laat je overweldigen door ‘Magdalene’. (Quinten)

Deze lijst werd samengesteld door Anton Creemers, Bert Scheemaker, Daan Leber, Eva Gutscoven, Eva Schalbroeck, Gertie van den Bosch, Gilles Dierickx, Guillaume De Grieve, Jens Wijnants, Jonas Van Laere, Lowie Bradt, Martijn Bas, Mattias Goossens, Michelle Geerardyn, Naomi Hubert, Nina van den Broek, Pascal Vandenberghe, Pieter Sips, Quinten Jacobs, Thomas Konings, Tobias Cobbaert en Yannick Verhasselt.